Posts tonen met het label Cover. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cover. Alle posts tonen

donderdag 15 november 2012

Darrell Scott - American Tune (2009)



Darrell Scott (London (Kentucky), 6 augustus 1959) is een Amerikaanse singer-songwriter.

Scott werd geboren als zoon van de muzikant Wayne Scott op een tabaksplantage in London, Kentucky. Toen Scott acht was verhuisde het gezin naar Californië. Daar verliet zijn moeder het gezin en werden Darrell en zijn vier broers opgevoed door hun vader. Door veel te verhuizen zorgde Wayne Scott dat zijn zoons geen verkeerde vrienden kregen.

Het gezin richtte zich sterk op zichzelf en men voelde zich verbonden door samen te musiceren. Daarnaast las Darrell veel literatuur, en realiseerde hij zich al vroeg dat er weinig verschil was tussen de poëzie van Dylan Thomas en de liedteksten van Hank Williams. Door zijn vader leerde hij de grote songwriters kennen, en zag hij ze spelen in de Grand Ole Opry.

Vanaf zijn 16e speelde Scott in wegrestaurants in Californië en vertrok later naar Toronto waar hij pedalsteel speelde bij de Mercy Brothers. Ze hadden drie hits in Canada met liedjes die Scott schreef.
Ondanks dit succes verhuisde hij naar Boston, waar hij aan Tufts University poëzie studeerde. Terwijl hij hier verder studeerde, slaagde hij erin om auditie te doen bij SBK Records, een onderdeel van EMI. In 1991 nam hij een compleet album op met producer Norbert Putnam, maar SBK besloot het niet uit te brengen omdat men verwachtte dat het geen hit kon opleveren. In 2003 nam Scott dit album opnieuw op en bracht het op zijn eigen label uit als "Theatre of the Unheard".

Teleurgesteld door zijn ervaring met SBK verhuisde Scott naar Nashville, raakte bevriend met muzikanten als Verlon Thompson en Sam Bush en rolde van de ene samenwerking in het andere, om uiteindelijk een van de meestgevraagde sessie-muzikanten en liedjesschrijvers van Nashville te worden.

Deze prachtige cover van het Paul Simonnummer "American Tune" komt uit een optreden in de Folk Alley voor New Depression.



zaterdag 10 november 2012

Dan Fogelberg - Old Tennessee (1975)



Omdat ik  een onvoorwaardelijke fan ben van Dan Fogelberg, en omdat het zo mooi is....

"Old Tennessee" komt uit zijn album "Captured Angel" uit 1975. Een jaar later coverde zijn eigen backing band, met Dan op gitaar (!) de song op hun debuut album, "Fools Gold", misschien een van de mooiste platen van de West Coast. De hoge gitaar wordt gespeeld door Don Felder van the Eagles.



End of October
The sleepy brown woods seem to
Nod down their heads to the Winter
Yellows and grays paint the sad skies today
And I wonder when you're coming home
Woke up one morning
The wind through the window
Reminded me winter was just 'round the bend
Somehow I just did not see it was coming
It took me by surprise again

And I hear you're in San Francisco
Living with your sister who's a mother to be
And her husband's way down in Georgia
And I'm still in old Tennessee...
Wishing you'd come home to me

Life here is easy I'm sure you recall
How it's so warm and breezy
In the summer and the fall
But winter's upon me
And I've got no heat here
And I miss your fire so sweet
Dear I miss your fire so sweet

End of October
The sleepy brown woods seem to
Nod down their heads to the winter
Yellows and gray paint the sad skies today
And I wonder when you're coming home
I wonder when you're coming home
I wonder when you're coming home 


Dan Fogelberg



Fools Gold





maandag 10 september 2012

Madeleine Peyroux – You’re gonna make me lonesome when you go (2004)




Madeleine Peyroux – You’re gonna make me lonesome when you go (2004)

Madeleine Peyroux (Athens (Georgia), 1 januari 1973) is een Amerikaanse jazz-zangeres. Peyroux is bekend om haar stemgeluid, dat wel wordt vergeleken met dat van Billie Holiday.

Ze is echter meer dan dat. Een steengoeie zangeres, vooral jazz, maar ook pop en folk.


Hier is haar prachtige cover van Dylan's  You’re gonna make me lonesome when you go (2004), uit "Careless Love".

dinsdag 21 augustus 2012

Christy Moore - the Covers




Christy Moore (Newbridge, Kildare, 7 mei 1945) is een Iers zanger, gitarist en songwriter.

Christopher Andrew 'Christy' Moore begon zijn muziekcarrière in de jaren zestig van de twintigste eeuw. Moore was een belangrijk lid van de Ierse folkband Planxty, als zanger, gitarist en bodhránspeler. Nadat deze groep uiteen viel heeft Moore een solocarrière opgebouwd.

Veel van zijn muziek handelt over sociale misstanden en onderwerpen als het milieu. Moore is bekend vanwege zijn live-optredens. In 1999 zorgden hartproblemen ervoor dat hij niet meer kon optreden; wel maakt hij nog steeds albums. Moore is de oudere broer van Luka Bloom. Sinds 2000 is hij weer begonnen met optreden, maar vaak in kleinere zalen en meestal begeleid door de gitarist Declan Sinnott en soms ook anderen.

In zijn vele albums nam Christy Moore ook een aantal covers op van bekende songs. Velen zijn zo goed dat ze zonder veel moeite de originelen overklassen.

Hier zijn er enkele.




zaterdag 26 mei 2012

Nanci Griffith – Boots of Spanish Leather (1993)




Nanci Griffith (Austin (Texas), 6 juli 1953) is een Amerikaanse zangeres, gitariste en songwriter.

Zij begon met optreden toen zij veertien jaar oud was. De songwriter Tom Russell hoorde haar zingen bij een kampvuur op het Kerrville Folk Festival. Haar loopbaan begon eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Later in Nashville vond men haar een unieke zangeres.

Ze werd door veel mensen aanbeden waaronder Bob Dylan en zij ontving in 1994 de Grammy Award For Best Contemporary Folk Album. Haar band The Blue Moon Orchestra speelt al met haar sedert 1986.

Als speciale gast trad Nanci Griffith op bij een drietal albums van de befaamde Ierse Band The Chieftains; op het album A Chieftans Celebration (1989) zingt Nanci The Wexford Carol, een traditionele Christmas Carol. Dezelfde song komt voor op The Chieftains — The Bells of Dublin (1991) en dan bij het live concert The Chieftains — An Irish Evening (1992), zingt zij: Little Love Affairs, Red is the Rose en Ford Econoline.

“Boots of Spanish Leather“  komt uit haar album “Other Voices, Other Rooms” (1993)



maandag 21 mei 2012

Jimi Hendrix Experience - Can You please crawl out your window (1967)




Opgenomen op 17 oktober 1967 voor de BBC (“Saturday Club”).

Dit is de Experience op zijn best.  Met een ongelooflijke Dylancover. Niemand zingt Dylan zoals hijzelf, behalve misschien Jimi Hendrix...


zaterdag 28 april 2012

Keith Jarrett Trio – My back pages (1968)




Jarrett werd geboren en groeide op in Allentown, Pennsylvania, op 8 mei 1945. Hij bezat een absoluut gehoor en begon op drie-jarige leeftijd piano te spelen en gaf zijn eerste recital met werken van Mozart, Bach, Beethoven en Saint-Saëns toen hij zeven jaar was. Gedurende zijn jeugd werd Jarrett onderwezen in klassieke muziek. Na zijn middelbare school verhuisde Jarrett naar Boston, Massachusetts, waar hij kortstondig de Berklee College of Music bezocht. In zijn tienerjaren kreeg hij de mogelijkheid compositie te studeren bij de vermaarde docente Nadia Boulanger, maar Jarrett verkoos om naar New York te verhuizen om daar jazzmuziek te spelen. Een optreden van Dave Brubeck was hierbij een vroege inspiratie.

In New York speelde hij veelal in de beroemde jazzclub Village Vanguard, waarna hij begon te toeren met Art Blakey’s The Jazz Messengers. Hij werd al snel opgemerkt door de drummer Jack DeJohnette (met wie hij later een trio zou beginnen) die hem aanraadde aan zijn bandleader: Charles Lloyd. Tussen 1966 en 1968 was Jarrett pianist in het kwartet van Lloyd, een van de populairste Jazzbands uit de jaren ’60. Met Lloyd nam hij in 1966 de beroemde plaat: Forest Flower op.

Het bekendst is Jarrett echter om zijn gigantische solo-oeuvre, waarin we zowel de jazz als de klassieke muziek rekenen.

Hier is Dylan’s “My back pages” uit “Somewhere before” (1968), met Charlie Haden op Bas en Paul Motion op drums, het klassieke Keith Jarrett Trio.





The Beau Brummels – One Too Many Mornings (1966)



The Beau Brummels kunnen worden beschouwd als het eerste Amerikaanse antwoord op de Britse invasie in ’64.

Met het 12-snarige gitaarwerk is de groep de voorloper van The Byrds. Tevens zijn The Brummels de eerste belangwekkende groep uit San Francisco, dat een paar jaar later tot één van de meest vooraanstaande popcentra in de wereld zal uitgroeien.



The Beau Brummels worden begin ’64 opgericht door zanger Sal Valentino. Oorspronkelijk bestaat de groep uit vijf man. In deze bezetting hebben The Beau Brummels twee grote hits in ’65: ‘Laugh Laugh’ en ‘Just A Little’. Hierna verlaat ritmegitarist Dec Mulligan de groep.

 

Op Introducing The Beau Brummels en Beau Brummels Vol. 2 is nog duidelijk de invloed van de Britse groepen te herkennen, op Beau Brummels ’66 krijgen ze een eigen geluid, terwijl Triangle het creatieve hoogtepunt van de groep betekent. Dan is de formatie inmiddels al teruggebracht tot drie man (Valentino, Elliott en Meagher) en op Bradley’S Barn is de groep zelfs geslonken tot twee leden, omdat in ’68 ook Meagher de groep verlaat.

Net voor ‘Triangle” maken ze een “non album single”, deze “One too many mornings”

Prachtig toch.




vrijdag 27 april 2012

The Faces – The Wicked Messenger (1970)




The Faces is een Britse rockgroep uit de jaren zestig en zeventig. De groep werd gevormd in 1969, nadat Steve Marriott de band The Small Faces verliet om de eigen band Humble Pie op te richten. Nieuwe leden Rod Stewart (zang) en Ron Wood gingen verder met de oude leden van de band Ronnie Lane (bas), Ian McLagan (keyboards) en Kenney Jones, (drums). Hun elpees en liveoptredens waren bekend om de rauwe energie en wilde ritmes. Hiermee waren The Faces een belangrijke inspiratie voor latere Britse punkbands als The Damned en Sex Pistols.

Hun meest succesvolle nummers waren onder andere “Stay with Me”, “Had Me a Real Good Time”, “Cindy Incidentally” en “Richmond”. Rod Stewarts solocarrière overschaduwde al snel The Faces, en de band maakte nog een studioalbum, Ooh La La, om in 1975 te besluiten uit elkaar te gaan.

Na het uiteenvallen van de band, gingen de verschillende leden hun eigen weg. Ron Wood ging bij de Rolling Stones spelen; Ronnie Lane vormde de band Slim Chance; Kenney Jones ging na de dood van Keith Moon bij The Who spelen; en McLagan werd een sessiemuzikant. Rod Stewart bouwde een succesvolle solocarrière op.

Dit is Dylan’s “The Wicked Messenger” uit hun debuutalbum “First Step” (1970)