Posts tonen met het label Verhaaltjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verhaaltjes. Alle posts tonen

maandag 7 oktober 2013

The Steve Miller Band - Fly like an Eagle (1976)



Het begon allemaal op 9 mei 1969.

Paul McCartney : “Steve Miller happened to be there recording, late at night, and he just breezed in. 'Hey, what's happening, man? Can I use the studio?' 'Yeah!' I said. 'Can I drum for you? I just had a fucking unholy argument with the guys there.' I explained it to him, took ten minutes to get it off my chest. So I did a track, he and I stayed that night and did a track of his called “My Dark Hour”. I thrashed everything out on the drums. There's a surfeit of aggressive drum fills, that's all I can say about that. We stayed up until late. I played bass, guitar and drums and sang backing vocals. It's actually a pretty good track.”

Uiteindelijk speelde Paul drums, gitaar en bass op deze track. Steve ‘guitar’ Miller beperkte zich tot de lead gitaar. Paul McCartney werd op de plaat vernoemd onder de naam Paul Ramon, een pseudo die hij vroeger al eens had gebruikt.

Het nummer belandde op “Brave New World”, de elpee uit 1969 van the Steve Miller Band.






Niemand wist toen dat dit nummer een tweede leven zou gaan leiden.

In 1973, voor het album “the Joker”, werd dit nummer nog eens opgenomen, of beter gezegd een soort kloon van het nummer, zelfde gitaarriff, enz. Het kreeg de titel “Fly like an Eagle” en ging over het respect voor de Native Americans. 

Het nummer haalde de plaat niet en werd in de schuif gelaten.

Drie jaren later werd het de titeltrack van het zgn. Come Back album van Steve Miller “Fly Like An Eagle”.

De tekst deze keer is meer universeel geworden.

“Feed the babies
Who don't have enough to eat
Shoe the children
With no shoes on their feet
House the people
Livin' in the street
Oh, oh, there's a solution”



My dark hour



Fly like an Eagle (1973)



Fly like an Eagle (1976)






dinsdag 17 september 2013

Het prille begin - Carole, Paul en Artie.



Carole King werd geboren in 1942 te Brooklyn, New York. Op de universiteit ontmoette Carole King Paul Simon, met wie zij enige songs schreef. Carole King tekende een contract met Don Kirshner en zij maakte van het schrijven van songs haar beroep.

Paul Simon en Art Garfunkel groeien samen op in Queens, New York. Als ze beiden vijftien zijn, noemen ze zich Tom & Jerry. Bij Big Records maken ze als Jerry Landis en Tom Graph eerst een singletje (Hey Schoolgirl, sterk beïnvloed door de muziek van The Everly Brothers) en later een album, dat kortweg Tom & Jerry heet.




Van de single worden 100 000 exemplaren verkocht en dat brengt hen zelfs in Dick Clarks beroemde tv-programma American Bandstand. Het volgende plaatje wordt niets, de platenmaatschappij gaat failliet en Tom & Jerry zoeken als Paul en Art de schoolbanken weer op. Onafhankelijk van elkaar proberen ze het nog eens.




Een zekere Artie Garr (Garfunkel) maakt platen op twee labels tegelijk.




Tico and the Triumphs

Paul Simon zingt in de studio demobanden in voor artiesten als Burt Bacharach en zingt lead op het redelijk succesvolle plaatje “Motorcycle” van Tico & The Triumphs.

Hij neemt ook een plaatje op als Jerry Landis (‘The Lone Teen Ranger’).

Gedurende korte tijd zingt Paul in een duo met Carole Klein (later Carole King). Ze nemen een paar demos op als “The Cousins”.



 
Hier zijn die prille opnames :

1.    The Cousins – Just to be with you
2.    The Cousins – Ask me why

3.    The Mystics – All through the Night
4.    The Mystics – I begin to think of you again
5.    The Mystics – Let me steal your heart away

6.    Tico and the Triumphs – Motorcycle
7.    Tico and the Triumphs – I don’t believe them
8.    Tico and the Triumphs – Express Train
9.    Tico and the Triumphs – Wildflower
10.  Tico and the Triumphs – Cry little Boy
11.  Tico and the Triumphs – Get up and do the Wobble
12.  Tico and the Triumphs – Carde of Love
13.  Tico and the Triumphs – Noise

14.  Artie Garr – Beat Love
15.  Artie Garr – Dream Alone
16.  Artie Garr – Private World
17.  Artie Garr – Please forgive me

18.  Tom and Jerry  – Hey Schoolgirl
19.  Tom and Jerry – Dancin’ Wild

20.  Jerry Landis – The Lone Teen Ranger











donderdag 12 september 2013

Antoine - La Loi de 1920 (1966)




Antoine heeft het in deze song over de Wet van 31 juli 1920, « réprimant la provocation à l’avortement et la propagande anticonceptionnelle. » (Franse Wet).

Volgens deze wet  wordt abortus gelijkgesteld met moord en zal de pleger ervan voor het Assisenhof moeten verschijnen.


Toch was deze wet niet een totale miskleun. Zeer dikwijls konden de beklaagden rekenen op het medeleven van de juryleden en kwamen ze er met lichte straffen vanaf. In 1923 werd de straf voor abortus gecorrectionaliseerd.


Toch bleef de vervolging van de abortus een feit. Tussen 1925 en 1932 waren er dat zo’n 500 à 600 per jaar.


Het gevolg was navenant. Het geboortecijfer daalde drastisch en in 1930 stond dit op het laagste peil ooit in Frankrijk.

Wat gebeurde er ? Eerst waren er de gewone middelen zoals de coïtus interuptus en het condoom (toegelaten omdat het de mensen beschermde tegen venerische ziekten). En natuurlijk waren er de clandestiene abortussen die in die jaren een echte boom kenden.

Een nieuwe wet van 1939 (Code de la Famille) zal de repressie versterken.

De oorlog die volgt zal het ideaal van de vrouw aan de (franse) haard versterken en dus zal abortus uit den boze zijn. De vrouw zal zich volledig ontplooien in haar rol van moeder aan de haard, en ze zal kinderen baren.

Een wet van 1942 zal abortus “schadelijk voor het Franse Volk” verklaren. Abortus wordt “un crime d’Etat”. Er worden speciale ploitiediensten opgericht die zich met abortus bezighouden. In 1943 wordt een “engeltjes maakster” geguiliotineerd.
Gedurende de oorlogsjaren worden inzake abortus meer dan 15000 straffen uitgesproken.




Antoine

Antoine zal onmiddellijk een buitenbeentje zijn in de franse yéyé. De meeste zangers en zangeressen houden het bij brave en vriendelijke weinig zeggende teksten.
Antoine is tegendraads en heeft het in zijn “Eculubrations“ onmiddellijk over het plaatsen van het franse idool nr.1 « Johnny Hallyday» in een koooi in Medrano (de Parijse Zoo).

Met zijn groep « Les Problèmes » (de latere Charlots) zoekt hij de controverse op.
In 1966 maakt hij deze song « La Loi de 1920 ».

Hij vertelt ons het intrieste verhaal van een vrouw die de zwangerschappen opstapelt en uiteindelijk begeeft. Om te ontsnappen aan de miserie vermoordt ze haar kinderen en pleegt ze zelfmoord.

Voor Antoine is deze meer dan voorbijgestreefde wet uit 1920 de echte schuldige.



Antoine: "LA LOI DE 1920". (1966)

Elle habite avec ses 9 enfants
De biais ce n'est pas même un appartement
Le mari on ne le voit pas souvent
Et pourtant

On leur a appris à fonder une famille
Faire autrement leur serait difficile
Au mariage c'était le seul but dans la vie
Et pourtant

Chaque année un autre enfant naissait
Comment auraient-ils pu l'éviter
Il y a 365 nuits dans une année
Et pourtant

L'aîné aura peut-être quelque instruction
Pour les autres il n'en est pas question
Manger ça ne leur arrive pas souvent
Et pourtant

Il y a longtemps que leur taudis est classé
Assise folle elle s'est mise à penser
Elle n'en peut plus, ça ne peut plus durer
Et pourtant

Dans un coin il y a un fourneau
L'évier est mort, on leur a coupé l'eau
Elle s'approche du feu la folie sur la peau
Et pourtant

Il suffit de tourner un robinet
Ça me tremble, les enfants dorment à coté
Ils ne se sont plus jamais réveillés
Et pourtant

On aurait dû penser pourtant
On aurait pu penser pourtant
Penser à revoir enfin la loi de 1920
.








zaterdag 13 juli 2013

The Strangeloves




The Strangeloves waren een fictieve band opgericht in 1964 door een in New York gevestigde Amerikaanse songwriting productie team. Ze kwamen zogezegd uit Australië.

Ze bestonden uit Bob Feldman, Jerry Goldstein, en Richard Gottehrer.

De Strangeloves meest succesvolle singles waren "I Want Candy ',' Cara-Lin" en "Night Time".

Vóór de Strangeloves op de proppen kwamen had het songwriters team erachter reeds hits gescoord voor Dion, Pat Boone, Freddy Cannon, Bobby Vee en de Jive Five, en vooral "My Boyfriend's Back" van de The Angels.

Toen de zgn. British Invasion begon werd de US overspoeld  met Engelse groepen die amerikaanse R&B speelden. Bob Feldman, Jerry Goldstein, en Richard Gottehrer moesten dus iets nieuws vinden. Zij maakten de Strangeloves.

Volgens de persberichten waren The Strangeloves drie broers (Giles, Miles, en Niles Strange)  opgegroeid in een Australische schapenboerderij. Ze zouden rijk geworden zijn met het fokken van een nieuw soort schaap (langharig) en zo financiëel een band hebben kunnen oprichten (!).

Hun eerste single was “Love, Love” en werd uitgebracht onder de groepsnaam “Strange Loves” Hij geraakte tot nr. 122 op de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Toen hun tweede single, “I Want Candy”,  een hit werd midden 1965 stelde er zich een problem voor The Strangeloves : er moest een band gevonden worden om live op te treden. Ze vonden een groep van sessiemuzikanten die eigenlijk had geholpen om nummers van de Strangloves op te nemen. 



 
Terwijl de groep toerde in Ohio in 1965 als The Strangeloves, kwamen  Feldman, Goldstein, en Gottehrer ontmoetten ze een lokale band die bekend stond als Ricky Z en de Raiders onder leiding van Rick Derringer (bekend als Rick Zehringer op dat moment). Hun rauwe talent werd onmiddellijk opgemerkt en de producers brachten onmiddellijk Derringer en zijn band naar New York. Hier werd  Derringer's stem over een bestaand muzieknummer van The Strangeloves 'album, “I Want Candy”, opgenomen en gereleased als "Hang on Sloopy" onder de naam The McCoys.

De Strangeloves ' enige LP, “I Want Candy”, werd uitgebracht in 1965 op Bert Berns' Bang Records.


 



1964 The Strange Loves – Love, Love
1965 The Strangeloves – I want Candy
1965 The Strangeloves – Cara Lin
1965 The Beach Nuts  - Out in the Sun (The Strangeloves met The Angels.)
1965 The Strangeloves – Night Time
1966 Rome & Paris – Because of you (Rome and Paris waren Bob Feldman en Jerry Goldstein).
1966 The Strangeloves – No Jive (Hand Jive)

Ik voeg er de opname van “Hang on Sloopy” door the Strangeloves bij. Het is over deze tape dat Rick Derringer’s stem werd gemixt.

Voor wie (nog meer) geïnteresseerd is : de franse EP van the Strangeloves vindt u hier op mijn franse blog. (een kleine tussendoorse reklame)



vrijdag 28 juni 2013

The Who : Under my thumb / The Last Time (1967)



Op 28 juni 1967 komt Mick Jagger voor de rechter in Chichester (graafschap Essex). Hij wordt beschuldigd van het bezit van peppillen. Na de getuigenverhoren wordt hij naar de cel afgevoerd waar hij de nacht doorbrengt.

De dag daarna is het de beurt aan Keith Richards.

Mick krijgt drie maanden en Keith 1 jaar gevangenisstraf plus een fikse geldboete. Deze straf zal in hoger beroep tot een voorwaardelijke straf worden omgevormd. Mick krijgt uiteindelijk 12 maanden voorwaardelijk en Keith wordt vrijgesproken.

Om hun vrienden Mick Jagger en Keith Richards, die opgepakt zijn wegens vermeend drugsbezit, een hart onder de riem te steken, nemen Pete Townshend, Roger Daltrey en Keith Moon op 28 Juni 1967 in De Lane Tea de Stones nummers The Last Time en Under My Thumb op.

Pete Townshend speelt behalve gitaar en toetsen, ook basgitaar vanwege het feit dat John Entwhistle die op 23 Juni 1967 met Alison Wise is getrouwd, nog op huwelijksreis is. 



 
The Who gaan nog verder om Mick Jagger en Keith Richards te steunen. In een advertentie op 30 Juni 1967, betaald door Track Records (de platenmaatschappij van The Who), in de Evening Standard staat te lezen: "The Who consider Mick Jagger and Keith Richards have been treated as scapegoats for the drugproblem and as a protest against the savage sentences imposed on them at Chichester yesterday, The Who are issuing today the first of a serie Jagger/Richards songs to keep their work before the public until they are free again to record themselves". The Last Time/Under My Thumb komt tot een 44ste plaats in de Engelse hitlijst.

Kit Lambert over de single: "It was just a simple gesture, and we are not trying to cash in at all. All royalties will go to charity"

De Stones zullen even later “We love you” opnemen, een bedankje aan de fans om hen te blijven steunen. De song begint met het toeslaan van een gevangenisdeur, het trauma van Mick Jagger die een nacht in de nor doorbracht.


The Who - Under my thumb



The Who - The Last Time
 


The Rolling Stones - We love you
 




donderdag 28 maart 2013

Barry McGuire en The Mama’s and the Papa’s



Barry McGuire over “California Dreamin ‘”:

“Well, it was my track. It was going to be my next single release. And when they were doing my backup vocals, they started doing a counterpoint with (sings) “all the leaves are brown, and the sky was grey,” well that all came together on my recording session. And they heard it and thought, “that’s the sound. That’s what we want, that counterpoint thing.” Then John asked me if they could release “California Dreamin’” as their first single, and I said, “Hey, you wrote the tune. Do whatever you want.” So they did. They took my voice off, and put Denny’s voice on, and they had that flute player guy come in and [he] did a toodle-toodle in the middle of the song. And it was a monster hit for them.”

De winter van 1963 is een bijzonder sombere winter. Michelle Phillips uit Californië woont samen met John Phillips. Ze zijn een jaar gehuwd. Hij is 28, zij 19.

‘sNachts loopt John met zijn gitaar rond in hun kleine optrek. Op een ochtend vraagt hij Michele om hem wat te helpen met het uitwerken van een song.

All the leaves are brown and the sky is gray
I’ve been for a walk on a winter’s day
I’d be safe and warm if I was in L.A.
California dreamin’, on such a winter’s day.


“California Dreamin ‘” gaat over het verlangen naar huis, naar een zonnige plek in Californië.

John Phillips :  “The words ‘California dreamin’ kept going through my mind,” John Phillips recalled in an interview before his death. “I stared working on some chords for the song. And I went through more chord progressions and things that fit the melancholy of the song.”

Michelle herinnert zich levendig hoe ze wakker werd en hoe John haar vroeg om hem wat te helpen. Hij hield er niet van alleen te schrijven. Een paar dagen ervoor wandelden se samen langs St. Patrick’s Cathedral. Michelle schreef het tweede couplet :

Stopped in to a church I passed along the way
Well, I got down on my knees and I pretend to pray
You know the preacher liked the cold, he knows I’m going to stay
California dreamin’, on such a winter’s day.


Het lied was niet onmiddellijk een hit, verre van zelfs. Toen John het nummer schreef met een beetje hulp van Michelle speelde hij in een folkgroep “The New Journeymen” met banjospeler Marshall Brickman.

Wanneer Brickman de groep verliet vroeg het koppel Phillips aan Denny Doherty, lid van de Halifax Three en de Mugwumps, om mee te zingen met hen. Doherty op zijn beurt, bracht Cass Elliot mee, eveneens lid van de Mugwumps.
De groep was geboren, nu nog een naam vinden.



 
Het viertal brak pas door toen zanger Barry McGuire, die werkte aan een album voor Dunhill Records. Hij introduceerde hen bij Lou Adler, producer en directeur van Dunhill.
Adler luisterde naar het viertal en werd bijna omvergeblazen door hun wonderlijke harmonie.

Denny Doherty herinnert zich : “So, there we are at Western Recorders, Lou Adler in the booth. We sing him California Dreamin’ and this voice comes out of talkback: ‘You got any more?’ Got any more! Sure we got more! We sang him everything we had. We sang him ‘Straight Shooter,’ ‘Monday, Monday,’ ‘Go Where You Want To Go.’ And this voice from the booth just kept asking for more. ‘What else you got? What else you got?’ Finally Cass says: ‘That’s all we got. What do you think?’ And he says: ‘I think we can do business.’”



 
Barry McGuire zegt : “Lou heard them sing, and he thought Michelle was cute. That was his main comment after hearing them sing: ‘Who’s the blonde?’ But he did like their sound and they sang backup on my second album for me. They told me that that’s where they actually found their counterpoint. That’s when their sound really came together, singing backup for me.”

Adler zei dat dit het gevoelen van George Martin moet zijn geweest wanneer de Beatles voor hem stonden.

Omdat Adler zo enthousiast was gaf Phillips de song “California Dreamin” aan Barry McGuire. De Mama’s en Papa’s zonger het achtergrond koortje.

Barry zegt dat, terwijl ze de opnames deden voor zijn versie, de groep pas besefte dat ze echt wat konden. John vroeg Barry of de song ook door hen kon worden uitgebracht als groep. Barry ging akkoord.
De song werd niet opnieuw opgenomen. De stem van McGuire werd gewist en die van Denny kwam in de plaats. De harmonica werd gewist voor een fluitsolo.

De song werd gereleased in 1965 maar deed niets. Los Angeles (Californië bij uitstek) gaf geen kik. Uiteindelijk kwam de song op de radio in Boston en vandaar begon de verovering van eerst de US en daarna de wereld.

Wanneer John Phillips ook het Monterey Pop Festival mee produced gaan alle registers open. Ondertussen heeft hij ook “San Francisco” geschreven voor zijn ex-Journeymen vriend Scott McKenzie.

Hier zijn de songs die de Mama’s en de Papa’s opnamen met Barry McGuire of omgekeerd als u wil.




01. This Precious Time.
02. You’ve Got To Hide Your Love Away.
03. Let Me Be.
04. Hang On Sloopy.
05. California Dreamin’.
06. Do You Believe In Magic.
07. Yesterday.




woensdag 27 februari 2013

Jean Jacques Goldman - Comme toi (1982)



Het tweede album van Jean-Jacques Goldman werd uitgebracht in 1982. Het was een instant succes. Vooral dank zij nummers als “Au bout de mes rêves”, » Quand la musique est bonne », en «  Comme toi.”.

Deze laatste song, een lied van een vader voor zijn dochter, gaat over een kind dat niet de kans heeft gehad haar leven te leven, want – zo begrijpt men algauw tussen de regels door – ze was een van de Veel slachtoffers van de Holocaust.

Het uitgangspunt is een oude familiefoto. De eerste verzen beschrijven een gelukkig bestaan van de achtjarige Sarah. Ze is waarschijnlijk joodse als we afgaan op de namen in de song (Ruth,  Anna, Jeremia). Ze is Poolse en gaat naar school en speelt met haar vrienden.

De zanger spreekt in het refrein tot een slapend meisje (zijn dochter?).

Ze lijkt op de Sarah van de foto, ("tes yeux clairs", "elle avait ton âge") en "elle n'est pas née comme toi ici et maintenant".

Haar bestaan werd grondig verstoord door de tussenkomst van buitenaf, "d’autres gens” waarvan we weten dat het de Duitsers waren.

Ook de muziek is subtiel en verwijst naar Polen. De zigeunerviool.

In de plaats van frontaal de thematiek van de Holocaust aan te snijden gaat Goldman (zelf joods) een beroep doen op eenvoudige gevoelens .


 


Jean-Jacques Goldman (Parijs, 11 oktober 1951) is een Franse muzikant en songwriter van Joodse afkomst.

Zijn moeder is afkomstig uit München, Duitsland, zijn vader is geboren in het Poolse Lublin. Jean-Jacques heeft drie broers. Eén daarvan is de extreem-militante Pierre Goldman, die in 1977 vermoord werd in Parijs.

Jean-Jacques Goldman begint zijn carrière in de groep 'The Red Mountain Gospellers'. Daarna belandt hij in de groepen 'The Phalanster' en 'Taï Phong'. Met deze laatste band bereikt hij een aantal succesjes, maar die zijn helaas niet genoeg om de band bij elkaar te houden. Na het uiteenvallen van Taï Phong in 1979, begint Goldman aan zijn solocarrière en wordt hij één van de grootste sterren in vrijwel alle Franstalige gebieden ter wereld. Grote hits in de jaren 80 zijn bijvoorbeeld 'Je marche seul', 'Là-Bas' en 'Je te donne'.

Ook schrijft Goldman muziek voor andere artiesten, zoals Johnny Hallyday en Patricia Kaas. Bovendien schreef hij begin jaren negentig voor Céline Dion het album “D'eux”, dat uit zou groeien tot het best verkochte Franstalige album aller tijden. Op dit album staat onder andere de grote hit "Pour que tu m'aimes encore".







Jean-Jacques Goldman: "Comme toi" (1982)


Elle avait les yeux clairs
Et la robe en velours.
A côté de sa mère
Et la famille autour,
Elle pose un peu distraite au doux soleil de la fin du jour.

La photo n’est pas bonne,
Mais l’on peut y voir
Le bonheur en personne
Et la douceur d’un soir.
Elle aimait la musique, surtout Schumann, et puis Mozart.

Comme toi, comme toi,
Comme toi que je regarde Tout bas,
Comme toi qui dors En rêvant à quoi ?
Comme toi, comme toi, comme toi.

Elle allait à l’école
Au village d’en bas.
Elle apprenait les livres,
Elle apprenait les lois.
Elle chantait les grenouilles et les princesses qui dorment au bois.

Elle aimait sa poupée,
Elle aimait ses amis,
Surtout Ruth et Anna,
Et surtout Jérémy.
Et ils se marieraient, un jour peut-être, à Varsovie.

Elle s’appelait Sarah
Elle n’avait pas huit ans.
Sa vie, c’était douceur,
Rêves et nuages blancs.
Mais d’autres gens en avaient décidé autrement.

Elle avait les yeux clairs
Et elle avait ton âge.
C’était une petite fille
Sans histoires et très sage,
Mais elle n’est pas née, comme toi, ici et maintenant.

Comme toi ; comme toi,
Comme toi que je regarde Tout bas,
Comme toi qui dors En rêvant à quoi ?
Comme toi, comme toi, comme toi.


vrijdag 7 december 2012

Franscesco `Ciccio' Scarpelli - Tarantella guappa



Franscesco `Ciccio' Scarpelli alias Fred Scotti was een van de enigen die in de jaren zestig met deze gevaarlijke liederen van de mafia naar buiten trad.

Hij werd in 1971 werd doodgeschoten toen hij aanpapte met de vriendin van een mafioso.

Ciccio Scarpelli, aka Fred, was in de jaren zeventig een ware afgod. Hij zong op bruiloften of om aan eten te komen. De mafioso hadden tranen in hun ogen.

Hij stierf als een "held" van zijn liedjes, gedood op een avond in april 1971. Hij keek te veel naar de vrouw van een mafiabaas.

Op zijn grafsteen staat geschreven "A Ciccio, gedood door wrede hand."

Francis Scarpelli was een inwoner van Cosenza, en zong de zogenaamde "Canta di Malavita". Het was een echte kunstvorm. Hij zong onder de naam "Fred Scotti". Enkele van zijn opnames vinden we terug op de controversiële cd reeks gewijd aan "Muziek van de 'Ndrangheta' en de Mafia van een paar jaar geleden.

"Tarantella Guappa" is er zo een .
 Een donkere Tarantella vol met bedekte bedreigingen en dubbelzinnige implicaties.



 
Tarantella guappa

Comu ballanu belli ssi figghjoli!
Chi la Madonna li, chi la Madonna là,
chi la Madonna li pozz'aiutari!

Minatevi ssi corpi chianu chianu,
'ca sugnu distinati a ben muriri,
'ca sugnu distinati, bella, a ben muriri.

Si lu curteddu miu s'avìa lu tagghju,
carogna io ti sfreggiu e t'anzaccagnu,
carogna io ti sfreggiu e t'anzaccagnu.

E pe' piscà stu cefalu
ci misi 'na simana,
ca lu piscai di sulu
e stu cefalu capitù,
ca lu piscai di sira
e stu cefalu chi mi tira.
Tiritinguli e tiritunguli,
cucuzze e cucuzzuni,
lu spassu di li fimmini
su' l'omini 'ncudinuli!

Comu ballanu belli ssi figghjoli!
Chi Sant'Antoni li, chi Sant'Antoni là,
chi Sant'Antoni li pozz'aiutari!

Scinni Maredda mia, cunza lu lettu,
avìa li carni sua com'a lu lattu,
avìa li carni sua, bella, com'a lu lattu.

Abballati, abballati,
fimmini schjetti e maritati,
e si nun ballati bonu
nun vi cantu e nun vi sonu,
e si nun ballati pulitu
nci lu dico a lu vostru zitu.
Sciù sciù sciù,
quanti fimmini ca ci su'!
Sciù sciù sciù,
quanti fimmini ca ci su'!

Vorrìa mu moru, vorrìa mu moru,
cu' zuccaro e cafè mu m'imbalenu,
cu' zuccaro e cafè, bella, mu m'imbalenu.

E lu previti 'i Roccaforti
s'a fujiu c'a parmisana,
malanova ca jivanu forti
comu lu ventu di tramuntana,
malanova ca jivanu forti
comu lu ventu di tramuntana.

E lu punti di Petraci
fu la ruvina mia,
manijandu petra e caci
si nda jiu la vita mia,
manijandu petra e caci
si nda jiu la vita mia.

Faciti rota, faciti rota,
stamu morendu di la purvarata,
stamu morendu, bella, di la purvarata!

Vurria mu mi maritu a 'Ntonimina,
mu mi la levu 'n'antoniminara,
e nun m'importa no ch'è piccirina
basta che 'ndavi la dota di lana.







woensdag 21 november 2012

Het tragische verhaal van Tom Dula




Een van de meest bekende Amerikaanse folksongs is “Tom Dooley”.

Geschreven door ene Thomas Land, diep in de negentiende eeuw, maar het was het Kingston Trio dat het liedje in 1958 zes miljoen keer wist te verkopen, een succes dat volgens velen de aanzet vormde tot de ‘folk boom’ in de jaren erna.

Hang your head, Tom Dooley. 





 

Maar wat is eigenlijk het verhaal achter song ?

Dit is het verhaal van een jonge soldaat van de zuiderse confederatie, Tom Dula, wiens naam in het plaatselijke dialect als ‘dooley’ werd uitgesproken. Tom Dooley, die naar zijn huis terugkeerde in Happy Valley op de Yadkin Rivier in Wilkes County, North Carolina na de Burgeroorlog.

Tom had in de Amerikaanse burgeroorlog meegestreden, had de slag bij Gettysburg overleefd en was nogal graag gezien bij de vrouwen in Wilkes County, North Carolina, waar Dula op 22 juni 1845 ter wereld kwam.

Hij was de jongste van drie zonen. Op school kwam hij waarschijnlijk de nichtjes Ann en Laura Foster tegen. Hij werd verliefd op Ann, maar drie maanden voor zijn achttiende verjaardag, op 15 maart 1862, meldde hij zich aan bij het 42ste North Carolina Infantry Regiment. Toen hij drie jaar later afzwaaide, was Ann - in de veronderstelling dat ze haar Tom nooit meer terug zou zien - inmiddels getrouwd met een oude boer, James Melton.


Tom Dula was een “ladies man”. Ann Foster was getrouwd, ok dan neem ik haar nichtje, Laura. En zo gebeurde het.  Binnen de kortste keren was Laura  zwanger, iets wat in het puriteinse Wilkes bepaald niet door de beugel kon. Ze besloten er samen vandoor te gaan.

Kort daarna werd het lichaam van Laura gevonden. Ze was meerdere keren gestoken met een groot mes. Door het gruwelijke karakter van de moord én door de omstandigheid dat Laura zwanger was, kreeg de zaak landelijke aandacht.


 
Bob Grayson

Tom had afspraken gemaakt met Laura om weg te lopen en te trouwen. In de nacht nam ze wat kleren die ze kon dragen en vertrok te paard voor haar rendez-vous met Tom.

Ze verdwenen. Laura was achttien op het moment. Haar familie zocht haar, maar het mocht niet baten. Naarmate de tijd verstreek vermoedden ze wel dat Laura was weggelopen met Tom Dooley. Een drietal weken nadat Laura er vandoor was gegaan kwam haar paard terug...alleen.

Het lichaam van Laura Foster werd egvonden. Haar benen waren gebroken en wat leek op een steekwond werd gevonden in haar borst. Ook werd een kleine zak met de kleren van Laura gevonden. Er was geen twijfel, het was Laura.

Laura's lichaam werd meegenomen naar de dichtstbijzijnde stad en zij werd begraven op een hoge heuvel sindsdien bekend als "Laura Foster Hill".

De rol van Dula in de slachtpartij is niet duidelijk. Een van de theorieën was dat niet hij, maar Ann de moordenaar was, uit jaloezie omdat ze nog altijd verliefd op Dula was. Hoe dan ook: Dula werd van de moord beschuldigd, en hij sloeg op de vlucht naar Tennessee. Uiteindelijk was het Colonel Grayson, bij wie Dula in dienst was getreden, die Dula aangaf bij de sherrif van Wilkes


Grayson vertelde de toegestroomde menigte dat Tom Dooley Laura had vermoord en dat Ann Foster hem daarbij had geholpen. Tom Dooley, nonchalant als altijd, vroeg of hij geboeid moest worden en begon een deuntje op zijn banjo te spelen. Ann Foster werd snel gearresteerd. Zij en Tom zouden samen worden berecht.


Het proces begon in Statesville, op een afstand van ongeveer dertig mijl van Wilksboro met Judge Ralph Burton als voorzitter. Bewijs werd geleverd dat Tom Dooley en Ann Foster een affaire hadden.

Betsy Scott werd naar het gerecht gevracht om te getuigen dat ze Laura Foster had gesproken die haar zou gezegd hebben dat de dag voordat ze verdween Laura haar vertelde dat ze zou weglopen met Tom Dooley.

Vanaf het allereerste begin hield Tom vol dat hij onschuldig was, maar hij verder niets zeggen. De advocaat probeerde op alle mogelijke manieren om hem te laten spreken maar Tom bleef stom gedurende het hele proces.

Op de eerste dag van mei 1866, werd Tom Dooley door de straten van Statesville gereden in een wagen. Hij zat op zijn doodskist met zijn banjo op zijn knie, grappen maken met de menigte. Hij speelde zijn favoriete ballad op de oude banjo, en glimlachte als de wagen de galg naderde. Toen het touw om zijn nek werd geplaatst maakte hij maakte grapjes met Sheriff WE Watson: "Ik zou mijn nek gewassen hebben als ik had geweten dat je zo'n mooie schone nieuwe koord zou gebruiken".

Gevraagd naar een laatste woord hief Tom zijn rechterhand op en antwoordde:  “Gentlemen, do you see this hand? I didn’t harm a hair on the girl’s head.”

De valdeur sloeg open en Tom was dood.


 
Tom Dula werd begraven op een begraafplaats in Happy Valley langs de kant van de oude North Wilkesboro Road in de buurt Elksville, North Carolina.
.

Ann Melton werd uiteindelijk niet schuldig bevonden, maar het stigma volgde haar overal waar ze ging. Ze liet het echter niet aan haar hart komen en bleef flirten. Uiteindelijk viel ze  een paar jaar later van haar wagen en brak haar nek.





De song.

Deze droevige ballade werd waarschijnlijk voor het eerst kort gezongen na de uitvoering en wordt nog steeds vaak gezongen in North Carolina.

In de documentaire “Appalachian Journey” (1991) van Alan Lomax wordt Frank Proffitt als de "originele bron" voor het nummer genoemd.  Het is onduidelijk wat Lomax hiermee bedoelt, maar aangezien het erop lijkt dat de oorspronkelijke ballade de vroege versie van Frank Proffitt voorafgaat, is het waarschijnlijk dat Lomax bedoelt dat Proffitt's versie degene  is die is uitgegroeid tot meest bekende voor ons, omdat het Kingston Trio hun interpretatie aan Proffitt ontleenden.

Er bestaat echter een eerder bekende opname door Grayson en Whitter uit 1929, ongeveer tien jaar voor Proffit.


GB Grayson en Henry Whitter vormden een duo gedurende drie jaren on de late jaren '20 en vroege jaren '30, maar ze hadden een enorme invloed op de country muziek. Zelfs hedendaagse performers blijven hun nummers voveren :  "Handsome Molly" (opgenomen door Dylan),  "Clock Old Hen," "Tom Dooley", "Rose Conley" en "Lee Highway Blues (Going Down de Lee Highway)."

De blinde fiddler G.B. Grayson is mogelijk een afstammeling van de man uit Tennessee waar de echte Tom Dula bij onderdook en waar hij gearresteerd werd . Henry Whitter was samen met Frank Hutchinson veruit de eerste die gitaar en harmonica tegelijk bespeelde, iets wat later met Woody Guthrie- en vooral met Bob Dylan zou worden geassocieerd.




 
Oudste Opname : G.B. Grayson & Henry Whitter (1929)

Covers : Bascom Lamar Lunsford (1935) , Myra Barnett Miller (1936) [als Tom Dula], J. Frank Bare & Mrs. Lena Bare Turbyfill (1939) , Cleophas Franklin (1939) , Frank Proffitt (1940) [versie die het Kingston Trio hoorde; Anne & Frank Warner opname; Proffitt en Warner spanden samen een proces aan tegen het Kingston Trio en kregen uiteindelijk een deel van de royalties], Frank Warner (1947) [als Hang Down Your Head Tom Dooley; John & Alan Lomax hielpen bij het arrangement], Alan Lomax (1948) [leerde de song van Frank Warner en ging achteraf in de Appalachen de mensen opzoeken waar Frank de song van had geleerd], Folksay Singers (1951) [met Erik Darling], City Ramblers Skiffle Group (1957) , Tarriers (1957) , Kingston Trio (1958) [n°1 US & B; met gesproken intro en in andere toonaard; deze hitversie veroorzaakte een kettingreactie: een hele reeks gelijkaardige saga-songs zorgden nl. voor de aflossing: The Battle Of New Orleans, Long Black Veil, Soldier's Joy, The Great El Tigre (zie telkens daar); er ontstond zowaar een cultus rond al die (al dan niet) historische figuren], Lonnie Donegan (1958) , Philippe Clay (1958) [als Fais ta prière], Bob Davidse (1959) [als Jan Breydel], Bobbejaan Schoepen (1959) [als Tom Doely], Compagnons De La Chanson (1959) , Nielsen Brothers (1959) [n°1 D], Line Renaud (1959) , New Lost City Ramblers (1960) , Troubadour Van Het Heilig Hart (1960s) [Pater Mestdagh; in het Nederlands; coverde ook Island In The Sun als Molokaï, zonder bronvermelding; smeet bovendien zijn kap over de haag], Burl Ives (1962) , Smothers Brothers (1962) [als sketch], Snakefarm (1999) [met Anna Domino], Steve Earle & The Pine Valley Cosmonauts (2002) , Carolina Chocolate Drops (2007) [als Tom Dula], Neil Young & Crazy Horse (2012) ,


Hier zijn

1 Grayson & Whitter - Tom Dooley
2 Frank Proffitt - Tom Dooley
3 Frank Warner & Pete Seeger - Tom Dooley
4 Kingston Trio 1959 - Tom Dooley
5 The New Lost City Ramblers - Tom Dooley
6 Doc Watson - Tom Dooley
7 Lonnie Donegan - Tom Dooley
8 Sweeney's Men - Tom Dooley
9 Carolina Chocolate Drops - Tom Dula
10 Tim Eriksen - Tom Dooley Banjo Fiddle and Voice









zaterdag 4 augustus 2012

George Harrison - Apple Scruffs (1970)



“Apple Scruffs” is een voorbeeld van hoe George Harrisons omging met de anderen.

De "Scruffs" waren hippies (meestal vrouwen) die rondhingen bij de Apple Studios (eigenlijk Abbey Road). Ze vielen niemand lastig, deelden bloemen uit, bedelden wat enhingen gewoon rond.

Iedereen keek op hen neer, met inbegrip van de andere Beatles. Maar George zag ze niet als zwervers, maar als mensen met een passie, de muziek van The Beatles.
 

Twee van hen (Lizzie Bravo en Gayleen Pease) kregen zo de gelegenheid om even mee te zingen op de versie van “Across te Universe” die John Lennon gaf aan “>No one is gonna change our world”

 


“She came in through the bathroom window” is een verwijzing naar de inbraak van twee “Scruffs” bij McCartney om een paar van zijn broeken en pulls te bemachtigen.

De "Scruffs"  (zo genoemd omdat ze nogal scruffy waren, nogal groezelig) hingen dus wat rond, niet een dag maar alle dagen. Op een avond had George laat gewerkt aan een mix en kwam naar buiten. Zoals steeds stonden de drie Scruffs er en George nodigde hen uit om binnen even te komen luisteren naar wat hij had gedaan. 


                                               John en de Scruffs.

Toen het album klaar was schreef Harrison dit briefje voor drie van zijn favorite scruffs :

"Dear Carol, Cathy and Lucy. Now it's finished - and off to the factory. I thought I'd tell you that I haven't a clue whether it's good or bad as I've heard it too much now! During the making of this epic album (the most expensive album EMI ever had to pay for) I have felt positive and negative - please and displeased, and all the other opposites expected to be found in this material world. However, the one thing that didn't waver, seems to me, to be 'you three' and Mal., always there as my sole supporters, and even during my worst moments I always felt the encouragement from you was sufficient to make me finish the thing. Thanks a lot, I am really overwhelmed by your apparent undying love, and I don't understand it at all! Love from George (P.S. Don't hold this evidence against me.) P.P.S. Phil Spector loves you too!"




APPLE SCRUFFS

Now I've watched you sitting there
Seen the passers-by all stare
Like you had no place to go
But there's so much they don't know about Apple Scruffs.
...
In the fog and in the rain
Through the pleasure and the pain
On the step outside you stand
With your flowers in your hands, my Apple Scruffs.

Apple Scruffs, Apple Scruffs
How I love you, how I love you

While the years they come and go
Now, your love must surely show me
That beyond all time and space
We're together face to face, my Apple Scruffs


Apple Scruffs - take one



Apple Scruffs - take three



Apple Scruffs - All things must pass...





zondag 22 juli 2012

Paul Simon in London – 1965



Na de EP van gisteren dacht ik dat ik het hele verhaal maar eens moest vertellen.

Kort  na de opnames van hun eerste album als Simon & Garfunkel splitte het duo. Simon ging naar Engeland en Artie zette zijn architectenstudie voort aan Columbia School of Architecture.

Simon speelde in verschillende folkclubs in Engeland. Het is in zo’n club dat hij Kathy Chitty ontmoette. Ze was een mooi, nogal bedeesd meisje. Paul voelde zich aangetrokken en er ontstond iets moois.

Hij zal haar vereeuwigen in twee songs, “Kathy’s Song” en “America.”

Het groeiende succes van Paul was echter teveel voor Kathy die zoals gezegd eerder bedeesd was. De twee groeiden uit elkaar.

Hier in London was het dat Paul traditionele liederen leerde als “Scarborough Fair.”

Artie kwam wel op bezoek, en soms deden ze samen een optreden in een van de  folkclubs. Paul vertelt : “Our friend Kathy´d collect the money in a sailor´s hat, it was called busking and we were buskers.”



                  The Seekers met Bruce Woodley (tweede van links)

 
Het was ook in Engeland dat Paul Bruce Woodley ontmoette, een Australier die er met “The Seekers” was aangespoeld om het geluk te zoeken. The Seekers zouden weldra hoge toppen scheren in de UK.
 
Samen schreven zij “Red Rubber Ball”, “I wish you could be here” en “Cloudy”. The Seekers namen ook Simon’s “59th Street Bridge(Feeling Groovy)” op.


 
Rond die tijd speelde Paul ook producer voor het album van Jackson C. Frank, met wie hij samenspeelde in het Londense Folk Circuit.

In de lente van 1965 ging Paul kort terug naar New York waar hij samen met Artie twee “elektrische”  folksongs opnam, “ We´ve Got A Groovey Thing Going” en “Somewhere They Can´t Find Me”.

Later zou Paul vertellen dat Tom Wilson (producer van Wednesday Morning 3AM) hen had gevraagd om iets moderns te doen met hun songs want dat “echte folksongs” niet meer verkochten.

De twee opnames waren echter niet zo goed en Paul vertrok terug naar Engeland. Hij nam er – waarschijnlijk in een week tijd – een album op : “The Paul Simon Song Book”.



                 Oorspronkelijke kaft van Paul Simon Songbook

Dit leidde tot een paar optredens voor de BBC in het programma “Five to Ten” een religieus programma. De songs waren er beland via Judith Pieppe, een sociale werkster die had gezien dat vele van die vroege liedjes van Paul Simon een religieuze ondertoon hadden. Paul leefde met Kathy trouwens in de flat van Judith, waar ook Al Stewart en Sandy Denny leefden.

Terwijl Simon in Engeland verbleef in de zomer van 1965 begonnen radiostations in Florida verzoekjes te krijgen voor een song uit “Wednesday Morning, 3 A. M”, “The Sound of Silence”. De song werd ook vaak gedraaid in Boston op de radio. Tom Wilson (de producer) had the Byrds gehoord en vroeg zich af of dit niet een oplossing zou kunnen zijn.


 



En ja, prompt werd de oude opname van “The Sound of Silence” van een backing track voorzien door de muzikanten die bezig waren “Highway 61” van Bob Dylan op te nemen. Tom Wilson was hier namelijk ook de producer.

Columbia bracht de “elektrische” “Sounds of Silence”  uit met op de B Kant “We´ve Got a Groovey Thing Goin´´. Men noemde het “Folk-Rock” en een nieuw genre was geboren.

In September 1965 hoorde Paul Simon voor het eerst de single. Hij stond op het punt op het podium te stappen in een Deense Folkclub. In December stond “Sounds of Silence” op 1 in de Bilboard Charts.

Simon keerde hals over kop naar New York terug, het duo kwam weer bij elkaar en nam praktisch de hele “Wednesday Morning, 3 A.M” opnieuw op, maar deze keer met elektrische backing band.

Op 17 Januari 1966 werd het album “Sounds of Silence” uitgebracht en schoot naar nummer een. Tegelijk werd ook  “Wednesday Morning, 3 A.M” opnieuw uitgebracht. Deze keer bleef ook hier het succes niet uit.






De rest is geschiedenis.

Hierbij gaan enkele “verloren” songs van Paul Simon, gemaakt met Bruce Woodley van The Seekers.

De opnames van de Amerikaanse groep The Cyrkle zijn een andere zaak. De leadzanger zegt dat Paul Simon hen deze songs gaf toen ze toerden met het duo in de States in 1966.

Hier zijn :

01 The Seekers -  Someday, One Day
02 The Seekers -  Cloudy
03 The Seekers -  Red Rubber Ball
04 The Seekers -  I Wish You Could Be Here
05 Paul Simon -  Blues Run The Game
06 Jackson C. Franck -  Blues Run the Game
07 Simon & Garfunkel -  Cloudy
08 Simon & Garfunkel -  Red Rubber Ball
09 The Cyrkle – Red rubber ball
10 The Cyrkle – Red rubber ball (alt version)
11 The Cyrcle -  Cloudy
12 The Cyrkle – I Wish I Could Be Here