Posts tonen met het label Chanson. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chanson. Alle posts tonen

zondag 8 september 2013

" La Tondue “ (De kaal geschoren vrouw) van Georges Brassens (1964)



Georges Brassens kwam vanuit Sete naar Parijs in januari 1940 en verhuisde met zijn tante Antoinette naar de Alesia straat . Zoals door de Franse Overheid werd opgelelgd moest Brassens naar Duitsland in het voorjaar van 1943 en werkte hij er in een BMW- fabriek in Basdorf , in de buurt van Berlijn .

In maart 1944 nam hij de benen tijdens een "permission” en zocht hij zijn toevlucht in de  impasse Florimont, bij Marcel en Jeanne Planche Bonniec, naaister en vriend van zijn tante.

Formel moest hij worden beschouwd als deserteur. Hij leefde de rest van de oorlog afgezonderd in zijn kamer en in armoede .




 
Na de bevrijding kan Brassens eindelijk uit zijn hol komen. Hij wordt geconfronteerd met gebeurtenissen waarover hij het volgende vertelt :

"On passait avec des hauts-parleurs disant :'Ce soir le spectacle commence à telle heure'; on exposait des femmes et c'était un truc insupportable, toutes ces femmes qu'on voulait tondre. [...] On ne reprochait à personne, par exemple, d'avoir couché avec une Allemande. On les tondait pas, les mecs qui s'étaient tapé des Allemandes. (...) c'était très mal vu de coucher avec un Allemand, mais c'était très bien vu de coucher avec une Allemande. Et c'est une des raisons pour lesquelles je ne regrette pas de ne pas avoir participé, même de très loin, à cela." 

Brassens is er onderste boven van en twijfelt aan dat hele gedoe.




Deze ervaring inspireerde hem jaren later tot “La Tondue” .

Het is een tegendraadse song, zoals alleen Brassens die kon maken.  In een volle Gaullistische periode komt hij met zijn twijfels aanzetten.

Op datzelfde album staat de song “Les deux Oncles” waarin Brassens zegt dat men er gek moet voor zijn om voor ideeën te willen sterven (!).

“La Tondue” past perfect in de logica van Brasens die het steeds heeft opgenomen voor de marginalen en de verschoppelingen.

Ook hier zingt Brassens over zijn wantrouwen in de zgn. “rechtvaardigheid van de mannen”. .

Hij toont ook zijn medeleven aan degenen die de fout hebben begaan te slapen met een Duitse soldaat ( " koning van Pruisen " ) om sentimentele redenen ("ich liebe dich"  in de taal van Goethe) gemaakt.

Brassens is fundamenteel  anti-militaristisch en pacifist. Hij voelt alleen maar minachting voor de pseudo-patriotten die zich vergrijpen aan deze weerlozen vrouwen welke ook hun motief geweest is .
.
Tegelijk ervaart hij ook zijn eigen onmacht die niets kon doen om er iets aan te verhelpen : "J'aurais dû prendre un peu parti pour sa toison (...) Mais je n'ai pas bougé du fond de ma torpeur" .




Georges Brassens: "la tondue" (1964)

La belle qui couchait avec le roi de Prusse
Avec le roi de Prusse
A qui l'on a tondu le crâne rasibus
Le crâne rasibus

Son penchant prononcé pour les " ich liebe dich ",
Pour les " ich liebe dich "
Lui valut de porter quelques cheveux postich's
Quelques cheveux postich's

Les braves sans-culott's et les bonnets phrygiens
Et les bonnets phrygiens
Ont livré sa crinière à un tondeur de chiens
A un tondeur de chiens

J'aurais dû prendre un peu parti pour sa toison
Parti pour sa toison
J'aurais dû dire un mot pour sauver son chignon
Pour sauver son chignon

Mais je n'ai pas bougé du fond de ma torpeur
Du fond de ma torpeur
Les coupeurs de cheveux en quatre m'ont fait peur
En quatre m'ont fait peur

Quand, pire qu'une brosse, elle eut été tondue
Elle eut été tondue
J'ai dit : " C'est malheureux, ces accroch'-cœur perdus
Ces accroch'-cœur perdus "

Et, ramassant l'un d'eux qui traînait dans l'ornière
Qui traînait dans l'ornière
Je l'ai, comme une fleur, mis à ma boutonnière
Mis à ma boutonnière

En me voyant partir arborant mon toupet
Arborant mon toupet
Tous ces coupeurs de natt's m'ont pris pour un suspect
M'ont pris pour un suspect

Comme de la patrie je ne mérite guère
Je ne mérite guère
J'ai pas la Croix d'honneur, j'ai pas la croix de guerre
J'ai pas la croix de guerre

Et je n'en souffre pas avec trop de rigueur
Avec trop de rigueur
J'ai ma rosette à moi: c'est un accroche-cœur
C'est un accroche-cœur








vrijdag 23 augustus 2013

Op de draaitafel vandaag : ZAZ / Recto Verso (2013)




Wat is er toch met mij ?

Vandaag – de dag dat Dylan’s “Another Self Portrait” in de winkels ligt, zit ik me op te winden over een Franse madam. Maar wat voor een ....

Zaz is de slaapdronken pseudoniem van Isabelle Geffroy.  “Recto Verso” is haar tweede plaat die ik vandaag heb gekocht van mijn vriend Miel Appelmans.

Zaz refereert met veel respect naar de hoogdagen van het chanson en voegt er een eigentijdse klank aan toe. Ze omringt zich met uitstekende muzikanten, tekstschrijvers en componisten. En dan is er die hese, gebarsten stem van haar die stenen doet smelten.

De sfeer baadt in die gemoedelijke swing waarin de gitaar van Django Rheinhardt resoneert en er zijn Parijse walsjes, ontsnapt uit de straten van Montmartre waar ze vroeger zelf als busker aan de kost kwam. Daarbij komen nog voorzichtige uitstapjes naar soul en r'n'b. Alles badend in een sfeer die herinnert aan Amélie Poulain en gezongen met de frasering en het timbre van de jonge Piaf.

Zaz laat zich op geen enkel moment in een bepaald hoekje duwen.

Zaz is op “Recto Verso”  een chansonnière uit een ver verleden, maar ook een popprinses uit de toekomst en alles tussen deze twee uitersten in, waarvan met name het vleugje gipsy niet onvermeld mag blijven.

Zaz is zwoel en verleidelijk, maar steeds ruwe emotie.

Miel noemde Zaz een goed gevulde doos bonbons. Dat is ze ook.

Als ik Recto Verso helemaal heb beluisterd heb ik het gevoel dat ik naar tien platen heb geluisterd en het zijn ook nog eens tien hele goede platen.

Je weet het .....de lijstjes. Ik hou er niet van. Maar vandaag, en dat voor ik maandag de nieuwe Dylan zal aanschaffen,  wens ik Zaz en “Recto Verso” op HET LIJSTJE van 2013 te plaatsen .....MET STIP!

Favoriete tracks

Oublie Loulou (van Charles Aznavour)



J'ai tant escamoté




donderdag 27 juni 2013

Jean Ferrat - zijn eerste EP (Vogue EPL 7490) -1958



Jean Ferrat, artiestennaam van Jean Tenenbaum (Vaucresson, 26 december 1930 - Aubenas, 13 maart 2010) was een Franse zanger, componist en tekstschrijver. De carrière van Jean Ferrat begon in het Parijs van de jaren vijftig en in de jaren zestig en zeventig groeide hij uit tot een van Frankrijks populairste zangers. Wegens zijn vaak maatschappijkritische teksten was Ferrat echter ook omstreden.

Tot zijn bekendste liedjes behoort het door hemzelf geschreven La Montagne (Het gebergte) waarvoor hij zich liet inspireren door het landschap rond Antraigues-sur-Volane in de Ardèche, waar hij sinds het begin van de jaren zestig woonde. Het liedje werd wereldberoemd in Nederland door de prachtige versie van Wim Sonneveld ("Het dorp")

Ferrat was communist en een bewonderaar van de communistische dichter Louis Aragon en heeft tientallen van diens gedichten bewerkt tot liedjes. Ook van de docent-dichter Guy Thomas zette hij diverse teksten op muziek. Eén album is zelfs volledig aan diens teksten gewijd ("Je ne suis qu'un cri" uit 1985).

Sinds halverwege de jaren negentig maakte Ferrat geen opnamen meer. Hij trad ook niet meer op, maar hij bleef zich als bekende Fransman wel regelmatig mengen in het publieke debat.

Ferrat overleed op 79-jarige leeftijd na een kort verblijf in het ziekenhuis waar hij was opgenomen nadat hij thuis was gevallen. Hij was ook al geruime tijd ernstig ziek. Zijn begrafenis werd rechtstreeks uitgezonden op de Franse televisie.

Dit is zijn allereerste EP uit september 1958 (Vogue EPL 7490).

A1 : Les mercenaires (G. Dauvilliez - J. Ferrat)
A2 : Ma vie, mais qu’est-ce que c’est ? (Ferrat)
B1 : Fredo la Nature (É. Favre - Ferrat)
B2 : L’homme-sandwich (Ferrat)

Prachtig toch











donderdag 6 juni 2013

Roland Gerbeau - Douce France (1943) / La Mer (1945)




Op 18 mei zou Trenet 100 zijn geworden. "Le fou Chantant" zou "le fou cent ans" zijn geworden.

Om dit te vieren, en als eerbetoon heb ik iets speciaals.

Roland Gerbeau  - Douce France (1943)/ La Mer (1945)
(Charles Trenet)







 


Gerbeau figureerde toen als voorprogramma van Trenet, eerst in de ABC club in Parijs, daarna van 1942 tot '44 tijdens een never ending Tour de France. Hij kreeg daarom wel eens een nieuwe song cadeau en niet eens van de minste.

Zowel voor "Douce France" als voor "La Mer" zijn de eerste opnames van Roland Gerbeau (Disque Sofradis)

De auteursversie van "Douce France" door Charles Trenet kwam er pas in 1947.

Voor "La Mer" was dat een paar maanden na de opname van Gerbeau.


Douce France



La Mer




maandag 15 april 2013

Op de draaitafel : Peter Blanker – Satan Bedankt (1967)




Echt iets voor 'savonds laat. Dit was de afsluiter van mijn zondag.

Peter Blanker (Rotterdam-Delfshaven, 11 juni 1939) is een Nederlands dichter en artiest, na een carrière als zeeman, druivenplukker en journalist sinds 1961 actief als zanger en gitarist.

Zijn inspiratie zoekt hij bij de Franse chansonnier Georges Brassens en zijn vakgenoot Jules de Corte.

In 1964 brengt hij een eerste plaat uit. De EP Peter Blanker Zingt Houtepoot. Zijn volgende EP is De Deserteur met Nederlandstalige bewerkingen van vier antimilitaristische liedjes van Boris Vian. De vertaling is van Ernst van Altena.
Drie jaar later verschijnt zijn eerste lp, “SATAN BEDANKT” met chansons van Brassens, Ferré, Van Altena, De Corte en hemzelf.

In die tijd heb ik Peter Blanker gezien tijdens een optreden voor studenten te Gent, een ssort kleinkunstavond.

Daarna geraakt hij betrokken bij verschillende projecten voor TV, o.m. voor de AVRO-televisie: De Hollebolleboom.

In 1981 scoort hij onverwachts een echte Hit : “ ‘t Is moeilijk bescheiden te blijven”, een vertaling van It’s hard to be humble van de Amerikaanse countryzanger Mac Davis.

Mijn moeder koopt het singeltje prompt voor mij, omdat ze vindt dat het over mij gaat (!)

Voor Kinderen voor Kinderen produceerde hij in de beginjaren een aantal liedjes, waaronder ‘Oh dat huiswerk’. Elf jaar lang verzorgde hij het radioprogramma Levenslief en levensleed voor de KRO.

Vanaf 2003 gaat hij op afscheidstoernee, en sindsdien leeft hij teruggetrokken op de Schotse Shetlandeilanden waar hij onder meer werkt aan zijn debuutroman.

Dit is die eerste lp, die ik altijd heb gekoesterd, al was het maar om de prachtige vertaling van het Brassensliedje “Dans l’eau de la claire fontaine”


Jij



Wijwaterkwast en zwaard



In de vijver




maandag 18 februari 2013

Barbara (1930 - 1997)



Barbara was de artiestennaam van Monique Andrée Serf, (Parijs, 9 juni 1930 - Neuilly-sur-Seine, 24 november 1997). Ze was een Franse zangeres, tekstschrijver en componist.

Omdat ze van Joodse afkomst is, moet Barbara tijdens de bezetting van Frankrijk door de nazi's in de Tweede Wereldoorlog met haar familie onderduiken. In het boek Il était un piano noir vertelt ze hierover. Na de oorlog hoort een buurvrouw die muzieklerares is haar zingen en zet zich in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kan ontwikkelen.

De carrière van Barbara komt begin jaren vijftig maar moeilijk op gang. Als jonge vrouw valt het haar niet mee om zich een plaatsje te veroveren in het harde mannenwereldje van de 'amusementsmuziek'.

In deze periode hebben enigszins anarchistische en literair bevlogen tekstdichters/chansonniers als Boris Vian en Georges Brassens weliswaar al succes onder ('existentialistische') intellectuele jongeren, maar het chanson heeft nog niet de status die het een paar jaar later krijgt. Wie muzikant wil worden in het 'lichtere', dat wil zeggen niet klassieke genre, begeeft zich in een wereldje dat erg dicht tegen dat van de blote cabarets aanligt.

Wanneer Barbara auditie doet om in het koor van een operette te mogen meezingen wordt er vooral op haar benen gelet. Ze wordt aangenomen, maar vertrekt al na een paar maanden, omdat het haar daar niet bevalt en ze bovendien onderbetaald wordt. Ze ontvlucht Parijs en reist naar Brussel, waar ze bij een neef intrekt. Deze gaat haar echter steeds meer als een huissloof behandelen. Ook hem ontvlucht ze, waarna ze dakloos en zonder inkomsten door de voor haar totaal onbekende stad zwerft.

Tenslotte ziet ze geen andere uitweg meer dan zich te prostitueren. De eerste man die haar van de straat oppikt blijkt een Parijzenaar te zijn, die al snel medelijden met haar krijgt. Hij geeft haar geld zonder enige tegenprestatie te verlangen. Zijn aanbod haar mee terug te nemen naar Parijs slaat ze echter af; ze moet en zal haar buitenlandse avontuur tot een goed einde brengen. Met het geld van de Parijzenaar kan ze het weer een tijdje uitzingen, en uiteindelijk raakt ze in contact met een groepje kunstenaars. Deze stellen haar in de gelegenheid in België haar eerste ervaringen als chansonnière op te doen.







 


In 1954, na een zeer kortstsondig huwelijk twee jaar eerder, interpreteert Barbara de liedjes van Ferre en Brassens. Drie jaar later kan ze een eerste 45 toeren opnemen, met o.m. “Mon pote le Gitan”.
Tijdens haar optredens test ze haar eigen schrijfsels uit : “Dis, quand reviendras-tu?”, en dat lijkt te lukken.

In 1960 komt haar eerste lp (25cm) op de markt, “Barbara chante Brassens”  en in 1964 mag ze in het voorprogramma van Brassens optreden. Barbara was toen 34 jaar oud!

In 1965 wordt haar album “Barbara chante Barbara” een groot commercieel succes en ze wint de Académie Charles Cros. Tijdens de uitreiking breekt Barbara de trofee in stukjes en deelt ze uit aan de technici om haar dankbaarheid te tonen. Ze begint geld weg te geven en haar beroemdheid te gebruiken om hulp te bieden aan arme kinderen.

In de jaren tachtig zal haar album “Seule” verschijnen, dat een van de best verkochte platen in 1981 wordt.


Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997. Haar stoffelijk overschot rust op het Cimetière parisien de Bagneux.

Dit is haar EP uit 1965. "Au Bois de Saint Amand" werd door Martine Bijl gecoverd als "Het Bloemendaalse Bos"









woensdag 13 februari 2013

The Manhattan Transfer - The Originals




De golf van nostalgie in de jaren '70 was voor de New Yorkse groep, de Manhattan Transfer, de gedroomde wave om hun sublieme mix van jazztrends, boogie-woogie en bop tot een vocale,   gladde en licht commerciële sound te smeden.

Oorspronkelijk opgericht in 1969, nam het kwartet verschillende albums van jazz standards en  R & B/pop  op.

Ze waren met voorsprong de meest populaire jazz vocale groep van hun tijd, en de meest getalenteerde van alle sinds de hoogtijdagen van Lambert, Hendricks & Ross tijdens de vroege jaren '60.

In 1972 huurde Tim Hauser (oprichter en inspirator) vocalisten Laurel Masse en Janis Siegel in. Het trio vormden opnieuw de Manhattan Transfer later dat jaar met toevoeging van Alan Paul. 


 


De groep werd populair na een paar zeer gesmaakte optredens op een paar New York hotspots en nam een "nieuwe" debuutelpee op, met de hulp van de groten uit de jazz wereld (waaronder Zoot Sims, Randy Brecker, Jon Faddis, en Mel Davis). Met vocale covers van "Java Jive" en "Tuxedo Junction" en een Top 40 hit als "Operator" sloeg dit album in als een bom.

De volgende twee Manhattan Transfer albums, “Coming Out” en “Pastiche”, beperkten de jazz invloed tot een minimum ten gunste van covers uit de hele muziek gemeenschap, van Nashville tot Los Angeles en Motown. Een single van “Coming Out”, de ballad “Chanson d'Amour”, werd nummer een in Groot-Brittannië.

Laurel  Masse vertrok in 1979 voor een solocarrière en werd vervangen door Cheryl Bentyne.

Hun volgende langspeler bevatte weer meer jazz, waaronder hun meest bekende nummer "Birdland", de ode aan de Bop geschreven door Weather Reports toetsen man Joe Zawinul enkele jaren eerder.

Sindsdien volgt de groep zijn eigen weg. De sublieme mix van allerlei muzieksoorten, doowop, r&b, jazz, bop, enz zijn het merk van de Manhattan Transfer.


 


In hun lange carrière hebben ze heel wat nummers gecoverd. Dit zijn er een paar :

1930 Fred Waring's Pennsylvanians - Love For Sale
1939 Erskine Hawkins Orchestra - Tuxedo Junction
1939 On a Little street in Singapore - Glenn Miller
1940 The Ink Spots -Java Jive
1941 A Nightingale Sang - Ray Noble & his Orchestra
1943 Bing Crosby - Poinciana
1945 Let It Snow - Vaughn Monroe Orchestra
1947 Four Brothers - Woody Herman Orchestra
1950 You Can Depend On Me (1932) - Earl Hines
1954 Sister Wynona Carr - Operator, Operator
1954 The Cadillacs - Gloria
1955 Zindy Lou - The Chimes
1956 Speak Up Mambo - Al Castellanos & Orchestra
1957 Art & Dotty Todd - Chanson d'Amour
1958 Ray Charles - Rockhouse
1958 Roy Hamilton - Don't Let Go
1958 The Videos - Trickle Trickle
1959 Operator - Friendly Brothers (de directe inspiratie voor de MT)
1965 The Ad Libs - Boy from New York City
1976 Je Voulais Te Dire Que Je T attends - Michel Jonasz
1977 Birdland - Weather Report









vrijdag 25 januari 2013

Le temps des cerises (1866)




Le Temps des Cerises is een Frans liefdeslied, eigenlijk een strijdlied uit 1866, dat sindsdien wereldwijd uitgegroeid is tot een klassieker.

De tekst is geschreven door Jean-Baptiste Clément, de muziek door Antoine Renard.

Het lied wordt sterk geassocieerd met de Commune van Parijs (1871). De Parijzenaar Jean-Baptiste Clément (1837–1903) groeide op in een tijd van stijgende politieke bewustwording van de arbeiders en hij was vol hoop bij de oprichting van de Eerste Internationale in 1864. Toen in de lente van 1871, na de Frans-Duitse Oorlog en de uitroeping van de Franse Republiek, de ‘Parijse Commune’ ontstond, was hij een geestdriftige aanhanger. Overmoedig grepen de revolutionairen de macht, verklaarden de hoofdstad onafhankelijk, en kondigden allerlei sociale maatregelen af. De Commune duurde slechts een tweetal maanden, van 18 maart tot 28 mei 1871.

De Commune wordt uiteindelijk neergeslagen door de Franse troepen en een ultiem gevecht op het kerkhof “Père LaChaise” op 28 mei 1871. 157 Communards worden gefusilleerd bij de “Mur des Fédérés”. Het is einde van de “Semaine Sanglante”.


 



Haar belegering en repressie kostten het leven aan meer dan twintigduizend opstandelingen en zo’n achthonderd soldaten. Jean-Baptiste Clément vocht mee aan de zijde van ‘de communards’.

De laatste dag van de strijd ontmoette hij op de barricade een arbeidster, Louise. Zij was te hulp gesneld om de gewonden te verzorgen. Clément droeg zijn vijf jaar oude gedicht Cerises aan haar op.

Later groeide het lied voor de onbekende verpleegster op de barricade uit tot een zinnebeeld, een kenwijsje en een klassieker van het franse chanson.




 


Quand nous en serons au temps des cerises (Quand nous chanterons le temps des cerises)
Et gai rossignol et merle moqueur
Seront tous en fête
Les belles auront la folie en tête
Et les amoureux du soleil au cœur
Quand nous chanterons le temps des cerises
Sifflera bien mieux le merle moqueur

Mais il est bien court , le temps des cerises
Où l'on s'en va deux cueillir en rêvant
Des pendants d'oreilles
Cerises d'amour aux robes pareilles (aux larmes pareilles)
Tombant sous la feuille en goutte de sang
Mais il est bien court le temps des cerises
Pendants de corail qu'on cueille en rêvant

Quand vous en serez au temps des cerises
Si vous avez peur de chagrins d'amour
Evitez les belles
Moi qui ne crains pas les peines cruelles
Je ne vivrai pas sans souffrir un jour
Quand vous en serez au temps des cerises
Vous aurez aussi des chagrins d'amour

J'aimerai toujours le temps des cerises,
C'est de ce temps-là que je garde au cœur
Une plaie ouverte
Et Dame Fortune en m' étant offerte
Ne saura jamais calmer ma douleur (Ne pourra jamais fermer ma douleur)
J'aimerai toujours le temps des cerises
Et le souvenir que je garde au cœur




In een liedbundel uit 1885 droeg Clément het op aan "la vaillante citoyenne Louise, ambulancière de la Rue Fontaine-au-Roi, le dimanche 28 mai 1871" en die hij nooit meer terugzag. Zijn liefdeshoop werd geïdentificeerd met politico-sociale verzuchtingen omdat genoemde barricade de laatste was die in handen bleef van de Communards. Clément, die wist te ontvluchten en tien jaar in ballingschap in Brussel en Londen verbleef, merkte bij zijn terugkeer tot zijn grote ontroering dat zijn romantische bevlogenheid intussen het hart had gestolen van de hele Franse goegemeente.


Eerste uitvoerder was de Belgische tenor Antoine Renard die in 1868 de tekst van Jean Baptiste Clément in zijn loge kreeg toegestopt. Die tekst was al van 1866, vijf jaar vóór de Parijse Commune. Meest bekende nummer uit die periode en een universeel links strijdlied sedertdien. 


 


De oudste opname die ik vond is deze van Fred Gouin uit 1928.


Hier zijn


Fred Gouin  (1928)



Jean Lumière (1947)



Marcel Mouloudji  (1969)



en de onsterfelijke Yves Montand  (1955)




 
 
 

dinsdag 30 oktober 2012

Francis Cabrel - Un simple coup du sort




Francis Cabrel (Agen, 23 november 1953) is een Franse zanger en componist. Hij woont in Astaffort in het Franse Zuidwesten vlakbij Agen, is getrouwd en vader van drie dochters (Manon, Aurélie en Thiu).

Hij gebruikt verschillende muziekstijlen gaande van swingende blues tot Franse chanson om poëtische en meestal maatschappelijk relevante teksten te brengen. In dat kader maakt hij ook deel uit van Les Enfoirés. Hij is een van de populairste zangers in de Franssprekende landen en streken.

De niet franstaligen kennen Cabrel waarschijnlijk van "L'encre de tes yeux"

Francis Cabrel is een grote Dylan fan. Hij kent geloof ik het hele werk van de meester van buiten. Daarom waagde hij zich tot nu toe nooit aan een vertaling, laat staan een tribute.

Tot vandaag..... 





Ik heb net zijn album "Vise le Ciel" gekocht. Het zijn stuk voor stuk prachtige vertalingen van Dylan songs.

In 1965 hoort Francis Cabrel  voor de eerste keer "Like a Rolling Stone" en zijn leven verandert.

"Ik repeteerde met een kleine groep in een garage in de buurt Agen wanneer iemand die single meebracht. Het was een openbaring, donder en licht," zegt Francis .

"Ik was 16 en ik wist dat mijn muziek die richting zou inslaan. Kort daarna hoorde ik het eerste album van Leonard Cohen en alles kwam terecht.

In Frankrijk hangt de schaduw van Hugues Aufray over het werk van Dylan. Aufray is een vriend en groot bewonderaar van de Amerikaanse muzikant. Hij bracht een deel van zijn carrière door met het vertalen van Dylan.
  
"Dylan is een constante overbelasting van beelden” zegt Cabrel. “In dezelfde zin  kunnen er vijf of zes sterke beelden zitten en de Franse taal laat ons niet toe deze allemaal te vatten. Ik heb daarom geprobeerd om alles zo vloeiend mogelijk te laten klinken en toch kort bij het oorspronkelijke idee te blijven”.

Als ze dan niet revolutionair zijn , toch zijn de nieuwe versies van Cabrel zeker de moeite waard. Een soort vermenging van Dylan en Cabrel. De synthese van de persoonlijkheid Dylan en deze van Cabrel, tussen folk en Franse chansons.

Dit is "Simple twist of Fate" of "Un simple coup du sort"




Een absolute aanrader. 


donderdag 29 maart 2012

Léo Ferré - La Solitude (1972)





Je suis d’un autre pays que le vôtre, d’une autre quartier, d’une autre solitude.
Je m’invente aujourd’hui des chemins de traverse. Je ne suis plus de chez vous. J’attends des mutants.
Biologiquement, je m’arrange avec l’idée que je me fais de la biologie : je pisse, j’éjacule, je pleure.
Il est de toute première instance que nous façonnions nos idées comme s’il s’agissait d’objets manufacturés.
Je suis prêt à vous procurer les moules. Mais...
La solitude...
La solitude...

Les moules sont d’une texture nouvelle, je vous avertis. Ils ont été coulés demain matin.
Si vous n’avez pas, dès ce jour, le sentiment relatif de votre durée, il est inutile de vous transmettre, il est inutile de regarder devant vous car devant c’est derrière, la nuit c’est le jour. Et...
La solitude...
La solitude...
La solitude...

Il est de toute première instance que les laveries automatiques, au coin des rues, soient aussi imperturbables que les feux d’arrêt ou de voie libre.
Les flics du détersif vous indiqueront la case où il vous sera loisible de laver ce que vous croyez être votre conscience et qui n’est qu’une dépendance de l’ordinateur neurophile qui vous sert de cerveau. Et pourtant...
La solitude...
La solitude!

Le désespoir est une forme supérieure de la critique. Pour le moment, nous l’appellerons "bonheur", les mots que vous employez n’étant plus "les mots" mais une sorte de conduit à travers lequel les analphabètes se font bonne conscience. Mais...
La solitude...
La solitude...
La solitude, la solitude, la solitude...
La solitude!

Le Code Civil, nous en parlerons plus tard. Pour le moment, je voudrais codifier l’incodifiable. Je voudrais mesurer vos danaïdes démocraties. Je voudrais m’insérer dans le vide absolu et devenir le non-dit, le non-avenu, le non-vierge par manque de lucidité.
La lucidité se tient dans mon froc!
Dans mon froc!

woensdag 7 maart 2012

Mouloudji – Le Déserteur (1954)



Mouloudji – Le Déserteur (1954)
(Boris Vian/Harold Berg)

Opgenomen met het ensemble van Jimmy Walter, die laatste onder de schuilnaam Marcel Schu.

Boris Vian publiceert de song op 7 mei 1954, de dag dat Ðién Biên Phu valt. en Frankrijk voorgoed l’Indochine” verliest (het latere Vietnam).

Covers : Boris Vian (1955) [auteur met arrangeur Alain Goraguer van latere Gainsbourg-faam; hier onomwonden gericht aan "Monsieur Le Président"], Peter Blanker (1964) [in het NL; vertaling: Ernst Van Altena], Peter, Paul & Mary (1965) , Serge Reggiani (1966) , Richard Anthony (1966) , Sunlights (1966) , Joan Baez (1980)…..

Le Déserteur is een antimilitaristische open brief gericht aan de president van Frankrijk en dat raakte nogal wat zere tenen zo midden in de Indochina- en Algerije-crisis. De plaat was heel de Algerije-crisis lang verboden op de Franse nationale zenders, zelfs in de gekuiste versie (waarin de gendarmes te horen krijgen dat de deserteur niet gewapend is en dat ze hem dus mogen afknallen naar believen). Hoewel het een totaal ande

De versie van Mouloudji was reeds ge-auto-cencureerd. Hij had het over “Messieurs qu’on nomme grand” in de plaats van de directe aanspreking van Vian zelf “Monsieur le Président”. Toch wordt Mouloudji’s versie verbannen op de radio, tot in 1962.

Met de oorlog in Vietnam komt er een vernieuwde belangstelling voor anti-oorlogsliederen en wordt die goeie ouwe van Boris Vian van onder het stof gehaald.




Monsieur le Président
Je vous fais une lettre
Que vous lirez peut-être
Si vous avez le temps
Je viens de recevoir
Mes papiers militaires
Pour partir à la guerre
Avant mercredi soir
Monsieur le Président
Je ne veux pas la faire
Je ne suis pas sur terre
Pour tuer des pauvres gens
C’est pas pour vous fâcher
Il faut que je vous dise
Ma décision est prise
Je m’en vais déserter

Depuis que je suis né
J’ai vu mourir mon père
J’ai vu partir mes frères
Et pleurer mes enfants
Ma mère a tant souffert
Elle est dedans sa tombe
Et se moque des bombes
Et se moque des vers
Quand j’étais prisonnier
On m’a volé ma femme
On m’a volé mon âme
Et tout mon cher passé
Demain de bon matin
Je fermerai ma porte
Au nez des années mortes
J’irai sur les chemins

Je mendierai ma vie
Sur les routes de France
De Bretagne en Provence
Et je dirai aux gens:
Refusez d’obéir
Refusez de la faire
N’allez pas à la guerre
Refusez de partir
S’il faut donner son sang
Allez donner le vôtre
Vous êtes bon apôtre
Monsieur le Président
Si vous me poursuivez
Prévenez vos gendarmes
Que je n’aurai pas d’armes
Et qu’ils pourront tirer





Mouloudji
 

Boris Vian

Serge Reggiani

Peter, Paul and Mary
 

Peter Blanker
 



De vertaling van Ernst Van Altena, gezongen door Peter Blanker

Meneer de president,
´k schrijf u een brief bij deze,
die u wellicht zult lezen
hoewel u mij niet kent.
Vanmorgen kwam de post
mij met de oproep wekken
om naar het front te trekken
als vechter uitgedost.
Meneer al bent u groot,
u moet het mij vergeven,
maar ik schiet in dit leven
geen arme and´ren dood.
Al stelt het u teleur,
´k heb mijn besluit genomen
niet naar het front te komen.
Ik word een deserteur.

Mijn vader stierf als held
Mijn broers zijn eens vertrokken
In fraaie wapenrokken
Ze sneuvelden in ´t veld.
Mijn moeder huilde lang
Nu ligt ze onder de zoden
Daar kan geen bom haar doden
Daar is ze niet meer bang.
Toen ik gevangen zat
Heeft men mijn vrouw gestolen
Mijn hart, mijn trouw gestolen
En al wat ik bezat.
Nu sluit ik morgenvroeg
De deur af naar ´t verleden
´k Ga zwerven door het heden
Want zo is het genoeg.

Ik trek van noord naar zuid
Ik loop door zon en regen
en kom de mensen tegen
draag zo mijn boodschap uit:
Negeer het kil bevel
En weiger om te strijden
En weiger om te lijden
Blijf uit die oorlogshel.
Meneer de president
Waarom ons bloed te vragen?
Ga zelf uw leven wagen
Als u zo moedig bent.
Nee, ik draag geen geweer
Geef opdracht aan uw knechten
Mij niet te vast te hechten
Knal mij gewoon maar neer.