Posts tonen met het label België. Alle posts tonen
Posts tonen met het label België. Alle posts tonen

woensdag 21 augustus 2013

The Mec Op Singers - Dies Irae (1966)



Deze Naamse groep begon als Les Chats Noirs in 1964, waarschijnlijk een amalgaam van Les Chats Sauvages van Dick Rivers of Les Chaussettes Noires van Eddy Mitchell.

Het was een balorkest zoals er in die tijd tientallen te horen waren.

In 1965 worden ze The Mec Op Singers: Michel Sterkendries, alias Mike Steven  of Mike Stevenly (lead gtr, vcls) - André Terrasse (bs) - Guy Bodart (rhythm gtr) - Freddy Evrard (dr) - Francis Collard (vcls) waren toen de bandleden!

Naar het voorbeeld van the Yardbirds en hun “Still I’m Sad” proberen de Mec Ops iets nieuws.

Andrew had het idee gekregen om iets uit het Gregoriaans ( 'Dies Irae', uit de dodenmis)  te gebruiken als basismelodie. Hierover zou een tekst komen,  gesproken door een zwarte gelynchte man die aan zijn God vraagt om zulke dingen niet meer te laten gebeuren.

De sarcastische lach je hoort aan het einde van de titel is Robert Berry, een professionele acteur in het Theatre Royal de Namur en de vader van Guy Bodart.

Hun eerste opname,  'Dies Irae', als 45's of Extended Play (Dies Irae/Summer In Hawaii/Pep Pills/Only Lonely Me),op het Hebra label was meteen een kaskraker.





 

De groep kon dankzij dit succes zo een beetje overal optreden, ook in Noord Frankrijk en in L'Alhambra in Parijs.

Een tweede single komt uit in 1967,  'It Was My Friend/A Tramp's Guitar Called Suzi', en nog steeds bij het label Hebra.

Toen  moest Guy Bodart nog zijn legerdienst voltooien en kwamen de onvermijdelijke line-up changes daar ook de zanger de groep verliet.

Michel nam de zanglijnen op zich en David Dandoy kwam als gitarist (we kennen een David Dandoy als lid van The Klan en  The Tomahawk Blues Band, misschien ook dezelfde man?), ook Claude Dessy (gt) en een zekere Pluche (een Congolees) worden genoemd.

Na nog een paar singles leek het vet van de soep te zijn: ‘End of the road’ voor de groep, hoewel ze sporadisch nog hebben opgetreden in de jaren 70.

In 1977 stierf  Michel Sterkendries, Francis Collard in 2008, Freddy Evrard volgde helaas in 2011. Guy Bodart leeft in de Verenigde Staten en blijkt een gitaarfreak te zijn geworden terwijl André Therasse ergens als cineast zou werken.







dinsdag 30 juli 2013

Tenderfoot kids - Time Is Up / Intoxication (Barclay BE 61198) 1970




Tenderfoot kids - Time Is Up/Intoxication (Barclay BE 61198) 1970

Deze groep uit Verviers kwam met deze single binnen in de Belgische (franstalige) hitparade (Formule J)  in februari 1970! Hij geraakte tot nummer 11.

Na de release in juni 1970 van hun eerste single, “The Bird And The Hunter”, geproduceerd door Barclay wordt deze direct gebombardeerd tot “disque de la semaine” van de RTB,  Formule J.

Marc Moulin zal de single ook regelmatig draaien op zijn “Cap de Nuit”.

De groep besluit minder bals te spelen maar eerder als attractie op te treden.




 

Hun tweede single gaat onopgemerkt voorbij maar hun live reputatie blijft groeien. Ze treden op met The Pebbles, en verzorgen het voorprogramma van Michel Polnareff in de Ancienne Belgique in Brussel voor een week.

In februari 1970 volgt dan “Time Is Up” met op de B kant “Intocication”.  Het wordt een regelrecht succes, hoewel nog steeds niet die grote impact waarvan gedroomd werd.

Er volgt nog een single en daarna gaan de wegen van de bandleden uit elkaar. Tenderfoot Kids geven hun laatste concert in april 1972.


Time is Up



Intoxication




5 from Dave - I Don't Wanna Loose You/Little Child (1967)



5 from Dave - I Don't Wanna Loose You/Little Child (1967)

Dit was de eerste van de drie singles die deze groep uit Boom uitbracht.

Hoewel ze niet lang bestonden worden hun plaatjes vandaag erg gezocht.

Ze waren erg beïnvloed door de britse bands van het midden van de jaren zestig. Dave Munro was de zanger en auteur van hun songs
.


I don't wanna loose you



Little Child




zondag 28 juli 2013

The Midgets - Mr. Mr. Taxi Man! / Spooky (1972)



Gisteren gevonden op mijn zoldertje. Een plaatje dat ik al jaaaaren heb, maar zeer ondergewaardeerd.

Wie wilde er nu in 's hemelsnaam freakbeat of mod muziek in de jaren zeventig ?  Het lot van de Antwerpse Midgets zou dus gauw bezegeld zijn.

Groep uit Berchem, opgericht in de begin jaren 60 door Roger Dieltjens.

Vanaf 1969 was de bezetting als volgt : Robert Dieltjes ( Gitaar en zang ) Cibos Gregoire ( solo gitaar ) Tirry Robert ( drums ) Van Den Broeck Freddy ( gitaar en zang ) Van Reeth Danny ( bas) . Hebben in eigen beheer één singeltje opgenomen op Ideal Records.

Daarna verlaat Robert Dieltjens de groep en komt Jacobs Eduard in de plaats als zanger. Maken dan nog een singeltje dat uitgebracht word op Fly Records en komt op de 16 de plaats te staan. In 1972 wordt er nog een plaatje gemaakt , daarna verlaten Eduard en Danny de groep en worden vervangen. Er komt nog één singeltje uit, maar het wordt geen succes in 1973 wordt dan de groep ontbonden.

Fly records - Fly 30 (onderdeel van Ronnex Records)

The Midgets - Mr. Mr. Taxi Man! / Spooky  (1971)

Mr. Mr. Taxi Man!


Spooky




donderdag 27 juni 2013

The Pebbles - EP-President / PRC 512 (Frankrijk)



Ze begonnen als "The Flintstones", maar wijzigden algauw hun naam naam  in The Pebbles en  tekenden een contract met Barclay Records. Hun sound kan het best worden omschreven als een hybride vorm van The Hollies, The Moody Blues en The Beatles.

Ze scoorden de ene hit na de andere (twee nr 1 hits in België, Frankrijk en Spanje), maar Barclay was niet geïnteresseerd in de Angelsaksische markt. Daarom werden hun platen niet uitgebracht in de VS en de UK.  Maar "Seven Horses in the Sky”  was wel de alarmschijf op Radio Caroline..



 
Dankzij hun live-reputatie deelden The Pebbles de affiche met o.m. Jimi Hendrix, Small Faces, The Nice, Fleetwood Mac, het Colosseum.

George Harrison was zo gecharmeerd door de band dat hij de groep uitnodigde naar Apple maar Alain Milhaud ("Black Is Black / I want a name” - Los Bravos) wilde hen niet laten gaan.

In 1969 namen ze hun eerste album op.  Luk Smets verliet de band kort daarna.




Uiteindelijk beëindigden ze hun contractuele verplichtingen met Barclay en trokken ze naar United Artists. The Pebbles maakten hier  een prachtig tweede album met Ed Welsh. Succes in de UK kwam er echter niet.

Tenslotte gaat de band uit elkaar in 1974. Hun grootste hits waren "Get Around", "Seven Horses In The Sky", "Incredible George", "To The Rising Sun", "Mother Army”, "The Kid is Allright" en "Mackintosh".

 Luk Smets vormden de uitstekende band “ Shampoo” , terwijl Bob en Fred samen werkten met “ Dream Express”  en later “Trinity”.

De Pebbles brachten in heel hun carrière 1 EP (1968) uit.

The Pebbles - EP-President / PRC 512 (Frankrijk)

1. Huma la la la
2. Someone to love
3. Geneveve
4. I wonder






vrijdag 21 juni 2013

Burnt Sienna - Dear Jack (1994)



Gisteren teruggevonden op mijn zolder !

Een CD Single uit 1994 uit de stal van mijn vriend JP. (Boom! Records)

Geproduced door Alex Callier aub.!!!

Met

Hans Van Regenmortel (viool)
Luc Meyers (gitaar, klavier)
Mieke Duytschaever (zang)


Een totaal over het hoofd gezien groep, met deze prachtige CD Single. Prachtig als je 't mij vraagt.

Dear Jack



Find me home 





vrijdag 19 april 2013

Op de draaitafel : Mr. Fats Sadi, his vibes & his friends : Ensadinado (LP SABA SB 15111) (1966)




Donderdag, een dag zonder computer.... en rust.

Maar MET muziek. ik heb eindeloos genoten van deze elpee van het Fats Sadi Quartet. Ik tikte die ooit op de kop in Gent eind jaren zestig. Het was een goedkope elpee (de prijs staat er nog op ...99F. of 2,5 Euro)

Sadi, bijgenaamd Fats, echte naam Sadi Lallemand (Andenne, 23 oktober 1927 - Hoei, 20 februari 2009) was een Belgische jazzmuzikant. Hij werkte onder de artiestennaam Sadi omdat hij niet van zijn achternaam hield; het Franse "Lallemand" betekent "De Duitser". Sadi was multi-instrumentalist (hij speelde vibrafoon, percussie, piano en bongo), orkestleider, zanger, componist en arrangeur. Hij leidde lang zijn eigen kwartet, maar werkte ook solo en met andere musici.

Reeds op 9-jarige leeftijd trad Sadi in het weekend op als amateur xylofoonspeler. Door het beluisteren van Louis Armstrong ontdekte hij omstreeks 1938 de jazzmuziek. In 1941 begon hij vibrafoon te spelen. In de Tweede Wereldoorlog was hij semiprofessioneel actief, later legde hij zich professioneel toe op de muziek.

Hij was een van The Bob Shots uit Luik; Belgische boppioniers, met onder meer Jacques Pelzer. Van 1950 tot 1961 verbleef hij in Parijs, waar hij samenwerkte met prestigieuze jazzlui zoals Lucky Thompson, Don Byas, Art Simmons, Kenny Clarke en Django Reinhardt.

In 1961 keerde Sadi terug naar België waar hij het orkest van de RTB-radio ging vervoegen. Hij bleef er tot 1965 werken voor het radio-orkest. De volgende jaren ging hij meermalen op tournee, en was hij actief op diverse opnames. Zo speelde hij vaak bij de The Kenny Clarke-Francy Boland Big Band. Van 1969 tot 1974 werkte hij aan een show op de Belgische televisie. Hij werkte ook voor het BRT-jazzorkest.

In 1994 verscheen nog het album The Sadi Quartet, maar in 1995 werd hij ernstig ziek, waarna hij minder op het podium verscheen. Sadi overleed op 81-jarige leeftijd ten gevolge van een virus en de complicaties tijdens een behandeling in het ziekenhuis.

Op deze plaat speelt de "crème de la crème" van de toenmalige Belgische Jazz...

Bass – Jimmy Woode Jr.
Drums – Kenny Clarke
Piano – Francy Boland
Vibraphone – Fats Sadi


Ensadinado



Blue Sunrise



All of You




maandag 8 april 2013

Irish Coffee



Irish Coffee was een Belgische rockband die opgericht werd in 1970. De leden kwamen van een andere band, The VooDoo genaamd.

Aanvankelijk speelde de groep enkel covers van grote internationale rockbands, zoals Deep Purple, Led Zeppelin, The Who en The Kinks.

Na het avontuur van “The Voodoos” ging het grootste deel van de groep naar de groep “Brussel”, de begeleidings groep van Wim de Craene, met wie ze o.m. “Tante Emma” opnamen. Ik voeg er een foto bij die ik toen van de groep met Wim De Craene maakte op het Brusselse Muntplein.





In 1972 brachten ze echter een album uit met enkel nummers van hun eigen hand. Dat album, ‘Irish Coffee’ geheten, werd geperst op 1000 exemplaren en kende toentertijd een bescheiden succes. De single ‘Masterpiece’ was een hitje in een aantal Europese landen. Hun lp en singles zijn nu erg gezochte collector’s items.

 

Originele bezetting :

William Souffreau: zang, gitaar
Jean Van Der Schueren: leadgitaar
Willy De Bisschop: basgitaar
Paul Lambert: hammondorgel
Hugo Verhoye: drums
Luc De Clus: leadgitaar op de nummers ‘Witchy Lady’ en ‘I’m hers’
Raf Lenssens: drums op de nummers ‘Witchy Lady’, ‘I’m hers’, ‘Down down down’ en ‘I’m Alive’
Dirk Dierickx: backing vocals op de nummers ‘Masterpiece’ en ‘The Show’

De groep nam Masterpiece en The Show op in een kleine 8sporen studio in Schelle die eigendom was van The Jokers. De single werd voorgesteld aan de pers op 8 januari 1971. Het kwam uit op het Piratenlabel en deed het vrij goed in België.

Een vertegenwoordiger van het Amerikaanse platenlabel Parrot kreeg de single te horen op de Midem muziekbeurs in Cannes en besloot om ze te tekenen op het label. Hij wilde zo snel mogelijk een volledig album, door de single kwamen ze veel op tv en op de radio. Ze begonnen te schrijven aan de lp en door veel te repeteren konden ze het album opnemen op 4 dagen in de Reward studio.

Voor deze band en zijn debuutsingle heb ik een speciaal (koffie)boontje ! Irish Coffee staat hier op het dak van een kantoorgebouw tussen de Kaas- en de Botermarkt in Brussel. Hun “Masterpiece” kon, volgens mij, de internationale concurrentie van The Greatest Show On Earth (“Real Cool World”) en The Ides Of March (“Vehicle”) moeiteloos doorstaan. Onze eigen Deep Purple!

In de nieuwe editie van Rock over Belgium , het verzamelaarsboek van Kris Dierckx, wordt geschat dat de originele Masterpiece 400 euro waard is. Voor geen enkele Belgische elpee wordt meer geboden.


 
Ook speelden ze in het voorprogramma van onder meer Uriah Heep en Golden Earring.

Hun muziek klinkt als een kruising tussen (hard)rock en blues. De groep werd destijds (officieus) uitgeroepen tot de beste rockband van België. Leadzanger William Souffreau kreeg in de jaren 70 ook de eer benoemd te worden als “beste zanger van België”.

Souffreau is nog steeds actief als soloartist en bracht ondertussen al meer dan 10 albums uit.

In 1975 gingen de leden uit elkaar en was het gedaan met Irish Coffee. In 2004 kwam er echter een reünie (met het album ‘Irish Coffee 2' tot gevolg) en in 2008 bracht de groep nog een livealbum uit, Live Rockpalast – Harmonie Bonn – 21.12.2005.




Hier zijn – niet de zeer gezochte LP uit 1971 (waarvan ik overigens een origineel exemplaar heb sinds de release) maar -  de vier singles van de groep  (1971 – 1974)

• Masterpiece / The Show (Triangle, 1971)
• Carry On / Child (Triangle, 1971)
• Down Down Down / I’m Alive (Triangle, 1972)
• Witchy Lady / I’m Hers (Barclay, 1973)







zaterdag 6 april 2013

ARIANE et les 10/20




Ondanks het feit dat deze groep een reeks steengoeie nummers opnam blijft Ariane grotendeels onbekend in de geschiedenis van de Belgische Pop. Hooguit een kleine voetnoot.

Ze werd geboren als Ariane Buyst in Brussel  in 1944. Haar vader was een uitgever van brassband muziek en eigenaar van een winkel in de stad die muziekinstrumenten verkocht.

Ariane groeide op met de gitaar en ging muziek en muziektheorie studeren.

In 1963 begon ze als zangeres bij de groep Les Croque-notes alvorens haar eigen band op te richten :  Ariane et ses Copains..



 
Het eerste optreden van de groep was in de winkel van Ariane's vader, maar het duurde niet lang voor ze de aandacht trokken van de lokale club eigenaar Jean-Paul Wittemans. Hij was vooral onder de indruk van Ariane (het paar zou later trouwen) en hij regelde voor hen een concert in zijn club, Les Cousins, op Brussel Grote Markt.

De avond was een echt succes en Wittemans haastte zich met de groep naar de studio om een demo op te nemen in het begin van 1964.

De demo werd gehoord door Jean Kluger van Palette records, die de groep een contract gaf. Maar hij stond erop dat ze hun naam veranderden in  Ariane et les 10/20, naar een bekende winkel in Brussel.

“I just wanna hear you say” van the Ravens werd “Comme les fous”, hun eerste single.

Alles ging toen snel. Kluger had Michèle Torr's hit “Dans mes bras oublie ta peine” (een versie van een weinig bekende Amerikaanse release van Ginny Arnell, “Let me make you smile again”). Hij besloot dat dit Ariane’s volgende single zou worden.

De single werd uitgebracht in juli 1964, met “Je ne sais pourquoi” (een cover van de Rip Chords 'surfer juweeltje Hey little cobra) op de B-kant.

Deze vier opnamen kwamen op een EP dat jaar.


Optreden in de "Madeleine" te Brussel.

“Reste à ta place” was de opvolger van deze eerste EP. De release is ook opmerkelijk voor zijn covers van Pam Sawyer’s “Play-boy” en Paul Revere en de Raiders “Louie,go home” (Louie, reviens chez toi).
De single werd uitgebracht in juli 1964, samen met met de al even goede “Je ne sais pourquoi” (cover van The Rip Chords “Hey Little Cobra”) op de B Kant.

Het uitstekende “Les Petits mots d’amour” volgde in 1965.

Ariane en de jongens toerden uitgebreid door België en Frankrijk. Ze waren support acts voor Adamo, Cliff Richard en Ray Charles.

In 1966 gaat Ariane solo. Het succes blijft uit. Haar carrière stopt nadat ze België heeft vertegenwoordigd in de Knokke Cup van 1967.

Ariane toerde met de allergrootsten, Adamo, Cliff Richarden Ray Charles. 

Het liedje was voorbij in 1966.

Hier zijn de twee EP’s en het singeltje die ik van de groep heb.

1964 - Dans mes bras oublie ta peine
1964 - Reste à ta Place
1965 - Les petits mots d’amour  (zeldzaam én gesigneerd)








woensdag 20 maart 2013

Wim De Craene : De Kleine Man / Tante Emma (1974)



Op 14 september 1990 pleegde Wim De Craene (°Gent, 30 juli 1950) zelfmoord in zijn appartement op de Frère Orbanlaan in Gent door het innemen van een overdosis geneesmiddelen.

“Dag Allemaal” was zoals steeds smakeloos en walgelijk : “Wim De Craene kon het leven zonder vriendin Cathy niet meer aan“.

Hoewel maker van "luisterliedjes", en vaak ingedeeld bij de "kleinkunst", is Wim De Craene eigenlijk moeilijk in dat hokje onder te brengen. Het was immers een wilde jongen die vaak experimenteerde met allerlei moderne elementen in zijn muziek.

Wim De Craene werd geboren in een katholiek gezin met zeven kinderen. Op zestienjarige leeftijd begon hij rond te trekken. Hij studeerde verpleegkunde en toneel, maar brak zijn studies voortijdig af. Met de inkomsten die hij als schoorsteenveger en biertapper verdiende, kocht De Craene zijn eerste gitaar. Eind jaren '60 maakte hij deel uit van de Vlaamse folkgroep Ja en werd zo ontdekt door Miel Cools.

Op achttienjarige leeftijd trok hij naar Amsterdam om dichter bij zijn mentor Ramses Shaffy te kunnen wonen. Shaffy liet hem optreden in het café chantant 't Cloppertjen en uit blijk van dank en bewondering noemde De Craene in 1974 zijn eigen zoon Ramses.

In 1969 komt hij in contact met Kamiel Pauwels van Spiraal, die hem op zijn beurt met Louis De Vries, toen nog manager van The Pebbles, in contact brengt zodat hij twee singles kan opnemen, “Recht naar de kroegen en de wijven” en “Roze-rood-oranje”.



 
Het jaar 1975 was zijn meest succesvolle jaar als artiest. Tim (van zijn album Alles is nog bij het oude), Rozane (uit zijn album Brussel) en zijn duet met Della Bosiers, Mensen van 18, werden hits.

De Craene liet zich voor de onderwerpen van zijn liedjes vooral inspireren door mensen die hij kende. Omdat hij vond dat mensen zich meer aangesproken zouden voelen wanneer hij veel voorkomende voornamen gebruikte, kregen veel van zijn nummers titels als Tim, Marieke, Kristien, Elke, Rikky of Marcellino. Niet al deze nummers gaan over mensen die die naam dragen. Tim gaat bijvoorbeeld over zijn pasgeboren zoon, Ramses, maar omdat die naam minder goed in de melodie paste, gebruikte De Craene de voornaam van de zoon van één van zijn beste vrienden.
Rozanne werd geschreven voor ex-vriendin Chris Thys, nu als actrice vooral bekend in haar rol van de ex-vrouw van Witse.

De Craene werd in de tweede helft van de jaren zeventig steeds minder populair. In 1978 organiseerde hij in Wetteren een prestigieus concert om zijn nieuwe album Wim De Craene is ook nooit weg te promoten, maar er kwamen amper 70 mensen op af.




De zanger probeerde later steeds meer onder het stigma "kleinkunst" uit te komen en experimenteerde met andere muzikale stijlen zoals pop, rock, klassiek en disco. Op het album Perte Totale uit 1980 vermengde hij rock, ballads en elektronische muziek. Later in dat decennium liet hij zich ook door new wave inspireren. Helaas waren een groot deel van deze experimenten niet populair en veel ervan worden over het algemeen als mislukkingen gezien. De experimenten die echter wél werkten worden nog altijd gekoesterd door zijn bewonderaars.

Toch voelde De Craene zich miskend. In 1981 scheidde hij ook nog eens van zijn vrouw. Op zoek naar erkenning en succes nam hij tweemaal deel aan de preselectie van het Eurovisiesongfestival: in 1981 met de groep Perte Totale en het nummer Compagnie verliefd en in 1983 als soloartiest met het nummer Kristien. In de tumultueuze finale van 1983, gewonnen door Pas De Deux, werd hij derde.

De hit “Breek Uit Jezelf”  betekende in 1987 eventjes een nieuwe start, maar hij verkocht nadien nog steeds weinig platen.

In september 1990 ging deze romantische en gekwelde ziel de weg op die enkel de meest romantische of gekwelden nemen : hij pleegde zelfmoord.






Hier is een single uit 1974, een scharnierjaar. Zowel voor Wim als de groep Brussel met wie hij toen optrad. Een groot deel van de groep zou dit jaar nog overgaan naar Irish Coffee van William Souffreau.

Clee Van Herzeele (tuba)
Luc De Clus (akoestische gitaar, elektrische gitaar, steelguitar)
Paul Lambert (orgel, piano)
Peggy Coolens (zang)
Raf Lenssens (drums)
Wim De Craene (gitaar, zang)

De foto's zijn van mij. Ik maakte ze in de zomer van 1974 op het muntplein te Brussel.



De Kleine Man



Tante Emma




zaterdag 9 maart 2013

Claudia Sylva - J'ai pleuré / On dit (1965)




CLAUDIA SYLVA  was een Belgische die in het Frans zong en een enorme hit had in 65 met "J'AI PLEURE".

Ze deed indertijd een wereldtournee, ging zelfs naar Zuid Africa en speelde in een film.

Ze stond nr 13 in de Vlaamse top 100 van 65, ver voor the Beatles en the Rolling stones.

In mei 65 stond Claudia Sylva op nr 2 in de Vlaamse top 20 en ze bleef 4 maand in de hitparade staan.

De opvolger van J'ai pleure, "TOI ET MOI"  stond in oktober op nr 10.

Claudia was de vrouwelijke Adamo en Vlaanderen sloot haar in de armen.

Ze behaalde een gouden plaat, in de tijd dat een gouden single nog 100.000 keer over de toonbank moest gaan, de televisie nog geen kleuren kende en muziek uit eigen land nog gerespecteerd werd. Na de single wist ze echter dat succes niet meer te evenaren en liet ze de showbizz achter zich.

Nu woont ze in Halle (Brabant)

J'ai Pleuré



On Dit




zaterdag 2 maart 2013

Clee's Five - No Other Man / Baby I want you (1967)




Clee’s Five ontstond uit de resten van het jaren vijftig bepop-jazz orkest "The Flamingo's" en The Croonies. Leider van de gang werd Clement van Herzele, Clee. Het was in feite een  balgroep die vanaf 1962 geleidelijk aan een stevige reputatie opbouwde in de buurt van Zottegem – of all places !!!!!

In 1966 werd de ongenaakbare Griet de Bock bij de groep gehaald (zij zou zich als "Kate" ontpoppen tot de eerste rock-n-roll vrouw in Vlaanderen) en werd de opzet van de groep iets ambitieuzer.

Er werd in dancing "De Truweel" in Sint-Lievens-Esse een live-LP opgenomen voor het Philips-label, met daarop covers van bekende hits uit die dagen (vb. "Hey Joe", "The Beat goes on", "Happy Together" ...).


 
In 1967 had de groep een (zeer) bescheiden hitje met de song "No Other Man", een eigen compositie en een knipoog naar The Jefferson Airplane. Het werd de enige single van de groep.

Een jaar later volgde nog een tweede, opnieuw live in "de Truweel" opgenomen LP met covers, maar daarna brak de groep in verschillende stukken.

Clee en Guido vanden Hauwe brachten samen enkele singles uit onder de naam “Light Fire”  ("My baby is sweet", "Love is Outside" op het Pink Elephant label in 1970).

Later vinden we Clee van Herzeele terug als een van de tekstschrijvers/muzikanten in de groep van Walter de Buck.

Kate (Griet de Bock) en haar gezel Dré Baeckelandt richtten Kate's Kennel op, een groep die destijds voor de nodige verwarring en schandaal zorgde op Canzonissima.

Clee’s Five bestond uit :
- Griet De Bock (zang)
- Dré Baeckelandt (drums, gitaar)
- Herman "Toots" De Vos (bas)
- Guido Vanden Hauwe (piano)
- Clee van Herzele (gitaar) 


Hier zijn : 

1 De single uit 1967
2 Enkel nummers uit het optreden van de groep in "de truweel" uit 1967.







woensdag 20 februari 2013

Salvatore Adamo zingt in het Nederlands (1964)



Salvatore Adamo, artiestennaam Adamo (Comiso (Sicilië), 1 november 1943) is een Belgische zanger van Italiaans/Siciliaanse afkomst.

Toen Adamo drie jaar oud was, verhuisde hij met zijn familie naar het Belgische Ghlin bij Bergen, waar zijn vader in de mijnen ging werken. Hij groeide op in het vlakbij gelegen Jemappes (Bergen). Daar werden ook zijn zusjes en broer geboren. Gedurende zijn schooljaren zong hij in het kerkkoor en leerde hij gitaar spelen. In 1960 deed hij voor het eerst mee aan een wedstrijd en won met het liedje "Si J'osais". De eerste radio-uitzending volgde op 14 februari van dat jaar. In 1961 bracht hij zijn eerste plaat uit, nadat hij in Saint-Quentin (Parijs) een wedstrijd had gewonnen.

Vanaf zijn eerste hit ("sans toi ma mie") dat hij zong op 20-jarige leeftijd, in 1963, tot op de dag van vandaag is Salvatore Adamo steeds trouw gebleven aan zijn stijl : hij staat dan ook bekend als de "chanteur romantique par excellence", met karakteristieke, gebroken stem (niet het enige dat Adamo deelt met Charles Aznavour). Naar eigen zeggen waren het Victor Hugo, Jacques Prévert, Georges Brassens, het italiaanse canzonetta en de tango die de grootste invloed gehad hebben op zijn muziek-schrijven.

Jacques Brel bedacht hem met de titel "jardinier d'amour" (tuinman van de liefde). Maar met "Inch'Allah" (over het conflict in het Midden Oosten) en zijn meer recente werk, heeft hij zeker bewezen ook zeer knap over andere onderwerpen dan de liefde te kunnen schrijven.

Dit is iets speciaals. Adamo in het Nederlands, een EPtje uitgebracht begin 1964.








zaterdag 17 november 2012

Philip Catherine



Philip Catherine (Londen, 27 oktober 1942) is zeventig geworden.

Ik had er bijna bijgevoegd "et tout le monde s'en fout", maar neen dus. Hoewel Jazz zéér stiefmoederlijk wordt behandeld in onze nationaal radiolandschap moet er toch worden gezegd dat er naast de obligate Toots er nog andere raspaarden rondlopen in ons Belgenland. Philip Catherine is er zo een.

Philip Catherine is een van de bekendste musici uit de Belgische jazz en behoort tot de internationale top. In zijn 40-jarige carrière heeft hij alle groten van de Europese en Amerikaanse jazz begeleid.

Catherine werd geboren uit een Engelse moeder en een Belgische vader. Hij is afkomstig uit een familie van muzikanten en ontdekte op 14-jarige leeftijd Georges Brassens en Django Reinhardt. Om in de voetsporen van zijn idolen te treden kocht hij een gitaar en beluisterde hij alle grote jazzmuzikanten van die tijd.

In de jaren zestig begeleidde Catherine door heel Europa bekende musici als Lou Bennett, Dexter Gordon en Stéphane Grappelli. Eind jaren zestig richtte hij met zijn vriend Marc Moulin een jazzrock-groep op. In 1971 nodigde de beroemde Franse violist Jean-Luc Ponty hem uit bij zijn kwintet Experience te komen spelen. In 1974 en 1975 nam Catherine zijn eerste eigen platen op: September Man en Guitars.

Hij ondernam nadien tournees met zijn eigen formaties, maar bleef ook actief als begeleider van jazzlegendes als Charles Mingus, Benny Goodman, Toots Thielemans, Charlie Mariano en Chet Baker. Daarnaast speelde hij in een duo met Larry Coryell en in een trio met Didier Lockwood en Christian Escoudé. Met het trio dat hij vormde met trompettist Tom Harrell en bassist Hein van de Geyn nam hij drie platen op : I remember You in 1990 en Moods I & II in 1992.





In 1997 tekende Catherine een contract bij Dreyfus Records en bracht hij Philip Catherine Live, Guitar Groove en Blue Prince uit. Hij was intussen zelf een grote jazznaam geworden en kreeg in de loop der jaren diverse onderscheidingen waaronder "The most Promising Duo, Record Jazz Award Winners" en "Artist of the Year" (1978) van de Deutsche Phono Akademie. Eind 1988 kende de Belgische Vereniging van Jazzcritici hem eenparig de "Saxe"-prijs toe voor zijn album "Transparence". In 1995 kreeg hij de "Django d'Or" van Sabam en in 1998 ontving hij in Parijs de Django d'Or als "Beste Europese jazzmuzikant". Zijn meest recente bekroning tot dusver is de titel van "Maestro Honoris Causa" van de Conservatoriumstichting van Antwerpen. Zijn album Summer Night, uitgebracht in oktober 2002, werd in Jazz Magazine verkozen tot "Disque d'Emoi" (de ontroeringsplaat).




Gisteren kreeg ik zijn nieuwe plaat "Côté Jardin" in handen en ..... zoals steeds een echt juweeltje. Philip is een virtuoos maar verliest zich nooit in oeverloos geïmproviseer en stelt de melodie steeds voorop. Zo moet het echt.

Hier zijn een paar songs uit dit nieuwe album.

Je me suis fait tout petit (van Georges Brassens)



Côté Jardin (gezongen door zijn dochter Isabelle)



en het openingsnummer "Misty Cliffs" 



Allen naar de platenwinkel, als het ware !!!




vrijdag 2 november 2012

Jack Sels (1922 - 1970)



Jean-Jacques Louis Sels (°1922, Berchem) werd op z'n zestiende wees, maar erfde het vermogen van zijn vader, die reder was. Als puber verzamelde hij jazzplaten. Hij bracht het tot 10.000 stuks, die in de oorlog vernield werden in een bombardement.

De jonge Sels leerde op eigen houtje tenorsax spelen, gefascineerd door vernieuwers als Dizzy Gillespie en Charlie Parker. Jean-Jacques werd Jack , die het erg vond dat hij geen zwarte was en daarom een witte neger wilde zijn.

Met gitarist Freddy Sunder blikte hij enkele rock-'n-roll-plaatjes in. Toen er van zijn erfenis niet veel meer overbleef, stopte hij met spelen en ging hij varen.

In 1948 keerde Jack Sels terug naar de jazz en naar Antwerpen om er in feite nooit meer weg te gaan. De stad was voor hem meer dan groot genoeg. Het is die houding die volgens jazzkenners zijn carrière fnuikte.

 


Vanaf 1958 begon hij voor de Belgische Radio te werken. Hij maakte er het programma Levende jazz en was geregeld te gast in de studio's aan het Flageyplein, waar hij opnamen maakte met The Clouds, Saxorama, zijn trio en allerlei studioformaties.

Jack Sels speelde nog aan de zijde van Lucky Thompson en Dizzy Gillespie. In 1958 werd een televisie-opname gemaakt van zijn optreden met Lester Young. Maar in tegenstelling tot tijdgenoten als Toots Thielemans, Bobby Jaspar en René Thomas kon hij niet doorbreken in het buitenland.

Voor de dienst Volksontwikkeling van het ministerie van Cultuur tourde hij langs de parochiezalen om zo de jazz in Vlaanderen te introduceren. Jazz had toen een kwalijke reputatie van ordinaire Amerikaanse barmuziek, maar Jack Sels wierp zich op als propagandist van de nieuwe muziekvorm.

Hij componeerde vijf symfonieën en schreef de - nu verdwenen - soundtrack van de Vlaamse nouvelle vague-film "Meeuwen sterven in de haven" (1955) van Roland Verhavert.

In 1964 besloot Jack Sels de BRT geen noot meer te gunnen en alleen nog op z'n honger te spelen. Waarom vertelde hij nooit. Liever dan commerciële toegevingen te doen verkoos de jazzpionier in de haven te gaan werken als marqueur onder de dokwerkers. Zijn laatste belangrijke optreden was op de openingsdag van het inmiddels legendarische Jazz Bilzen in 1966, waar ik hem zag spelen met Rita Reys.

Journalist Hugo Camps maakte zich daar kort voor Sels' dood nog erg boos over: ,,Het feit dat het muzikaal onderontwikkelde België van Jack Sels een proletariër maakt - die wel door de Antwerpse dokkers op de handen wordt gedragen - is voldoende om een aantal missionarissen naar hier te halen.''

"Indien Sels minder gebonden was geweest aan zijn geboortegrond, had hij zeker een leidinggevend jazzmusicus op wereldniveau kunnen worden", schreef wijlen Juul Anthonissen.

Jack Sels stierf op de eerste lentedag van 1970 aan een hartaanval, in zijn woning aan de volkse Hoogstraat in Antwerpen. Aan zijn oude piano, vol verbittering voor België en liefde voor Antwerpen.

Deze plaat op het onooglijke IBC label heeft mij ooit 99 frank gekost. Het is een pareltje van de jazzmuziek, met een jonge Philippe Catherine op gitaar. Prachtig gewoon.










woensdag 24 oktober 2012

André Brasseur




André Brasseur werd op 11-12-1939 geboren in Ham-Sur-Sambre (deelgemeente van Jemeppe-Sur-Sambre) in de Waalse regio Namen-Charleroi.

Hij scoorde in 1965 een internationale hit met de instrumental "Early bird" (genoemd naar de eerste telecommunicatiesatelliet die in datzelfde jaar in een baan om de aarde werd gestuurd.) Van de single werden wereldwijd meer dan zes miljoen exemplaren verkocht. Zijn muziek werd vaak als tune gebruikt op Radio Veronica.

In België raakte dit nummer helemaal tot nummer één, en verbleef in de hitparade gedurende vier maanden.

De opvolgsingle "Atlantide/Studio 17" geraakte ook nog redelijk hoog (tot nº16) en bleef daar 1 maand. Van alle andere singles uit zijn indrukwekkende lijst, kan er evenwel geen spoor in de Belgische Charts worden teruggevonden

In Nederland verkreeg het nummer "Big Fat Spiritual" in de jaren 60 / '70 van de 20e eeuw grote bekendheid doordat de destijds populaire diskjockey Eddy Becker dit nummer voor zijn radioprogramma's als herkenningsmelodie gebruikte. Velen zullen daardoor weliswaar niet onmiddellijk de titel herkennen, maar wel het nummer zelf.

In de jaren zeventig maakte André Brasseur een tijd lang deel uit van de Bluesworkshop, de begeleidingsgroep van Roland Van Campenhout, en toerde hij mee door het Verre Oosten. In 1990 fungeerde Brasseur als studiomuzikant voor Vaya Con Dios. Hij speelde keyboards op de hitsingle What's a Woman.



 


Als kind raakte hij onder de indruk van zijn neef die klassiek werk van Mozart en Bach op de piano speelde. André ging cello (violoncello) studeren op het "Conservatoire de Musique" te Tamines.

In 1958 en 1959 won hij de 1e prijs op cello tijdens een jaarlijks concours op het conservatorium. Niet lang daarna ontdekte hij de jazz en begon geïnspireerd door het werk van Thelonious Monk, Oscar Peterson en Errol Garner piano te spelen.

Hij vormde al gauw het "Trio André Brasseur" met een bassist en drummer (volgens een bron zou dit Bruno Castellucci geweest zijn). Met het trio werd in 1962 een plaatopname gemaakt met de eigen nummers "Exiting blues / December" voor het Discophila label van de gebroeders Piret uit Namen. Daarna moest André in militaire dienst.

Hij kreeg de mogelijkheid aangeboden om met een militair jazz ensemble op het befaamde festival van Comblain-la-Tour op te treden. André schakelde over op Hammond orgel en liet zich inspireren door Jimmy McGriff, Jimmy Smith, Billy Preston, Jack McDuff enz. Er werd in de kazerne gerepeteerd en Brasseurs militaire band speelde naast jazz standards ook eigen werk.

In 1963 was André Brasseur in Parijs om zich verder als componist te bekwamen. In deze periode schreef hij "Virginia" voor de Franse zanger/tekstdichter Jean-Claude Darnal. Het nummer verscheen op een Vogue EP.

Tijdens zijn lang contract in 1965 in Hotel Metropol te Brussel kwam André Brasseur in contact met Roland Kluger van Palette Records. Na een eerste single met Hold up / Far-West kreeg hij het verzoek om de herkenningsmelodie voor het RTB programma "Intervilles  1965" (de uitzending duurde 230 minuten, vandaar Special-230) te schrijven. 



Zelf kwam Brasseur met zijn instrumentale compositie “Early Bird”, genoemd naar de eerste communicatiesatteliet die in 1965 in een baan om de aarde werd gestuurd.

Producer Roland Kluger was niet tevreden over de opname die André en zijn begeleidingsgroep in zijn Madeleine Studio hadden opgenomen. Kluger wilde het nummer wat meer aankleden met koorwerk in de stijl van Ray Conniff. Na deze dubbing bleef van het orgelgeluid echter niet veel meer over.

Door een fout van opnametechnicus Roger Verbestel, hij draaide het nummer op halve snelheid af, kreeg André Brasseur plotseling een ingeving. Hij speelde naast deze vertraagde opname nog een spoor in op werkelijke snelheid. Het eindresultaat na mixing op normale snelheid was het karakteristieke hoge geluid van een bijna electronisch klinkend Hammond orgel. De sound was zo per toeval geboren!

De plaat stond wekenlang no.1 in de Belgische hitparade en werd wereldwijd uitgebracht. Van “Early Bird”  werden in 1965 meer dan 6 miljoen exemplaren verkocht.

De naam van André Brasseur & his Multi-Sound organ was nu een begrip geworden.

Een hele reeks singles en enkele LP's op Palette volgden in de tweede helft van de zestiger jaren. Opvallend veel radiozenders (met name piraten zeezenders) gebruikten zijn instrumentals als herkeningstune voor diverse programma's.

In de jaren zeventig maakte André Brasseur een tijd lang deel uit van de Bluesworkshop, de begeleidingsgroep van Roland Van Campenhout, en toerde hij mee door het Verre Oosten. In 1990 fungeerde Brasseur als studiomuzikant voor Vaya Con Dios. Zoals gezegd speelde hij keyboards op hun hitsingle “What's a Woman”.

Dit zijn de eerste drie EP's van André Brasseur