Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geschiedenis. Alle posts tonen

maandag 19 augustus 2013

Bob Dylan - The Death of Emmett Till



De moord op een 14-jarige zwarte jongen, Emmett Till in Money, Mississippi in augustus 1955 betekende een nieuw elan voor de Civil Rights beweging. De misdaad op zich zou niet zoveel weerklank krijgen, wel de foto die hierboven staat.

De gruwelijke foto’s van verminkte lijk van Till werd verspreid in het hele land, en werd o.m. gepubliceerd in Jet magazine, voornamelijk gericht op het Afro-Amerikaanse publiek.

Zoals gezegd wekte de foto intense reacties op van het publiek. Emmett Till had het aangedurfd, tijdens een bezoek aan Mississippi, naar een getrouwde blanke vrouw te fluiten en had zo de woede opgewekt van lokale blanke bewoners.

In het midden van de nacht werd de deur van het huis van zijn grootvader opengegooid, en Emmett werd meegenomen door ten minste zes blanke mannen. Hij werd in een vrachtwagen gegooid en zou nooit meer levend worden teruggezien.

Op 28 augustus 1955 omstreeks 20:30 ontvoerden beide mannen de jongen die toen bij zijn oom was. Ze brachten hem naar een oude schuur in het nabij gelegen Sunflower County. Daar sloegen en mishandelden ze hem letterlijk aan flarden tot hij bijna onherkenbaar was. Ze staken hem een oog uit en schoten hem neer met een revolver en bonden een ventilator rond zijn nek met prikkeldraad om hem zwaarder te maken.
Daarna gooiden ze hem in de Tallahatchie-rivier dichtbij Glendora. Een getuige hoorde Emmett urenlang schreeuwen tot de mannen besloten een einde te maken aan zijn leven.

De broers werden snel onder verdenking gesteld voor de verdwijning van de jongen. Het was echter duidelijk dat er nog anderen aan de lynchpartij hadden deelgenomen. De broers werden gearresteerd op 29 augustus nadat ze de nacht hadden doorgebracht bij kennissen in Ruleville dat slechts een paar kilometer verwijderd was van de plaats van de moord.





 



Aanvankelijk bekenden de mannen dat ze de jongen hadden ontvoerd, maar ze beweerden dat ze hem daarna weer hadden vrijgelaten. Het nieuws over de verdwijning verspreidde zich snel over heel de Verenigde Staten, zodat Medgar Evers en Amzie Moore, kopstukken van de NAACP, zich met de zaak konden inlaten. Evers was plaatselijk staatsambtenaar en Moore het hoofd van het kapittel van Bolivar County. Vermomd als katoenplukkers gingen ze in de velden op zoek naar nieuws dat hen kon helpen de jongen terug te vinden.

Zijn lichaam werd gevonden, gezwollen en misvormd, in de rivier Tallahatchie drie dagen na zijn ontvoering en kon enkel worden geïdentificeerd door zijn ring. Het werd teruggestuurd naar Chicago, waar zijn moeder erop aandrong dat de kist open werd gelaten voor de begrafenis. Zo konden de mensen zien hoe erg Till’s lichaam was misvormd.


 


“I wanted the world to see what they did to my baby.”

Op de dag dat Emmett Till werd begraven werden  twee mannen – de echtgenoot van de vrouw naar wie hij had gefloten, en zijn half broer – aangeklaagd van zijn moord, maar de 12-koppige all-white jury (van wie sommigen daadwerkelijk aan de martelingen van Emmett Till hadden geparticipeerd) had slechts een uur nodig om terug te keren voor een ‘not guilty’ uitspraak.

“De uitspraak zou sneller hebben gekund”, merkte een grijnzende juryvoorzitter op, “als de jury op weg naar de rechtbank niet zou gestopt zijn voor een frisdrankje” (!!).


 

“Not Guilty”

Om nog erger te maken, goed wetend dat er geen tweede proces zou komen, verkochten de twee beschuldigden hun verhaal aan het tijdschrift LOOK.

Bob Dylan was zo aangegrepen door dit hele verhaal dat hij zijn beruchte “The Death of Emmett Till” schreef.






 Uit Broadside :




 

donderdag 28 maart 2013

Barry McGuire en The Mama’s and the Papa’s



Barry McGuire over “California Dreamin ‘”:

“Well, it was my track. It was going to be my next single release. And when they were doing my backup vocals, they started doing a counterpoint with (sings) “all the leaves are brown, and the sky was grey,” well that all came together on my recording session. And they heard it and thought, “that’s the sound. That’s what we want, that counterpoint thing.” Then John asked me if they could release “California Dreamin’” as their first single, and I said, “Hey, you wrote the tune. Do whatever you want.” So they did. They took my voice off, and put Denny’s voice on, and they had that flute player guy come in and [he] did a toodle-toodle in the middle of the song. And it was a monster hit for them.”

De winter van 1963 is een bijzonder sombere winter. Michelle Phillips uit Californië woont samen met John Phillips. Ze zijn een jaar gehuwd. Hij is 28, zij 19.

‘sNachts loopt John met zijn gitaar rond in hun kleine optrek. Op een ochtend vraagt hij Michele om hem wat te helpen met het uitwerken van een song.

All the leaves are brown and the sky is gray
I’ve been for a walk on a winter’s day
I’d be safe and warm if I was in L.A.
California dreamin’, on such a winter’s day.


“California Dreamin ‘” gaat over het verlangen naar huis, naar een zonnige plek in Californië.

John Phillips :  “The words ‘California dreamin’ kept going through my mind,” John Phillips recalled in an interview before his death. “I stared working on some chords for the song. And I went through more chord progressions and things that fit the melancholy of the song.”

Michelle herinnert zich levendig hoe ze wakker werd en hoe John haar vroeg om hem wat te helpen. Hij hield er niet van alleen te schrijven. Een paar dagen ervoor wandelden se samen langs St. Patrick’s Cathedral. Michelle schreef het tweede couplet :

Stopped in to a church I passed along the way
Well, I got down on my knees and I pretend to pray
You know the preacher liked the cold, he knows I’m going to stay
California dreamin’, on such a winter’s day.


Het lied was niet onmiddellijk een hit, verre van zelfs. Toen John het nummer schreef met een beetje hulp van Michelle speelde hij in een folkgroep “The New Journeymen” met banjospeler Marshall Brickman.

Wanneer Brickman de groep verliet vroeg het koppel Phillips aan Denny Doherty, lid van de Halifax Three en de Mugwumps, om mee te zingen met hen. Doherty op zijn beurt, bracht Cass Elliot mee, eveneens lid van de Mugwumps.
De groep was geboren, nu nog een naam vinden.



 
Het viertal brak pas door toen zanger Barry McGuire, die werkte aan een album voor Dunhill Records. Hij introduceerde hen bij Lou Adler, producer en directeur van Dunhill.
Adler luisterde naar het viertal en werd bijna omvergeblazen door hun wonderlijke harmonie.

Denny Doherty herinnert zich : “So, there we are at Western Recorders, Lou Adler in the booth. We sing him California Dreamin’ and this voice comes out of talkback: ‘You got any more?’ Got any more! Sure we got more! We sang him everything we had. We sang him ‘Straight Shooter,’ ‘Monday, Monday,’ ‘Go Where You Want To Go.’ And this voice from the booth just kept asking for more. ‘What else you got? What else you got?’ Finally Cass says: ‘That’s all we got. What do you think?’ And he says: ‘I think we can do business.’”



 
Barry McGuire zegt : “Lou heard them sing, and he thought Michelle was cute. That was his main comment after hearing them sing: ‘Who’s the blonde?’ But he did like their sound and they sang backup on my second album for me. They told me that that’s where they actually found their counterpoint. That’s when their sound really came together, singing backup for me.”

Adler zei dat dit het gevoelen van George Martin moet zijn geweest wanneer de Beatles voor hem stonden.

Omdat Adler zo enthousiast was gaf Phillips de song “California Dreamin” aan Barry McGuire. De Mama’s en Papa’s zonger het achtergrond koortje.

Barry zegt dat, terwijl ze de opnames deden voor zijn versie, de groep pas besefte dat ze echt wat konden. John vroeg Barry of de song ook door hen kon worden uitgebracht als groep. Barry ging akkoord.
De song werd niet opnieuw opgenomen. De stem van McGuire werd gewist en die van Denny kwam in de plaats. De harmonica werd gewist voor een fluitsolo.

De song werd gereleased in 1965 maar deed niets. Los Angeles (Californië bij uitstek) gaf geen kik. Uiteindelijk kwam de song op de radio in Boston en vandaar begon de verovering van eerst de US en daarna de wereld.

Wanneer John Phillips ook het Monterey Pop Festival mee produced gaan alle registers open. Ondertussen heeft hij ook “San Francisco” geschreven voor zijn ex-Journeymen vriend Scott McKenzie.

Hier zijn de songs die de Mama’s en de Papa’s opnamen met Barry McGuire of omgekeerd als u wil.




01. This Precious Time.
02. You’ve Got To Hide Your Love Away.
03. Let Me Be.
04. Hang On Sloopy.
05. California Dreamin’.
06. Do You Believe In Magic.
07. Yesterday.




dinsdag 19 maart 2013

Mulher Rendeira (O Cangaçeiro) (1935)



Op een vroege LP van Joan Baez vond ik deze song “O Cangaçeiro”. Ik wilde er meer over weten.

Cangaço is de naam gegeven aan een vorm van banditisme in de regio van Noordoost-Brazilië van de helft van de negentiende eeuw tot het begin van de twintigste eeuw.

In deze dorre en zeer moeilijk te bewerken streek (de sertao - het achterland), zijn de  sociale relaties bijzonder hard. De sociale ongelijkheid is er meer schrijnend dan elders.

Vele mannen en vrouwen hebben besloten een leven te leiden van rondtrekkende bandieten, de cangaceiros, en dwalen in de uitgestrekte vlakten van het achterland, op zoek naar de geld en voedsel.

Het hele verhaal vindt u hier.




De song : Mulher Rendeira (O Cangaçeiro) (1935)
(Volta Seca)

Volta Seca was de schuilnaam van Antonio dos Santos. Gezongen fragment van 35 seconden gemaakt in de gevangenis. Heruit op de lp Documentos Sonoros - Nosso Seculo in '80.

De titel betekent: Borduurster of kantwerkster. Bewerkt door Alfredo Ricardo do Nascimento tot thema van de film "O Cangaceiro" ('53), die gaat over bendeleider en struikrover Lampiao, de Robin Hood van de Braziliaanse Nordeste. Volta Seca maakte ooit deel uit van zijn bende.


Olé, Mulher Rendeira, Olé mulher rendá
A pequena vai no bolso, a maior vai no embornal
Se chora por mim não fica, só se eu não puder levar
O fuzil de Lampião, tem cinco laços de fita
O lugar que ele habita, não falta moça bonita


Volta Seca - Mulher Rendeira (1935)



Joan Baez - O Cangaceiro




woensdag 27 februari 2013

Jean Jacques Goldman - Comme toi (1982)



Het tweede album van Jean-Jacques Goldman werd uitgebracht in 1982. Het was een instant succes. Vooral dank zij nummers als “Au bout de mes rêves”, » Quand la musique est bonne », en «  Comme toi.”.

Deze laatste song, een lied van een vader voor zijn dochter, gaat over een kind dat niet de kans heeft gehad haar leven te leven, want – zo begrijpt men algauw tussen de regels door – ze was een van de Veel slachtoffers van de Holocaust.

Het uitgangspunt is een oude familiefoto. De eerste verzen beschrijven een gelukkig bestaan van de achtjarige Sarah. Ze is waarschijnlijk joodse als we afgaan op de namen in de song (Ruth,  Anna, Jeremia). Ze is Poolse en gaat naar school en speelt met haar vrienden.

De zanger spreekt in het refrein tot een slapend meisje (zijn dochter?).

Ze lijkt op de Sarah van de foto, ("tes yeux clairs", "elle avait ton âge") en "elle n'est pas née comme toi ici et maintenant".

Haar bestaan werd grondig verstoord door de tussenkomst van buitenaf, "d’autres gens” waarvan we weten dat het de Duitsers waren.

Ook de muziek is subtiel en verwijst naar Polen. De zigeunerviool.

In de plaats van frontaal de thematiek van de Holocaust aan te snijden gaat Goldman (zelf joods) een beroep doen op eenvoudige gevoelens .


 


Jean-Jacques Goldman (Parijs, 11 oktober 1951) is een Franse muzikant en songwriter van Joodse afkomst.

Zijn moeder is afkomstig uit München, Duitsland, zijn vader is geboren in het Poolse Lublin. Jean-Jacques heeft drie broers. Eén daarvan is de extreem-militante Pierre Goldman, die in 1977 vermoord werd in Parijs.

Jean-Jacques Goldman begint zijn carrière in de groep 'The Red Mountain Gospellers'. Daarna belandt hij in de groepen 'The Phalanster' en 'Taï Phong'. Met deze laatste band bereikt hij een aantal succesjes, maar die zijn helaas niet genoeg om de band bij elkaar te houden. Na het uiteenvallen van Taï Phong in 1979, begint Goldman aan zijn solocarrière en wordt hij één van de grootste sterren in vrijwel alle Franstalige gebieden ter wereld. Grote hits in de jaren 80 zijn bijvoorbeeld 'Je marche seul', 'Là-Bas' en 'Je te donne'.

Ook schrijft Goldman muziek voor andere artiesten, zoals Johnny Hallyday en Patricia Kaas. Bovendien schreef hij begin jaren negentig voor Céline Dion het album “D'eux”, dat uit zou groeien tot het best verkochte Franstalige album aller tijden. Op dit album staat onder andere de grote hit "Pour que tu m'aimes encore".







Jean-Jacques Goldman: "Comme toi" (1982)


Elle avait les yeux clairs
Et la robe en velours.
A côté de sa mère
Et la famille autour,
Elle pose un peu distraite au doux soleil de la fin du jour.

La photo n’est pas bonne,
Mais l’on peut y voir
Le bonheur en personne
Et la douceur d’un soir.
Elle aimait la musique, surtout Schumann, et puis Mozart.

Comme toi, comme toi,
Comme toi que je regarde Tout bas,
Comme toi qui dors En rêvant à quoi ?
Comme toi, comme toi, comme toi.

Elle allait à l’école
Au village d’en bas.
Elle apprenait les livres,
Elle apprenait les lois.
Elle chantait les grenouilles et les princesses qui dorment au bois.

Elle aimait sa poupée,
Elle aimait ses amis,
Surtout Ruth et Anna,
Et surtout Jérémy.
Et ils se marieraient, un jour peut-être, à Varsovie.

Elle s’appelait Sarah
Elle n’avait pas huit ans.
Sa vie, c’était douceur,
Rêves et nuages blancs.
Mais d’autres gens en avaient décidé autrement.

Elle avait les yeux clairs
Et elle avait ton âge.
C’était une petite fille
Sans histoires et très sage,
Mais elle n’est pas née, comme toi, ici et maintenant.

Comme toi ; comme toi,
Comme toi que je regarde Tout bas,
Comme toi qui dors En rêvant à quoi ?
Comme toi, comme toi, comme toi.


vrijdag 8 februari 2013

Wir sind die Moorsoldaten (1937)

Het concentratiekamp van Börgermoor.



Die Moorsoldaten
(Johan Esser/Wolfgang Langhoff/Rudi Goguel)

Het Moorsoldatenlied, ook wel Börgermoorlied of Moorlied, is een lied dat in de zomer 1933 door gevangenen van kamp Börgermoor is geschreven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook daarna, stond het lied symbool voor het verzet tegen de overheerser.

Auteurs waren zelf gevangenen in Börgermoor, één van de vijftien Elmslanderlager die werden in gebruik genomen kort na de brand in de Rijksdag in '33 om Duitse 'subversieve elementen' te interneren (zie voetnoot). Hans Eisler hoorde het lied in Londen in 1935 en bewerkte de muziek voor zanger Ernst Busch.

Verder is er een Franse bewerking als Le Chant des marais.

In de zomer van 1933, schrijft Johann Esser een tekst, het Bögermoolied. Even later wordt deze aangepast dooe zijn companen medegevangenen Wolfgang Langhoff. Rudi Gogel en Herbert Kirmsze, en op muziek gezet als een soort "worksong".






Oudste Opname : Ernst Busch (1937)

Covers zijn : Paul Robeson (1942) [als Peat Bog Soldiers], Theodore Bikel (1960) [idem], Pete Seeger (1961) [idem], Ian Campbell (1962) , Chad Mitchell Trio (1966) , Dubliners (1970) , Mouloudji (1972) [als Le Chant des marais], Rum (1975) [als De Moorsoldaten], Black Family (1989) , Jan Van Calsteren (1990s) [als De Veensoldaten, NL vertaling: Nico Rost],


Na dertien maanden te hebben vastgezeten in Börgermoor (bij Papenburg in Nedersaksen) en Lichtenburg, kwam Wolfgang Langhoff onverwacht vrij, week uit naar Zwitserland en schreef meteen zijn concentratiekamp ervaringen neer in zijn boek De Moorsoldaten, dat nog voor de oorlog verscheen en overal in Europa succes kende. Langhoff beschrijft daarin hoe de gevangenen van Börgermoor ooit een circusvorstelling hielden om de moraal erin te houden, waarna op het einde iedereen, SS-bewakers incluis, het Lied van de Veensoldaten (of Börgermoorlied) meezong. Twee dagen later werd het verboden om zijn al te hoopwekkende laatste refrein. Het lied was echter toen al het kamp uitgesmokkeld en kwam nog tijdig op het repertoire van de partizanen in de Spaanse Burgeroorlog.


Hier zijn :

Ernst Busch -  Die Moorsoldaten
Leny Escudero - Le Chant Des Marais
Luke Kelly - The Peat Bog Soldiers
Mouloudji - Le Chant Des Marais
Paul Robeson - The Peat-Bog Soldiers
Pete Seeger - Peat Bog Soldiers
Rum - De Moorsoldaten
Swan Arcade - Peat Bog Soldiers
The Mitchell Trio - Peat Bog Soldiers



 





Wir sind die Moorsoldaten

Wohin auch das Auge blicket,
Moor und Heide nur ringsum.
Vogelsang uns nicht erquicket,
Eichen stehen kahl und krumm.
Wir sind die Moorsoldaten
Und ziehen ,it dem Spaten
Ihns Moor.

Hier ins dieser den heide
Ist das Lager aufgebaut,
Wo wir ferne jeder freude
Hinter Stacheldraht verstaut.
Wir sind die Moorsoldaten
Uns ziehen mit dem Spaten
Ins Moor.

Morgens ziehen die Kolonnen
Ins das Moor zur Arbeit hin.
Graben bei der Heisen sonnen
Doch zur Heimat steht der Sinn.
Wir sind die Moorsoldaten
Uns ziehen mit dem Spaten
Inhs Moor.

Heimwerts, heimwerts jeder schnet,
Zu den Eltern, Weid und Kind.
Manche Brust ein Seufer dehnet,
Weil wir gefangen sind.
Wir sind die Moorsoldaten
Und ziehen mit dem Spaten
Inhs Moor.

Auf und nieder gehen die Posten,
Keiner, keiner kann hindurch
Flucht wird nur das Leben kosten,
Vierfach ist umzunt die Burg.
Wir sind die Moorsoldaten
Uns ziehen mit dem spaten
Inhs Moor.

Doch fer uns gibt es keine Klagen,
Ewig kann’s nicht Winter sein,
Einmal werden froh wir sagen:
Heimat, Du bist wieder mein!
Dann Ziehn die Moorsoldaten
Nicht mehr mit dem spaten
Ihns Moor.

Dann ziehn die Moorsoldaten
Nicht mehr mit dem spaten
Ihns Moor!




vrijdag 1 februari 2013

1 Februari 1964 - The Beatles staan op nr 1 in de US Billboard Top 100




The Beatles komen op 1 Februari 1964 op de eerste plaats van The Billboard Hot 100 met I Want To Hold Your Hand.

Dit is de eerste nummer 1 hit voor een Engelse groep, sinds The Tornados met Telstar in 1962 op 1 hebben gestaan.

Na zeven weken op de eerste plaats gestaan te hebben moet I Want To Hold Your Hand plaats maken voor She Loves You/I'll Get You,  in Amerika door het kleine Swan Label  uitgebracht.

I Want To Hold Your Hand wordt in de Verenigde Staten de bestverkochte single van 1964, en is de eerste Beatle single die op een 4 sporen recorder is opgenomen en in echt stereo wordt uitgebracht.

I Want To Hold Your Hand werd in één opnamesessie opgenomen op 17 oktober 1963 in de Abbey Road Studios. Dit was de eerste sessie waarbij The Beatles gebruik maakten van een 4 sporenrecorder.

Brian Epstein was er rotsvast van overtuigd dat ze met deze song in de States zouden scoren. De 17de oktober 1963 namen The Beatles I want to hold your hand op met als b-kant This boy. Plaats van afspraak studio 2 Abbey Road.
Producer George Martin en technicus Norman Smith. Het was eerste keer dat ze konden werken met de net aangekochte viersporenrecorder. Omdat The Beatles een liedje tijdens de opnamen graag lieten groeien, hadden ze 17 takes nodig om de definitieve versie vast te leggen. In de controleruimte van studio 1 zou George Martin vier dagen later de monomix afwerken en tevens de stereomix. De 29ste november werd de single in Engeland worden uitgebracht.

I Want To Hold Your Hand werd dus in 17 takes opgenomen, waarbij de eerste take niet veel verschilde van de laatste. Die dag namen The Beatles ook de B-kant van de single, This Boy, op

I Want To Hold Your Hand is volgens de overlevering geschreven in de kelder van het huis van Jane Asher, de vriendin van Paul McCartney in die tijd.

John Lennon over I Want To Hold Your Hand: "We wrote a lot of stuff together, one on one, eyeball to eyeball. Like in I Want To Hold Your Hand, I remember when we got the chord that made the song. We were in Jane Asher's house, downstairs in the cellar playing on the piano at the same time. And we had, 'Oh you-u-u/ got that something...' And Paul hits this chord, and I turn to him and say, 'That's it!' I said, 'Do that again!' In those days, we really used to absolutely write like that both playing into each other's noses."







Léo Ferré - Monsieur Tout-Blanc (1949)




In 1949 schrijft Léo Ferré, een jonge cabaretier « Monsieur Tout-Blanc » , een chanson dat al gauw wordt verboden door het « Comité d’écoute de la radiodiffusion française ».

Waarom ?

Léo Ferré heeft het over het zwijgen van paus Pius  XII tijdens de tweede wereldoorlog. Zelfs wanneer hij op de hoogte wordt gebracht – in detail – van de holocaust en de afschuwelijke gevolgen voor de Joden, zwijgt  Pius XII.


 


Waarom protesteerden de kerk, Pacelli en later Pius XII niet tegen de boycot van de joodse winkeliers op 1 april 1933, tegen de rassenwetten van Neurenberg in 1935, tegen de mishandeling van de joden bij de Anschluss in 1938, tegen de gruweldaden tegen de joden na Kristalnacht in 1938?

In maart 1937 publiceert Pius XI de encykliek « Mit brennender Sorge »  (met een brandende bezordheid) . Het nazisme wordt niet met naam genoemd maar wel de heidense mystiek waarop het berust. De raciale theorien van Hitler worden als dusdanig ook niet aangeklaagd maar wel zegt deze encykliek dat “hij die ras, natie en beleid boven de menselijke waardigheid stelt dwaalt”.

Een tweede encykliek volgt “Divini redemptoris » die het communisme veroordeelt.

De paus sterft op 10 februari 1939. Zijn opvolger : Kardinaal Eugenio Pacelli , volgt hem op als Pius XII. Hij was lange tijd de pauselijke nuntius in Duitsland, o.m. onder Hitler. 

 


Zijn eerste daad als paus is de Osservatore Romano (het dagblad gepubliceerd door de officiële informatiedienst van het Vaticaan) aan te manen om ten alle prijze een controverse met Duitsland te voorkomen.

Terwijl de internationale spanningen wijzen naar een komend conflict, zet de Paus al zijn energie in om de vrede te bewaren.

Zodra de vijandelijkheden beginnen in september 1939, wordt Pius XII op de hoogte gebracht van de nazimethodes (moorden op intellectuelen in Polen, speciale behandelingen voorbehouden aan Joden). De paus wordt geconfronteerd met een dilemma: moet publiekelijk veroordelen dergelijke misdrijven?

Wat volgt is Stilte.

 



Toch wordt hij in de zomer van 1941 door verschillende bisschoppen gebrieft over de systematische moord op de gehandicapten en geesteszieken. De Paus zwijgt.

Wanneer vervolging toeneemt tot een systematische uitroeiing gaat de stilte van de paus verder.

Met de lancering van Operatie Barbarossa (de aanval op de Sovjet-Unie door het derde Reich), op 22 juni 1941, blijft de Paus op het standpunt van zijn voorganger : het communisme is "grote vijand van het christendom en de christelijke beschaving." De ontmanteling van de Orthodoxe Kerk in de Sovjet-Unie, de slachtpartijen van de priesters tijdens de Spaanse Burgeroorlog (die hij toegeschreven aan de anti-christelijke haat tegen communisten), versterken de paus in zijn overtuiging.

Zelfs de grote razzia in 1943 te Rome waar meer dan duizend Romeinse joden werden aangehouden in Rome (16 oktober 1943), doet de Paus niet uit zijn reserve komen. Kardinaal Maglione weet vertrouwelijk te zeggen dat de Paus niet wilde gedwongen worden om zijn afkeuring uit te drukken"(!)

En verder

Waarom liet de katholieke kerk toe dat haar priesters de nazi's inzage gaven in hun geboorte- en huwelijksregisters, zodat de nazi"s konden nagaan wie joods was en wie niet?

Waarom protesteerde ze niet tegen de deportaties van de joden? Waarom verhief de paus zijn stem niet toen op 23 oktober 1943 meer dan duizend joden in Rome werden opgepakt en afgevoerd?

Waarom kwam Pius XII niet openlijk tussenbeide toen priester-president Tiso van Slowakije de nazi's zelfs betaalde om "zijn" joden te deporteren?

Waarom verleende hij privéaudiëntie aan Anté Pavelic, de leider van de Ustasabeweging van Kroatië, die talloze joden en orthodoxe Serviërs liet vermoorden?

Waarom heeft hij nooit één hooggeplaatste nazi geëxcommuniceerd?

Waarom liet hij Mein Kampf niet op de index van de verboden boeken plaatsen, ook niet in 1948, toen de kerk nog de Méditations van Descartes, de Lettres persanes van Montesquieu en Le rouge et le noir van Stendhal op haar zwarte lijst zette?


Monsieur Tout-Blanc

 

Monsieur Tout-Blanc
Vous enseignez la charité
Bien ordonnée
Dans vos châteaux en Italie
Monsieur Tout-Blanc
La charité, c´est très gentil
Mais qu´est-ce que c´est?
Expliquez-moi

Pendant c´temps-là moi j´vis à Aubervilliers
C´est un p´tit coin perdu au bout d´la misère
Où l´on n´a pas tell´ment d´questions à s´poser
Pour briffer faut bosser mon p´tit père

Monsieur Tout-Blanc
L´oiseau blessé que chaque jour
Vous consommez
Etait d´une race maudite
Monsieur Tout-Blanc
Entre nous dites, rappelez-vous
Y a pas longtemps
Vous vous taisiez

Pendant c´temps-là moi j´vivais à Aubervilliers
Ça n´était pas l´époque à dir´ des rosaires
Y avait des tas d´questions qu´il fallait s´poser
Pour durer faut lutter mon p´tit père

Monsieur Tout-Blanc
Si vous partez un beau matin
Les pieds devant
Pour vos châteaux en paradis
Monsieur Tout-Blanc
Le paradis, c´est p´t-êt´ joli
Priez pour moi
Moi j´ai pas l´temps

Car je vivrai toujours à Aubervilliers
Avec deux bras noués autour d´ma misère
On n´aura plus tell´ment d´questions à s´poser
Dans la vie faut s´aimer mon p´tit père

Monsieur Tout-Blanc
Si j´enseignais la charité
Bien ordonnée
Dans mes châteaux d´Aubervilliers
Monsieur Tout-Blanc
Ça n´est pas vous qu´j´irais trouver
Pour m´indiquer
C´qu´il faut donner



zondag 10 juni 2012

10 Juni 1964 - De Rolling Stones nemen "It's all over now" op in Chicago.




Op 10 juni 1964 stonden de Rolling Stones in de Chess Studio’s in Chicago. Ze namen er deze song op. 

"It’s All Over Now" werd geschreven door Bobby Womack en Shirley Womack. Het werd voor het eerst uitgebracht door The Valentinos met Bobby Womack. De Valentinos versie piekte in de Billboard Hot 100 op nummer 94 (!).
Voor de Rolling Stones werd het hun eerste nummer 1 hit in Engeland in juli 1964.

The Valentinos waren :
Bobby Womack - lead vocals, gitaar, co-writer
Cecil Womack - background vocals
Harry Womack - background vocals
Friendly Womack Jr. - background vocals
Curtis Womack - background vocals
Producer - Sam Cooke


De originele versie van de Valentinos was een paar maanden oud toen de Stones het hoorden. Het was de befaamde DJ Murray the K die de single voor hen draaide toen ze te gast waren in zijn programma. Negen dagen later nemen zij het op in de Chess Studios.




 
In de Chess studios kwam een oude droom tot werkelijkheid, opnemen waar Muddy Waters had opgenomen.

Jaren later zei Bobby Womack in een interview dat hij zijn manager vertelde dat hij niet wilde dat de Rolling Stones “It’s all over now” zouden opnemen, en dat hij Mick Jagger maar moest zeggen een van zijn eigen songs op te nemen. Zijn manager overtuigde hem echter om ja te zeggen. Zes maanden later bij het ontvangen van de royalty cheque voor het lied zei hij tegen zijn manager dat Mick Jagger elk nummer kon krijgen dat hij wilde hebben.

De b kant wordt “Good Times Bad Times” opgenomen op 25 februari 1964 in London, in de Regent Sound Studios.

De single wordt gereleased in Engeland op 26 juni. Een week later is hij nummer 1. Hij blijft er twee weken staan.

It's all over now



Good times bad times



maandag 23 april 2012

Vuile Mong En Zijn Vieze Gasten – Het Apekot (1974)



De groep “De Vieze Gasten” werd in 1971 opgericht in Veurne door Mong Rosseel (Veurne, 30 december 1946), Magda Demeester, Jan Van Daele, Guido Schiffer en Fabien Audooren. Ze waren sterk geïnspireerd door de anarchistische en rebelse geest van de studentenopstanden van Mei ’68. Via hun theatervoorstellingen wilden ze maatschappelijke en sociale toestanden aan de kaak stellen. Doordat ze vooral meer volkse revues en cabaret brachten werden hun shows zowel in prestigieuze theaterzalen als wijkzalen of tijdens manifestaties opgevoerd.

Ze begonnen als een cabaretgroep, “Roodpoot”, die teksten van Guido van Meir bracht. De groep was van begin af een ludieke en sociaal-geëngageerde band. Jaarlijks gaven ze een avondvullende vertoning, “Adhemarke”, geïnspireerd op strips en griezelverhalen. De naam “Adhemarke” werd ontleend aan Adhemar, de geniale zoon van Nero. Op 15 oktober 1971 voerde de groep een show op die een mengeling was van humor, politieke satire en theater. Walter De Buck, organisator van de Gentse Feesten programmeerde hen in 1972 voor een concert tijdens dit festival. Hiermee waren “Vuile Mong en zijn Vieze Gasten” feitelijk geboren.



 
De basis voor het collectief “Vuile Mong en zijn Vieze Gasten” werd gelegd tijdens een optreden voor de eerste verjaardag van het Gentse buurthuis Kontakt op 15 oktober 1971. Het programma bestond uit een originele mix van humor, politiek theater en satire.

Walter De Buck, de bezieler van de Gentse Feesten, programmeerde hen het jaar daarop op de Gentse Feesten, wat hun eigenlijke doorbraak betekende.Leden van het eerste uur waren buurtwerker Mong Rosseel, Magda Demeester, Jan Van Daele, Guido Schiffer en Fabien Audooren. Hun doel was via het theater maatschappelijke en sociale wantoestanden aan de kaak te stellen. Belangrijk daarbij was in hun ogen laagdrempeligheid, vandaar hun keuze voor de volkse vormen van revue en cabaret, die ook in een wijkzaal of bij manifestaties konden gespeeld worden.

In de jaren daarop verwierven De Vieze Gasten (DVG) effectief bekendheid door hun interventies tijdens of naar aanleiding van politieke en economische acties (zoals linkse betogingen, stakingen, enz…). In 1973 vervoegden zij het Groot Arbeiders Komitee (GAK) van Jef Sleeckx, het jaar daarop namen ze deel aan talrijke solidariteitsavonden met Chili.

In de aanloop naar het theaterdecreet evolueerden De Vieze Gasten naar stukken met een naam en een verhaal, maar in se bleven het in een theatervorm gegoten revues (met bijvoorbeeld een raamvertelling als omkadering). Binnen het eerste theaterdecreet werden De Vieze Gasten erkend als vormingstheater. In 1975 nam de groep een elpee met strijdliederen op.
Vervolgens reisden De Vieze Gasten twaalf jaar lang door het land met een kleine circustent, waardoor ze een publiek bereikten dat zelden of nooit een schouwburg bezocht. Naast voorstellingen voor volwassenen speelden ze er ook voorstellingen voor kinderen, op initiatief van een nieuw lid, Herwig De Weerdt.



 
Het Apekot.

Gebaseerd op een liedje uit de eerste Wereldoorlog “Mademoiselle from Armentières“, origineel gezongen door ene Jack Charman (1915).

Bij Vuile Mong werd dat “Het Apekot”

“Hebde geider da ook? Als ge ‘s morgens wakker wordt en ge kijkt in de spiegel…bweuh..’t leven…ge zijt nog maar op de wereld en ‘t begint al, uw pa werkt, uw ma werkt en gij,
gij vliegt in de kindercrèche… en de crèche…

DE CRECHE DAT IS EEN APEKOT, PARLEZ VOUS
ELK ZIJN BED EN ELK ZIJN POT, PARLEZ VOUS
ZE STROOIEN ER POEDER OP JE VEL
GE MOET ER SLAPEN OP BEVEL, INKE PINKE PARLEZ VOUS

Maar het leven gaat zo snel voor ge ‘t weet zijt ge al op weg naar school, uw boekentaske onder uw arm, en ge zijt content en fier en ge denkt : ‘ Nu gaat het leven beginnen, de vogeltjes zeg, de bloemetjes ‘ …maar de school ?

DE SCHOOL DAT IS EEN APEKOT, PARLEZ VOUS
DE APEN ZITTEN TWEE AAN TWEE, PARLEZ VOUS
DE GROOTSTEN AAP DIE ZIT VAN VOOR
EN DOET DE ZOTSTE KUREN VOOR, INKE PINKE PARLEZ VOUS

18 jaar zijt ge geworden, 18 jaar, gedaan met naar school te gaan en ge staat op en uw hartje zegt boem boem boem
Ge stormt de trap af naar beneden en uw moeder staat klaar met de koffie.
zegt ze, “Jongen”, ” Hij ligt er, hé, in de brievenbus, uw oproepingsbevel, naar ‘t leger…”
en ‘t leger…

‘T LEGER DA IS EEN APEKOT, PARLES VOUS
ZE SCHIETEN DAAR MEKAAR KAPOT, PARLEZ VOUS
DE GENERAAL DAT IS EEN HOND
DE VIJAND ZIET ALLEEN ZIJN KONT, INKE PINKE PARLEZ VOUS

Maar ‘t leger zeg, hoe lang duurt dat, ‘t leger ?
Eén jaar ! Eén jaar op een gans mensenleven, daar kunt ge toch niet blijven bij stilstaan. Dat is zo voorbij en ge zijt al op weg naar huis, uw gerief over uw schouder, cafeetje links, cafeetje rechts, en ge komt thuis en uw moeder staat in haar deurgatje en ze zegt : ” Mijn Jean-Pierre, zijde gij da zo ne vent geworden, op één jaar tijd !”
En uw vader komt van zijn werk en hij smijt zijn vélo tegen de gevel en zegt hij: ” Jean-Pierre zo’n man geworden allemaal op één jaar, en gij denkt, nu hebben ze me niet meer liggen, nu gaan we leven, de vogeltjes, de bloemetjes
En ‘s avonds, heel de familie zit naar televisie te kijken. De programma’s zijn allang voorbij, maar ze kijken nog een beetje naar ‘t testbeeld,
En daarna zegt vader jongen zegt hij, nu da we hier samen zijn laat ons over het leven klappen” en gij dierect ja pa, de vogeltjes zeg, de bloemetjes zeg..”
Zegt ie:” jean-Pierre op uwe leeftijd, Kijk es naar uw moeder da mens heeft gewerkt, haar hele leven lang gewerkt, en ik Jean-Pierre ik heb gewerkt ‘t Is aan uwen toer, ga werken, naar ‘t fabriek, en ‘t fabriek …

‘T FABRIEK DAT IS EEN APEKOT, PARLEZ VOUS
ZE WERKEN ZICH D’ER STAPELZOT, PARLEZ VOUS
DE GROTE BAAS DIE KRIJGT ZIJN PREE
AL AAN DE MIDDELLANDSE ZEE, INKE PINKE PARLEZ VOUS

‘t Is de moment om zenuwachtig te worden, ‘t is de moment om te panikeren
Veertig jaren, veertig van de mooiste jaren van uw leven heb ge u kapot gewekt aan da stom machien in die stomme fabriek

Maar zeg, na veertig jaar komt de grote direkteur af, recht naar uw machien.
” Zijt gij, zijde gij Jean-Pierre ?”
” Ja, meneer de direkteur.” En ge zijt al kontent, stel u voor zeg na 40 jaar komt de grote directeur persoonlijk met u spreken
” Zegt gij Jean-pierre, heb je hij veertig jaar in mijn fabriek gewerkt ?”
” Ja meneer de direkteur.”
” ‘t Is niet te geloven”, zegt hij
” maar Jean-pierre, jongen, ‘k heb toch een probleem zegt den directeur
Ziet ge van mij moogde gij hier blijven, maar uw eigen jongere collega’s, zeggen ze, meneer de direkteur zeggen ze, Jean-pierre, die mens wordt oud, en hij kan niet meer me een iedere week zijn wij ons premie kwijt. Ziet ge, Jean-Pierre, van mij moogt ge blijven, maar uw eigen jongere collega’s, zeggen ze tegen mij zeggen ze, meneer de direkteur, waarom zou jean-pierre nie met pensioen gaan, waarom zou jean-pierre nie nog een beetje van zijn leven genieten ? Wa denkt ge jean-pierre? En ‘s avonds, ge rijdt naar huis met uw velo, en ge denkt jean-pierre, verdikke jean-pierre, ‘t is de moment on nog een beetje te leven… en terwijl ge er aan denkt ziet ge een vogeltje passeren, eentje maar, maar ge ziet het passeren, en een beetje verder staat er een bloemetje tussen de straatstenen, zwart van ‘t roet van de auto’s en de autobussen, maar ge ziet het staan en ge denkt jean-pierre:
” De vogeltjes zeg en de bloemetjes zeg, leven, LEVEN …”
Wel, mensen, vergeet het maar. Verdomme vergeet het maar Voor ge ‘t weet, waar zit ge, denkt ge ?
Bij d’ ouw’ peekes.
En waar zitten de ouw’ peekes ?

D’ OUW PEEKES ZITTEN IN ‘T APEKOT, PARLEZ VOUS
WEER ELK ZIJN BED EN ELK ZIJN POT, PARLEZ VOUS
DE NONNEKES STOPPEN U IN BAD
DAT DOET ZO’N DEUGD VOOR UW PROSTAAT, INKE PINKE PARLEZ VOUS.

En iederen dag iederen dag zegt uw hartje een beetje trager, boem boem boem en op een goeie keer, voor de allerlaatste keer, nog één keer
BOEM……”


Het Apekot



Mademoiselle d’Armentieres (Jack Charman) uit 1915.



De foto’s heb ik zelf gemaakt op een zonnige middag op het Brusselse De Brouckèreplein in 1975.





dinsdag 27 maart 2012

Tienerklanken




Tienerklanken was een jeugdprogramma op de Vlaamse openbare omroep BRT, de voorloper van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie. Het programma, een kruising tussen een praatprogramma en muziekprogramma, liep van 1961 tot 1978 en richtte zich op 15 en 25-jarigen.

Het bevatte verschillende muziekrubrieken, zoals Leuke plaatjes, goede maatjes en Applaus. Onder meer The Rolling Stones, Pink Floyd, Cliff Richard en Jimi Hendrix hebben in "Tienerklanken" opgetreden. In de rubrieken Taboeret en Tenuto kon de jeugd zelf haar muzikale talent tonen.

"Tienerklanken" hechtte daarnaast veel belang aan de mening van jongeren. Na mei 1968 werden Vlaamse jongeren mondiger en besloot men om rubrieken zoals Inspraak, Alternatief, Tegendraads en Toestand te produceren, waarin de jeugd haar zeg kon doen.

In de rubriek "Toestand" werd gekenmerkt door een wat lichtere, humoristischere aanpak. Frank Dingenen debuteerde hier eind jaren '70 als komiek.

In 1970 was de Vlaams zanger Will Ferdy te gast in de rubriek "Inspraak" van "Tienerklanken". De uitzending werd legendarisch omdat Ferdy zich als eerste Bekende Vlaming als homo uitte.

De begintune was van the Jokers