Posts tonen met het label Gevonden op zolder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gevonden op zolder. Alle posts tonen

zaterdag 3 augustus 2013

Op de draaitafel : Eric Andersen / 'Bout Changes 'n Things (1966)



Gisteravond genoten van een oude elpee van mij, Eric Andersen’s  “’Bout Changes and Things”.

Singer-songwriter Eric Andersen was niet alleen een van de meest opvallende "gezichten" van de vroeg-tot midden jaren '60 folk scene (zie de album cover met  foto in zijn donkere, goede looks en mod-achtige kledij - Cubaanse hak laarzen, denim jasje, denim jeans a la Bob Dylan), hij was ook een getalenteerde songsmid en een betoverende, introspectieve, performer.

Leonard Cohen : "I'm a poet and I never thought of writing songs; then I heard Violets Of Dawn and I began to write songs."

Een jaar na zijn debuut met “Today is the Highway”, nam Eric deze plaat op, een gevarieerd album dat door de folk-beweging werd gekoesterd.

Deze elpee bevatte niet alleen drie klassiekers onder de zelfgeschreven titels – “Violets of the Dawn”,” Thirsty Boots” (recent uit als B kant van Dylan’s Wigwam)  en “Close the door gently when you go” - maar ook Arthur Crudup's “That's Alright Mama” (via Elvis Presley) en Ewan MacColl's “Champion At Keeping Them Rolling” , via Ramblin 'Jack Elliott, die MacColl tijdens zijn bezoeken aan Engeland had ontmoet.

Ik kan moeilijk een favoriete track kiezen. Misschien dan maar :

Thirsty Boots



Violets of the Dawn





Lula Reed - Idle Gossip (1959)




Lula Reed - Idle Gossip (1959)
(Sonny Thompson)

De naam van Lula Reed wordt fout geschreven op het label.
De B-kant van Lovin'.

Covers : Little Willie John (1959) [als Let Them Talk (de openingswoorden van de song) voor King; hit R&B], Dakota Staton (1960) , Frankie Ford (1961) [idem], Mitty Collier (1963) , Dale & Grace (1966) , George Benson (1966) , Bunny Sigler (1967) , Billy Young (1968) , James Brown (1969) , Kim Tolliver (1969) , Lonnie Mack (1969) , Bobby Patterson (1969) , Baby Washington (1970) , Roberta Flack (1971) , Manhattans (1971) , Derrick Morgan (1972) , Z.Z. Hill (1974) , Gwen McCrae (1975) , Persuasions (1979) , James Booker (1980) , Mike Bloomfield (1981) , Jon Cleary (1989) , Little Milton (1992) , Davell Crawford (1995) [op gelijknamige cd; idem als bij Jon Cleary], Marva Wright (2001) , Harry Connick Jr. (2007) [alle als Let Them Talk], Gary US Bonds (2009) [idem, titeltrack cd], Hugh Laurie (2011) [idem],

Lula's nummer werd opgenomen in februari, Little Willie's in juni. Chess (Argo) bracht Lula's nummer pas uit toen ze hoorden dat Little Willie John's versie eraan kwam.

Lula kende auteur Sonny Thompson al van toen ze met hem debuteerde in '51 met I'll Drown In My Tears.


Lula Reed - Idle Gosip



Little Willie John - Let them talk




dinsdag 30 juli 2013

Mohammed Hanesh - Sidi Mansour (1970)




Mohammed Hanesh - Sidi Mansour (1970)

Oorspronkelijk een Tunesisch volkslied. N°1 daar in een disco-versie in '75 (Ariola).

Dit was duidelijk waar Boney M in 1977 de mostard haalde voor de hit "Ma Baker", n°2 UK, n°1 NL & B.

Daarin werden niet alleen Ma Barkers misdaden uitgebreid bezongen, maar haar naam werd ook nog eens verbasterd tot Baker.

De echte Kate 'Ma' Barker was bovendien een beruchte gangstermadam (1877-1935) die samen met haar zonen Herman, Lloyd, Arthur en Fred eerst Oklahoma, Missouri en Minnesota, later ook Californië, Ohio, Florida, Texas en zelfs Havana op Cuba onveilig maakte. Zij was het brein achter een reeks gewapende bankovervallen, kidnappingen en diefstallen, haar jongens de uitvoerders.

Herman werd op heterdaad betrapt en neergeschoten in Kansas in 1927, Lloyd kreeg 25 jaar en Arthur werd aangehouden in Chicago met bewijzen op zak van waar zijn moeder toen uithing. De schuilplaats van Ma Barker en haar jongste zoon Fred werd omsingeld in januari 1935 maar in plaats van zich over te geven verdedigden ze zich tot de dood, Tommy gun in de hand. Tot oktober dat jaar werd er naar hun lichamen niet omgekeken. Toen werden ze naast het graf van Herman begraven in Welch, Oklahoma.

Lucky Luke tekenaar Morris modelleerde de neven Dalton op de zonen Barker en in 1971 verscheen zelfs een Lucky Luke album Ma Dalton, duidelijk gemodelleerd op ons voorbeeld. In 1970 regisseerde Roger Corman de film Bloody Mama met Shelley Winters in de rol van Ma Barker en met Robert DeNiro als één van haar zonen.

Sidi Mansour




 Ma Barker



Tenderfoot kids - Time Is Up / Intoxication (Barclay BE 61198) 1970




Tenderfoot kids - Time Is Up/Intoxication (Barclay BE 61198) 1970

Deze groep uit Verviers kwam met deze single binnen in de Belgische (franstalige) hitparade (Formule J)  in februari 1970! Hij geraakte tot nummer 11.

Na de release in juni 1970 van hun eerste single, “The Bird And The Hunter”, geproduceerd door Barclay wordt deze direct gebombardeerd tot “disque de la semaine” van de RTB,  Formule J.

Marc Moulin zal de single ook regelmatig draaien op zijn “Cap de Nuit”.

De groep besluit minder bals te spelen maar eerder als attractie op te treden.




 

Hun tweede single gaat onopgemerkt voorbij maar hun live reputatie blijft groeien. Ze treden op met The Pebbles, en verzorgen het voorprogramma van Michel Polnareff in de Ancienne Belgique in Brussel voor een week.

In februari 1970 volgt dan “Time Is Up” met op de B kant “Intocication”.  Het wordt een regelrecht succes, hoewel nog steeds niet die grote impact waarvan gedroomd werd.

Er volgt nog een single en daarna gaan de wegen van de bandleden uit elkaar. Tenderfoot Kids geven hun laatste concert in april 1972.


Time is Up



Intoxication




zondag 28 juli 2013

The Midgets - Mr. Mr. Taxi Man! / Spooky (1972)



Gisteren gevonden op mijn zoldertje. Een plaatje dat ik al jaaaaren heb, maar zeer ondergewaardeerd.

Wie wilde er nu in 's hemelsnaam freakbeat of mod muziek in de jaren zeventig ?  Het lot van de Antwerpse Midgets zou dus gauw bezegeld zijn.

Groep uit Berchem, opgericht in de begin jaren 60 door Roger Dieltjens.

Vanaf 1969 was de bezetting als volgt : Robert Dieltjes ( Gitaar en zang ) Cibos Gregoire ( solo gitaar ) Tirry Robert ( drums ) Van Den Broeck Freddy ( gitaar en zang ) Van Reeth Danny ( bas) . Hebben in eigen beheer één singeltje opgenomen op Ideal Records.

Daarna verlaat Robert Dieltjens de groep en komt Jacobs Eduard in de plaats als zanger. Maken dan nog een singeltje dat uitgebracht word op Fly Records en komt op de 16 de plaats te staan. In 1972 wordt er nog een plaatje gemaakt , daarna verlaten Eduard en Danny de groep en worden vervangen. Er komt nog één singeltje uit, maar het wordt geen succes in 1973 wordt dan de groep ontbonden.

Fly records - Fly 30 (onderdeel van Ronnex Records)

The Midgets - Mr. Mr. Taxi Man! / Spooky  (1971)

Mr. Mr. Taxi Man!


Spooky




vrijdag 19 juli 2013

July - Hello, Who's there ? / The Way (1968)




July was een Britse band in de jaren 1966 tot en met 1968.

De basis werd gelegd door Tom Newman en Peter Cook. Beiden kwamen uit The Tomcats. Die band ging aan gebrek aan populariteit ter ziele. Newman en Cook richtten samen een maatschappijtje op voor hun gezamenlijke schrijversactiviteiten, Neddysongs. Ze namen daarbij een aantal demos op. De band nog steeds The Tomcats kregen een platencontract, maar de zaken wilden niet vlotten. Er werd toch een opname gemaakt, maar de diverse leden waren er niet blij mee. Het moest allemaal te vlug en ze hadden het idee dat de muziekproducent hun muziek niet begreep.

Daarbij kwam dat de leden de platenhoes verschrikkelijk lelijk vonden. Alleen de naam van het album werd overgezet naar de naam van de band: July. Het album verscheen in juli, de kritieken waren goed, maar de verkopen slecht. De band kreeg geen enkele response. De band kwam stil te liggen en ieder zocht zijn eigen weg. Tom Newman sloot zich aan bij Richard Branson (later de baas van Virgin Records en Manor Studio). Duhig en Field richtten Jade Warrior op.




July is het enige album van de gelijknamige band. Het album werd opgenomen in de Wardour Street geluidsstudio (later omgedoopt tot Trident Studio. De start was ongelukkig (miscommunicatie met management etc.) en dat zou zo doorgaan. De muziekproducent was Tom Scott, maar die had geen hoge pet op van de band. Later zou de aanduiding produced by dan ook vervangen worden door watched by. De heren van de band waren alleen een huisstudio gewend en kwamen in een nog relatief eenvoudige professionele studio terecht. Die werd nog eens gemoderniseerd met apparatuur die de Abbey Road Studio afdankte. Zo kwam het dat het enige album van July werd opgenomen met dezelfde apparatuur als Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles.

Er werd druk geëxperimenteerd door Newman en Mike Ross, de geluidstechnicus. Newman zou later zijn stempel drukken op bijvoorbeeld Tubular Bells van Mike Oldfield. Uiteindelijk bleek er te weinig studiotijd over om een echt volwaardig product af te kunnen leveren. Normaliter is de titel van een debuutalbum gelijk aan die van de band, maar hier is het andersom. De naam van de band was gedurende de opnamen nog The Tomcats en werd pas later aangepast aan de titel. Het album verscheen in juli 1968, maar bracht geen commercieel succes. De band viel uit elkaar.

De groep bracht ook een singeltje uit. Dit is het.


Hello, Who's there ?



The Way 




donderdag 18 juli 2013

The Ides of March - Vehicle (1970)



Terwijl gisteren de Ronde van Frankrijk rustig voortkabbelde en een totaal oninteressante tijdrit op het programma stond, ben ik nog eens op mijn zoldertje gaan neuzelen.

Ik vond er mijn singeltje uit 1970 terug met dat wonderlijke "Vehicle". De blazerssectie blies mij indertijd uit mijn sokken, en ook vandaag nog vind ik dit een machtig begin voor een plaat.

De leden van de groep zaten samen op dezelfde school in Chicago, Illinois.

Op de middelbare school  besloten ze een band te vormen en noemden hem naar het toneelstuk Julius Caesar van William Shakespeare The Ides of March.

Ze speelden in kleine clubs en disco's tot 1966. Toen kregen ze een platencontract. De eerste single "You wouldn’t listen” bereikte nummer 42 op de Billboard Hot 100, en de tweede single "Rollercoaster" werd eveneens een succesje.

Het grootste succes van de groep was echter de single “Vehicle” uit 1970, gecomponeerd door Jim Peterik.  Hij bereikte # 2 in de Billboard charts en nummer 31 in de UK.

Er volgden nog een album en een paar singles maar het succes van “Vehicle” werd nooit herhaald. In 1971 splitte de band.

Jim Peterik stichtte nog Survivor (“Eye of the Tiger”) in 1978.

In 1990 keerde hij terug naar The Ides of March. Sindsdien is dit zijn band en treedt hij ermee op, tot vandaag.


Vehicle



Lead me home, Gently



Ik kon ook niet weerstaan aan de Franse versie van de song, door Eddy Mitchell, "L'Accident"








dinsdag 16 juli 2013

Op de draaitafel : Gerry Lockran / Blues Vendetta (1967)



Gerry Lockran – Blues Vendetta (1967)

Gisteren even geen Tour de France...en geen opgefokte renners die de Mont Ventoux opstuiven alsof het niks was.

Tijd dus voor wat nostalgie, en deze keer was het een album dat ik per toeval terug vond, het was namelijk fout geklasseerd.

Gerry Lockran werd als Gerald Loughran geboren op 19 juli 1942, Yeotmal, Central Province, India. Hij overleed op 17 november 1987.

Zijn vader was Iers zijn moeder Indische. Hij verhuisde met zijn familie naar Engeland in 1953. Twee jaar later, hij was toen 13, leerde hij gitaar spelen en ging bij een skiffle band, the Hornets.

Wanneer hij Elvis hoorde veranderde alles. Wanneer even later Big Bill Broonzy in Engeland optrad en Lockran ging kijken gebeurde het onvermijdelijke. Hij werd gegrepen in die maalstroom van blues en gitaar blues.

Big Bill Broonzy en Brownie McGhee. Zij waren zijn grootste invloeden. 



 

Hij speelde regelmatig in clubs in Europa in de jaren '60. Het moet in 1968  geweest zijn dat ik hem zag in Gent, met Michael Chapman in een clubje aan de Kuiperskaai, dat nu verdwenen is om plaats te maken voor “Het Zuid”.

Nadien (begin jaren 70) zou hij nog toeren met o.m. Joe Cocker door de VS.

Hij is echt iemand die nooit is doorgebroken, hoewel in de kringen van folk en blues gitaristen zijn naam klinkt als een bel.

Het zal pure nostalgie geweest zijn dat mij deze plaat nog eens op de draaitafel deed leggen. Ik heb ervan genoten als die eerste dag, in Gent toen ik de plaat kocht na zijn optreden in het zaaltje.

Favoriete tracks heb ik echt niet. Daarom volgen hier lukraak :

1. Get Back (Broonzy)
2. Automechanic Blues (McGhee)
3. Guitar Boogie (Lockran)
4. Careless Love (Traditional)







vrijdag 12 juli 2013

Henhouse Five plus too : In the Mood / Classical Cluck (1976)




Ray Stevens is een Amerikaanse zanger (country, pop) die in de jaren ’60 en ’70 een aantal vaak humoristische liedjes uitbrengt. Kenmerkend is zijn gebruik van het opgenomen gelach van publiek in zijn nummers. Bekende titels van hem zijn: ‘Ahab the Arab’, ‘Harry the Hairy Ape’, ‘Bridget the Midget’ en ‘The Streak’.

Onbekender zijn zijn meer serieuze nummers. ‘Sunday Morning Coming Down’ wordt succesvol gecoverd door Johnny Cash.

Deze "In the Mood" door "Henhouse Five plus too" is wonderlijk en hilarisch.

Ik zeg niks, gewoon luisteren.


In the Mood

Classical Cluck




donderdag 11 juli 2013

The Undertakers : Just a little bit / Stupidity (1964)



The Undertakers waren een Britse beatgroep, tijdgenoten van The Beatles en een toonaangevende groep in de Merseybeat muziek scene van de vroege jaren 1960.

Hun bekendste line-up was:

Jackie Lomax (lead vocals, bass)
Chris Huston (lead gitaar, zang)
Geoff Nugent (solo, slaggitaar, zang)
Brian Jones (alt, tenor saxofoon, zang)
Bugs Pemberton (drums) (geboren Warren Pemberton, 1944)


The Undertakers waren "very big" lokaal in Liverpool. Dit kwam vooral door hun woeste live optredens. Wat ze speciaal hadden was een saxofonist die de band vooruit stuwde .

Ze speelden in de Hamburgse Star-Club in 1962. Bij hun terugkeer, verwierpen zij een management-aanbod van Brian Epstein, en tekenden dan een platencontract bij Pye Records met Tony Hatch als platenproducer. De platen die ze maakten bij Pye waren zwak, alleen hun derde single "Just a Little Bit" geraakte voor een weekje in de top 50 in april 1964.

Hier is ie.

Just a little bit


Stupidity


vrijdag 28 juni 2013

The Who : Under my thumb / The Last Time (1967)



Op 28 juni 1967 komt Mick Jagger voor de rechter in Chichester (graafschap Essex). Hij wordt beschuldigd van het bezit van peppillen. Na de getuigenverhoren wordt hij naar de cel afgevoerd waar hij de nacht doorbrengt.

De dag daarna is het de beurt aan Keith Richards.

Mick krijgt drie maanden en Keith 1 jaar gevangenisstraf plus een fikse geldboete. Deze straf zal in hoger beroep tot een voorwaardelijke straf worden omgevormd. Mick krijgt uiteindelijk 12 maanden voorwaardelijk en Keith wordt vrijgesproken.

Om hun vrienden Mick Jagger en Keith Richards, die opgepakt zijn wegens vermeend drugsbezit, een hart onder de riem te steken, nemen Pete Townshend, Roger Daltrey en Keith Moon op 28 Juni 1967 in De Lane Tea de Stones nummers The Last Time en Under My Thumb op.

Pete Townshend speelt behalve gitaar en toetsen, ook basgitaar vanwege het feit dat John Entwhistle die op 23 Juni 1967 met Alison Wise is getrouwd, nog op huwelijksreis is. 



 
The Who gaan nog verder om Mick Jagger en Keith Richards te steunen. In een advertentie op 30 Juni 1967, betaald door Track Records (de platenmaatschappij van The Who), in de Evening Standard staat te lezen: "The Who consider Mick Jagger and Keith Richards have been treated as scapegoats for the drugproblem and as a protest against the savage sentences imposed on them at Chichester yesterday, The Who are issuing today the first of a serie Jagger/Richards songs to keep their work before the public until they are free again to record themselves". The Last Time/Under My Thumb komt tot een 44ste plaats in de Engelse hitlijst.

Kit Lambert over de single: "It was just a simple gesture, and we are not trying to cash in at all. All royalties will go to charity"

De Stones zullen even later “We love you” opnemen, een bedankje aan de fans om hen te blijven steunen. De song begint met het toeslaan van een gevangenisdeur, het trauma van Mick Jagger die een nacht in de nor doorbracht.


The Who - Under my thumb



The Who - The Last Time
 


The Rolling Stones - We love you
 




donderdag 27 juni 2013

The Pebbles - EP-President / PRC 512 (Frankrijk)



Ze begonnen als "The Flintstones", maar wijzigden algauw hun naam naam  in The Pebbles en  tekenden een contract met Barclay Records. Hun sound kan het best worden omschreven als een hybride vorm van The Hollies, The Moody Blues en The Beatles.

Ze scoorden de ene hit na de andere (twee nr 1 hits in België, Frankrijk en Spanje), maar Barclay was niet geïnteresseerd in de Angelsaksische markt. Daarom werden hun platen niet uitgebracht in de VS en de UK.  Maar "Seven Horses in the Sky”  was wel de alarmschijf op Radio Caroline..



 
Dankzij hun live-reputatie deelden The Pebbles de affiche met o.m. Jimi Hendrix, Small Faces, The Nice, Fleetwood Mac, het Colosseum.

George Harrison was zo gecharmeerd door de band dat hij de groep uitnodigde naar Apple maar Alain Milhaud ("Black Is Black / I want a name” - Los Bravos) wilde hen niet laten gaan.

In 1969 namen ze hun eerste album op.  Luk Smets verliet de band kort daarna.




Uiteindelijk beëindigden ze hun contractuele verplichtingen met Barclay en trokken ze naar United Artists. The Pebbles maakten hier  een prachtig tweede album met Ed Welsh. Succes in de UK kwam er echter niet.

Tenslotte gaat de band uit elkaar in 1974. Hun grootste hits waren "Get Around", "Seven Horses In The Sky", "Incredible George", "To The Rising Sun", "Mother Army”, "The Kid is Allright" en "Mackintosh".

 Luk Smets vormden de uitstekende band “ Shampoo” , terwijl Bob en Fred samen werkten met “ Dream Express”  en later “Trinity”.

De Pebbles brachten in heel hun carrière 1 EP (1968) uit.

The Pebbles - EP-President / PRC 512 (Frankrijk)

1. Huma la la la
2. Someone to love
3. Geneveve
4. I wonder






vrijdag 21 juni 2013

Burnt Sienna - Dear Jack (1994)



Gisteren teruggevonden op mijn zolder !

Een CD Single uit 1994 uit de stal van mijn vriend JP. (Boom! Records)

Geproduced door Alex Callier aub.!!!

Met

Hans Van Regenmortel (viool)
Luc Meyers (gitaar, klavier)
Mieke Duytschaever (zang)


Een totaal over het hoofd gezien groep, met deze prachtige CD Single. Prachtig als je 't mij vraagt.

Dear Jack



Find me home 





woensdag 19 juni 2013

Petula Clark - de Ep's uit 1962.



Ik was dertien en kreeg van mijn moeder en EPtje van Petula Clark, met daarop dé hit van het moment "Coeur Blessé". Haar eigenaardige (engelse) uitspraak van het frans was iets speciaals. Daarbij was de melodie van die aard dat ze bleef hangen. Ik heb dagen met dat liedje in mijn hoofd gelopen en ook vandaag nog doet het me iets.

Ik denk dat dit mijn eerste EPtje was, het begin van een zeer lange reeks.

Petula Clark, CBE (Ewell (Surrey), 15 november 1932) werd geboren in Ewell, Surrey, haar vader was Engels en haar moeder kwam uit Wales. Ze maakte haar radiodebuut in oktober 1942 toen ze met haar vader op een uitzending van de BBC was om een bericht te sturen naar een oom die overzees gestationeerd was. De producer vroeg iemand om iets te zingen en Petula gaf zich op, het publiek in de studio was enthousiast en Petula maakte vervolgens zo’n 500 optredens in programma’s die gemaakt waren om de oorlogstroepen te entertainen. Clark toerde door het land met andere kinderster Julie Andrews en werd bekend als de Britse Shirley Temple en werd een mascotte voor zowel het Britse als het Amerikaanse leger.

Toen ze in 1944 optrad in de Royal Albert Hall werd ze ontdekt door filmregisseur Maurice Elvey die haar vroeg om weeskind te spelen in zijn oorlogsdrama Medal for the General. Er volgden nog verschillende films. Hoewel ze meestal in B-films speelde had ze toch de kans om samen te werken met Anthony Newley in Vice Versa (geregisseerd door Peter Ustinov) en Alec Guiness in The Card, die door velen als een klassieker beschouwd wordt.

In 1946 ging haar televisiecarrière van start op de BBC met de show Cabaret Cartoons. Hierna kreeg ze haar eigen namiddagserie die gewoon Petula Clark heette. In 1949 volgde nog Pet’s Parlour. In latere jaren toen ze al een gevierde zangeres was kreeg ze ook nog de series This is Petula Clark (1966) en The Sound of Petula (1972-74).

In de jaren 50 begon ze liedjes op te nemen en uit te brengen en scoorde in 1954 haar eerste hit in het Verenigd Koninkrijk. In de Verenigde Staten bracht ze in 1951 haar eerste lied uit (Tell Me Truly), maar het duurde dertien jaar vooraleer het Amerikaanse platenkopende publiek haar zou ontdekken.

Petula werd in 1958 uitgenodigd om te zingen in het befaamde Olympia te Parijs. Daar ontmoette ze Claude Wolff, waar ze zich onmiddellijk toe aangetrokken voelde, en toen hij haar vroeg of ze bij platenmaatschappij Vogue Records wilde tekenen ging ze onmiddellijk akkoord. Haar eerste Franse opnames waren grote successen en in 1960 ging ze op tournee door Frankrijk en België met de Franse ster Sacha Distel, die een goede vriend van haar bleef tot zijn dood in 2004. Petula veroverde het hele continent door liedjes in het Duits, Frans, Italiaans en Spaans te zingen.

In juni 1961 trouwde ze met Claude, eerst voor de wet in Parijs en daarna voor de kerk in Engeland. Ze besloot naar Frankrijk te verhuizen waar ze al snel twee dochters kreeg, Barbara Michelle en Katherine Natalie, en later nog een zoon Patrick die in 1972 geboren werd.

Ze besluit om samen met Claude definitief in Frankrijk te gaan wonen. Ze wil weg uit Engeland omdat ze haar daar nog altijd als een soort wonderkind benaderen en daar heeft ze absoluut geen zin meer in.

Ze vertaalt het nummer Ya Ya van de Amerikaanse blueszanger Lee Dorsey in het Frans en geeft er een danstouch aan, want op dat moment is het zowat allemaal de twist die de muziek scene beheerst.



 
De concurrentie groeit : Sylvie Vartan, Françoise Hardy, Michèle Torr en Sheila, de yé-yé girls.

Ze leent het nummer Chariot van de Franse componisten J.W. Stole en Del Roma, de schuilnamen van de bekende producers en orkestleiders Franck Pourcel en Paul Mauriat die aan Jacques Plante hadden gevraagd er een Franse tekst voor te schrijven. Voor Petula wordt het een mosnethit in Frankrijk. Little Peggy March zal de song coveren in het Engels en als I Will Follow Him op één in Billboard’s Hot One Hundred komen.

Petula gaat op tournee met Jacques Brel die speciaal voor haar Un Enfant schrijft.

In 1963 is er voor de Franse markt het album Ceux Qui Ont Un Coeur, een vertaling van Anyone who had a heart van Burt Bacharach en Hal David. Op dit album vinden we ook een prachtige cover van Needles and Pins dat op dat moment een grote hit is voor de Britse Searchers La Nuit N’En Finit Plus. 




Terwijl ze zich focuste op een nieuwe carrière in Frankrijk bleef ze ook hits hebben in haar thuisland. Het lied Sailor werd haar eerste nummer één hit in 1961, datzelfde jaar had ze nog hits daar met "Romeo" en "My Friend the Sea". Het volgende jaar had ze in Frankrijk dikke hits met "Ya Ya Twist" (een cover van een lied van Lee Dorsey) en "Chariot" (originele versie van "I will follow him"). De Duitse en Italiaanse versies van haar hits sloegen ook aan. Ze coverde ook enkele liedjes van Serge Gainsbourg en ook deze plaatjes verkochten als zoete broodjes.

Dit zijn haar 5 Franse EP's uit het jaar 1962
. Het begin van haar carrière in Frankrijk.









maandag 17 juni 2013

Sacha Distel - Marina (1962)




Sacha Distel - Marina (1962)
(Sacha Distel)

Gisteravond gevonden op mijn zolder tussen mijn soundtracks. Ik was rats vergeten dat ik dit had.

Het is een 45 toeren plaatje met een stuk uit de soundtrack van de film "Les Sept Péchés Capitaux" van Roger Vadim.

Het gaat om een Instrumental met een jazzquintet (Sacha op gitaar) voor het onderdeel l'Orgueil in Roger Vadim-film "Les Sept Péchés Capitaux".

Het nummer kwam als single uit bij wijze van soundtrack. De Marina in kwestie is actrice Marina Vlady, twijfelend tussen haar echtgenoot (Jean-Pierre Aumont) en haar lover (Sami Frey).

Originele Opname is van Sacha Distel (1962) (Philips). Deze opname laat weer eens horen wat een knap muzikant hij wel was.

Covers zijn : Tony Bennett (1963) [enorme hit US als The Good Life; tekst: Jack Reardon], Betty Carter (1963) [idem], Blossom Dearie (1963) , Sarah Vaughan (1963) , Nancy Wilson (1964) , Frank Sinatra (1964) , Duke Ellington (1964) , Sacha Distel (1964) [als La Belle vie], Bobby Darin (1965) , Ann-Margret (1966) , Brigitte Bardot (1967) [als La Belle vie], Petula Clark (1968) , Sacha Distel (1969) [instrumentaal als The Good Life met het Slide Hampton Orch.], Dee Dee Bridgewater (2005) [als La Belle vie op cd J'Ai Deux Amours].


Marina



Blue Waltz de l'Orgueil







maandag 6 mei 2013

The Three Degrees - La Chanson Populiare / I like being a woman (1974)



The Three Degrees is een uit Philadelphia afkomstig damestrio, bekend van discoklassiekers als ‘Dirty Ol’ Man’ en ‘When Will I See You Again’.

De groep werd in 1963 opgericht als the Three Degrees en kende vele bezettingswisselingen. Op hun hoogtepunt halverwege de jaren ‘70 bestaat de groep uit Fayette Pickney, Valerie Holiday en Sheila Ferguson.

Het succes voor de groep begint in 1970 met de single ‘Maybe’, een cover van The Chantels, hetzelfde jaar gevolgd door ‘I Do Take You’. In 1971 speelt de groep een rol in de succesvolle film The French Connection, met Gene Hackman.

De Three Degrees komen in 1973 onder de hoede van het producersduo Kenneth Gamble en Leon Huff en scoren de wereldwijde discohit ‘Dirty Ol’ Man’.

Hun populariteit wordt in de Verenigde Staten nog eens vergroot als ze samen met soulgroep MFSB de herkenningstune maken voor het goed bekeken tv-programma Soul Train. Het thema wordt op veler verzoek als ‘TSOP (The Sound of Philadelphia)’ op single uitgebracht.

De in 1974 uitgebrachte en eveneens door Gamble en Huff geproduceerde single ‘When Will I See You Again’ wordt hun grootste hit, er worden zo’n 2 miljoen exemplaren van verkocht. In de tweede helft van de jaren ‘70 brengen de Three Degrees enkele albums uit, echter zonder hitlijst-bestormende hitsingles.

In  1974  komen ze voor een optreden naar Frankrijk en nemen er een nummer op van Claude François, in het Frans (“La Chanson Populaire”)

Dit is die single.


La Chanson Populaire



I like being a woman




woensdag 17 april 2013

Jools Holland - Boogie Woogie '78 (1978)



Julian Miles "Jools" Holland (Londen, 24 januari 1958) is een Engels pianist, televisiepresentator en bandleider van zijn orkest Jools Holland & His Rhythm & Blues Orchestra. Hij staat vooral bekend als de presentator van het BBC-programma Later with Jools Holland, mogelijk één van de invloedrijkste muziekprogramma's ter wereld.

Holland brak door als lid van de band Squeeze, die opgericht werd in maart 1974. Holland speelde de keyboards in de band. In 1980 verliet hij de groep omwille van een solocarrière. De groep had tot dat moment drie albums uitgebracht. De eerste soloplaat van Holland kwam al in 1978 uit, de ep Boogie Woogie '78. In de jaren 80 bouwde Holland zijn solocarrière verder uit, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van het orkest The Jools Holland Big Band in 1987, en uiteindelijk Jools Holland & His Rhythm & Blues Orchestra. Het orkest speelt jaarlijks voor gemiddeld 50.000 mensen.[2] In 1983 speelde Holland een lange pianosolo in het lied "Uncertain Smile" van de band The The op hun album Soul Mining.




 
Sinds 1992 presenteert Holland zijn muziekprogramma Later with Jools Holland op de Britse televisiezender BBC Two. In het programma treden zowel gevestigde als onbekende bands en artiesten op, en af en toe speelt Holland met een van hen mee tijdens de opnames. Voor oudjaarsavond maakt Holland altijd de oudjaarsspecial Hootenanny. Naast "Later" maakte Holland ook andere televisieprogramma's voor de BBC, zoals Name That Tune; Don't Forget Your Toothbrush; Beat Route; Jools Meets The Saint en Jools' History Of The Piano.

In 1996 kreeg Holland een platendeal met Warner Brothers. Voor deze platenmaatschappij maakte hij de cd-serie "Jools and Friends", waarbij hij telkens met verschillende artiesten samen speelt. Voorbeelden van deze artiesten zijn onder andere Blur, Coldplay, Sting, George Harrison, Norah Jones, Eric Clapton, Joe Strummer, Robert Plant, Smokey Robinson, Sugababes, Peter Gabriel en Solomon Burke.

Dit is die allereerste EP van Jools uit 1978.