Posts tonen met het label Soul. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Soul. Alle posts tonen

zaterdag 6 juli 2013

Op de draaitafel vandaag : Jose James / No Beginning No End (2013)



Het jaar 2013 is halfweg.....

Ik hou er niet van om een balans op te maken, om lijstjes (hoe dom ook dat kan zijn) te maken met de beste platen van de afgelopen tijd.

Maar een ding weet ik.... Als ik een plaat moet meenemen van dit jaar dan is het wel deze. 

Superlatieven zijn een andere reeks van monsters die niet in mijn woordenschat passen, maar deze plaat (eigenlijk CD)  is absoluut geweldig.

Voor mij is dit zonder discussie de plaat van het jaar (tot nog toe)  en ik vraag me af of ze voor dit jaar kan of zal worden overtroffen.






José James (10 januari 1978) is een Amerikaanse zanger. Hij is het beste in het uitvoeren van Jazz muziek en ook Hip-Hop. James treedt over de hele wereld op, zowel als leider als met andere groepen.

James is de zoon van een Panamese saxofonist en multi-instrumentalist. Hij zat op The New School for Jazz and Contemporary Music. 

Zijn debuutalbum "The Dreamer" (2008) en de opvolger "BlackMagic" (2010), beide geproduceerd door DJ Gilles Peterson, transformeerde de in Minneapolis geboren in Brooklyn, New York wonende zanger in een ware underground sensatie, zowel in de jazz als in de DJ wereld. Bekend staand als muzikaal omnivoor wil James niet vastgepind worden op een specifieke stijl: Hij staat net zo graag op het podium met jazz legende McCoy Tyner als dat hij in de studio opneemt met rapper Oh No of met electronica pionier Flying Lotus.

Het eveneens in 2010 uitgekomen "For All We Know" met onze Jef Neve  kwam uit op de Impulse! label. "For All We Know" won een Edison Award en L'Academie du Jazz Grand Prix voor de beste Vocal Jazz Album van 2010.

Begin dit jaar kwam de bom, een nieuw album "No beginning no End" op het fameuze Blue Note label.

James : ‘No Beginning No End sums up how I feel about music right now. I don’t want to be confined to any particular style. I decided I didn’t want to be considered a jazz singer anymore and that was really freeing. Once I realized that jazz singing is just something that I do and it’s just a label, it freed me as an artist to just write without any boundaries’.

De prachtige vocals van James wiegen op subtiel gearrangeerde blaaspartijen, discreet begeleid door allerlei geluidjes eigen aan de hip hop muziek waar hij vandaan komt.



Dit zijn mijn favoriete tracks van wat voor mij nu al de plaat van het jaar is :

1. It's all over your body
2. Sword an Gun
4. Vanguard
12. Come to my door (met Emily King)








donderdag 4 juli 2013

The Four Tops - I can't help myself (1965)



De Four Tops kennen elkaar al sinds de middelbare school. Daar was het ook dat ze met elkaar begonnen te zingen. Ze begonnen onder de naam The Four Aims. In 1956 kregen ze een contract aangeboden bij Chess Records. Om verwarring te voorkomen met The Ames Brothers kozen ze ervoor hun groepsnaam te wijzigen in Four Tops. Onder contract bij Chess slaagde de groep er niet in door te breken. Een ontmoeting in 1963 met Berry Gordy zou daar verandering in brengen. Hij bood hen een contract aan bij Motown.

In het begin van hun carrière bij de Detroitse platenmaatschappij namen ze voornamelijk jazznummers op voor een workshop van het bedrijf. Ook fungeerden ze als achtergrondkoor bij sommige andere artiesten bij Motown, zoals The Supremes. Toen in 1964 het beroemde songwriterstrio Holland-Dozier-Holland een instrumentaal nummer had geschreven maar niet wist wat ze er mee moesten doen besloten ze er een tekst bij te verzinnen en er een nummer voor de Four Tops van te maken. Dit nummer werd het beroemde "Baby I Need Your Loving". Het nummer haalde #11 op de Amerikaanse top 100. Hiermee brak een succesvolle periode voor "The Tops" aan.






Na het grote succes van "Baby I Need Your Loving" werd besloten dat de Four Tops geen jazz meer hoefden te doen. Ze behoorden nu tot de meest vooraanstaande artiesten van Motown. Voortaan werden er singles voor hen geschreven. Hun volgende twee singles waren "Without The One You Love (Live's Not Worth While)" #43 en "Ask The Lonely" #24. Niet in staat het succes van de eerste hit te continueren leek de groep er niet in te slagen de voorkeurspositie binnen Motown waar te maken, maar de volgende single "I Can't Help Myself (Sugar Pie, Honey Bunch) leverde hun eerste #1 hit op. Daarna kwamen andere grote hits als "It's The Same Old Song" en "Something About You".

In 1966 schreven Brian Holland, Lamont Dozier en Eddie Holland de tweede #1 hit voor de Four Tops, "Reach Out, I'll Be There", hun grootste, en meest herkenbare hit. Samen met nummers als "My Girl" van The Temptations, "Baby Love" van The Supremes en "I Heard It Through The Grapevine" van Gladys Knight & The Pips en Marvin Gaye is dit nummer nog steeds een van de meest populaire Motownnummers. Ook na dit nummer bleven de Four Tops hits maken, zoals "Standing In The Shadows Of Love", "Bernadette" en "7 Rooms Of Gloom". Op bijna al deze nummers vormden de vrouwenstemmen van The Andantes het anonieme achtergrondkoor. Hun zang bepaalde eigenlijk net zo zeer de sound als die van de Four Tops zelf. De instrumentale begeleiding was in handen van The Funk Brothers, zoals bij vrijwel alle Motown-opnamen. Ook zij bleven anoniem.

Toen Holland-Dozier-Holland eind 1967 Motown verlieten, moest er voor de Four Tops ander materiaal worden gezocht. Ze gingen zelfs covers zingen van popmuziek, zoals "Walk Away Renee" van The Left Banke en de Tim Hardin-song "If I Were A Carpenter". Toen Motown in 1972 aankondigde te vertrekken naar Los Angeles verlieten ze het label. Ze kregen een contract bij ABC-Dunhill. Daar ging het weer beter met de Four Tops en kregen ze top 10 hits met "Keeper Of The Castle" en "Ain't No Woman Like The One I've Got". Na een tijdje droogden ook bij ABC-Dunhill de hits op en ging de carrière van de groep als een nachtkaars uit.

Deze EP is uit 1965, op het engelse Stateside label, met een - aan dit label eigen - o zo prachtige hoes.







zondag 2 juni 2013

Mick Jackson - Blame it on the Boogie (1978)




Mick Jackson - Blame it on the Boogie  (1978)
(Mick Jackson/Dave Jackson/Elmar Krohn)

Originele opname : Mick Jackson (1978) (Atco)

Mick Jackson is een Brit (Yorkshire) en heeft buiten zijn naam niets gemeen met The Jacksons, op dit nummer na dus.

Hij schreef het nummer met Stevie Wonder in gedachte, maar op de Midem muziekbeurs begin '78 was de manager van de Jacksons iedereen voor. Het scheelde zelfs geen haar of hun versie kwam eerder uit dan die van Mick. Er zat nauwelijks een week verschil tussen cover en origineel.

Mick Jackson - Blame it on the Boogie





maandag 6 mei 2013

The Three Degrees - La Chanson Populiare / I like being a woman (1974)



The Three Degrees is een uit Philadelphia afkomstig damestrio, bekend van discoklassiekers als ‘Dirty Ol’ Man’ en ‘When Will I See You Again’.

De groep werd in 1963 opgericht als the Three Degrees en kende vele bezettingswisselingen. Op hun hoogtepunt halverwege de jaren ‘70 bestaat de groep uit Fayette Pickney, Valerie Holiday en Sheila Ferguson.

Het succes voor de groep begint in 1970 met de single ‘Maybe’, een cover van The Chantels, hetzelfde jaar gevolgd door ‘I Do Take You’. In 1971 speelt de groep een rol in de succesvolle film The French Connection, met Gene Hackman.

De Three Degrees komen in 1973 onder de hoede van het producersduo Kenneth Gamble en Leon Huff en scoren de wereldwijde discohit ‘Dirty Ol’ Man’.

Hun populariteit wordt in de Verenigde Staten nog eens vergroot als ze samen met soulgroep MFSB de herkenningstune maken voor het goed bekeken tv-programma Soul Train. Het thema wordt op veler verzoek als ‘TSOP (The Sound of Philadelphia)’ op single uitgebracht.

De in 1974 uitgebrachte en eveneens door Gamble en Huff geproduceerde single ‘When Will I See You Again’ wordt hun grootste hit, er worden zo’n 2 miljoen exemplaren van verkocht. In de tweede helft van de jaren ‘70 brengen de Three Degrees enkele albums uit, echter zonder hitlijst-bestormende hitsingles.

In  1974  komen ze voor een optreden naar Frankrijk en nemen er een nummer op van Claude François, in het Frans (“La Chanson Populaire”)

Dit is die single.


La Chanson Populaire



I like being a woman




maandag 29 april 2013

Op de draaitafel : Phyllis Hyman / Interpretations (1977)



Phyllis Hyman ((6 Juli 1949 – 30 Juni  1995)  werd geboren in Philadelphia, Pennsylvania, en groeide op in St. Clair Village, ten zuiden van Pittsburgh. Zij was de oudste van zeven kinderen.

Na highschool sloot ze zich in 1971 aan bij een groepje, “The New Direction”. Rond die tijd kreeg ze een klein rolletje in de film “Lenny”(1974).

Hyman verhuisde naar New York om te werken aan haar carrière. Ze zong achtergrond vocals en werkte in clubs. Het was tijdens een van deze optredens dat ze werd gespot door Norman Connors, die haar een plaatsje aanbood als een zanger op zijn album “You Are My Starship” (1976). Het duo scoorde op de R & B charts met een remake van The Stylistics “Betcha door Golly Wow!”.

Hyman, die muzikaal erg veelzijdig was, zong met Pharoah Sanders en de Fatback Band terwijl ze ondertussen werkte aan haar eerste album. “Phyllis Hyman” werd uitgebracht in 1977 op het  Buddah Records label.





 

Wanneer Arista Records Buddah kocht gaat Phyllis mee.

“Somewhere in my lifetime”, haar eerste album voor Arista, werd uitgebracht in 1978. Het  titelnummer werd geproduceerd door haar toenmalige labelmate Barry Manilow.

De volgende plaat (“You know how to love me”) werd een succes in de R&B charts. Hyman trouwt met haar manager (een oud verhaal) die haar evenaans cocaïne leert kennen.
Het gevolg was een levenslange afhankelijkheid en een financiële puinhoop.

Haar echte eerste hit was “Can’t we fall in love again” uit 1981, een duet met Michael Henderson. Het lied werd opgenomen toen ze optrad in de Broadway musical “Sophisticated Ladies”, een eerbetoon aan Duke Ellington. Ze vertolkte die rol bijna twee jaar en kreeg een Tony Award nominatie voor Beste Support Actress in een Musical.

Problemen tussen Hyman en haar label, Arista, veroorzaakten  een pauze in haar carrière.

Ze gebruikte die tijd om te verschijnen op soundtracks van films, tv-commercials en gastoptredens met Chuck Mangione, The Whispers en The Four Tops. Hyman zong ook op drie tracks op “Looking Out” van  jazz pianist McCoy Tyner (1982). Zij toerde vaak en gaf lezingen.

In 1985 verliet ze Arista na een tumutueus geschil over de rechten op “Never say never again” een song die dezelfde titel had als de James Bond film. De echte aanleiding was echter dat Arista een nieuwe ster had ontdekt, Whitney Houston.

Vrij van Arista in 1985 bracht ze het album “Living All Alone” op Kenny Gamble en Leon Huff’s Philadelphia International label uit. Het volgende album was raak “Prime of my life” bevatte eindelijk haar eerste R&B hit :  “Don’t want to change the world”.

Volgden dan nog een aantal hitjes zoals “Living in Confusion” en”When You Get Right Down to It”.

Met Phyllis gaat het nu weer bergaf en ze brengt een laatste plaat uit “I refuse to be lonely”. Dat was ze ook.

In de namiddag van 30 juni 1995 pleegt ze zelfmoord met een overdosis pentobarbital en secobarbital in haar appartement in New York City.  Zij werd gevonden door haar assistent die beorgd was omdat ze niet kwam opdagen voor een voorstelling in het Apollo Theater.

Haar afscheidsbrief was :
“”I’m tired of singing. I’m tired of living. Those of you that I love know who you are. May God bless you.”

Ze was 45.

Ze was een wonderlijk getalenteerde vrouw die zeer slecht is behandeld door haar platenmaatschappij Arista. Ze werd hier lompweg aan de deur gezet omdat Arista wedde op een nieuwe ster Whitney Houston.

Diana Ross zei over haar “Sweet Phyllis was a bomb, but she didn’t know it”.

Ik heb zes albums van Phyllis die ik stuk voor stuk als schatten beschouw. Ze is zowat tussen R&B en Smooth Jazz, heerlijk.

Dit is haar debuut uit 1977 op Buddah Records. Volgens mij waarschijnlijk het allerbeste dat ze ooit heeft gemaakt.


Loving You, Losing You



No one can love you more




vrijdag 12 april 2013

Op de draaitafel : The Uniques - Uniquely Yours (1966)



The Uniques (1966) - Uniquely Yours (!)

Lang geleden gevonden in een bak met weg te gooien platen (!).

The Uniques  was een Amerikaanse rock band uit Louisiana met Joe Stampley aan het roer. Ze waren actief van ongeveer 1965 tot 1970.

Ze namen het grootste deel van hun materiaal op in de Robin Hood Studios, gevestigd in Tyler, Texas.

Ze brachten hun materiaal uit Paula Records van Shreveport, Louisiana. In totaal maakten ze vijf albums.

Hun twee grootste hits waren  “Not Too Long Ago” en “‘All These Things”.

Het nummer ‘All These Things ” werd geschreven door een nieuwslezer in Louisville, Kentucky, genaamd Tom Maxedon. Het is een liefdeslied voor zijn vrouw Carrie.

Toen die krap bij kas zat verkocht hij de song voor 200 $ aan een onbekende producent. Die gaf het aan The Uniques die het opnamen. Het werd een hit in 1966.

Mijn favoriete tracks :

All these things



Not too long ago




woensdag 10 april 2013

Op de draaitafel gisteren : The Montgomery Express (1974)



The Montgomery Express – 1974 – The Montgomery Movement

Een echte “lost classic” hier. Ik vond het album ooit op een rommelmarkt voor 20 Frank.(!). Omdat het op Folkways Records was dacht ik dat het een bluesband was. Het bleek echter iets totaals anders, een echte verrassing.

De Montgomery Express was een groep uit Florida die speelde in het clubcircuit. Hier backten ze voor een aantal regionaal bekende zangers.

Dit album uit 1973-1974 werd gemaakt door een groep die als het ware van de straat (of uit de clubs) werd geplukt.  Onder leiding van twee blinde mannen van rond de twintig (Paul Montgomery & Charles Atkins) en met de hulp van een paar van de lokale “groovemasters”, brengt de Montgomery Express hier een plaat om U tegen te zeggen.

Funk, luie soul en groove ...dat is wat je hier kan verwachten. Lekker lui  ‘savonds op de sofa met een prachtige soundtrack van de Mongommery Express. 



Precious Wing



Party Fever



Heerlijk.

zondag 24 februari 2013

Darrell Banks ( (25 Juli 1937 – 24 Februari 1970)



Op 24 Februari 1970 wordt soul zanger Darrell Banks op de LaSalle Boulevard in Detroit, dood geschoten door politieman Aaron Bullock. Volgens getuigen is het zelfverdediging.

Naar verluid valt Banks zijn ex-vriendin Marjorie Bozeman lastig, wanneer die door Bullock bij haar woning wordt afgezet. Darrell Banks trekt een wapen wanneer Bullock tussen beiden tracht te komen. De politieman schiet daarop gericht op Banks, die fataal in zijn nek en borstkast wordt geraakt. Het nieuws over de schietpartij en het overlijden van Darrell Banks wordt pas een week later bekend gemaakt. Op dat moment is de zanger inmiddels al begraven in een ongemarkeerd graf op de Detroit Memorial Park begraafplaats in Warren, Michigan.

Darrell Banks is op 25 Juli 1937 in Mansfield, Ohio geboren als Darrell Eubanks. Pas in juni 2004 krijgt zijn laatste rustplaats alsnog een grafsteen, na een inzamelingsaktie op het internet onder zijn Northern Soul fans. Darell Banks is 33 jaar geworden.

Darrell later groeide op in Buffalo in New York. Hij was de onwettige zoon van een 27-jarige inwoner van Kentucky en een 17-jarige tiener.

Darrell Banks wordt het best herinnerd voor zijn 1966 single release, "Open The Door To Your Heart"/"Our Love (Is In The Pocket)", die is uitgegroeid tot een van de anthems op de Northern Soul scene. De song geraakte tot nr. 2 in de R&B charts.


Open The Door To Your Heart




vrijdag 18 januari 2013

Jerry Butler - “Find another Girl” (1961)



Jerry Butler werd geboren als Jerry Butler Jr  op  8 december 1939, in Sunflower, Mississippi

Het midden van de jaren 1950 hadden  een grote impact op Butler. Hij groeide op in armoede en woonde in het Chicago Cabrini-Green wooncomplex.

Muziek en de kerk waren toen de enige troost voor raciale discriminatie en ongelijkheid.  Hij zong in een kerkkoor met Curtis Mayfield. Als tiener zong Jerry Butler in een gospelkwartet genaamd de Northern Jubilee Gospel Singers, weer samen met Mayfield.

Curtis Mayfield, een gitarist, werd de eenzame instrumentalist voor de Roosters, een groep die later zou evolueren naar de supergroep  The Impressions, geïnspireerd door Sam Cooke en de Soul Stirrers, de Five Blind Boys of Mississippi, en de Pilgrim Travelers.

Voor the Impressions schreef Butler "For Your Precious Love" . Het nummer kwam uit op Vee-Jay Records en werd de eerste gouden plaat voor the Impressions.

In 1960 ging Jerry Butler solo..

Met zijn goeie vriend Curtis Mayfield nam Jerry onder zijn eigen naam en aantal nummers op die stuk voor stuk hits werden.

Curtis Mayfield zou later verder gaan met  the Impressions


 


“Find another Girl” (1961)

"Find Another Girl" werd geschreven door Curtis Mayfield die gitaar speelt en de vokale harmonie verzorgt.

Let ook  vooral op het prachtige gitaarspel van Curtis. Zijn prestatie hier is waarschijnlijk een van de allerbeste begeleidinge die ik ooit heb gehoord. Zijn spel staat op zichzelf.

Curtis heeft ook een speciale manier van spelen. Hij bespeelt een Fender Stratocaster met zijn duim. Zeer sfeervol, zeer mooi, zeer ongedwongen.

En laat ons vooral genieten van de warme stem van Jerry Butler.

Find another girl




dinsdag 9 oktober 2012

Ann Peebles - I Miss You



De in 1947 in St. Louis, Missouri geboren Ann Peebles scoorde als grootste hit "I Can't Stand The Rain", een nummer dat nog vele malen gecoverd en gesampled is.

In 1968 zong Ann Peebles in een Memphis Nachtclub. Daar zat Gene "Bowlegs" Miller van Hi Records. Hij viel als een blok voor haar stem en tekende haar meteen bij zijn label. In de jaren daarna zong ze veel voor Hi Records en schreef ze ook mee met de songwriter Don Bryant. In 1974 trouwde ze met hem.

Haar eerste album kwam uit in 1969, "This Is Ann Peebles", maar het deed weinig. Haar grootste succes scoorde Ann in 1974, toen het album "I Can't Stand The Rain" uitkwam. Het werd positief ontvangen, zowel door critici als door publiek. De gelijknamige single belandde op nummer 6 in de U.S. R&B Chart. In de jaren daarna is het nog vaak gecoverd, door meerdere artiesten.

Ze schreef ook een aantal nummers zelf , o.m. "I'm Gonna Tear Your Playhouse Down" samen met haar echtgenoot Don Bryant. Zij zong het zelf maar het werd ook gecoverd door Paul Young die er bij ons een enorme hit mee had.

Iets speciaals nu.

Ann Peebles, zowat het beste dat de zwarte muziek ons heeft gebracht, met haar cover van de Rolling Stones "Miss You", een voorbeeld van hoe een goeie cover moet klinken, en Mick kan hier een puntje aan zuigen....







vrijdag 14 september 2012

Tina Mason - Any Way that you want Me (1966)





Tina Mason - Any Way that you want Me (1966)
(Chip Taylor)

Eerste Opname : Tina Mason (1966) op het Capitol label.

Tina Mason (echte naam is Tina Edmundson) nam de song op terwijl "Wild Thing" van The Troggs (ook een Chip Taylor nummer) een wereldhit was.

Covers : The Troggs (1966) [top 10 UK], Liverpool Five (1966) [op single en op album Out Of Sight], H.P. Lovecraft (1967) , HP Lovecraft (1968) , American Breed (1968) , Walter Jackson (1969) [R&B hit], Evie Sands (1969) [nam als eerste Chip Taylors Angel Of The Morning Op (zie daar)], Juice Newton (1979) , Ronnie Spector (1980) , Melanie (1982) , Lita Ford (1983) [Runaway solo], Spiritualized (1990) , Chip Taylor (1996) [auteur op cd Hit Man].



Tina Mason



The Liverpool Five



The Troggs




vrijdag 29 juni 2012

J.J. Jackson - Boogaloo EP (1966)



Jerome Louis "J.J." Jackson (geboren 8 november 1942, Gilette, Arkansas) is een Amerikaanse soul/R & B zanger, songwriter en arrangeur.

Jackson begon zijn carrière als songwriter en arrangeur voor "Brother" Jack McDuff, Jimmy Witherspoon, en de Shangri-Las.

Hij componeerde ook de Pretty Things single, "Come See Me."

Maar hij is misschien het best bekend voor de fantastische soul single uit 1966 "But It's Alright", misschien wel dé soul single van dit tijdperk.

De single werd nochtans gauw gauw opgenomen in het Verenigd Koninkrijk. JJ werd begeleid door enkele van de beste Britse jazzmuzikanten van de dag, met inbegrip van Terry Smith op gitaar, Dick Morrissey op tenor sax en John Marshall op drums. Ze zouden later in zijn groep gaan spelen.

Jackson woont momenteel in Jacksonville, Florida.

Dit is mijn EP uit 1966.


woensdag 13 juni 2012

The Flirtations




The Flirtations waren een Amerikaanse damesgroep wiens aanstekelijke popmuziek begin jaren ’60 eerst verschijnt onder de naam The Gypsies. Na enkele bezettingswisselingen wordt de naam omgedoopt tot The Flirtations. Het geluid haakt aan bij de Motown-sound, maar levert pas in 1968 een grote hit op in de vorm van ‘Nothing But A Heartache’. Later plaatwerk levert weinig hitsucces meer.

De geschiedenis van soul/popgroep The Flirtations kent een aanvang aan het begin van de jaren ’60 in New York als vier jonge vrouwen samen de groep "The Gypsies" vormen.

De eerste singles slaan niet echt aan en na enkele bezettingswisselingen wordt de bandnaam vanaf 1966 The Flirtations. Na een koude start probeert de band het opnieuw in Groot-Brittanië met het DERAM label. 

 


Ook hier is de eerste single een quasi flop "Someone out there" doet eigenlijk niets.

Maar een paar maanden later is het raak. Het Amerikaanse soulgeluid slaat aan en de dames - dan inmiddels gereduceerd tot een trio - scoren in 1968 hun bekendste hit "Nothing But A Heartache".

De opvolger is "What's good about goodbye my love"

Dit zijn die drie  singles.




woensdag 30 mei 2012

Otis Redding - Shout Bamalama/Fat Gal (King 45-6149) (1960)




Otis Redding (Dawson (Georgia), 9 september 1941 – Madison (Wisconsin), 10 december 1967) was een Amerikaans soulzanger die bekend stond om zijn gepassioneerde manier van zingen. Zijn grote hit was "(Sittin' On) The Dock of the Bay".

Twee jaar voor de "ontdekking van het jaar" van STAX nam Otis Redding (ja het gaat over hem) twee singles op met zijn groep "The Pinetoppers voor het KING label.

Het ging om Rock and Roll in de stijl van Little Richard.

Dit is de eerste single :

Shout Bamalama



Fat Girl



vrijdag 4 mei 2012

Solomon Burke – The Originals




Solomon Burke (Philadelphia, 21 maart 1940 – Haarlemmermeer (Schiphol), 10 oktober 2010) was een Amerikaans soulzanger. Hij is een van de muzikanten die begin jaren zestig aan de wieg stonden van de soulmuziek.

Alhoewel hij nooit grote hits heeft gehad is een aantal van zijn nummers uitgegroeid tot klassiekers, die meerdere malen zijn uitgevoerd door andere artiesten. “Everybody Needs Somebody to Love” is hiervan waarschijnlijk de bekendste.

Burkes wortels lagen in de gospel. Hij zong in een kerkkoor, preekte op jonge leeftijd al in zijn kerk in Philadelphia en presenteerde een gospelprogramma op de radio. Tussen 1954 en 1958 nam hij enkele gospelnummers op voor het label Apollo. In 1960 werd hij ontdekt door producer Jerry Wexler en tekende hij een contract bij Atlantic Records. Zijn eerste singles waren covers van countryliedjes als “Just Out of Reach”. Door gospel te mengen met de toen populaire muziekstijl R&B legde hij de basis voor soulmuziek.

Burke stond aan het hoofd van een zeer grote familie. In mei 2009 had hij 21 kinderen (14 dochters en 7 zonen), 90 kleinkinderen en 20 achterkleinkinderen. Behalve zanger was hij ook werkzaam als predikant en was hij eigenaar van onder anderen een eigen kerk en een keten van begrafenisondernemingen. Burke zong tevens mee op het nummer “Het moet en het zal”, door hem geschreven en vertaald door Huub van der Lubbe van De Dijk op de cd “Brussel” uit 2008.

Tijdens het laatste optreden in Dranouter, op 8 augustus 2010, was al een duidelijk verzwakte Burke te zien. Het gehele optreden tijdens Folkfestival Dranouter bleef hij op een gouden troon zitten. Ook het decor werd aangepast, zodat het publiek niet kon zien hoe men hem van het podium haalde.

Op 10 oktober 2010 overleed Burke op Luchthaven Schiphol. Hij was daar vanuit Los Angeles aangekomen voor een optreden op 12 oktober met De Dijk in Paradiso in Amsterdam.

Hier zijn de “originals” van Solomon Burke.

“If you need me” is dat niet echt, want het was eigenlijk de song waarmee Wilson Pickett zich toegang verschafte tot Atlantic Records.Ik voeg deze song er toch bij omdat Burke’s versie door merg en been gaat.



1. Everybody needs somebody to love (1964)

Covers zijn : Rolling Stones (1965) , Wilson Pickett (1967) , Blues Brothers (1978) , Nieuwe Snaar (1990) [als De Prehistorie; "Het gebeurde toen, toen, toen, maar het gebeurt ook nu, nu, nu"], Dave & Steve (1995) [als Iedereen Heeft Iemand Nodig], North Mississippi Allstars (2008) [live].







2. Cry to me (1962)

Covers zijn : Garnet Mimms (1963) , Betty Harris (1963) , Barry St. John (1964) , Pretty Things (1965) , Rolling Stones (1965) , Freddie Scott (1967) , Staccatos (1969) [n°1 Zuid Afrika], Professor Longhair (1978) , Precious Wilson (1980) , Mitch Ryder (1983) , Buckwheat Zydeco (1992) , J.C. Rico (1995) , Gwen McCrae (1996) , A.J. Croce (1998) , Huey Lewis & The News (2010) ,








3. Stupidity (1963)

Covers zijn : Undertakers (1964) , Dr. Feelgood (1976) [titeltrack derde lp, n°1 UK], Barrence Whitfield & The Savages (1994)







4. If you need me (1963)

Zoals gezegd het nummer waarmee Wilson Pickett – die het schreef – bij Atlantic solliciteerde. A&R-man van dienst Jerry Wexler hield er wel van maar gaf de song toch door aan Solomon Burke. “First time I cried in my life”, zei Pickett hierover. Toen hij echter met zijn volgende single – It’s Too Late – een hit scoorde, kocht Wexler toch zijn contract af bij Double L.

Covers zijn : Solomon Burke (1963) [n°2 R&B], Rolling Stones (1965) , Fugitives (1992) ,









zaterdag 14 april 2012

Marvin Gaye - "The Teen Beat Song/Loraine Alterman" (1966)




In 1966 liep bij de Detroit ochtendkrant, de “Detroit Free Press”  een wekelijkse bijdrage op vrijdag   “Teen Beat.”

Deze bestond uit interviews, foto's, muziek, mode en alles wat met de teen scene uit die tijd in Detroit te maken had.

De "Teen Beat" Song, door Marvin Gaye, werd gratis bij de krant gegeven. Een interview van  Marvin Gaye met Loraine Alterman, was op kant B.

a. Teenbeat Song



b. Interview met Loraine Alterman



woensdag 4 april 2012

Babatunde Olatunji – Jin-Go-Lo-Ba (1959)




Babatunde Olatunji – Jin-Go-Lo-Ba  (1959)
(Babatunde Olatunji)

Babatunde Olatunji is een Nigeriaanse drummer die al eind jaren vijftig met een beurs naar Amerika verhuisde. Na zijn muziekstudies werd hij ginder vooral binnen jazz-middens geaccepteerd (speelde op Cannonball Adderley’s African Waltz in ’61). Carlos Santana kwam hem op het spoor via zijn conga-speler Marcus Malone. Via hem scoorde Babatunde een platencontract bij Columbia (John Hammond) als voorprogramma van The Grateful Dead (wereldmuziek avant la lettre). Dit stond op zijn debuut-lp Drums Of Passion, letterlijke vertaling van Jin-Go-Lo-Ba.

Covers zijn : Serge Gainsbourg (1964) [als Marabout op diens album "Percussions"; Serge haalde in totaal drie nummers uit die Drums Of Passion lp, hem doorgespeeld door Sacha Distel na een VS-reis), Santana (1969) [n°1 B als Jingo], Jellybean (1987) , Manu Dibango (1994) , Fatboy Slim (2004) ,

De oudste Santana-opname staat op “Live At The Fillmore 1968″; zijn oudste studio-opname hiervan had plaats in Paul Curcio’s Pacific Studio. Ook Persuasion, Treat en Soul Sacrifice van de eerste officiële Santana-lp werden eerder al bij Curcio opgenomen.

Babatunde Olatunji (1959)




Hank Jacobs – So far away (1964)




Een van die prachtige Sue singles.

In tegenstelling tot veel muzikanten, zette studio toetsenist Henry "Hank" Jacobs pas toen hij  17 was voor het eerst zijn vingers op een toetsenbord. In het begin van de jaren '60 speelde hij met songwriter / arrangeur Kent Harris. Ze werktn samen aan Hank's 'Stingray', uitgebracht op Imperial in 1962.

Jacobs en Harris gingen dan naar Sue Records in de Big Apple. Het resultaat was "So Far Away", een kleine hit voor het relatief jonge Sue Records in januari 1964.

Deze instrumental  heeft een atypisch geluid, want Hank speelde eerst piano welke hij later overdubde met orgel. Het resultaat is zacht maar krachtig.

Na "So Far Away," Hank Jacobs zette zijn sessie werk verder. Hij is te horen op piano op een aantal bekende mid-jaren '60 hits zoals “I’m so thankful” van The Ikettes en Bettye Swann's chart-topping 1967 R & B hit “Make Me Yours ".

Hank Jacobs – So far away (1964)







dinsdag 3 april 2012

Deon Jackson - Love makes the world go round (1965)




Deon Jackson (geboren 26 januari 1946), is een Amerikaanse soul zanger en songwriter.

Jackson werd geboren in Ann Arbor, Michigan. Hij maakte eerst deel uit van verschillende vocale groepen en zong dikwijls als solist.

Terwijl hij nog op school zat had hij al een kontrakt bij producer Ollie McLaughlin. Zijn eerste single was zijn eigen 'You Said You Love Me ", gevolgd door" Come Back Home ".

Het werden regionale hits in Michigan.

In 1965 kwam zijn hit “Love Makes the World Go Round"op Carla Records.  Het nummer werd een grote pop hit, en een full-length album werd vervolgens uitgebracht op Atco Records.

Jackson had daarna nog twee succesvolle singles,mar wordt toch steevast als een “one  hit wonder” beschouwd.

Vandaag is Jackson toezichthouder op Wheaton Warrenville South High School in Wheaton, Illinois. 
Hij woont  in Arlington Heights, Illinois met zijn vrouw Kim, zoon Anthony en  dochter Michelle.


Deon Jackson - Love makes the world go round (1965)








donderdag 22 maart 2012

The Royalettes – It’s gonna take a miracle (1965)



The Royalettes – It’s gonna take a miracle (1965)

Dit kwartet uit Baltimore houdt zowat het midden tussen de “girl group sound” en wat je zou kunnen noemen de “sweet soul”.

Misschien kan ze wel het beste nog vergelijken met de vrouwelijke “Little Anthony & The Imperials”. Deze vergelijking is niet eens zo eigenaardig want  Little Anthony’s producer was  Teddy Randazzo, en hij tekende ook voor de Royalettes, en schreef veel van hun MGM materiaal.

De Royalettes hadden al een paar obscure singletjes gemaakt voor Warner Bros vóór hun kontrakt met MGM in 1964.

Hun derde single werd “It’s gonna take a miracle”, een wonderlijk nummer, maar het stokte net onder de top 40.

Later zou Laura Nyro het nummer opnemen met Patti Labelle, en een hit scoren.

Eind 1965 hadden ze nog een kleine hit met “I want to meet him”. Eind jaren zestig ging de groep uiteen.

Hier is deze wonderlijke single “It’s gonna take a miracle”