Posts tonen met het label La France. Alle posts tonen
Posts tonen met het label La France. Alle posts tonen

donderdag 12 september 2013

Antoine - La Loi de 1920 (1966)




Antoine heeft het in deze song over de Wet van 31 juli 1920, « réprimant la provocation à l’avortement et la propagande anticonceptionnelle. » (Franse Wet).

Volgens deze wet  wordt abortus gelijkgesteld met moord en zal de pleger ervan voor het Assisenhof moeten verschijnen.


Toch was deze wet niet een totale miskleun. Zeer dikwijls konden de beklaagden rekenen op het medeleven van de juryleden en kwamen ze er met lichte straffen vanaf. In 1923 werd de straf voor abortus gecorrectionaliseerd.


Toch bleef de vervolging van de abortus een feit. Tussen 1925 en 1932 waren er dat zo’n 500 à 600 per jaar.


Het gevolg was navenant. Het geboortecijfer daalde drastisch en in 1930 stond dit op het laagste peil ooit in Frankrijk.

Wat gebeurde er ? Eerst waren er de gewone middelen zoals de coïtus interuptus en het condoom (toegelaten omdat het de mensen beschermde tegen venerische ziekten). En natuurlijk waren er de clandestiene abortussen die in die jaren een echte boom kenden.

Een nieuwe wet van 1939 (Code de la Famille) zal de repressie versterken.

De oorlog die volgt zal het ideaal van de vrouw aan de (franse) haard versterken en dus zal abortus uit den boze zijn. De vrouw zal zich volledig ontplooien in haar rol van moeder aan de haard, en ze zal kinderen baren.

Een wet van 1942 zal abortus “schadelijk voor het Franse Volk” verklaren. Abortus wordt “un crime d’Etat”. Er worden speciale ploitiediensten opgericht die zich met abortus bezighouden. In 1943 wordt een “engeltjes maakster” geguiliotineerd.
Gedurende de oorlogsjaren worden inzake abortus meer dan 15000 straffen uitgesproken.




Antoine

Antoine zal onmiddellijk een buitenbeentje zijn in de franse yéyé. De meeste zangers en zangeressen houden het bij brave en vriendelijke weinig zeggende teksten.
Antoine is tegendraads en heeft het in zijn “Eculubrations“ onmiddellijk over het plaatsen van het franse idool nr.1 « Johnny Hallyday» in een koooi in Medrano (de Parijse Zoo).

Met zijn groep « Les Problèmes » (de latere Charlots) zoekt hij de controverse op.
In 1966 maakt hij deze song « La Loi de 1920 ».

Hij vertelt ons het intrieste verhaal van een vrouw die de zwangerschappen opstapelt en uiteindelijk begeeft. Om te ontsnappen aan de miserie vermoordt ze haar kinderen en pleegt ze zelfmoord.

Voor Antoine is deze meer dan voorbijgestreefde wet uit 1920 de echte schuldige.



Antoine: "LA LOI DE 1920". (1966)

Elle habite avec ses 9 enfants
De biais ce n'est pas même un appartement
Le mari on ne le voit pas souvent
Et pourtant

On leur a appris à fonder une famille
Faire autrement leur serait difficile
Au mariage c'était le seul but dans la vie
Et pourtant

Chaque année un autre enfant naissait
Comment auraient-ils pu l'éviter
Il y a 365 nuits dans une année
Et pourtant

L'aîné aura peut-être quelque instruction
Pour les autres il n'en est pas question
Manger ça ne leur arrive pas souvent
Et pourtant

Il y a longtemps que leur taudis est classé
Assise folle elle s'est mise à penser
Elle n'en peut plus, ça ne peut plus durer
Et pourtant

Dans un coin il y a un fourneau
L'évier est mort, on leur a coupé l'eau
Elle s'approche du feu la folie sur la peau
Et pourtant

Il suffit de tourner un robinet
Ça me tremble, les enfants dorment à coté
Ils ne se sont plus jamais réveillés
Et pourtant

On aurait dû penser pourtant
On aurait pu penser pourtant
Penser à revoir enfin la loi de 1920
.








zondag 8 september 2013

" La Tondue “ (De kaal geschoren vrouw) van Georges Brassens (1964)



Georges Brassens kwam vanuit Sete naar Parijs in januari 1940 en verhuisde met zijn tante Antoinette naar de Alesia straat . Zoals door de Franse Overheid werd opgelelgd moest Brassens naar Duitsland in het voorjaar van 1943 en werkte hij er in een BMW- fabriek in Basdorf , in de buurt van Berlijn .

In maart 1944 nam hij de benen tijdens een "permission” en zocht hij zijn toevlucht in de  impasse Florimont, bij Marcel en Jeanne Planche Bonniec, naaister en vriend van zijn tante.

Formel moest hij worden beschouwd als deserteur. Hij leefde de rest van de oorlog afgezonderd in zijn kamer en in armoede .




 
Na de bevrijding kan Brassens eindelijk uit zijn hol komen. Hij wordt geconfronteerd met gebeurtenissen waarover hij het volgende vertelt :

"On passait avec des hauts-parleurs disant :'Ce soir le spectacle commence à telle heure'; on exposait des femmes et c'était un truc insupportable, toutes ces femmes qu'on voulait tondre. [...] On ne reprochait à personne, par exemple, d'avoir couché avec une Allemande. On les tondait pas, les mecs qui s'étaient tapé des Allemandes. (...) c'était très mal vu de coucher avec un Allemand, mais c'était très bien vu de coucher avec une Allemande. Et c'est une des raisons pour lesquelles je ne regrette pas de ne pas avoir participé, même de très loin, à cela." 

Brassens is er onderste boven van en twijfelt aan dat hele gedoe.




Deze ervaring inspireerde hem jaren later tot “La Tondue” .

Het is een tegendraadse song, zoals alleen Brassens die kon maken.  In een volle Gaullistische periode komt hij met zijn twijfels aanzetten.

Op datzelfde album staat de song “Les deux Oncles” waarin Brassens zegt dat men er gek moet voor zijn om voor ideeën te willen sterven (!).

“La Tondue” past perfect in de logica van Brasens die het steeds heeft opgenomen voor de marginalen en de verschoppelingen.

Ook hier zingt Brassens over zijn wantrouwen in de zgn. “rechtvaardigheid van de mannen”. .

Hij toont ook zijn medeleven aan degenen die de fout hebben begaan te slapen met een Duitse soldaat ( " koning van Pruisen " ) om sentimentele redenen ("ich liebe dich"  in de taal van Goethe) gemaakt.

Brassens is fundamenteel  anti-militaristisch en pacifist. Hij voelt alleen maar minachting voor de pseudo-patriotten die zich vergrijpen aan deze weerlozen vrouwen welke ook hun motief geweest is .
.
Tegelijk ervaart hij ook zijn eigen onmacht die niets kon doen om er iets aan te verhelpen : "J'aurais dû prendre un peu parti pour sa toison (...) Mais je n'ai pas bougé du fond de ma torpeur" .




Georges Brassens: "la tondue" (1964)

La belle qui couchait avec le roi de Prusse
Avec le roi de Prusse
A qui l'on a tondu le crâne rasibus
Le crâne rasibus

Son penchant prononcé pour les " ich liebe dich ",
Pour les " ich liebe dich "
Lui valut de porter quelques cheveux postich's
Quelques cheveux postich's

Les braves sans-culott's et les bonnets phrygiens
Et les bonnets phrygiens
Ont livré sa crinière à un tondeur de chiens
A un tondeur de chiens

J'aurais dû prendre un peu parti pour sa toison
Parti pour sa toison
J'aurais dû dire un mot pour sauver son chignon
Pour sauver son chignon

Mais je n'ai pas bougé du fond de ma torpeur
Du fond de ma torpeur
Les coupeurs de cheveux en quatre m'ont fait peur
En quatre m'ont fait peur

Quand, pire qu'une brosse, elle eut été tondue
Elle eut été tondue
J'ai dit : " C'est malheureux, ces accroch'-cœur perdus
Ces accroch'-cœur perdus "

Et, ramassant l'un d'eux qui traînait dans l'ornière
Qui traînait dans l'ornière
Je l'ai, comme une fleur, mis à ma boutonnière
Mis à ma boutonnière

En me voyant partir arborant mon toupet
Arborant mon toupet
Tous ces coupeurs de natt's m'ont pris pour un suspect
M'ont pris pour un suspect

Comme de la patrie je ne mérite guère
Je ne mérite guère
J'ai pas la Croix d'honneur, j'ai pas la croix de guerre
J'ai pas la croix de guerre

Et je n'en souffre pas avec trop de rigueur
Avec trop de rigueur
J'ai ma rosette à moi: c'est un accroche-cœur
C'est un accroche-cœur








vrijdag 23 augustus 2013

Op de draaitafel vandaag : ZAZ / Recto Verso (2013)




Wat is er toch met mij ?

Vandaag – de dag dat Dylan’s “Another Self Portrait” in de winkels ligt, zit ik me op te winden over een Franse madam. Maar wat voor een ....

Zaz is de slaapdronken pseudoniem van Isabelle Geffroy.  “Recto Verso” is haar tweede plaat die ik vandaag heb gekocht van mijn vriend Miel Appelmans.

Zaz refereert met veel respect naar de hoogdagen van het chanson en voegt er een eigentijdse klank aan toe. Ze omringt zich met uitstekende muzikanten, tekstschrijvers en componisten. En dan is er die hese, gebarsten stem van haar die stenen doet smelten.

De sfeer baadt in die gemoedelijke swing waarin de gitaar van Django Rheinhardt resoneert en er zijn Parijse walsjes, ontsnapt uit de straten van Montmartre waar ze vroeger zelf als busker aan de kost kwam. Daarbij komen nog voorzichtige uitstapjes naar soul en r'n'b. Alles badend in een sfeer die herinnert aan Amélie Poulain en gezongen met de frasering en het timbre van de jonge Piaf.

Zaz laat zich op geen enkel moment in een bepaald hoekje duwen.

Zaz is op “Recto Verso”  een chansonnière uit een ver verleden, maar ook een popprinses uit de toekomst en alles tussen deze twee uitersten in, waarvan met name het vleugje gipsy niet onvermeld mag blijven.

Zaz is zwoel en verleidelijk, maar steeds ruwe emotie.

Miel noemde Zaz een goed gevulde doos bonbons. Dat is ze ook.

Als ik Recto Verso helemaal heb beluisterd heb ik het gevoel dat ik naar tien platen heb geluisterd en het zijn ook nog eens tien hele goede platen.

Je weet het .....de lijstjes. Ik hou er niet van. Maar vandaag, en dat voor ik maandag de nieuwe Dylan zal aanschaffen,  wens ik Zaz en “Recto Verso” op HET LIJSTJE van 2013 te plaatsen .....MET STIP!

Favoriete tracks

Oublie Loulou (van Charles Aznavour)



J'ai tant escamoté




donderdag 27 juni 2013

Jean Ferrat - zijn eerste EP (Vogue EPL 7490) -1958



Jean Ferrat, artiestennaam van Jean Tenenbaum (Vaucresson, 26 december 1930 - Aubenas, 13 maart 2010) was een Franse zanger, componist en tekstschrijver. De carrière van Jean Ferrat begon in het Parijs van de jaren vijftig en in de jaren zestig en zeventig groeide hij uit tot een van Frankrijks populairste zangers. Wegens zijn vaak maatschappijkritische teksten was Ferrat echter ook omstreden.

Tot zijn bekendste liedjes behoort het door hemzelf geschreven La Montagne (Het gebergte) waarvoor hij zich liet inspireren door het landschap rond Antraigues-sur-Volane in de Ardèche, waar hij sinds het begin van de jaren zestig woonde. Het liedje werd wereldberoemd in Nederland door de prachtige versie van Wim Sonneveld ("Het dorp")

Ferrat was communist en een bewonderaar van de communistische dichter Louis Aragon en heeft tientallen van diens gedichten bewerkt tot liedjes. Ook van de docent-dichter Guy Thomas zette hij diverse teksten op muziek. Eén album is zelfs volledig aan diens teksten gewijd ("Je ne suis qu'un cri" uit 1985).

Sinds halverwege de jaren negentig maakte Ferrat geen opnamen meer. Hij trad ook niet meer op, maar hij bleef zich als bekende Fransman wel regelmatig mengen in het publieke debat.

Ferrat overleed op 79-jarige leeftijd na een kort verblijf in het ziekenhuis waar hij was opgenomen nadat hij thuis was gevallen. Hij was ook al geruime tijd ernstig ziek. Zijn begrafenis werd rechtstreeks uitgezonden op de Franse televisie.

Dit is zijn allereerste EP uit september 1958 (Vogue EPL 7490).

A1 : Les mercenaires (G. Dauvilliez - J. Ferrat)
A2 : Ma vie, mais qu’est-ce que c’est ? (Ferrat)
B1 : Fredo la Nature (É. Favre - Ferrat)
B2 : L’homme-sandwich (Ferrat)

Prachtig toch











maandag 24 juni 2013

Nancy Holloway - Bye Bye (EP 1964)




Nancy Holloway – haar echte naam is Nancy Brown – was  een Amerikaanse jazz en rockzangeres, geboren op 11 december 1932 in Cleveland (Ohio US), die in het begin van de jaren zestig waanzinnig populair was in Frankrijk..

Ooit begonnen als danseres toerde Nancy Holloway door Europa en viel uiteindelijk op als zangeres  in Parijs, met een verrukelijk Amerikaans accent.

Met de komst van de yéyé zou ze haar grootste successen boeken.

Ze besloot om zich permanent te vestigen in Parijs in 1960. Daar ontmoette zij en raakte ze bevriend met Elvis Presley die tijdens frequente permissies tijdens zijn militaire dienst in Duitsland naar Parijs kwam.

In  1961 maakte ze haar debuut op televisie en werd haar eerste singletje “Hey Pony” uitgebracht Het succes bleef niet uit. Een eerste EP volgde, met “Hey Pony” en “Fich'le camp Jack” (een versie van Ray Charles's “Hit the Road Jack” , “Dum dum” (Brenda Lee) en “Viens danser le twist (Chubby Checker's Let’s Twist Again)

De rest is geschiedenis.

Deze EP dateert uit juli 1964.

Luister vooral naar de prachtige versie van "C'est bon d'être en été" ...... zeer toepasselijk op onze huidige weersomstandigheden.









woensdag 19 juni 2013

Petula Clark - de Ep's uit 1962.



Ik was dertien en kreeg van mijn moeder en EPtje van Petula Clark, met daarop dé hit van het moment "Coeur Blessé". Haar eigenaardige (engelse) uitspraak van het frans was iets speciaals. Daarbij was de melodie van die aard dat ze bleef hangen. Ik heb dagen met dat liedje in mijn hoofd gelopen en ook vandaag nog doet het me iets.

Ik denk dat dit mijn eerste EPtje was, het begin van een zeer lange reeks.

Petula Clark, CBE (Ewell (Surrey), 15 november 1932) werd geboren in Ewell, Surrey, haar vader was Engels en haar moeder kwam uit Wales. Ze maakte haar radiodebuut in oktober 1942 toen ze met haar vader op een uitzending van de BBC was om een bericht te sturen naar een oom die overzees gestationeerd was. De producer vroeg iemand om iets te zingen en Petula gaf zich op, het publiek in de studio was enthousiast en Petula maakte vervolgens zo’n 500 optredens in programma’s die gemaakt waren om de oorlogstroepen te entertainen. Clark toerde door het land met andere kinderster Julie Andrews en werd bekend als de Britse Shirley Temple en werd een mascotte voor zowel het Britse als het Amerikaanse leger.

Toen ze in 1944 optrad in de Royal Albert Hall werd ze ontdekt door filmregisseur Maurice Elvey die haar vroeg om weeskind te spelen in zijn oorlogsdrama Medal for the General. Er volgden nog verschillende films. Hoewel ze meestal in B-films speelde had ze toch de kans om samen te werken met Anthony Newley in Vice Versa (geregisseerd door Peter Ustinov) en Alec Guiness in The Card, die door velen als een klassieker beschouwd wordt.

In 1946 ging haar televisiecarrière van start op de BBC met de show Cabaret Cartoons. Hierna kreeg ze haar eigen namiddagserie die gewoon Petula Clark heette. In 1949 volgde nog Pet’s Parlour. In latere jaren toen ze al een gevierde zangeres was kreeg ze ook nog de series This is Petula Clark (1966) en The Sound of Petula (1972-74).

In de jaren 50 begon ze liedjes op te nemen en uit te brengen en scoorde in 1954 haar eerste hit in het Verenigd Koninkrijk. In de Verenigde Staten bracht ze in 1951 haar eerste lied uit (Tell Me Truly), maar het duurde dertien jaar vooraleer het Amerikaanse platenkopende publiek haar zou ontdekken.

Petula werd in 1958 uitgenodigd om te zingen in het befaamde Olympia te Parijs. Daar ontmoette ze Claude Wolff, waar ze zich onmiddellijk toe aangetrokken voelde, en toen hij haar vroeg of ze bij platenmaatschappij Vogue Records wilde tekenen ging ze onmiddellijk akkoord. Haar eerste Franse opnames waren grote successen en in 1960 ging ze op tournee door Frankrijk en België met de Franse ster Sacha Distel, die een goede vriend van haar bleef tot zijn dood in 2004. Petula veroverde het hele continent door liedjes in het Duits, Frans, Italiaans en Spaans te zingen.

In juni 1961 trouwde ze met Claude, eerst voor de wet in Parijs en daarna voor de kerk in Engeland. Ze besloot naar Frankrijk te verhuizen waar ze al snel twee dochters kreeg, Barbara Michelle en Katherine Natalie, en later nog een zoon Patrick die in 1972 geboren werd.

Ze besluit om samen met Claude definitief in Frankrijk te gaan wonen. Ze wil weg uit Engeland omdat ze haar daar nog altijd als een soort wonderkind benaderen en daar heeft ze absoluut geen zin meer in.

Ze vertaalt het nummer Ya Ya van de Amerikaanse blueszanger Lee Dorsey in het Frans en geeft er een danstouch aan, want op dat moment is het zowat allemaal de twist die de muziek scene beheerst.



 
De concurrentie groeit : Sylvie Vartan, Françoise Hardy, Michèle Torr en Sheila, de yé-yé girls.

Ze leent het nummer Chariot van de Franse componisten J.W. Stole en Del Roma, de schuilnamen van de bekende producers en orkestleiders Franck Pourcel en Paul Mauriat die aan Jacques Plante hadden gevraagd er een Franse tekst voor te schrijven. Voor Petula wordt het een mosnethit in Frankrijk. Little Peggy March zal de song coveren in het Engels en als I Will Follow Him op één in Billboard’s Hot One Hundred komen.

Petula gaat op tournee met Jacques Brel die speciaal voor haar Un Enfant schrijft.

In 1963 is er voor de Franse markt het album Ceux Qui Ont Un Coeur, een vertaling van Anyone who had a heart van Burt Bacharach en Hal David. Op dit album vinden we ook een prachtige cover van Needles and Pins dat op dat moment een grote hit is voor de Britse Searchers La Nuit N’En Finit Plus. 




Terwijl ze zich focuste op een nieuwe carrière in Frankrijk bleef ze ook hits hebben in haar thuisland. Het lied Sailor werd haar eerste nummer één hit in 1961, datzelfde jaar had ze nog hits daar met "Romeo" en "My Friend the Sea". Het volgende jaar had ze in Frankrijk dikke hits met "Ya Ya Twist" (een cover van een lied van Lee Dorsey) en "Chariot" (originele versie van "I will follow him"). De Duitse en Italiaanse versies van haar hits sloegen ook aan. Ze coverde ook enkele liedjes van Serge Gainsbourg en ook deze plaatjes verkochten als zoete broodjes.

Dit zijn haar 5 Franse EP's uit het jaar 1962
. Het begin van haar carrière in Frankrijk.









maandag 17 juni 2013

Sacha Distel - Marina (1962)




Sacha Distel - Marina (1962)
(Sacha Distel)

Gisteravond gevonden op mijn zolder tussen mijn soundtracks. Ik was rats vergeten dat ik dit had.

Het is een 45 toeren plaatje met een stuk uit de soundtrack van de film "Les Sept Péchés Capitaux" van Roger Vadim.

Het gaat om een Instrumental met een jazzquintet (Sacha op gitaar) voor het onderdeel l'Orgueil in Roger Vadim-film "Les Sept Péchés Capitaux".

Het nummer kwam als single uit bij wijze van soundtrack. De Marina in kwestie is actrice Marina Vlady, twijfelend tussen haar echtgenoot (Jean-Pierre Aumont) en haar lover (Sami Frey).

Originele Opname is van Sacha Distel (1962) (Philips). Deze opname laat weer eens horen wat een knap muzikant hij wel was.

Covers zijn : Tony Bennett (1963) [enorme hit US als The Good Life; tekst: Jack Reardon], Betty Carter (1963) [idem], Blossom Dearie (1963) , Sarah Vaughan (1963) , Nancy Wilson (1964) , Frank Sinatra (1964) , Duke Ellington (1964) , Sacha Distel (1964) [als La Belle vie], Bobby Darin (1965) , Ann-Margret (1966) , Brigitte Bardot (1967) [als La Belle vie], Petula Clark (1968) , Sacha Distel (1969) [instrumentaal als The Good Life met het Slide Hampton Orch.], Dee Dee Bridgewater (2005) [als La Belle vie op cd J'Ai Deux Amours].


Marina



Blue Waltz de l'Orgueil







donderdag 6 juni 2013

Roland Gerbeau - Douce France (1943) / La Mer (1945)




Op 18 mei zou Trenet 100 zijn geworden. "Le fou Chantant" zou "le fou cent ans" zijn geworden.

Om dit te vieren, en als eerbetoon heb ik iets speciaals.

Roland Gerbeau  - Douce France (1943)/ La Mer (1945)
(Charles Trenet)







 


Gerbeau figureerde toen als voorprogramma van Trenet, eerst in de ABC club in Parijs, daarna van 1942 tot '44 tijdens een never ending Tour de France. Hij kreeg daarom wel eens een nieuwe song cadeau en niet eens van de minste.

Zowel voor "Douce France" als voor "La Mer" zijn de eerste opnames van Roland Gerbeau (Disque Sofradis)

De auteursversie van "Douce France" door Charles Trenet kwam er pas in 1947.

Voor "La Mer" was dat een paar maanden na de opname van Gerbeau.


Douce France



La Mer




donderdag 30 mei 2013

Joe Dassin - Het prille begin




Dassin werd geboren in New York als zoon van Jules Dassin, een joodse filmregisseur, en Béatrice Launer. Hij groeide op in New York en Los Angeles. Later verhuisde Dassin met zijn ouders naar Europa.

Na het afsluiten van zijn studies aan het internaat Institut Le Rosey in Zwitserland verhuisde Joe Dassin terug naar de Verenigde Staten om aan de University of Michigan te studeren. Na het behalen van zijn diploma verhuisde Dassin weer, ditmaal naar Frankrijk. Hier vond hij een baan bij een radiostation, waardoor hij de eerste contacten in de muziekwereld kon leggen.

Maryse Massiera, de vriendin van Joe Dassin, is een kennis van Catherine Regnier, secretaresse bij CBS Records, een bedrijf dat onlangs is verhuisd naar Frankrijk, met het oog op het promoten van Amerikaanse sterren.

Maryse geeft haar vriendin een tape waarop Joe Dassin een Amerikaans volksliedje, “Freight Train” zingt. Haar bedoeling is om voor Joe een verjaardagsgeschenk in de vorm van een plaatje met hemzelf erop te laten maken.

De mensen van CBS vinden het echter zo goed dat ze onmiddellijk een plaat willen opnemen en ze verdelen.

Joe Dassins eerste EP is een feit.

In juni 1965 brengt hij een nieuwe EP uit met het titelnummer “Je vais mon chemin”. Het wordt een flop.

Zijn derde EP komt er snel aan tegen eidn 1965. Deze keer is het raak met “Bip Vip” een vertaling van John Loudermilks “Road Hog”.

De carrière van Joe Dassin is nu gelanceerd.

Zijn bekendste hits worden « Aux Champs-Élysées », « L'été indien », « Salut les Amoureux » en « Ça va pas changer le monde ».

Dassin stierf ten gevolge van een hartaanval tijdens een vakantie op Tahiti in augustus 1980.

Hij werd begraven in het Hollywood Forever Cemetery in Hollywood.

Dit zijn de eerste drie EP’s van Joe Dassin

Face A1 : Je change un peu de vent (traditionnel / Jean-Michel Rivat) (Freight Train)
Face A2 : Il a plu (Cooper - Hazel Wood - Jean-Michel Rivat)
Face B1 : Dis-moi, dis-lui (Jean-Michel Rivat - Jean Renard)
Face B2 : Ça n’est pas une fille (B. Hilliard - L. Pockriss - Jean-Michel Rivat) (Wanted man)

Face A1 : Je vais mon chemin (H. Ledbetter - Jean-Michel Rivat)
Face A2 : Isabelle, prends mon chapeau (T. Paxton - Jean-Michel Rivat - Maurice Fanon) (Ramblin' Boy)
Face B1 : Mache ta chique (B. Gibson - Jean-Michel Rivat - Maurice Fanon) (Whiskey in the jar)
Face B2 : Les jours s’en vont pareils (Jean-Michel Rivat - Joe Dassin)

Face A1 : Bip-bip (Gwen - J.-D. Loudermilk - Erasmo Carlos - J.-M. Rivat) (Road Hog)
Face A2 : Guantanamera (Tradiotionnel - J. Marti - H. Angulo - P. Seeger - J.-M. Rivat)
Face B1 : Je n’ai que que mes mains "Poor man’s son" (J. Jackson - B. Hamilton - R. Savoy - J.-M. Rivat)
Face B2 : Pas sentimental "Not the lovin’ kind" (L. Hazelwood - P. Delanoë)









donderdag 23 mei 2013

Georges Moustaki is overleden.



Georges Moustaki is vandaag overleden.

Giuseppe (Yussef) Mustacchi (Alexandrië, 3 mei 1934 - Nice, 23 mei 2013), beter bekend als Georges Moustaki (Grieks: Ζορζ Μουστακί), was een Franse zanger en componist van Grieks-Joodse afkomst. Hij verwierf internationale bekendheid in 1968 met zijn lied "Le Métèque".

Moustaki's ouders Nessem en Sarah kwamen oorspronkelijk van het eiland Korfoe in Griekenland, maar vestigden zich voor Yussefs geboorte in Alexandrië, alwaar ze een boekwinkel openden in een multiculturele wijk, waar Arabisch, Italiaans, Hebreeuws en Grieks werden gesproken. Omdat Nessem en Sarah een speciale belangstelling hadden voor de Franse cultuur, werd Yussef op een Franse school gezet. Op deze manier kwam Yussef ook in contact met het Franse chanson.

In 1951 trok Yussef Mustacchi naar Parijs, waar hij in eerste instantie werkte als journalist en barkeeper. 


In deze tijd veranderde hij zijn naam in Georges Moustaki. De nieuwe voornaam was een hommage aan Georges Brassens, die Moustaki stimuleerde. De jonge Griek begon chansons te schrijven voor grootheden als Barbara en Yves Montand. Voor de veel oudere Édith Piaf, met wie hij korte tijd een verhouding had, schreef hij in 1959 "Milord". Andere bekende nummers zijn "Ma liberté", "Ma solitude" en "La dame brune".

In 1968 breekt Georges Moustaki zelf internationaal door als zanger met het door hemzelf geschreven "Le Métèque".

Sindsdien heeft Moustaki veel bekende liederen opgenomen, vooral in het Frans, maar ook in het Italiaans, Hebreeuws, Grieks, Engels, Spaans en Jiddisch. In januari 1970 geeft hij zijn eerste grote concert in Bobino. Talloze optredens in vele landen zijn daarna gevolgd. Moustaki heeft een dochter (Pia, geboren in 1956).


Le Métèque





maandag 6 mei 2013

The Three Degrees - La Chanson Populiare / I like being a woman (1974)



The Three Degrees is een uit Philadelphia afkomstig damestrio, bekend van discoklassiekers als ‘Dirty Ol’ Man’ en ‘When Will I See You Again’.

De groep werd in 1963 opgericht als the Three Degrees en kende vele bezettingswisselingen. Op hun hoogtepunt halverwege de jaren ‘70 bestaat de groep uit Fayette Pickney, Valerie Holiday en Sheila Ferguson.

Het succes voor de groep begint in 1970 met de single ‘Maybe’, een cover van The Chantels, hetzelfde jaar gevolgd door ‘I Do Take You’. In 1971 speelt de groep een rol in de succesvolle film The French Connection, met Gene Hackman.

De Three Degrees komen in 1973 onder de hoede van het producersduo Kenneth Gamble en Leon Huff en scoren de wereldwijde discohit ‘Dirty Ol’ Man’.

Hun populariteit wordt in de Verenigde Staten nog eens vergroot als ze samen met soulgroep MFSB de herkenningstune maken voor het goed bekeken tv-programma Soul Train. Het thema wordt op veler verzoek als ‘TSOP (The Sound of Philadelphia)’ op single uitgebracht.

De in 1974 uitgebrachte en eveneens door Gamble en Huff geproduceerde single ‘When Will I See You Again’ wordt hun grootste hit, er worden zo’n 2 miljoen exemplaren van verkocht. In de tweede helft van de jaren ‘70 brengen de Three Degrees enkele albums uit, echter zonder hitlijst-bestormende hitsingles.

In  1974  komen ze voor een optreden naar Frankrijk en nemen er een nummer op van Claude François, in het Frans (“La Chanson Populaire”)

Dit is die single.


La Chanson Populaire



I like being a woman




maandag 29 april 2013

Peter, Paul and Mary – Le Déserteur (EP WEP 1439) 1964



Peter, Paul and Mary – Le Déserteur (EP WEP 1439) 1964

Deze (franse) EP komt uit het dubbel album “Peter, Paul and Mary In Concert”

De eerste song is Boris Vian’s “Le Déserteur” geschreven uit protest tegen de oorlog in Algerije.

Dan komt een solo van Mary Travers “Single Girl”

“If I had my way” is een Blind Willie Johnson – Reverend Gary Davis song, met Bijbelse verzen uit het Boek van de Rechters 13-16

Eindelijk komt dan “The times they are a Changin’” de openingstrack van het dubbelalbum. Dit zou de titel worden van het nieuwe Dylan album.

Natuurlijk zingt niemand Dylan zoals Dylan zelf. Maar door teveel te luisteren naar die ijzersterke tekst gaan de wonderlijke harmonieën van Peter, Paul en Mary een beetje de mist in.

Probeer eens NIET naar de tekst te luisteren…..







maandag 18 maart 2013

Mademoiselle Dusty (1964)



Mademoiselle Dusty (1964)

Nadat Dusty Springfield een paar enorme hits had gescoord in de UK, vondt Philips dat het tijd werd om Dusty ook op het Europese vasteland te promoten.

In Frankrijk was ze al in de top 10 geraakt met “Every day I have to cry”, in Maart 1964.

In Juli van datzelfde jaar trok ze de studio in om een “Franse EP” te maken. In de herfst van 1964 kwam de EP “Mademoiselle Dusty” op de markt.

De covers zijn :

- “Demain tu peux changer” (the Shirelles’ Will you still love me tomorrow)
- “Je ne peux pas t’en vouloir” (Losing you – opgenomen voor de Engelse versie !!)
- “L’été est fini” (The summer is over)
- “Reste encore un instant” (Stay awhile).

Hier is Mademoiselle Dusty






woensdag 27 februari 2013

Jean Jacques Goldman - Comme toi (1982)



Het tweede album van Jean-Jacques Goldman werd uitgebracht in 1982. Het was een instant succes. Vooral dank zij nummers als “Au bout de mes rêves”, » Quand la musique est bonne », en «  Comme toi.”.

Deze laatste song, een lied van een vader voor zijn dochter, gaat over een kind dat niet de kans heeft gehad haar leven te leven, want – zo begrijpt men algauw tussen de regels door – ze was een van de Veel slachtoffers van de Holocaust.

Het uitgangspunt is een oude familiefoto. De eerste verzen beschrijven een gelukkig bestaan van de achtjarige Sarah. Ze is waarschijnlijk joodse als we afgaan op de namen in de song (Ruth,  Anna, Jeremia). Ze is Poolse en gaat naar school en speelt met haar vrienden.

De zanger spreekt in het refrein tot een slapend meisje (zijn dochter?).

Ze lijkt op de Sarah van de foto, ("tes yeux clairs", "elle avait ton âge") en "elle n'est pas née comme toi ici et maintenant".

Haar bestaan werd grondig verstoord door de tussenkomst van buitenaf, "d’autres gens” waarvan we weten dat het de Duitsers waren.

Ook de muziek is subtiel en verwijst naar Polen. De zigeunerviool.

In de plaats van frontaal de thematiek van de Holocaust aan te snijden gaat Goldman (zelf joods) een beroep doen op eenvoudige gevoelens .


 


Jean-Jacques Goldman (Parijs, 11 oktober 1951) is een Franse muzikant en songwriter van Joodse afkomst.

Zijn moeder is afkomstig uit München, Duitsland, zijn vader is geboren in het Poolse Lublin. Jean-Jacques heeft drie broers. Eén daarvan is de extreem-militante Pierre Goldman, die in 1977 vermoord werd in Parijs.

Jean-Jacques Goldman begint zijn carrière in de groep 'The Red Mountain Gospellers'. Daarna belandt hij in de groepen 'The Phalanster' en 'Taï Phong'. Met deze laatste band bereikt hij een aantal succesjes, maar die zijn helaas niet genoeg om de band bij elkaar te houden. Na het uiteenvallen van Taï Phong in 1979, begint Goldman aan zijn solocarrière en wordt hij één van de grootste sterren in vrijwel alle Franstalige gebieden ter wereld. Grote hits in de jaren 80 zijn bijvoorbeeld 'Je marche seul', 'Là-Bas' en 'Je te donne'.

Ook schrijft Goldman muziek voor andere artiesten, zoals Johnny Hallyday en Patricia Kaas. Bovendien schreef hij begin jaren negentig voor Céline Dion het album “D'eux”, dat uit zou groeien tot het best verkochte Franstalige album aller tijden. Op dit album staat onder andere de grote hit "Pour que tu m'aimes encore".







Jean-Jacques Goldman: "Comme toi" (1982)


Elle avait les yeux clairs
Et la robe en velours.
A côté de sa mère
Et la famille autour,
Elle pose un peu distraite au doux soleil de la fin du jour.

La photo n’est pas bonne,
Mais l’on peut y voir
Le bonheur en personne
Et la douceur d’un soir.
Elle aimait la musique, surtout Schumann, et puis Mozart.

Comme toi, comme toi,
Comme toi que je regarde Tout bas,
Comme toi qui dors En rêvant à quoi ?
Comme toi, comme toi, comme toi.

Elle allait à l’école
Au village d’en bas.
Elle apprenait les livres,
Elle apprenait les lois.
Elle chantait les grenouilles et les princesses qui dorment au bois.

Elle aimait sa poupée,
Elle aimait ses amis,
Surtout Ruth et Anna,
Et surtout Jérémy.
Et ils se marieraient, un jour peut-être, à Varsovie.

Elle s’appelait Sarah
Elle n’avait pas huit ans.
Sa vie, c’était douceur,
Rêves et nuages blancs.
Mais d’autres gens en avaient décidé autrement.

Elle avait les yeux clairs
Et elle avait ton âge.
C’était une petite fille
Sans histoires et très sage,
Mais elle n’est pas née, comme toi, ici et maintenant.

Comme toi ; comme toi,
Comme toi que je regarde Tout bas,
Comme toi qui dors En rêvant à quoi ?
Comme toi, comme toi, comme toi.


woensdag 20 februari 2013

Salvatore Adamo zingt in het Nederlands (1964)



Salvatore Adamo, artiestennaam Adamo (Comiso (Sicilië), 1 november 1943) is een Belgische zanger van Italiaans/Siciliaanse afkomst.

Toen Adamo drie jaar oud was, verhuisde hij met zijn familie naar het Belgische Ghlin bij Bergen, waar zijn vader in de mijnen ging werken. Hij groeide op in het vlakbij gelegen Jemappes (Bergen). Daar werden ook zijn zusjes en broer geboren. Gedurende zijn schooljaren zong hij in het kerkkoor en leerde hij gitaar spelen. In 1960 deed hij voor het eerst mee aan een wedstrijd en won met het liedje "Si J'osais". De eerste radio-uitzending volgde op 14 februari van dat jaar. In 1961 bracht hij zijn eerste plaat uit, nadat hij in Saint-Quentin (Parijs) een wedstrijd had gewonnen.

Vanaf zijn eerste hit ("sans toi ma mie") dat hij zong op 20-jarige leeftijd, in 1963, tot op de dag van vandaag is Salvatore Adamo steeds trouw gebleven aan zijn stijl : hij staat dan ook bekend als de "chanteur romantique par excellence", met karakteristieke, gebroken stem (niet het enige dat Adamo deelt met Charles Aznavour). Naar eigen zeggen waren het Victor Hugo, Jacques Prévert, Georges Brassens, het italiaanse canzonetta en de tango die de grootste invloed gehad hebben op zijn muziek-schrijven.

Jacques Brel bedacht hem met de titel "jardinier d'amour" (tuinman van de liefde). Maar met "Inch'Allah" (over het conflict in het Midden Oosten) en zijn meer recente werk, heeft hij zeker bewezen ook zeer knap over andere onderwerpen dan de liefde te kunnen schrijven.

Dit is iets speciaals. Adamo in het Nederlands, een EPtje uitgebracht begin 1964.








maandag 18 februari 2013

Barbara (1930 - 1997)



Barbara was de artiestennaam van Monique Andrée Serf, (Parijs, 9 juni 1930 - Neuilly-sur-Seine, 24 november 1997). Ze was een Franse zangeres, tekstschrijver en componist.

Omdat ze van Joodse afkomst is, moet Barbara tijdens de bezetting van Frankrijk door de nazi's in de Tweede Wereldoorlog met haar familie onderduiken. In het boek Il était un piano noir vertelt ze hierover. Na de oorlog hoort een buurvrouw die muzieklerares is haar zingen en zet zich in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kan ontwikkelen.

De carrière van Barbara komt begin jaren vijftig maar moeilijk op gang. Als jonge vrouw valt het haar niet mee om zich een plaatsje te veroveren in het harde mannenwereldje van de 'amusementsmuziek'.

In deze periode hebben enigszins anarchistische en literair bevlogen tekstdichters/chansonniers als Boris Vian en Georges Brassens weliswaar al succes onder ('existentialistische') intellectuele jongeren, maar het chanson heeft nog niet de status die het een paar jaar later krijgt. Wie muzikant wil worden in het 'lichtere', dat wil zeggen niet klassieke genre, begeeft zich in een wereldje dat erg dicht tegen dat van de blote cabarets aanligt.

Wanneer Barbara auditie doet om in het koor van een operette te mogen meezingen wordt er vooral op haar benen gelet. Ze wordt aangenomen, maar vertrekt al na een paar maanden, omdat het haar daar niet bevalt en ze bovendien onderbetaald wordt. Ze ontvlucht Parijs en reist naar Brussel, waar ze bij een neef intrekt. Deze gaat haar echter steeds meer als een huissloof behandelen. Ook hem ontvlucht ze, waarna ze dakloos en zonder inkomsten door de voor haar totaal onbekende stad zwerft.

Tenslotte ziet ze geen andere uitweg meer dan zich te prostitueren. De eerste man die haar van de straat oppikt blijkt een Parijzenaar te zijn, die al snel medelijden met haar krijgt. Hij geeft haar geld zonder enige tegenprestatie te verlangen. Zijn aanbod haar mee terug te nemen naar Parijs slaat ze echter af; ze moet en zal haar buitenlandse avontuur tot een goed einde brengen. Met het geld van de Parijzenaar kan ze het weer een tijdje uitzingen, en uiteindelijk raakt ze in contact met een groepje kunstenaars. Deze stellen haar in de gelegenheid in België haar eerste ervaringen als chansonnière op te doen.







 


In 1954, na een zeer kortstsondig huwelijk twee jaar eerder, interpreteert Barbara de liedjes van Ferre en Brassens. Drie jaar later kan ze een eerste 45 toeren opnemen, met o.m. “Mon pote le Gitan”.
Tijdens haar optredens test ze haar eigen schrijfsels uit : “Dis, quand reviendras-tu?”, en dat lijkt te lukken.

In 1960 komt haar eerste lp (25cm) op de markt, “Barbara chante Brassens”  en in 1964 mag ze in het voorprogramma van Brassens optreden. Barbara was toen 34 jaar oud!

In 1965 wordt haar album “Barbara chante Barbara” een groot commercieel succes en ze wint de Académie Charles Cros. Tijdens de uitreiking breekt Barbara de trofee in stukjes en deelt ze uit aan de technici om haar dankbaarheid te tonen. Ze begint geld weg te geven en haar beroemdheid te gebruiken om hulp te bieden aan arme kinderen.

In de jaren tachtig zal haar album “Seule” verschijnen, dat een van de best verkochte platen in 1981 wordt.


Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997. Haar stoffelijk overschot rust op het Cimetière parisien de Bagneux.

Dit is haar EP uit 1965. "Au Bois de Saint Amand" werd door Martine Bijl gecoverd als "Het Bloemendaalse Bos"