Posts tonen met het label Country. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Country. Alle posts tonen

vrijdag 12 april 2013

Op de draaitafel : Emmylou Harris - Quarter Moon in a ten cent town (1978)



Gisteren een dagje zonder computer, dat moet af en toe als desintoxicatie. Maar dan wel met muziek op de draaitafel.

Zoals deze !

"Quarter Moon in a Ten Cent Town" van Emmylou Harris uit 1978.

Het album bereikte nummer 3 in de Billboard charts.

Drie singles werden uit het album gelicht : "To Daddy" (geschreven door Dolly Parton), "Two More Bottles of Wine", en "Easy van Now On" (mede-geschreven door Carlene Carter).

Verder  vindt je "One Paper Kid", een duet met Willie Nelson, en “Leaving Louisiana in de Broad Daylight”, met de Oak Ridge Boys.

Alom tegenwoordig is de geweldige gitaar van Albert Lee.

Mijn favoriete track is zonder twijfel  “My Songbird”  (geschreven door Jesse Winchester)

“Songbird in a golden cage
She'd prefer the blue
How I crave the liquor of her song
Poor bird who has done no harm
What harm could she do
She shall be my prisoner her life long
My songbird wants her freedom
Now don't you think I know
But I can't find it in myself
To let my songbird go
I just can't let her go”



My Songbird


One Paper Kid (met Willie Nelson)




maandag 28 januari 2013

Bill en Doree Post – Weekend (1959)



Bill en Doree Post – Weekend (1959)

Het echtpaar vormde een songwriting team dat een aantal nummers schreef  voor nationaal bekende artiesten zoals Connie Stevens, The Lettermen, Eddie Cochran, Bobbie Vee en Lawrence Welk.

Bill schreef de teksten en Doree schreef de muziek.

Zelf hadden ze een hitje,  “sixteen  reasons  (why I love you)” .

“Weekend” schreven ze voor Eddie Cochran. Deze had er posthuum een hit mee in 1961.


Bill en Doree Post



Eddie Cochran




maandag 5 november 2012

Ian and Sylvia - Someday Soon (1964)



"Someday Soon" is de titel van een song van de Canadese singer songwriter Ian Tyson. Hij nam de song op met zijn toenmalige vrouw Sylvia Tyson als het duo Ian & Sylvia in 1964 op hun album "Northern Journey".

Hoewel deze versie niet op single werd uitgebracht was het een zeer invloedrijk lied. 




Gecoverd door o.m. Judy Collins op haar album "Who knows where the time goes", door Bonnie Dobson en door Suzy Bogguss die er op nr. een van de country charts mee geraakte.

Hier zijn

1. Ian and Sylvia
2. Bonnie Dobson
3. Judy Collins
4. Suzy Bogguss





Suzy Bogguss


donderdag 7 juni 2012

Coley Jones - Drunkard's Special (1929)



Coley Jones - Drunkard's Special (1929)

Gebaseerd op Child 274, "Cabbage Head Blues".

Dit is het lied van de man die avond na avond dronken thuiskomt en stukje bij beetje moet vaststellen dat hij niet langer de enige heer des huizes is. Wie dronk er van mijn kopje? Wie ligt daar in mijn bedje? Ach, zegt zijn vrouw, dat is geen hoofd, dat is een kool (cabbage)


Coley Jones (1929) [als Drunkard's Special] - op de Anthology of American Folk Music.

"First night when I went home
Drunk as I could be,
There's another mule in the stable
Where my mule oughta be.

Come here, honey.

Explain yourself to me.
How come another mule in the stable
Where my mule oughta be.

"O crazy, O silly
Can't you plainly see?
That's nothing but a milk cow
Where your mule oughta be."

I've traveled this world over
Million times or more.
Saddle on a milk cow's back
I've never seen before.

Second night when I got home
Drunk as I could be,
There's another coat on the coat rack
Where my coat oughta be.

Come here, honey.

Explain this thing to me.
How come another coat on the coat rack
where my coat oughta be?

"O crazy, O silly,
Can't you plainly see?
Nothing but a bed quilt
Where your coat oughta be."

I've traveled this world over
Million times or more.
Pockets in a bed quilt
I've never seen before.

Third night when I went home
Drunk as I could be,
There's another head on the pillow
Where my head oughta be.

Come here, honey. C'mere.

Explain this thing to me.
How come another head on the pillow
Where my head oughta be?

"O crazy, O silly,
Can't you plainly see?
That's nothing but a cabbage head
That your grandma sent to me."

I've traveled this world over,
Million times or more.
Hair on a cabbage head
I've never seen before.
"

Covers zijn : E.C. Ball & Orna (1937) [als Three Nights Drunk], Sam & Kirk McGee (1940s) , Tom Archia (1948) , Ewan MacColl (1956) [als Our Goodman], Weavers (1960) [als You Old Fool], Pete Seeger (1961) [als Four Nights Drunk], Harry Cox (1961) [als Our Goodman], John Jacob Niles (1965) [idem], Dubliners (1967) [als Seven Drunken Nights; verboden in Ierland, top 5 UK; leerden het van sean nos zanger Joe Heaney, één van hun drinkebroers in stamkroeg O'Donahue's pub in Merrion Row], Cisco Houston (1967) [idem], Doc Watson (1967) [idem], Seeger Sisters (1968) [als Five Nights Drunk], New Lost City Ramblers (1968) [als Four Nights Drunk], Brook Benton (1968) [als Intoxicated Rat], Professor Longhair (1971) , Steeleye Span (1971) [tekstelementen in Four Nights Drunk], Dr. John (1992) , Ruth Brown (1999) , Kate Rusby (2003) [als Goodman].


Coley Jones - Drunkard's Special (1929)


Lena & Sylvester Kimbrough (1928) [als Cabbage Head Blues]




woensdag 6 juni 2012

Rex Griffin - Everybody's trying to be my baby (1936)




EVERYBODY’S TRYING TO BE MY BABY  (1936)
(Rex Griffin)

Original Recording : Rex Griffin (1936)
Opgenomen 2 Maart 1936 (Decca 5194).

Rex Griffin sloeg de brug tussen Jimmie Rodgers en Hank Williams, jodel inbegrepen.

Zijn song "The Last Letter”, uit 1937. stond model voor Dylan's "To Ramona".

 


Covers zijn : Gene Sullivan (1937) , Roy Newman & His Boys (1938) [Western-swingorkest in de stijl van Milton Brown], Carl Perkins (1956) , Beatles (1962) [in Hamburg en in '64 op Beatles For Sale], Flys (1987) , Johnny Cash (2003) [postuum].

The Beatles namen “Everybody’s Trying to Be My Baby” op op 18 October 1964 in de EMI Studios, London. George Harrison zong lead.

Everybody's Trying To Be My Baby, da's natuurlijk iets voor de Beatles om te zeggen, zeker zo tussen Hard Day's Night en Help! in, eind '64, toen echt heel de wereld vol was van de Beatlemania.

Dit is nochtans een nummer dat ze al van voor hun eerste plaatopnamen speelden. Zij kenden het van Carl Perkins, de Sun-artiest waar ze in hun vroege jaren zowat alles van deden: "Blue Suede Shoes", "Matchbox", "Honey Don't", "Lend Me Your Comb", enz... allemaal dingen waar de Beatles zich helemaal in thuis voelden en waar ze dan ook dankbaar op terugvielen wanneer er weer eens gauw wat lp-tracks dienden opgenomen te worden en de studiotijd aan het verstrijken was.

Dat was het geval tijdens de Beatles For Sale-sessie. Dat moest toen nog in één dag en dan schakel je al gauw over op automatische piloot. De vier covers die ze aan het eind van die opnamedag aanpakten stonden bijna alle vier vanaf de eerste take feilloos op de band.


EVERYBODY’S TRYING TO BE MY BABY





dinsdag 22 mei 2012

The Fantastic Expedition of Dillard and Clark (1968)




Nadat  Gene Clark de Byrds verlaat wil zijn eerste album maar niet van de grond komen. Hij komt voor korte tijd terug naar de Byrds.

Maar dan loopt hij in het voorjaar van 1968 Douglas Dillard, banjospeler-extraordinaire in The Dillards, tegen het lijf, het klikt meteen. Ze komen beiden uit Missouri en blijken gelijkgestemde geesten met een drankprobleem.



Overdag rijden Clark en Dillard op hun Triumph motorfietsen door Hollywood, ’s avonds drinken ze wodka, roken marihuana en maken ze muziek in Dillards huis in Beechwood Canyon.

In dat huis logeert ook ene Bernie Leadon. Met z’n drieën spelen ze akoestische bluegrass; met twee banjo’s een akoestische gitaar en harmonie zang. Bluegrass en traditionele country: hoe is dat mogelijk. En toch hier begint alles, de hele countryrock geschiedenis. En Gene Clark en Doug Dillard staan aan de wieg ervan.

In een zeer relaxte sfeer – zingend en spelend, blowend en drinkend – ontstaan de folksongs die we vanaf nu “country roch” zullen noemen.  Om de band te completeren wordt David Jackson – net als Leadon afkomstig uit Hearts And Flowers – bassist.

Op 13 juni 1968 beginnen ze aan hun eerste album voor A&M. Chris Hillman speelt mandoline, Don Beck mandoline en dobro, en Andy Belling klavecimbel.

De plaat is een mijlpaal in de geschiedenis van de country rock. Kanjers als ‘In The Plan’, ‘With Care From Someone’ en vooral ‘Train Leaves Here This Mornin’ worden spontaan uit de mouw geschud.

Eind september zijn er acht volledig akoestische liedjes opgenomen. Het is een weergaloze combinatie van Dillards en Leadons fenomenale banjospel en de mystieke, buitenaardse schoonheid van Clarks stem en composities.

Uiteindelijk wordt ook een drummer toegevoegd, Joe Larson en een organist Jim Horn. 






 

In november 1968 verschijnt “The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark”.  Hun eerste optreden is in de Troubadour. Gene Clarks plankenkoorts en overmatig drankgebruik torpedeert het hele verhaal. Dillard & Clark gaan af als een gieter ondanks het meesterwerk dat ze zopas hebben afgeleverd.

Maar “Country Rock” bestaat echt. Het genre dat gedefinieerd wordt door The Byrds’ Sweetheart Of The Rodeo, The Flying Burrito Brothers’ The Gilded Palace Of Sin en Dillard & Clarks The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark.

Er volgt nog een plaat en dan is het gedaan. Bernie Leadon trekt naar de Eagles en op de eerste plaat van de Eagles verschijnt een versie van “Train leaves here this morning”.

Op 16 mei 2012 is Douglas Flint "Doug" Dillard gestorven.

Zijn buitenaards mooie en klare banjospel zal voor altijd zwijgen.

Train leaves here this morning



In the Plan



Don't let me down




donderdag 19 april 2012

Hawkshaw Hawkins – Lonesome 7-7203 (1963)




Hawkshaw Hawkins – Lonesome 7-7203 (1963)


Geschreven door Justin Tubb, de oudste zoon van Ernest Tubb. Een opname uit 1962 door Jean Shepard voor Capitol bleef onuitgegeven.

Covers : Will Tura (1964) [n°1 VL als Draai Dan 79.72.04], Burl Ives (1967) , Justin Tubb (1967) [auteur], Tony Booth (1972) , Don Walser (1980s) , Darrell Clanton (1984) , Helmut Lotti (1993)


Hawkshaw Hawkins had met deze latere Tura-hit zelf een C&W n°1 in '63, het jaar waarin hij een van de slachtoffers werd van de vliegtuigcrash die ook fataal werd voor Patsy Cline en Cowboy Copas (The day the country-music died).



Hawkshaw Hawkins




Justin Tubb – Lonesome 7-7203 (auteursversie uit 1967)



Stu Phillips – The great el tigre (1966)



Stu Phillips – The great El Tigre (1966)
(Cy Coben)

Hij was een protégé van Chet Atkins.

Covers : Will Tura (1966) [als El Bandido n°1 VL], Robert Cogoi (1966) [idem], Larry Cunningham (1968) , Hugo Matthysen & De Bomen (1990) [idem], Frank Galan (1995) [idem].

Stu Phillips – The great El Tigre



Chip Fisher – I love your pony-tail (1958)




Chip Fisher – I love your pony-tail (1958)

Gecoverd door Will Tura als "Oh Paardenstaart" (1958)



Chip Fisher – I love your pony-tail

Johnny Western – Don’t Cry Little Girl (1960)




Johnny Western – Don’t Cry Little Girl (1960)
(Marijohn Wilkin/Wayne Walker)

Hetzelfde duo schreef ook "Cut Across Shorty"

Gecoverd door Will Tura als "Je Huilt Meisjelief" de B Kant van "Eenzaam zonder Jou" (1962)


Johnny Western – Don’t Cry Little Girl



Tony Dunning and The Tremolos – Seventeen tomorrow (1960)




Tony Dunning and The Tremolos – Seventeen tomorrow (1960)

We bijven bij Will Tura. Deze song werd door Will Tura gecoverd als "Jij bent nu zeventien geworden" (1962).


Tony Dunning and The Tremolos 



zaterdag 7 april 2012

Uncle Dave Macon – Deliverance will come (1926)



Bob Dylan - Paths of Victory (1964)

Trails of troubles
Roads of battles
Paths of victory
I shall walk

The trail is dusty
And my road it might be rough
But the better roads are waiting
And boys it ain’t far off

Trails of troubles
Roads of battles
Paths of victory
We shall walk

I walked down by the river
I turned my head up high
I saw that silver linin’
That was hangin’ in the sky

Trails of troubles
Roads of battles
Paths of victory
We shall walk

The evenin’ dusk was rollin’
I was walking down the track
There was a one-way wind a-blowin’
And it was blowin’ at my back

Trails of troubles
Roads of battles
Paths of victory
We shall walk

The gravel road is bumpy
It’s a hard road to ride
But there’s a clearer road a-waitin’
With the cinders on the side

Trails of troubles
Roads of battles
Paths of victory
We shall walk

That evening train was rollin’
The hummin’ of its wheels
My eyes they saw a better day
As I looked across the fields

Trails of troubles
Roads of battles
Paths of victory
We shall walk

The trail is dusty
The road it might be rough
But the good road is a-waitin’
And boys it ain’t far off

Trails of troubles
Roads of battles
Paths of victory
We shall walk

Met “Paths of Victory” belanden we in het meer obscure werk van Dylan.
Dylan nam dit nummer op voor de plaat “The times they are a-changing”, doch het nummer bleef in de kast liggen. Pas met de “Bootleg Series 1-3” kwam deze outtake boven water.

In de liner notes voor “Bootleg Series 1-3” wordt deze song “possibly the most Guthriesque song that Woody never wrote“ genoemd.

Dylan begon met deze song rond 1962, en hij werkte een paar strofes af voor Broadside. Voor Witmark nam hij een demo op.

Ik leerde de song kennen via een “Bob Dylan Songbook” (uitgegeven door Witmark en Sons) dat ik kocht begin 1966 in Gent, waar ik toen studeerde.

Het Songbook stond vol met nummer die Dylan op dat moment nog helemaal niet had uitgebracht, zoals “Eternal Circle”, “Seven Curses”, “Lay down your weary tune” en deze “Paths of Victory”. Ik leerde de song spelen zonder ooit het origineel te hebben gehoord.

Maar waar haalde Dylan zijn inspiratie vandaan ?

We gaan terug in de tijd naar 1926…

DELIVERANCE WILL COME  (John B. Matthias)

De originele opname is van Uncle Dave Macon (1926) (Vocalion)
Het is een blanke hymne geïnspireerd door John Bunyan’s boek The Pilgrim’s Progress, gepubliceerd in 1678. De auteur was een Methodist preacher (1767-1848). Fiddlin’ John Carson gebruikte dezelfde melodie al in ’25 in zijn harde boerenleven song Honest Farmer.

Covers : Smith’s Sacred Singers (1928) , Carter Family (1936) [als Wayworn Traveler; zelfde thema van de levensweg is zwaar maar aan de einder wenkt bevrijding], Hedy West (1959) [als Pans Of Biscuit], Orville McInturff (1962) [als Wayworn Traveler], Almeda Riddle (1962) [idem], Bob Dylan (1963) [als Paths Of Victory; outtake van The Times They Are A-Changin', opgespaard voor Bootleg Series 1-3], Odetta (1964) [idem], Hamilton Camp (1964) [idem], Broadside Singers (1964) [idem; met Tom Paxton, David Blue, Buffy Sainte-Marie, Peter LaFarge, Pete Seeger, Eric Anderson en Phil Ochs], Pete Seeger (1965) [idem], Byrds (1973) [idem], enz…

Waarchijnlijk kende Dylan de Carter Family versie van de song.

Hier zijn :

Uncle Dave Macon – Deliverance will come



The Carter Family – Wayworn Traveller


Bob Dylan - Paths of Victory



donderdag 5 april 2012

Wynona JUDD – Change the world (1994)



 
Wynona JUDD – Change the world (1994)
(Sims, Kennedy, Kirckpatrick)

Originele opname : Wynonna Judd (1994)

Covers : Eric Clapton (1996) [top 5 US; in film Phenomenon; productie: Babyface], Babyface (1997) [live met Eric Clapton op gitaar], Wayne Kirkpatrick (2000) [coauteur].

“Change the World” werd geschreven door Tommy Sims, Gordon Kennedy en Wayne Kirkpatrick. Eric Clapton’s versie was een wereldhit.

CHANGE THE WORLD




woensdag 4 april 2012

The Stewart Family – Just out of reach (of my two open arms) (1951)




The Stewart Family – Just out of reach (of my two open arms) (1951)
(Virgil F. Stewart)

Uitgebracht December 1951 op Gilt-Edge 5053.

Virgil “Pappy” Stewart: guitar
Baba Stewart: accordion, vocals
Bethyl Stewart Brown: violin, lead vocals
Jeanette Stewart: bass, vocals.

Covers : Bonnie Lou (1953) , Sonny James (1957) [op album Sonny], Patsy Cline (1958) , Faron Young (1958) , Eddy Arnold (1961) , Solomon Burke (1961) [millionseller; was hiermee de eerste zwarte die met succes C&W door zijn R&B vlocht, nog voor Ray Charles], Esther Phillips (1963) , Sandy Posey (1966) , Percy Sledge (1967) [als Just Out Of Reach (Of My Two Empty Arms)], Perry Como (1975) , Freddy Fender (1976) , Larry G. Hudson (1978).

Just out of reach (of my two open arms)

dinsdag 3 april 2012

Clarence Ashley – The House Carpenter (1930)



Clarence Ashley – The House Carpenter (1930)
(trad.)

Banjospeler uit East Tennessee en lid van de Carolina Tar Heels.

Bij zijn herontdekking na verschijning van de Anthology Of American Folk Music, werd zijn briljante blinde gitarist Arthel ‘Doc’ Watson aan de wereld geopenbaard.


Covers : Rebecca King Jones (1940) [Frank Warner opname], Almeda Riddle (1959) , Jean Ritchie (1961) , Joan Baez (1962) , Bob Dylan (1962) [out-take The Freewheelin' Bob Dylan], Buffy Sainte-Marie (1966) , Sweeney’s Men (1968) , Pentangle (1969) , Doug & Jack Wallin (1992) , Kelly Joe Phelps (1999) , Natalie Merchant (2003) [op cd House Carpenter's Daughter], Robin Holcomb & Todd Rundgren (2006) [op The Harry Smith Project Revisited].

“The House Carpenter” is een versie van Child ballad #243. Heruit op Anthology of American Folk Music. Oudste gepubliceerde versie als A Warning For Married Women (1685).

The House Carpenter




Harry McClintock – Big Rock Candy Mountains (1928)




Harry McClintock – Big Rock Candy Mountains (1928)

Traditionele Amerikaanse folksong; oraal overgeleverd. In 1906 voor het eerst gepubliceerd.

Lid van de Industrial Workers of the World (I.W.W.); auteur van labor songs als Sam Bass en Hallelujah Bum Again. Zijn versie werd weerhouden voor de soundtrack van O Brother, Where Art Thou? Oorspronkelijk uitgebracht met Mountains in het meervoud. Moet het paradijs verbeelden voor een hobo (“Where the cops have wooden legs and the bulldogs all have rubber teeth and the hens lay soft-boiled eggs”).

De song (met een s) werd opgenomen op 6 September 1928 op Victor 21704.

Covers : Vernon Dalhart (1929) , Goebel Reeves (1934) [als The Big Rock Candy Mountain], Tex Morton (1948) [idem], Burl Ives (1949) [idem], Pete Seeger (1957) , Dorsey Burnette (1960) , New Christy Minstrels (1962) , Oscar Brand & The Tarriers (1962) , Roger Whittaker (1971) , Beat Farmers (1986) , Demolition Doll Rods (2004).

Big Rock Candy Mountains



Blind Alfred Reed – How can a man stand such times and live (1929)




Blind Alfred Reed – How can a man stand such times and live (1929)
Op het Victor label

Blind Alfred Reed (15 Juni 1880 Floyd, Virginia – 17 Januari 1956) was een zanger-violist uit West Virginia die zelf nog al buskend aan de kost moest zien te komen, wat tijdens de depressiejaren niet altijd evident was. Eén van de ontdekkingen van Ralph Peer via de fameuze Bristol Sessions in ’27 (ook The Carter Family en Jimmie Rodgers hoorden toen bij de oogst).

Tijdens het een conventie in 1927 hoorde Ralph Peer, de directeur van Bristol Sessions, Reed  “The Wreck of the Virginian” spelen. Hij vroeg hem of hij nog meer kende en inviteerde hem naar Bristol voor de fameuze sessies. Reed stemde toe en nam vier nummers op, een solo, “The Wreck of the Virginian”, en drie andere songs met gitaarbegeleiding van Arville, “I Mean to Live for Jesus”, “You Must Unload”, en “Walking in the Way with Jesus”..

Na de Bristol Sessions, bleef Reed opnemen tot 1929, het jaar van zijn meest beroemde lied “How can a man stand such times and live”

Daarna verdween  Reed, en wijdde zich verder aan zijn job als Baptist prediker.

Covers van deze song zijn : New Lost City Ramblers (1959) [op Songs From The Depression], Ry Cooder (1970) , Michael Chapman (1976) , Alexis Korner (1983) , Del-Lords (1984) , Bruce Springsteen (2007) [met extra eigen woorden; Live in Dublin].

How can a man stand such times and live ?

Blind Alfred Reed



Ry Cooder

Red Patterson’s Piedmont Log Rollers – Down on the Banks of the Ohio (1927)




Red Patterson’s Piedmont Log Rollers – Down on the Banks of the Ohio (1927)

Op het Victor Label 1927

Op een poster uit 1847 waarbij een Minstrel Show in Philadelphia wordt aangekondigd, beloven The Nightingale Serenaders De Banks Ob De Ohio te spelen. Werd zeker ook al gezongen door Louis Lindsay in de 1860s.

“The Banks of the Ohio” is een 19e-eeuwse murder ballad, geschreven door onbekende auteurs, waarin” Willie “zijn jonge minnares uitnodigt voor een wandeling. Zij wijst zijn huwelijksaanzoek af. Zodra ze zijn alleen op de oever van de rivier vermoord hij de jonge vrouw.

De eerste opname van het lied is van Red Patterson’s Piedmont Log Rollers op 12 augustus 1927.

Het nummer is sindsdien talloze malen gecoverd door o.m. the New Lost City Ramblers, Henry Whitter, Ernest Stoneman, Clayton McMichen, The Carter Family, Blue Sky Boys (waarvan de versie, uitgevoerd in 1936, verschijnt in de soundtrack van de film Paper Moon 1973), Johnny Cash, Porter Wagoner, Pete Seeger, Monroe Brothers, Joan Baez, Olivia Newton-John (met Mike Sammes, Dave Guard en de Whiskeyhill Singers, Mike Ierland en Holler, en Doc Watson.

RED PATTERSON’S PIEDMONT LOG ROLLERS (1927)



THE BLUE SKY BOYS (1936)


maandag 2 april 2012

Beverly Marr – Crescent City Blues (1953)




Beverly Mahr – CRESCENT CITY BLUES – 1953 (Decca)
Gordon Jenkins

Auteur Gordon Jenkins was een bekend arrangeur, o.a. voor Frank Sinatra.

Covers zijn : Johnny Cash (1956) [invloed op Folsom Prison Blues, toen enkel B-kant van So Doggone Lonesome, later centrale song op livealbums At Folsom Prison ('68) en At San Quentin ('70); Johnny raakte lyrisch geïnspireerd door de film Inside The Walls Of Folsom Prison die hij tijdens zijn legerdienst in Duitsland zag],

Uit “Crescent City Blues”:

‘I hear the train a comin’, it’s rollin round the bend’
‘When I was just a baby my mama told me (Sue)’
‘I’m stuck in (Crescent City)’
‘When I hear that whistle blowing, I hang my head and cry’
‘I see the rich folks eating in that fancy dining car’
‘If I owned that lonesome whistle, if that railroad train was mine’

Zo te zien is ongeveer 80% van Folsom Prison Blues zo rechtstreeks uit deze “Crescent City Blues” gehaald. Het gaat hier niet enkel om de lyrics, ook de melodie werd (versneld) overgenomen. Jenkins wachtte tot Cash weg was bij Sun alvorens hem te suen, met succes.

CRESCENT CITY BLUES



Wat zegt u daarop Mijnheer Cash ?



vrijdag 30 maart 2012

Rex Griffin – The Last Letter (1937)




Wanneer we het over trieste songs hebben dan moet Rex Griffin’s “The Last Letter” misschien wel de triestigste song zijn die ik ken. Geschreven en opgenomen door Griffin in 1937. De song werd bijna onmiddellijk gecovered. Het is een van de meest aangrijpende zelfmoord songs die er bestaan.

Het is een afscheidsbrief op muziek gezet. Enkel hij en zijn gitaar.

Hoewel Rex Griffin nog andere “hits” had (vb. “Everybody’s trying to be my baby” een hit voor Carl Perkins en later The Beatles) is het die ene song waar men hem steeds weer te voorschijn haalt.

De song werd geschreven nadat zijn vrouw Margaret hem verliet en Rex zelfmoord overwoog.

De Carter Family zongen die song op de radio.

Bob Dylan kende zeker de song. Weeral is het een geval van osmose. Hij stal of “leende” de song om er “To Ramona” van te maken. Bij Dylan verwijst de song ongetwijfeld naar Joan Baez, met wie hij rond die tijd een relatie had.

Waylon Jennings dan van zijn kant gebruikte Dylan’s “To Ramona” om “Anita You’re Dreaming” (1966) te schrijven.

Rex Griffin – Last Letter



The Carter Family – Last Letter



Bob Dylan – To Ramona




Waylon Jennings – Anita you’re dreaming