Posts tonen met het label Pure Nostalgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pure Nostalgie. Alle posts tonen

zondag 11 augustus 2013

Op de draaitafel : Dick Campbell - Dick Campbell sings where it's at (1966)




Richard S. "Dick" Campbell (25 januari 1944 - 25 april 2002) was een Amerikaanse folk-rock singer-songwriter. Hij is vooral bekend voor zijn album uit 1966 “Dick Campbell Sings where it’s at”, door Rolling Stone bestempeld als het beste "nep-Dylan" album. In die tijd was iedereen op zoek naar een nieuwe Dylan. Dunhill Records had PF Sloan, en Mercury probeerde het met Dick Campbell.

Mercury bracht Campbell in contact met de toen nog onbekende producer Lou Reizner, die vroeger Mike Bloomfield en de Paul Butterfield Blues Band had geproduced , en die ook met Dylan had gewerkt, om ervoor te zorgen dat het album erg vergelijkbaar was met Dylan’s sound.

Op het album zijn onder meer te horen : Mike Bloomfield (gitaar), Paul Butterfield (harmonica), Sam Lay (drums), Mark Naftalin (orgel), een jonge Peter Cetera (bas) en Marty Grebb van the Buckinghams (gitaar).

Het album is sterk geïnspireerd op zijn vluchtige relatie met zijn vriendin, Sandi, met zinnen als : "I won’t be capitulating/ You’re going to lose a few points in your ratings”.

Ook de tracks  "You've Got to Be Kidding", "Approximately Four Minutes of Feeling Sorry for Dick Campbell", "Girls Named Misery" and "Ask Me If I Care" zijn duidelijk in dit opzicht.

Ik heb dit album (alweer) gevonden in een uitverkoop in Stockel (10 voor 100 Fr.). Ik wist niet wat het was, het album was nog in de cellofaan. Maar er stond op 1966. Op de hoes stond een soort jonge James Dean.  Dus waarom eigenlijk niet ?

Favoriete tracks

Sandi



Approximately Four Minutes of Feeling Sorry for Dick Campbell





vrijdag 12 juli 2013

Henhouse Five plus too : In the Mood / Classical Cluck (1976)




Ray Stevens is een Amerikaanse zanger (country, pop) die in de jaren ’60 en ’70 een aantal vaak humoristische liedjes uitbrengt. Kenmerkend is zijn gebruik van het opgenomen gelach van publiek in zijn nummers. Bekende titels van hem zijn: ‘Ahab the Arab’, ‘Harry the Hairy Ape’, ‘Bridget the Midget’ en ‘The Streak’.

Onbekender zijn zijn meer serieuze nummers. ‘Sunday Morning Coming Down’ wordt succesvol gecoverd door Johnny Cash.

Deze "In the Mood" door "Henhouse Five plus too" is wonderlijk en hilarisch.

Ik zeg niks, gewoon luisteren.


In the Mood

Classical Cluck




woensdag 26 juni 2013

Liedjes die mijn moeder zong




Op een warme zomeravond in het jaar 1927, de twee en twintigste juni,  beviel Maria Mathilde Dewit van een dochtertje.  Het was tien uur ’s avonds. Het kindje werd geboren in de kleine leefruimte van het ouderlijk huis te Leerbeek.

Het kindje was zo klein dat het in een schoendoos paste. Het werd onmiddellijk na de bevalling in een van de openingen van de leuvense stoof geschoven om het warm te houden, in een schoendoos !

Het meisje kreeg de naam Yvonne, Maria. Zij was mijn moeder. Ze stierf - veel te vroeg - in 1984.

Ze zou een paar dagen geleden zes en tachtig zijn geworden.

Mijn moeder groeide op tot een levenslustige vrouw.

Ze hield van muziek en zong dikwijls luidkeels mee met de radio, vooral wanneer het om liedjes ging uit haar jeugd. Dat waren meestal franse liedjes, zij was namelijk in het Frans naar school geweest. Van haar heb ik ongetwijfeld mijn liefde voor muziek.

Ze kocht voor mij mijn eerste plaatjes, een EPtje van Petula Clark ("Coeur Blessé), een paar singeltje van the Spotnicks ("Amapola" en "Johnny Guitar") en vooral die EP van Eddie Cochran met "Come on Everybody".

Als ik mijn ogen sluit hoor ik nog steeds de muziek die ze zelf graag hoorde. Ik heb haar die liedjes honderden keren horen zingen.

Hier zijn er een paar.


woensdag 5 december 2012

Tony Murena et son Ensemble Swing - Indifférence (1942)



Tony Murena et son Ensemble Swing - Indifférence (1942)
(Joseph Colombo/Tony Murena)

Originele opname: (Odeon) 1942

Tony Murena, is een accordeonist geboren in Italië in 1917. Hij overleed in Frankrijk in 1970. Geboren in Borgo dal di Taro, in de provincie Parma.

Hij was een Musette Accordeonist. Zijn werk is ongeveer het beste wat de Musette heeft voortgebracht.  Hij speelt met een bijna onvoorstelbare virtuositeit .

Zijn beroemdste composities zijn 'Indifférence' en 'Passion', twee manouche walsen, maar Tony Murena componeerde ook veel Paso-dobles, java, Tangos, en zelfs een paar echte  Be Bop walsen.

Op "Indifférence" wordt hij begeleid - zoals steeds - door de linkshandige gitarist Didi Duprat.


 



Covers zijn : Marcel Azzola (1950s) [chauffe Marcel!], Rum (1974) [als Muzette op Rum 2; eigenlijk Dirk Van Esbroeck solo die speelt op wat hij noemt "een tenor gitaar"....

En verder .... ja iedereen die wat accordeon kan spelen hé.


Tony Murena et son Ensemble Swing



Rum



maandag 8 oktober 2012

Beau Dommage - Tout simplement jaloux




Je suis jaloux de ces tissus à fleurs
Qui sournoisement l'effleurent
Quand je ne suis pas là
Je suis jaloux des dentelles, des flanelles
De tous ces petits riens
Qu'elle glisse sur sa peau de soie
Je suis jaloux du parfum qu'elle porte
Des odeurs qui l'escortent
Partout où elle va

Mais par-dessus tout
Tout simplement jaloux...

Je suis jaloux des trottoirs qui l'emportent
Vers les vilaines portes qu'elle franchit sans moi
Je suis jaloux des regards qui la touchent
De toutes ces mains
Qui louchent en la suivant des doigts
Je suis jaloux des paroles qui la frôlent
Des histoires pas si drôles
Dont elle rit parfois

Mais par-dessus tout
Tout simplement jaloux...

Je n'ai rien d'anormal
Rien de louche
Je n'f'rais pas de mal à une mouche
À moins qu'elle ne la touche
Tout simplement jaloux...

Je suis jaloux des chansons qu'elle fredonne
Des frissons que lui donnent
Ces sons qui n'sont pas de moi
Je suis jaloux du tango qu'elle danse
De ce rien d'insouciance
Qui la devance pas à pas
Je suis jaloux des couleurs qu'elle allume
Dans les matins de brume des pays
Où elle va

Mais par-dessus tout
Tout simplement jaloux...

Je n'ai rien d'anormal
Rien de louche
Je n'f'rais pas mal à une mouche
À moins qu'elle ne la touche!
Tout simplement jaloux...
Tout simplement jaloux...



zondag 12 augustus 2012

Kyu Sakamoto - Sukiyaki (1963)



Op 12 augustus 1985 kwam Kyu Sakamoto bij een vliegtuig ongeluk om het leven.

Sakamoto werd geboren in Kawasaki, hij was de jongste telg in een gezin van negen kinderen. Zijn roepnaam is Kyū (九), wat Japans is voor 'negen'. Sakamoto is een neef van de freejazz-saxofonist Kaoru Abe. Sakamoto begon te zingen op de middelbare school en werd al snel populair. In 1958 werd hij zanger in de Japanse popband 'The Drifters'.

Een van zijn bekendste en meest geliefde nummers was Ashita ga aru sa (Er is altijd morgen nog). Het lied werd gecoverd door de Japanse band Ulfuls in 2001. Sakamoto was nauw betrokken bij het welzijn van ouderen, jongeren en gehandicapten in Japan. Zijn lied Ashita ga aru sa was dan ook het themalied van de Paralympische Zomer Spelen in 1964 die in Tokio werden gehouden.

In 1963 had Sakamoto een internationale hit met het lied "Ue o muite arukō", dat wereldwijd bekend is geworden onder de titel: 'Sukiyaki'.

Op 12 augustus 1985 kwam Kyū Sakamoto om het leven in een vliegtuigongeluk waarbij zijn vlucht 123 van Japan Airlines crashte toen het de bergkam van de Takamagahara raakte in de prefectuur Gunma, circa 100 kilometer buiten Tokio. Voordat het vliegtuig neerstortte heeft Sakamoto nog een afscheidsbriefje kunnen schrijven aan zijn vrouw, Yukiko Kashiwagi, met wie hij zijn twee dochters Hanako en Maiko had. Kyū Sakamoto is 43 jaar oud geworden.

Zijn populairste lied, Sukiyaki, dat eigenlijk Ue o muite arukō heet, bezorgde Sakamoto internationale faam. Het lied stond in 1963 in de hitlijsten in zowel Japan als de Verenigde Staten. In de Verenigde Staten stond Sukiyaki drie weken lang boven aan de Billboard Hot 100 lijst en was daarmee tevens het eerste en enige volledig Japanstalige lied dat die notering ooit behaalde. De liedtekst is geschreven door Rokusuke Ei en de muziek is gecomponeerd door Hachidai Nakamura. De liedtekst verhaalt over een man die opkijkt terwijl hij loopt om zo te voorkomen dat zijn tranen vallen in elk seizoen van het jaar.

Het lied wordt officieus Sukiyaki genoemd omdat men de originele Japanse titel té complex achtte voor het Amerikaanse publiek. Daarom werd een bekend woord gekozen dat mensen zouden associëren met Japan; ook al heeft het woord Sukiyaki als zodanig totaal geen verband met het verhaal dat wordt verteld in het lied. Een columnist van het tijdschrift Newsweek merkte op dat de hertiteling vergelijkbaar zou zijn met het uitbrengen van het lied Moon River in Japan onder de titel: Beef Stew (rundstoofpot). Naar alle waarschijnlijkheid werd deze associatie met eten gemaakt omdat Sukiyaki een populair Japans eenpansgerecht is. Ondanks dit gegeven werd het lied alsnog succesvol bij het buitenlandse publiek.


Sukiyaki ("Ue o muite arukō")



maandag 16 juli 2012

Sherbet - Howzat (1976)




Dit was een van de meest succesvolle Australische bands van de seventies.

Deze single is uit 1976, het jaar waarin de groep ook buiten Australië piekte.

De klassieke bezetting van de groep was :  Daryl Braithwaite( zang), Tony Mitchell (bas), Garth Porter (keyboards) , Alan Sandow  (drums) en Clive Shakespeare (gitaar).

De groep kwam uit Sidney waar hij gevormd werd in 1969. Van in het begin was de groep mateloos populair. In Europa zouden ze een “One hit Wonder” blijven.

De groep maakte negen albums, allemaal goud in Australië.

Gitarist Clive Shakespeare stierf in februari van dit jaar.

Howzat



Motor of Love



maandag 2 juli 2012

The Newbeats - "Run Baby Run" / "Mean Wooly Willie" (1965)



The Newbeats was een Amerikaans poptrio. Het is vooral bekend van de hit Bread and butter uit 1964. De groep viel op door de falsetstem van zanger Larry Henley.

De groep bestond uit :

Larry Henley (Lawrence Joel Henley, 30 Juni 1941, Arp, Texas)
Dean Mathis (Louis Aldine Mathis, 17 Maart 1939, Hahira, Georgia)
Mark Mathis (Marcus Felton Mathis, 9 Februari 1942, Hahira, Georgia)

Eind 1950-1959 vormden de broers Dean en Mark Mathis uit Hahira, Georgia het muzikaal duo Dean & Marc. In 1959 hadden zij een hit met het nummer "Tell him no" van Travis & Bob. Hoewel het hun enige succes was, bleef het duo wel optreden en singles uitbrengen en het werd zelfs uitgebreid tot het Dean & Marc Combo.

In 1962 zong Larry Henley voor het eerst met de groep mee en twee jaar later vormden hij en de twee broers de groep The Newbeats, nadat Bouldleaux Bryant, de componist van "Bye bye love" van de Everly Brothers een demo van Dean, Marc en Larry had gehoord en enthousiast was over de falsetstem van Larry.

Twee maanden na de oprichting in juni 1964 had de groep zijn eerste hit met "Bread and butter". Het nummer bereikte de tweede plaats in de Billboard Hot 100 en werd van de eerste plaats gehouden door "Oh, pretty woman" van Roy Orbison.

The Newbeats konden het succes van "Bread and butter" niet meer evenaren. Ze scoorden nog zes Amerikaanse hits, waarvan de opvolger "Everything's alright" uit 1964 en "Run, baby run (Back into my arms)" uit 1965.

The Newbeats gingen uiteindelijk in 1974 uit elkaar. Henley bleef nadien actief als componist voor anderen. Zo schreef hij mee aan het nummer "Wind beneath my wings" van Bette Midler en kreeg daar in 1990 de Grammy Award voor het beste lied voor.

De melodie van "Bread & Butter" werd in 1990 gebruikt door De Nieuwe Snaar voor hun lied "De Pré Historie", naar aanleiding van de gelijknamige radio- en televisieserie.

Dit is die formidabele single uit 1965 "Run Baby Run" / "Mean Wooly Willie"


Run Baby Run



Mean Wooly Willie 




zaterdag 30 juni 2012

The Blue Diamonds - Always (Decca, LQ 60413) 1960.




The Blue Diamonds was een Nederlands duo bestaande uit de broers Riem (Depok/West-Java, 15 april 1943) en Ruud de Wolff (Batavia, 12 mei 1941 - Driebergen, 18 december 2000).
De broers, van Indisch-Nederlands afkomst, braken in 1960 door met de wereldwijde hit "Ramona".

Riem en Ruud de Wolff kwamen in 1949 met hun ouders naar Nederland en zongen in hun tienerjaren op schoolfeesten in bandjes als The String Extase Boys en The Cool Cats. Het repertoire bestond voornamelijk uit covers van The Everly Brothers. In 1960 stond hun uitvoering van de song "Ramona" uit 1927 maandenlang in de hitlijsten, en ook in veel andere landen is het nummer een grote hit. Andere succesnummers uit die tijd waren onder andere "Oh Carol" en "Little Ship".

Begin jaren zestig toeren de broers samen met Anneke Grönloh door Indonesië, terwijl in Nederland en andere Europese landen verschillende nummers de hitparade halen. Voor "Ramona" ontvangen de broers een Edison uit handen van Wim Sonneveld, nadat er zeven miljoen exemplaren zijn verkocht. Ook in de jaren zeventig brengen The Blue Diamonds diverse singles uit, het stormachtige succes van "Ramona" wordt nooit meer geëvenaard.

 


Begin jaren tachtig nemen zij in Indonesië diverse platen op in het Maleis, waarvan miljoenen exemplaren over de toonbank gaan.
Tot de dood van Ruud de Wolff in december 2000 blijven The Blue Diamonds platen maken en optreden. Echt grote successen blijven uit, maar de typische Blue Diamonds sound blijft populair.

Na de dood van Ruud blijft Riem de Wolff optreden, als soloartiest met een begeleidingsband, en als duo met zijn zoon Steffen onder de naam The New Diamonds. Op 29 april 2005 wordt Riem de Wolff benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau.

Dit was hun allereerste album uit 1960.



dinsdag 26 juni 2012

Carlene Carter - Baby Ride Easy / Too Bad about Sandy (1980)




Carlene Carter is de dochter van June Carter en Carl Smith. Ze behoort tot de derde generatie van de traditionele Carter Family.

Na het huwelijk van haar moeder met Johnny Cash zong ze als achtergrond zangeres voor de Carters. In 1976 werd voor het eerst haar stem gehoord op een opname van haar stiefvader.

Ze was 16 toen ze trouwde met Joe Simpkins. Het paar scheidde twee jaar later, kort na de geboorte van haar dochter Tiffany Anastasia. Carlene Carter legde zich toen toe op muziekstudie, ze werkte korte tijd als model en trouwde op 19 jarige leeftijd John Routh.  Ook dit huwelijk werd al snel afgebroken na de geboorte van haar zoon Jackson Routh.

In 1978 bracht ze korte tijd door in Los Angeles en vandaar vertrok ze alleen naar Londen, waar haar eerste solo album werd opgenomen. Het werd een rock-georiënteerd album.




Een jaar later trouwde ze met Nick Lowe, die haar volgende albums produceerde, “Musical Shapes” en “Blue Nun”. Met haar unieke mix van rock en country was Carlen op deze albums haar tijd ver vooruit, maar de verkoopcijfers waren slecht.

Carlene trok zich weer tijdelijk terug en ging toneel spelen.

Haar huwelijk met Lowe hield stand tot in 1985. Dan ging Carlene terug naar de VS, waar ze voor het eerst weer herenigd werd met de Carter Family..

In 2006 trouwde ze opnieuw, deze keer met Joseph Breen.

Deze single is uit 1980. 

1. Baby Ride Easy



2. Too Bad about Sandy




maandag 11 juni 2012

Les GAM'S - Il a le truc (Mercury EP 152002) - 1963




Graziella, Annie, Michèle en Suzie, waren leden van Les Djinns, een groep die een reeks singles had uitgebracht tussen 1959 en 1964. Ze hadden slechts een paar kleine hits gehad, waaronder in 1960 “Marie Marie”.

De vier meisjes vormden hun eigen groep in september 1962, Les Gam's. De naam werd afgeleid van de eerste letter van de naam van elk meisje, plus een verloren gelopen afkappingsteken om er een  modieus Engelstalig tintje aan toe te voegen.

De eerste single was “Cheveux fous et lèvres roses”, uit op het Vogue label. Het werd een gigantische flop, en de meisjes verhuisden naar het Mercury-label.

Claude François, zowel als de hartenbreker Dany Logan, hadden beiden een hit met een song van de Amerijkaanse Exciters “Dis-Lui” (Tell Him) .

Dit bracht de meisjes op het idee om een andere hit van deze groep op te nemen, “He’s got the Power”. Dat werd “Il a le truc”.

De EP - waarop ook “Ne dis pas du mal de mon amour”, een versie van de Amerikaanse meidengroep de Cookies  “Don’t say nothing bad about my baby”,  “Oui les filles”, een franse versie van de Bob B Soxx en de Blue Jeans hit “Why do lovers break each other’s hearts” en “Rendez-Vous Jeudi , een vertaling van “South Street van the Orlons  -  raasde de Franse Hitparade binnen.

We schrijven juni 1963. Ter promotie gingen les Gam’s op toer met de ster van de dag, Sylvie Vartan, voor het radio programma “Salut les Copains”.

Hier is hun eerste EP



woensdag 23 mei 2012

Mike Sheridan and the Nightriders




Mike Tyler begon zijn muzikale carrière op jonge leeftijd. Hij speelde piano in een pub in Kings Heath. Na een lokale talentenjacht werd hij gevraagd om bij Billy King en de Nightriders te komen spelen. Hij veranderde zijn artiestennaam in Mike Sheridan.

De groep had plaatselijk heel wat succes maar geraakte niet van de grond. Na heel wat personelswisselingen werd Sheridan de zanger en frontman.  In Birmingham waren zij “Bigger than the Beatles”

In juni 1963 kwam Norie Paramor naar Birminghma. Paramor was de producer van o.m.  Cliff Richard & Shadows. Hij organiseerde een auditie voor de plaatselijke groepen. Mike Sherdan en zijn groep kregen een contract bij Columbia Records.
  


De eerste plaat kwam er al gauw, “Tell me what you’re gonna do” eind 1963. De volgende single werd opgenomen in de befaamde Abbey Road studio’s in Londen, het werd ‘Please Mr. Postman” (opgenomen op 22 november 1963 - op dezelfde dag president Kennedy werd vermoord) en hoewel de single niet in de charts kwam was het een massal succes, plaatselijk in Birmingham alweer.

De gitarist van de Nightriders,  Big Al Johnson, verliet de band in 1964 en een nieuwe jonge gitarist deed zijn intrede in de groep, Roy Wood.

 


Roy Wood (links op de bovenstaande foto) werd geboren in Birmingham op 8 november 1947. Hij begon met drummen en harmonica te spelen op jonge leeftijd maar bekeerde zich al gauw tot de gitaar.
 

Hij kwam van de Avengers, een groep waarin ook o.m. de toekomstige Moody Blues drummer Graeme Edge speelde.

Met Roy Wood werden er nog een drietalm singles opgenomen, met steeds weer hetzelfde verhaal. Goeie verkoop maar geen nationaal succes.

Mike Sheridan hield het voor bekeken in 1966. Hij stapte uit zijn groep die uiteenviel in verschillende groepen. The Nightriders was er een van en in deze groep zou al gauw een jonge Jeff Lynne spelen.


Tell me what you're gonna do



No other guy



Please Mr. Postman




 Met Little Richard in 1963.


Met Joe Brown (1963)



donderdag 17 mei 2012

Paul and Paula - Hey Paula (1963)




Paul & Paula (Ray Hildebrand, geboren op 21 december 1940, en Jill Jackson, geboren 20 mei 1942), waren een pop duo, best bekend om hun monsterhit  "Hey Paula."

Hildebrand werd geboren in Joshua, Texas, en Jackson in McCamey, Texas. Beiden hadden school gelopen in het Howard Payne College in Brownwood, Texas.

Toen in 1962 een plaatselijke disc jockey, Riney Jordan, luisteraars vroeg om naar de studio te komen om een liedje te zingen voor de American Cancer Society gingen de twee naar de studio. Zij zongen  "Hey Paula" door Hildebrand geschreven. Het nummer sloeg aan en ze kregen een platencontract.

Shelby Singleton van Mercury Records was de man die hen onder kontrakt bracht bij Mercury. Eerst moest de naam worden veranderd. Ray en Jill konden niet zingen van Hey Paul en Hey Paula. Het werd dus Paul and Paula.






 

"Hey Paula" verkocht meer dan twee miljoen exemplaren wereldwijd, stond op nt. 1 in de Billboard charts gedurende de hele maand februari 1963 en werd bekroond met een gouden plaat door de Recording Industry Association of America (RIAA) in 1963.

Het duo maakte twee albums en een kerstalbum na het succes van "Hey Paula". De follow-up, "Young Lovers” bereikte # 6 op de Billboard chart later in hetzelfde jaar.

Grappig is echter de volgende follow up, “First Quarrel”, de eerste ruzie.

Ja, zo gaat dat nu eenmaal he....

Hey Paula



First Quarrel