Posts tonen met het label Beat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beat. Alle posts tonen

zaterdag 31 augustus 2013

Billy J. Kramer and the Dakota's - De UK EP's



Billy J. Kramer with The Dakotas was een Britse popgroep, opgericht in 1963. De zanger kwam uit de buurt van Liverpool, de groep uit Manchester.

De groep nam verschillende covers van Beatles-nummers op. Van hun drie grootste hits, “Do You Want to Know a Secret”, “Bad to Me” en “Little Children”, waren er twee geschreven door Lennon en McCartney.

William Ashton was de jongste van zeven kinderen. Hij volgde een opleiding tot machinist bij British Railways en speelde in zijn vrije tijd ritmegitaar in een amateurbandje. Na korte tijd begon hij daarnaast te zingen. Als artiestennaam koos hij Billy J. Kramer. De achternaam haalde hij willekeurig uit een telefoonboek, de ‘J.’ voegde hij later toe op aanraden van John Lennon; dat klonk professioneler.

Hij trad op als zanger met een begeleidingsgroep die zich The Coasters noemde, toen hij kennis maakte met Brian Epstein. Vermits zijn gitaar gestolen was, zong Kramer alleen nog. Begin 1963 vroeg Epstein of Kramer beroepszanger wilde worden. The Coasters wilden de amateurstatus niet opgeven, dus Epstein ging op zoek naar een professionele begeleidingsband.

Die band werd The Dakotas uit Manchester. De groep was in 1960 opgericht en speelde daar in clubs en ballrooms. Toen Brian Epstein hen vroeg om naar Liverpool te komen, waren ze de vaste begeleidingsgroep van de zanger Pete Maclaine. The Dakotas gingen akkoord, mits ze ook zelf platen mochten maken, los van Billy J. Kramer. Zo sloot Epstein twee afzonderlijke platencontracten af met Parlophone. Om duidelijk te maken dat het hier om een samenwerkingsverband tussen een zanger en een groep ging, werden ze samen Billy J. Kramer with The Dakotas genoemd. De pers en het publiek hadden het toch vaak over Billy J. Kramer and The Dakotas of Billy J. Kramer & The Dakotas.


 
The Beatles, Gerry and the Pacemakers en Billy J. Kramer and the Dakotas' met manager Brian Epstein.


De groep was, na The Beatles en Gerry & the Pacemakers, de derde groep die Brian Epstein als manager onder zijn hoede nam.

Het met de groep bevriende duo Lennon en McCartney gaf toestemming om het nummer “Do You Want to Know a Secret” op te nemen, dat op het Beatles-debuutalbum “Please Please Me” stond. De versie van Billy J. Kramer with The Dakotas bracht het in mei 1963 tot de tweede plaats in de UK Singles Chart.


Billy J. Kramer, Cilla Black en Gerry and the Pacemakers.


Lennon en McCartney schreven ook de tweede en de derde single van de groep. “Bad to Me” en “I'll Keep You Satisfied” zijn zelfs allebei nummers die The Beatles nooit zelf hebben opgenomen. “Bad to Me” haalde in augustus 1963 de eerste plaats in de UK Singles Chart;  “I'll Keep You Satisfied” bracht het in november 1963 tot de vierde plaats.

Lennon en McCartney waren gewillig genoeg, maar Billy J. Kramer with The Dakotas kozen als volgende single toch een nummer geschreven door anderen. Ze waren bang dat ze anders eeuwig in de schaduw van The Beatles zouden blijven staan. “Little Children”, van de Amerikaanse liedjesschrijvers J. Leslie McFarland en Mort Shuman, werd de grootste hit van de groep. In maart 1964 bereikte het nummer de eerste plaats in de UK Singles Chart. Met dit ietwat ondeugende liedje over kleine kinderen die hinderlijk aanwezig zijn als de ik-figuur alleen wil zijn met zijn vriendinnetje, brak de groep ook door in de Verenigde Staten, waar het nummer de zevende plaats bereikte in de Billboard Hot 100. In de VS was Bad to Me de achterkant; dat nummer bereikte de negende plaats.




De volgende single, “From a Window”, was dan alweer een nummer van Lennon en McCartney dat nooit is opgenomen door The Beatles. In augustus 1964 bereikte het de tiende plaats in de Britse hitparade.

Dit matige succes luidde een periode van neergang in. De volgende plaat, “It’s Gotta Last Forever”, deed niets. De opvolger, “Trains and Boats and Planes”, deze keer een nummer van Burt Bacharach, dat in mei 1965 uitkwam, moest concurreren met de versie van de maestro zelf. Bacharach won de competitie met een vierde plaats in de Britse hitparade. Kramer en de Dakotas haalden toch nog een eervolle twaalfde plaats.

Het was hun laatste succes.

Hun volgende platen haalden de hitparade niet meer. In 1967 besloten Billy J. Kramer en de Dakotas hun eigen weg te gaan.

Conform de afspraken met Epstein mochten The Dakotas zelf ook platen uitbrengen. In deze periode brachten ze drie singles met instrumentale nummers uit. Daarvan werd “The Cruel Sea” in 1963 in Groot-Brittannië met een 18e plaats een klein hitje. Het nummer verscheen het volgende jaar verrassend op een lp van Billy J. Kramer with The Dakotas die bestemd was voor de Amerikaanse markt, nu onder de titel “The Cruel Surf”. Onder die titel namen The Ventures het nummer in hun repertoire op. Het staat op hun lp Live In Japan ’65.







Dit zijn hun EP’s
 

• The Kramer Hits
Parlophone GEP 8885 Sep '63
1.Do You Want To Know A Secret?
2.I'll Be On My Way
3.Bad To Me
4.I Call Your Name

• I'll Keep You Satisfied
Parlophone GEP 8895 Dec '63
1.I'll Keep You Satisfied
2.I Know
3.Dance With Me
4.It's Up To You

• Little Children
Parlophone GEP 8907 May '64
1.Little Children
2.They Remind Me Of You
3.Beautiful Dreamer
4.I Call Your Name

• From A Window
Parlophone GEP 8921 Nov '64
1.From A Window
2.Second To None
3.Dance With Me
4.Twelfth Of Never

• Billy J. Plays The States
Parlophone GEP 8928 Feb '65
1.Sugar Babe
2.Twilight Time
3.Tennessee Waltz
4.Irresistible You




dinsdag 30 juli 2013

Tenderfoot kids - Time Is Up / Intoxication (Barclay BE 61198) 1970




Tenderfoot kids - Time Is Up/Intoxication (Barclay BE 61198) 1970

Deze groep uit Verviers kwam met deze single binnen in de Belgische (franstalige) hitparade (Formule J)  in februari 1970! Hij geraakte tot nummer 11.

Na de release in juni 1970 van hun eerste single, “The Bird And The Hunter”, geproduceerd door Barclay wordt deze direct gebombardeerd tot “disque de la semaine” van de RTB,  Formule J.

Marc Moulin zal de single ook regelmatig draaien op zijn “Cap de Nuit”.

De groep besluit minder bals te spelen maar eerder als attractie op te treden.




 

Hun tweede single gaat onopgemerkt voorbij maar hun live reputatie blijft groeien. Ze treden op met The Pebbles, en verzorgen het voorprogramma van Michel Polnareff in de Ancienne Belgique in Brussel voor een week.

In februari 1970 volgt dan “Time Is Up” met op de B kant “Intocication”.  Het wordt een regelrecht succes, hoewel nog steeds niet die grote impact waarvan gedroomd werd.

Er volgt nog een single en daarna gaan de wegen van de bandleden uit elkaar. Tenderfoot Kids geven hun laatste concert in april 1972.


Time is Up



Intoxication




5 from Dave - I Don't Wanna Loose You/Little Child (1967)



5 from Dave - I Don't Wanna Loose You/Little Child (1967)

Dit was de eerste van de drie singles die deze groep uit Boom uitbracht.

Hoewel ze niet lang bestonden worden hun plaatjes vandaag erg gezocht.

Ze waren erg beïnvloed door de britse bands van het midden van de jaren zestig. Dave Munro was de zanger en auteur van hun songs
.


I don't wanna loose you



Little Child




donderdag 11 juli 2013

The Undertakers : Just a little bit / Stupidity (1964)



The Undertakers waren een Britse beatgroep, tijdgenoten van The Beatles en een toonaangevende groep in de Merseybeat muziek scene van de vroege jaren 1960.

Hun bekendste line-up was:

Jackie Lomax (lead vocals, bass)
Chris Huston (lead gitaar, zang)
Geoff Nugent (solo, slaggitaar, zang)
Brian Jones (alt, tenor saxofoon, zang)
Bugs Pemberton (drums) (geboren Warren Pemberton, 1944)


The Undertakers waren "very big" lokaal in Liverpool. Dit kwam vooral door hun woeste live optredens. Wat ze speciaal hadden was een saxofonist die de band vooruit stuwde .

Ze speelden in de Hamburgse Star-Club in 1962. Bij hun terugkeer, verwierpen zij een management-aanbod van Brian Epstein, en tekenden dan een platencontract bij Pye Records met Tony Hatch als platenproducer. De platen die ze maakten bij Pye waren zwak, alleen hun derde single "Just a Little Bit" geraakte voor een weekje in de top 50 in april 1964.

Hier is ie.

Just a little bit


Stupidity


The Dave Clark Five - de eerste drie Franse EP's



De band begon als het Dave Clark Quintet in 1957, met Clark op drums, Dave Sanford op lead gitaar, Chris Walls op bas, Don Vale op piano (en arrangeur).

Na heel wat wijzigingen in de groep werd hun naam uiteindelijk veranderd in “The Dave Clark Five” .

De bezetting was nu :
Dave Clark, drums
Mike Smith, zang en elektronisch orgel
Lenny Davidson, sologitaar
Rick Huxley, basgitaar
Denis Payton, saxofoon, mondharmonica en gitaar.

De band werd gepromoot als de voorhoede van de "Tottenham Sound ', een reactie op de Mersey Beat stal beheerd door Brian Epstein.

Dave Clark, de onbetwiste leider van de groep, plaatste zijn drumstel vooraan op het podium  met de gitaristen en orgel aan zijn achter-en zijkanten. Hij deed de zaken van de groep, deals die hem toestonden om opnames van de band te produceren en die hem uiteindelijk de controle van de masters opleverden. Songwriting credits gingen naar Clark, Clark en Smith, Clark en Davidson, en Clark en Payton.

The Dave Clark Five had 17 platen in de top 40 van de Amerikaanse Billboard chart, 12 Top 40 UK hits  tussen 1964 en 1967.






Ze waren eigenlijk de eerste groep die de zgn. British Invasion inluidden. Ze speelden 18 optredens op The Ed Sullivan Show  - het meest van alle Britse invasie groep.

Na het succes van de film van de Beatles  “A Hard Day’s Night”  in 1964, bracht de band zijn eigen film uit, “Catch us if you can” (geregisseerd door John Boorman) in 1965.
De leden van de groep spelen een groep stuntmannen. Hun leider Steve (Dave Clark) heeft er ineens genoeg van tijdens de opnamen voor een tv-spot en gaat ervandoor met Dinah (Barbara Ferris), een actrice die gespecialiseerd is in commercials voor de vleesindustrie.

Na hun eerste successen, de film en een tv-special, waren de grote hits verleden tijd. Er kwam wel nog "You Got What It Takes" uit 1967, maar het sprookje was gedaan.

De band probeerde vergeefs mee te gaan met de psychedelische trend, maakte zelfs  "Live in the Sky" (gebaseerd op de Beatles '' All You Need is Love '), maar niets mocht baten.

De DC5 hielden ermee op in 1970.

Na de opheffing van de groep begon Clark een mediabedrijf.  Hij verwierf de rechten van de opnamen van het tv-programma Ready Steady Go!

Mike Smith bleef in de muziekbusiness. Hij schreef jingles voor reclamespotjes en hielp artiesten bij platenopnamen. In 2002 begon hij een eigen band, Mike Smith’s Rock Engine. Die band was een kort leven beschoren, want in 2003 maakte hij een val, die hem voor de rest van zijn leven vrijwel geheel verlamd maakte. Hij overleed in 2008.

Lenny Davidson werd gitaarleraar en leidde een bedrijf dat kerkorgels repareerde.

Huxley ging werken voor een bedrijf dat handelde in muziekinstrumenten en gaf later leiding aan een bedrijf in elektrische apparatuur. Hij overleed begin dit jaar.

Payton werd makelaar, maar bleef parttime muziek maken tot zijn dood in 2006.





Dit zijn hun eerste drie (franse)  EP’s.









dinsdag 2 juli 2013

The Spectres - Traffic Jam




Status Quo, Ook wel bekend als The Quo of gewoon Quo, is een Engelse rock band wiens muziek gekarakteriseerd wordt door een sterke boogie en boogie-woogie stijl. De wortels van de groep lagen bij "The Spectres" opgericht door schoolgangers Francis Rossi en Alan Lancaster in 1962. Na diverse line-up veranderingen, werd de band eind 1967 "The Status Quo", hetgeen uiteindelijk "Status Quo" werd in 1970. Ze hadden uiteindelijk meer dan 60 bekende hits in het Verenigd Koninkrijk, meer dan welke andere rock band ook in de geschiedenis. 22 van hun singles bereikten de top tien in het Verenigd Koninkrijk.

De band begon in de Underground rock in de jaren 60 onder de naam The Spectres.

Rond 1967 ontdekten ze de psychedelische rock en veranderden ze hun naam in Traffic en niet veel later in Traffic Jam (om verwarring te voorkomen met de band Traffic van Steve Winwood). Aan het einde van dat jaar trokken ze Rick Parfitt aan en noemden ze zich Status Quo. Na een korte psychedelische periode met enkele hits zoals 'Pictures of Matchstick Men', 'Blackveils of Melancholy' en Ice in the Sun' veranderde Quo van stijl met het album Dog of two head. Geleidelijk werd met de albums Piledriver en Hello begin jaren zeventig een breed publiek bereikt. De band ontwikkelde een eigen kenmerkende stijl van weinig akkoorden, makkelijke teksten en een stevig ritme.

Ik heb ooit twee singeltjes van die zgn. Pre-Quo periode gevonden (beiden voor twee keren niets in een rommelbak)

Dit zijn ze:


The Spectres

1. "Hurdy Gurdy Man" (Lancaster/Barlow)
2. "Laticia" (Lancaster)


Traffic Jam

3. "Almost but not quite there"
4. "Wait just a minute"


Een weetje : "Almost but not quite there" werd verboden op de BBC wegens openlijke sexuele lyrics.








zaterdag 29 juni 2013

The Dave Clark Five – Do You Love Me ? (1964)




The Dave Clark Five (soms afgekort tot The DC5) was een Engelse popgroep, opgericht in Noord-Londen. The Dave Clark Five was na The Beatles de tweede groep van de British Invasion die mocht optreden in The Ed Sullivan Show.

De groep bracht tussen 1964 en 1967 een reeks succesvolle singles uit, waaronder Glad All Over (1964), Bits and Pieces (1964), Can’t You See That She’s Mine (1964), Because (1964), Anyway You Want It (1964), I Like It Like That (1965), Catch Us If You Can (1965), Over and Over (1965) en You Got What It Takes (1967). De band was zowel in Groot-Brittannië als de Verenigde Staten populair.

Popjournalisten schreven over de ‘Tottenham Sound’ als tegenhanger van de Merseybeat uit Liverpool. Vanaf het begin was de groep een privé-onderneming van Dave Clark. De andere leden van de groep waren bij hem in loondienst. Tot in 1964 hadden alle leden van de groep overigens nog een baan naast hun activiteiten voor The Dave Clark Five. Pas in dat jaar werden ze full-time muzikant.

Dit is mijn EP uit 1964







woensdag 24 april 2013

The Motions - I've Waited So Long (EP - VOGUE - INT 18017) 1965 (Frankrijk)




The Motions, Haagse Nederbiet band, in 1964 opgericht door Henk Smitskamp (basgitaar), Robbie van Leeuwen (gitaar), Rudy Bennett (zang) en Sieb Warner (drums).

The Motions komen eind 1964 voort uit Ritchie & the Ricochets, waarin Bennett en van Leeuwen speelden. Deze groep speelde op 8 augustus 1964 in het voorprogramma van de Stones in het Kurhaus. De eerste single van The Motions is in december 1964 It's Gone (geschreven door Van Leeuwen). De single wordt zonder dat de verkoopcijfers daar aanleiding toe geven door Joost den Draaijer en consorten begin 1965 één week in de Veronica Top 40 op nummer 39 geplaatst. Daarmee zijn The Motions de eerste Nederlandse beatgroep die in de hitparade belandt. 

De eerste lp Introduction to The Motions wordt tot op de dag van vandaag beschouwd als een klassieker in de Nederbiet. Met het nummer Wasted Words (geïnspireerd door de rage rond de protestsong) heeft de band de eerste grote hit in 1965. Het blad Muziek Expres reikt aan Van Leeuwen een zilveren award uit voor de verkoop van 25.000 verkochte exemplaren. Daarna volgen de hits elkaar in 1966 in hoog tempo op: Why don't you take it, Every step I take en It's the same old song. Ook komt er een tweede lp uit Their own way.

Het nummer How Can We Hang On To A Dream is begin 1967 een grote solo-hit voor Bennett. In mei scoort Rudy met Amy nog een hit. In september 1967 verschijnt een Motions LP in de Songbook serie van het blad Teenbeat (waarin ook albums van The Outsiders en Tee Set worden uitgebracht). 

Van Leeuwen verlaat de band op 1 maart 1967 om een eigen band op te richten: Shocking Blue. Zijn plaats wordt ingenomen door Gerard Romeijn (Tee Set). Het lijkt dat met het vertrek van Van Leeuwen de band de belangrijkste componist en vormgever kwijt is. Maar Sieb Warner en nieuwkomer Romeijn schrijven en componeren ook ijzersterk repertoire! Op de lp Impressions of Wonderful (uitgebracht in oktober 1967) pikt de band een graantje van de flowerpower mee en dit album wordt 'de Nederlandse Sgt. Pepper's' genoemd.

Daarna zal het bergafwaarts gaan met de groep.
In juni 1970 komt de lp Sensation uit, die echter alleen bij de supermarkten van Simon de Wit te koop is, een paar maanden later maakt de groep nog een single voor Negram en houdt het dan voor gezien. De bandleden gaan hun eigen weg, maar zullen elkaar in diverse andere bands weer tegenkomen. Rudy Bennett probeert een solocarrière op te zetten en heeft enkele hits.

Dit is mijn (franse) EP uit 1965.






dinsdag 16 april 2013

Them (EP Decca) - 1965



Them is een Noord-Ierse band afkomstig uit Belfast, die zijn grootste succes kende tussen 1964 en 1966. Het belangrijkste lid van de groep was van 1963-1966 zanger Van Morrison.

De Britse zanger en songschrijver Van Morrison werd in augustus 1945 geboren in Belfast als George Ivan Morrison.

Als tiener speelde Van Morrison mondharmonica, gitaar en saxofoon in verschillende groepen. Op 16-jarige leeftijd verliet hij de middelbare school om zich bij de The Monarchs aan te sluiten. Met The Monarchs speelde Van Morrison ook op het vaste land van Europa.

Na terugkomst in Noord-Ierland richtte Van Morrison in 1963 Them op, met Billy Harrison (gitaar), Eric Wickson (orgel), Alan Henderson (bas) en Ronnie Millings (drums). 

Hun eerste single werd uitgebracht in augustus 1964, met op de A-kant "Don't start crying now" en aan de achterkant "One two brown eyes". Het succes bleef uit. Onduidelijk is of op die eerste plaat ook inderdaad alle Themleden te beluisteren zijn. Van Morrison en Henderson lijkt dat zeker, maar in de opnamepraktijk werd veelal met studiomuzikanten gewerkt. Daarin was Them niet uniek. Bekend is het verhaal dat Ringo Starr tijdens de opnamen van de eerste Beatles-singel "Love me do" plaats moest maken voor een sessiedrummer. Zo zijn tijdens die eerste Them-opnamen waarschijnlijk gitarist Jimmy Page, organisten Arthur Greenslade en Peter Bardens en drummer Bobby Graham ingezet.


 


De tweede single "Baby, Please don't go" had aanvankelijk ook geen succes en Them vertrok teleurgesteld naar Belfast, om even snel naar Londen terug te komen, toen het nummer een hit bleek. Live kon Them de sound van de plaat in elk geval reproduceren, zoals uit de spaarzame overlevende opnamen blijkt. Het verhaal dat de meeste muzikanten binnen Them hun instrumenten onvoldoende beheersten, wordt daardoor ontkracht. Het succes van het nummer leidde tot de elpee "The Angry Young Them". Hierop is ook de uiteindelijk grootste hit van de band "Gloria" te horen. Deze single bereikte in december 1964 de tiende plaats op de hitparade.

Them kende veel personeelswisselingen. Na "Them again" verschenen nog een aantal albums, maar deze zijn niet zo goed.

Dit is hun eerste en enige Engelse EP, met daarop de twee eerste singles.

Them (Decca DFE8612) - 1965







vrijdag 12 april 2013

Op de draaitafel : The Uniques - Uniquely Yours (1966)



The Uniques (1966) - Uniquely Yours (!)

Lang geleden gevonden in een bak met weg te gooien platen (!).

The Uniques  was een Amerikaanse rock band uit Louisiana met Joe Stampley aan het roer. Ze waren actief van ongeveer 1965 tot 1970.

Ze namen het grootste deel van hun materiaal op in de Robin Hood Studios, gevestigd in Tyler, Texas.

Ze brachten hun materiaal uit Paula Records van Shreveport, Louisiana. In totaal maakten ze vijf albums.

Hun twee grootste hits waren  “Not Too Long Ago” en “‘All These Things”.

Het nummer ‘All These Things ” werd geschreven door een nieuwslezer in Louisville, Kentucky, genaamd Tom Maxedon. Het is een liefdeslied voor zijn vrouw Carrie.

Toen die krap bij kas zat verkocht hij de song voor 200 $ aan een onbekende producent. Die gaf het aan The Uniques die het opnamen. Het werd een hit in 1966.

Mijn favoriete tracks :

All these things



Not too long ago




woensdag 10 april 2013

The Yardbirds – For Your Love (1965)



The Yardbirds – For Your Love (1965) (Riviera EP 231.0774 M)

The Yardbirds was een Britse rockband uit de jaren zestig. De band is vooral bekend omdat drie van de beroemdste gitaristen, Eric Clapton, Jeff Beck en Jimmy Page, hun carrière bij the Yardbirds begonnen. De band had gedurende de jaren zestig vele hits, waaronder I’m a Man en For Your Love.

In 1962-63 begon de band in de buitenwijken van Londen onder de naam “the Metropolis Blues Quartet”. In 1963 was de naam veranderd in “the Yardbirds”. Ze kregen volop de aandacht van de Britse rhythm and blues-scene toen ze the Rolling Stones opvolgden als de officiële huisband van de Londense Crawdaddy Club.

In het begin bestond de line-up uit Keith Relf (vocalen en mondharmonica), Chris Dreja (ritmegitaar), Paul Samwell-Smith (basgitaar), Jim McCarty (drums) en Anthony “Top” Topham (leadgitaar). Top werd al gauw vervangen door de toen nog onbekende Eric Clapton.

Onder begeleiding van Crawdaddys impresario Giorgio Gomelsky, die de rol van manager en producer op zich nam, kregen ze in 1964 een contract bij het Columbia-label van EMI. De band was voor het eerst op plaat te horen als begeleidingsband van de blueslegende Sonny Boy Williamson, met wie ze door Europa tourde. In 1964 kwam het eerste album uit, Five Live Yardbirds, een live-album.

De band wilde ook de popmarkt veroveren en bracht enkele singles uit. De eerste singles waren oude blues-covers, maar ze kregen hun eerste grote succes met For Your Love, een nummer geschreven door Graham Gouldman (later 10CC). De single was voor de band het eerste grote succes in eigen land en de grote doorbraak in het buitenland. Alhoewel de single een vernieuwend stuk was en een groot succes, viel hij niet in de smaak bij Clapton, die in die tijd een pure bluesman was.

Hij verliet de band begin 1965 en vertrok naar John Mayall’s Bluesbreakers. Als vervanger raadde Clapton Jimmy Page aan, die het aanbod afsloeg en op zijn beurt Jeff Beck aanraadde.

Hier is mijn Franse  EP uit 1965.








maandag 8 april 2013

The Peddlers – Birthday (1969)



Gisteravond nog een plaatje gedraaid. Echt zo'n "late night" plaat.

The Peddlers kwamen uit Manchester (Engeland) en begonnen zoals velen bij lokale groepen. Trevor Morais, de drummer,  speelde o.m. bij Faron’s Flamingoes en Rory Storm and the Hurricanes.

Verder bestond de groep uit een bassist (Tab Martin) en een Organist (Roy Phillips).

Al gauw had de groep succes met zijn jazzy benadering van popsongs. Ze werden o.m. gevraagd om Dusty Springfield te begeleiden.

Zelf maakten ze een aantal elpees die steeds weer op datzelfde stramien  (Jazzy orgel, bas en drums)  waren gebouwd.

Voor sommigen was dit “middle of the road” muziek, voor anderen was dit mod.

Dit is mijn elpee uit 1969


Girlie P.S. I love you.



Day In Day Out




maandag 18 maart 2013

Mademoiselle Dusty (1964)



Mademoiselle Dusty (1964)

Nadat Dusty Springfield een paar enorme hits had gescoord in de UK, vondt Philips dat het tijd werd om Dusty ook op het Europese vasteland te promoten.

In Frankrijk was ze al in de top 10 geraakt met “Every day I have to cry”, in Maart 1964.

In Juli van datzelfde jaar trok ze de studio in om een “Franse EP” te maken. In de herfst van 1964 kwam de EP “Mademoiselle Dusty” op de markt.

De covers zijn :

- “Demain tu peux changer” (the Shirelles’ Will you still love me tomorrow)
- “Je ne peux pas t’en vouloir” (Losing you – opgenomen voor de Engelse versie !!)
- “L’été est fini” (The summer is over)
- “Reste encore un instant” (Stay awhile).

Hier is Mademoiselle Dusty






maandag 11 maart 2013

The Tages - In my dreams (Impact EP) - 1966



The Tages was een Zweedse rock en roll / psychedelische / folk band, opgericht in de vroege jaren zestig in de buurt van Göteborg.

De band bracht een aantal singles en LP’s uit in hun geboorteland Zweden met aanzienlijk succes. Ze kwamen meer dan 15 keer in de Zweedse TOP 20.

Hoewel herinnerd als een van de beste niet-Engels sprekende bands van de jaren 1960, slaagden ze er niet in om in een Engelstalig land door te breken.

Ze namen wel een album op in Abbey Road voor Parlophone met George Martin, maar dat was het.

Het album “Studio” werd de Zweedse Sgt. Pepper genoemd,  niet omdat het klinkt als The Beatles, maar omdat het een zeer origineel muzikaal experiment was.

In 1968 bracht de band de single "Fantasy Island", die werd gevolgd door hun laatste single, "Halcyon Days". De groep hield op te bestaan in 1970.

Dit is mijn (franse) EP uit 1966.






dinsdag 5 maart 2013

The Betterdays – Don’t want that / Here ‘Tis (Sept 1965)



De legende zegt dat deze garage band uit Plymouth wilder te keer ging dan de jonge Stones.

De groep werd gevormd rond 1960, en kreeg al gauw lokale bekendheid.

Het duurde tot 1965 vooraleer een single “I don’t want that” hen een beetje meer dan louter regionale bekendheid bezorgde. 


 


Ze lieten zich inspireren door de rauwe Rhythm & Blues van Bo Diddley , Howlin Wolf , Jimmy Reed , Chuck Berry ...

Ze speelden voor overvolle clubs en oogstten heftige reacties van het publiek, maar de top zat er niet in.

Deze single is zowat hun enige wapenfeit, maar mag gerust naast de vroege Stones en Yardbirds staan.

NME noemde the Betterdays : "The Group That Makes The Rolling Stones Sound Like The Monkees"







I don’t want that



Here 'Tis




dinsdag 5 februari 2013

The Merseys - The Cat (1967)



Fontana TF845 (juni 1967)
The Cat/ Change Of Heart

Het nummer was van het befaamde duo Greenaway en Cook.

Wij kennen dit nummer allemaal van de bekende cover van ....The Cats, "Sure he's  Cat"

The Merseys was een Brits zangduo, dat overbleef toen de popgroep The Merseybeats in 1966 uit elkaar viel. Het duo bestond uit Tony Crane en Billy Kinsley. Ze speelden gitaar, respectievelijk basgitaar in The Merseybeats, maar als The Merseys zongen ze alleen. Ze hielden de managers die The Merseybeats al hadden: Kit Lambert en Chris Stamp, die ook The Who manageden.

In april 1966 brachten The Merseys hun eerste single Sorrow uit. Het nummer was oorspronkelijk de achterkant van Fever van de Amerikaanse popgroep The McCoys. Van het nummer werden twee versies opgenomen. In de eerste versie werden The Merseys begeleid door vier bijklussende muzikanten: Jimmy Page (The Yardbirds en later Led Zeppelin), John Paul Jones (later ook Led Zeppelin), Jack Bruce (toen even bij Manfred Mann, kort daarna bij Cream) en Clem Cattini (vroeger van The Tornados, daarna een veelgevraagd sessiedrummer). Fontana Records, de platenmaatschappij, was niet tevreden. De begeleiding was te mager; er hoorde een bigband achter. En dus werd het nummer opnieuw opgenomen met een bigband. Die versie kwam op de markt.

De eerste plaat van The Merseys werd een groot succes. Het nummer haalde de vierde plaats in de Britse hitparade. In 1973 werd het nummer in de versie van David Bowie opnieuw een hit.

Alle volgende platen van The Merseys gingen echter roemloos ten onder.

The Merseys zijn nog even in gesprek geweest met John Lennon over het opnemen van diens nummer I'll Be Back. John wilde als producer optreden, maar het probleem dat hij met zijn Beatles bij een ander platenlabel zat, bleek onoverkomelijk

Daarna was het liedje uit.

The Merseys - The Cat (1967)