Posts tonen met het label Folk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Folk. Alle posts tonen

maandag 11 november 2013

Op de draaitafel vandaag : Country Joe McDonald - War War War (1971)




“War War War” was het derde soloalbum van Counry Joe McDonald uit 1971.

Ik heb Country Joe het hele album zien doen in het PsK (het toemalige Paleis voor Schone Kunsten- nu Bozar), met als uitsmijter het obligate “Gimme an “F”....


 


De teksten zijn van gebaseerd op de poezie van  Robert William Service (16 Januari 1874 – 11 September 1958),

Op en dag als vandaag vond ik dit een aangepaste post.

Hoewel wij de hele hetze over  de eerste wereldoorlog een beetje moe worden, moet ik wel zeggen dat vanuit het standpunt van Country Joe we hier te maken hebben met een pakkend document.

Luister maar naar “The March of the Dead”









vrijdag 20 september 2013

Jim Croce (1943 - 1973)



Veertig jaar geleden stierf Jim Croce. Hij was dertig.

James Joseph (Jim) Croce (Zuid-Philadelphia, 10 januari 1943 – Natchitoches, 20 september 1973) was een Amerikaanse singer-songwriter. Hij brak door bij het grote publiek na zijn vroegtijdig overlijden. Jim Croce heeft zes studioalbums en elf singles uitgebracht. Jim Croce is vooral bekend geworden met melodieuze, gevoelige liedjes zoals I got a name en Time in a bottle.

Met zijn vrouw trad Jim Croce tot 1970 op, waarbij ze veel covers speelden, maar ook hun eigen nummers schreven. In 1968 verhuisden Jim en Ingrid naar New York om daar hun eerste album bij Capitol Records op te nemen. Na het opnemen hebben ze 2 jaar lang door de VS gereisd. Ze traden op in cafés en kleine clubs om hun album, Jim & Ingrid Croce, the promoten.

Nadat ze zich niet meer thuis voelden in New York en de muziekindustrie (later vertolkt in het nummer 'New York's Not My Home'), vertrokken ze naar het platteland van Pennsylvania. Jim nam hier een baan om de huur te kunnen betalen, terwijl hij liedjes bleef schrijven. Veel van zijn liedjes gaan over mensen die hij ontmoette, of gebeurtenissen die hij daar meemaakte. Jim heeft nog een serie andere baantjes gehad, in het leger en bij de radio, voordat hij succes zou krijgen.

In 1970 ontmoette Croce de pianist/gitarist Maury Muehleisen, via producer Joe Salviuolo die Croce nog kende van school. In het begin speelde Croce op de achtergrond met Muehleisen mee, maar in de loop der tijd wisselde dit. Maury Muehleisen speelde nu gitaar bij de folkmuziek van Croce.

In 1972 kon Croce een record deal krijgen bij ABC Records. Nog in hetzelfde jaar bracht hij daar twee LP's uit: "You Don't Mess Around With Jim" en "Life & Times".

De singles "You Don't Mess Around With Jim", "Operator (That's Not The Way It Feels)" en "Time In A Bottle" (wat geschreven was voor zijn nog niet geboren zoon, A. J. Croce) waren alle drie op de radio te horen. Met "Bad, Bad Leroy Brown" kwam Croce op #1 te staan in de Amerikaanse hitlijsten in juli 1973.

In 1973, toen hij eindelijk succes had, kwam Jim Croce (30 jaar) samen met Maury Muehleisen (24 jaar) om in een vliegtuigongeluk. Op 20 september 1973 stortte het vliegtuig met Croce, Muehleisen en 4 andere inzittenden neer, één dag voor zijn nieuwe single "I Got A Name" zou uitkomen. Croce had net een succesvol optreden in Natchitoches, Louisiana gehad, en was op weg naar Sherman, Texas voor zijn volgende optreden.

Volgens onderzoekers steeg het vliegtuig niet snel genoeg op, en raakte het de enige boom op de landingsbaan. Er zijn speculaties geweest over de piloot, die ziek was en misschien een hartaanval had gehad, maar in het uiteindelijke rapport wordt de crash toegeschreven aan een fout van de piloot. Croce is begraven in Pennsylvania, Muehleisen in Trenton.

Dit betekende het voortijdige einde van de carrière van een artiest, die er in zijn luistermuziek met menselijke teksten op verfrissende wijze in is geslaagd folk- met popmuziek te vermengen.


I'll have to say I love you in a song




vrijdag 13 september 2013

Dylan's "Pretty Saro"



We gaan nog een keer terug naar die wonderlijke Dylan verzameling van "Another Self Portrait"



Down in some lone valley
In a sad lonesome place
Where the wild birds do all
Their notes to increase

Farewell pretty Saro
I bid you Adieu
But I dream of pretty Saro
Wherever I go

Well my love she won't have me
So I understand
She wants a freeholder
Who owns a house and land

I cannot maintain her
With silver and gold
And all of the fine things
That a big house can hold

If I was a poet
And could write a fine hand
I'd write my love a letter
That she'd understand

And write it by the river
Where the waters overflow
But I dream of pretty Saro
Wherever I go.



Zonder twijfel  is voor mij  “Pretty Saro” het hoogtepunt van Dylan’s “Another Self Portrait”

Deze ouwe folkballade gaat zeer ver terug.

Origineel komt ze uit Engeland in de jaren 1700. In Engeland zowat uitgestorven werd ze zols zovele andere ballads “herontdekt” in de Appalachen zo halfweg de jaren 1800. Oraal doorgegeven via settlers en Ierse immigranten.

Het was Cecil J. Sharp , de grote verzamelaar van Appalachian volksmuziek , die de song opschreef van een versie gezongen in Noord-Carolina in 1916 door Mevr. Mary Sands.

De zanger heeft zijn liefde verloren , want hij heeft geen land noch goud . Afgewezen door Pretty Saro , gaat hij de wijde wereld in en zwerft rond. Hij zal haar echter niet kunnen vergeten. 



 

In de US vinden we verschillende varianten van de song. In de verschillende Amerikaanse versies is de song wat langer. Het begint met de aankomst van de zanger in dit land in 1849. Vaak is hij een arme soldaat, ver van zijn huis . Wat komt hij daar doen ?  1849 was het jaar van de goldrush, zie ook “Days of 49”.

“I came to this country in seventeen-forty-nine,
I saw many a true love, but I never saw mine.
I looked all around me and found I was alone.
And me a poor stranger, and a long way from home.

Down in some lonesome valley, down in some lonesome place,
Where the wild birds do whistle their notes to increase,
I think of pretty Saro whose waist is so neat,
And I know of no better pastime than to be with my sweet.”

Dit is de versie die Iris DeMent zingt in Songcatcher.





Dylan gebruikt de versie zoals opgetekend door Alan Lomax. Die publiceerde " Pretty Saro " in zijn “Penguin Book of American Folk Songs” ( 1964 ) .

Dit boekje was de inspiratie voor vele folksongs die het begin van de zgn. “Folk Boom” kleurden. 




Oudste opname is van Ed McCurdy (1956) (Topic)

Deze ballad wordt meestal aanzien als een Appalachian song, maar met echos die teruggaan op Schotland, Ierland, of - zoals hier - Engeland.

De song is terug te vinden op Ed McCurdy's lp "Ballad Singer's Choice."

Covers : Shirley Collins (1959) , Ritchie Sisters (1959) , Chad Mitchell Trio (1960) , Judy Collins (1962) , Doc Watson (1966) , Pete Seeger (1966) , Bert Jansch (1977) , Peggy Seeger (1984) [aangekondigd als 'an American song'], Doug Wallin (1995) , Iris Dement (2001) [in film Songcatcher] , en Dylan op zijn "Another Self Portrait) (2013)


Hier zijn

1 Ed McCurdy - Pretty Saro
2 Shirley Collins and Davy Graham - Pretty Saro
3 Jean Ritchie - Pretty Saro
4 Judy Collins - Pretty Saro
5 Doc Watson - Pretty Saro
6 Pete Seeger - Pretty Saro
7 Iris DeMent - Pretty Saro (from Songcatcher)
8 Bob Dylan - Pretty Saro (Unreleased, Self Portrait)









donderdag 12 september 2013

Antoine - La Loi de 1920 (1966)




Antoine heeft het in deze song over de Wet van 31 juli 1920, « réprimant la provocation à l’avortement et la propagande anticonceptionnelle. » (Franse Wet).

Volgens deze wet  wordt abortus gelijkgesteld met moord en zal de pleger ervan voor het Assisenhof moeten verschijnen.


Toch was deze wet niet een totale miskleun. Zeer dikwijls konden de beklaagden rekenen op het medeleven van de juryleden en kwamen ze er met lichte straffen vanaf. In 1923 werd de straf voor abortus gecorrectionaliseerd.


Toch bleef de vervolging van de abortus een feit. Tussen 1925 en 1932 waren er dat zo’n 500 à 600 per jaar.


Het gevolg was navenant. Het geboortecijfer daalde drastisch en in 1930 stond dit op het laagste peil ooit in Frankrijk.

Wat gebeurde er ? Eerst waren er de gewone middelen zoals de coïtus interuptus en het condoom (toegelaten omdat het de mensen beschermde tegen venerische ziekten). En natuurlijk waren er de clandestiene abortussen die in die jaren een echte boom kenden.

Een nieuwe wet van 1939 (Code de la Famille) zal de repressie versterken.

De oorlog die volgt zal het ideaal van de vrouw aan de (franse) haard versterken en dus zal abortus uit den boze zijn. De vrouw zal zich volledig ontplooien in haar rol van moeder aan de haard, en ze zal kinderen baren.

Een wet van 1942 zal abortus “schadelijk voor het Franse Volk” verklaren. Abortus wordt “un crime d’Etat”. Er worden speciale ploitiediensten opgericht die zich met abortus bezighouden. In 1943 wordt een “engeltjes maakster” geguiliotineerd.
Gedurende de oorlogsjaren worden inzake abortus meer dan 15000 straffen uitgesproken.




Antoine

Antoine zal onmiddellijk een buitenbeentje zijn in de franse yéyé. De meeste zangers en zangeressen houden het bij brave en vriendelijke weinig zeggende teksten.
Antoine is tegendraads en heeft het in zijn “Eculubrations“ onmiddellijk over het plaatsen van het franse idool nr.1 « Johnny Hallyday» in een koooi in Medrano (de Parijse Zoo).

Met zijn groep « Les Problèmes » (de latere Charlots) zoekt hij de controverse op.
In 1966 maakt hij deze song « La Loi de 1920 ».

Hij vertelt ons het intrieste verhaal van een vrouw die de zwangerschappen opstapelt en uiteindelijk begeeft. Om te ontsnappen aan de miserie vermoordt ze haar kinderen en pleegt ze zelfmoord.

Voor Antoine is deze meer dan voorbijgestreefde wet uit 1920 de echte schuldige.



Antoine: "LA LOI DE 1920". (1966)

Elle habite avec ses 9 enfants
De biais ce n'est pas même un appartement
Le mari on ne le voit pas souvent
Et pourtant

On leur a appris à fonder une famille
Faire autrement leur serait difficile
Au mariage c'était le seul but dans la vie
Et pourtant

Chaque année un autre enfant naissait
Comment auraient-ils pu l'éviter
Il y a 365 nuits dans une année
Et pourtant

L'aîné aura peut-être quelque instruction
Pour les autres il n'en est pas question
Manger ça ne leur arrive pas souvent
Et pourtant

Il y a longtemps que leur taudis est classé
Assise folle elle s'est mise à penser
Elle n'en peut plus, ça ne peut plus durer
Et pourtant

Dans un coin il y a un fourneau
L'évier est mort, on leur a coupé l'eau
Elle s'approche du feu la folie sur la peau
Et pourtant

Il suffit de tourner un robinet
Ça me tremble, les enfants dorment à coté
Ils ne se sont plus jamais réveillés
Et pourtant

On aurait dû penser pourtant
On aurait pu penser pourtant
Penser à revoir enfin la loi de 1920
.








Op de draaitafel : Roy Harper - Flat Baroque and Berserk (Harvest 1970)



Geen dag aan zee gisteren, het regende .

Dan maar lekker een plaatje draaien. Mijn keuze viel op deze klassieker (nu ja !?) uit 1970, in elk geval voor mij een klassieker.

“Flat Baroque and Berserk” is het vierde album van de Engelse singer songwriter Roy Harper. Het werd uitgebracht ôp het legendarische Harvest label in 1970.

“Flat Baroque and Berserk” werd geproduced door Peter Jenner en opgenomen in de Abbey Road Studios in Londen. Het was eveneens  het eerste van de acht albums opgenomen door Roy Harper voor Harvest label EMI.

Harper zei over dit album :  “for the first time in my recording career, proper care and attention was paid to the presentation of the song."

Het album bevat enkele van de bekendste nummers van Roy Harper. "I hate the White Man”  in het bijzonder staat bekend als een compromisloze tekst.

Harper zelf beschreef het lied als : “a testament to my lifelong devotion to espousing equal rights for all humans. I have long since wondered about the wisdom of stating that you have more than the capacity to hate your own race for it's misdemeanors, but as a polemic it has been both an effective tool and somewhere of a place to stand”

Dit is ongetwijfeld een van de hoogtepunten uit deze elpee – en het hele oeuvre van Roy Harper.

Andere favoriete track is “Tom Tiddler’s Ground”

Harper groeide uit tot een cult figuur . Hij zong de lead in “Have a Cigar” op het album “Wish You Were Here” van Pink Floyd. Hij is ook bekend van het lied “Hats Off to (Roy) Harper” op het album “Led Zeppelin III”. Harper maakte ruim twintig albums, waarvan acht voor Harvest, het progressieve EMI-label. In die zin was hij een collega van onder anderen Deep Purple en Pink Floyd. Toen hij “Have a Cigar” voor het album “Wish You Were Here” zong, was hij zelf druk bezig met zijn album “H.Q.”

I hate the white man



Tom Tiddler’s Ground




vrijdag 23 augustus 2013

Op de draaitafel vandaag : ZAZ / Recto Verso (2013)




Wat is er toch met mij ?

Vandaag – de dag dat Dylan’s “Another Self Portrait” in de winkels ligt, zit ik me op te winden over een Franse madam. Maar wat voor een ....

Zaz is de slaapdronken pseudoniem van Isabelle Geffroy.  “Recto Verso” is haar tweede plaat die ik vandaag heb gekocht van mijn vriend Miel Appelmans.

Zaz refereert met veel respect naar de hoogdagen van het chanson en voegt er een eigentijdse klank aan toe. Ze omringt zich met uitstekende muzikanten, tekstschrijvers en componisten. En dan is er die hese, gebarsten stem van haar die stenen doet smelten.

De sfeer baadt in die gemoedelijke swing waarin de gitaar van Django Rheinhardt resoneert en er zijn Parijse walsjes, ontsnapt uit de straten van Montmartre waar ze vroeger zelf als busker aan de kost kwam. Daarbij komen nog voorzichtige uitstapjes naar soul en r'n'b. Alles badend in een sfeer die herinnert aan Amélie Poulain en gezongen met de frasering en het timbre van de jonge Piaf.

Zaz laat zich op geen enkel moment in een bepaald hoekje duwen.

Zaz is op “Recto Verso”  een chansonnière uit een ver verleden, maar ook een popprinses uit de toekomst en alles tussen deze twee uitersten in, waarvan met name het vleugje gipsy niet onvermeld mag blijven.

Zaz is zwoel en verleidelijk, maar steeds ruwe emotie.

Miel noemde Zaz een goed gevulde doos bonbons. Dat is ze ook.

Als ik Recto Verso helemaal heb beluisterd heb ik het gevoel dat ik naar tien platen heb geluisterd en het zijn ook nog eens tien hele goede platen.

Je weet het .....de lijstjes. Ik hou er niet van. Maar vandaag, en dat voor ik maandag de nieuwe Dylan zal aanschaffen,  wens ik Zaz en “Recto Verso” op HET LIJSTJE van 2013 te plaatsen .....MET STIP!

Favoriete tracks

Oublie Loulou (van Charles Aznavour)



J'ai tant escamoté




maandag 19 augustus 2013

Bob Dylan - The Death of Emmett Till



De moord op een 14-jarige zwarte jongen, Emmett Till in Money, Mississippi in augustus 1955 betekende een nieuw elan voor de Civil Rights beweging. De misdaad op zich zou niet zoveel weerklank krijgen, wel de foto die hierboven staat.

De gruwelijke foto’s van verminkte lijk van Till werd verspreid in het hele land, en werd o.m. gepubliceerd in Jet magazine, voornamelijk gericht op het Afro-Amerikaanse publiek.

Zoals gezegd wekte de foto intense reacties op van het publiek. Emmett Till had het aangedurfd, tijdens een bezoek aan Mississippi, naar een getrouwde blanke vrouw te fluiten en had zo de woede opgewekt van lokale blanke bewoners.

In het midden van de nacht werd de deur van het huis van zijn grootvader opengegooid, en Emmett werd meegenomen door ten minste zes blanke mannen. Hij werd in een vrachtwagen gegooid en zou nooit meer levend worden teruggezien.

Op 28 augustus 1955 omstreeks 20:30 ontvoerden beide mannen de jongen die toen bij zijn oom was. Ze brachten hem naar een oude schuur in het nabij gelegen Sunflower County. Daar sloegen en mishandelden ze hem letterlijk aan flarden tot hij bijna onherkenbaar was. Ze staken hem een oog uit en schoten hem neer met een revolver en bonden een ventilator rond zijn nek met prikkeldraad om hem zwaarder te maken.
Daarna gooiden ze hem in de Tallahatchie-rivier dichtbij Glendora. Een getuige hoorde Emmett urenlang schreeuwen tot de mannen besloten een einde te maken aan zijn leven.

De broers werden snel onder verdenking gesteld voor de verdwijning van de jongen. Het was echter duidelijk dat er nog anderen aan de lynchpartij hadden deelgenomen. De broers werden gearresteerd op 29 augustus nadat ze de nacht hadden doorgebracht bij kennissen in Ruleville dat slechts een paar kilometer verwijderd was van de plaats van de moord.





 



Aanvankelijk bekenden de mannen dat ze de jongen hadden ontvoerd, maar ze beweerden dat ze hem daarna weer hadden vrijgelaten. Het nieuws over de verdwijning verspreidde zich snel over heel de Verenigde Staten, zodat Medgar Evers en Amzie Moore, kopstukken van de NAACP, zich met de zaak konden inlaten. Evers was plaatselijk staatsambtenaar en Moore het hoofd van het kapittel van Bolivar County. Vermomd als katoenplukkers gingen ze in de velden op zoek naar nieuws dat hen kon helpen de jongen terug te vinden.

Zijn lichaam werd gevonden, gezwollen en misvormd, in de rivier Tallahatchie drie dagen na zijn ontvoering en kon enkel worden geïdentificeerd door zijn ring. Het werd teruggestuurd naar Chicago, waar zijn moeder erop aandrong dat de kist open werd gelaten voor de begrafenis. Zo konden de mensen zien hoe erg Till’s lichaam was misvormd.


 


“I wanted the world to see what they did to my baby.”

Op de dag dat Emmett Till werd begraven werden  twee mannen – de echtgenoot van de vrouw naar wie hij had gefloten, en zijn half broer – aangeklaagd van zijn moord, maar de 12-koppige all-white jury (van wie sommigen daadwerkelijk aan de martelingen van Emmett Till hadden geparticipeerd) had slechts een uur nodig om terug te keren voor een ‘not guilty’ uitspraak.

“De uitspraak zou sneller hebben gekund”, merkte een grijnzende juryvoorzitter op, “als de jury op weg naar de rechtbank niet zou gestopt zijn voor een frisdrankje” (!!).


 

“Not Guilty”

Om nog erger te maken, goed wetend dat er geen tweede proces zou komen, verkochten de twee beschuldigden hun verhaal aan het tijdschrift LOOK.

Bob Dylan was zo aangegrepen door dit hele verhaal dat hij zijn beruchte “The Death of Emmett Till” schreef.






 Uit Broadside :




 

zaterdag 17 augustus 2013

Op de draaitafel : Sammy Walker - Songs from Woody's Pen (1979)




Vorige keer had ik het over de beste Sammy Walker.

Onder invloed van de folk en country van Bob Dylan, Woody Guthrie en Hank Williams, maakte Sammy Walker in het midden van de jaren 1970 met twee albums voor het Folkways label en twee albums voor Warner Brothers.

Het was Phil Ochs, die zwaar onder de indruk van de jonge songwriter, voorstelde om zijn eerste album voor Folkways te producen.

Na zijn eerste album,  vandaag dat wonderlijke “Songs from Woody’s Pen” uit 1979.

Je krijgt de plaat in handen en je gelooft je eigen ogen niet. Het is net of je houdt de eerste Dylan plaat in je handen. 




De foto op de hoes zou zo uit de beginperiode van Dylan kunnen komen. En ook de plaat zelf, de Woody Guthrie songs, het is net of Dylan zelf ze brengt. Zo ergens op het einde van 1962.

Dit is dan ook een absolute topper in mijn platenkast.

Favoriete tracks heb ik niet – hoe kan je trouwens uit Woody Guthrie’s songs een beste kiezen ?

Dan toch maar, “Pastures of Plenty” en “1913 Massacre” al was het maar om de vergelijking met Dylan te maken.


Pastures of Plenty




1913 Massacre




vrijdag 16 augustus 2013

Op de draaitafel : Sammy Walker - Song for Patty (1975)



Vorige keer had ik het over de beste “nep-Dylan” althans volgens Rolling Stone.

Vandaag wil ik het hebben over een totaal ondergewaardeerd artiest die Dylan – moest hij een tiental jaren eerder opgenomen hebben – naar de kroon zou steken. 




Sammy Walker (geboren 7 juli 1952 in de buurt van Atlanta, Georgia) is een Amerikaanse singer-songwriter.

Onder invloed van de folk en country van Bob Dylan, Woody Guthrie en Hank Williams, maakte Sammy Walker in het midden van de jaren 1970 met twee albums voor het Folkways label en twee albums voor Warner Brothers. 





 

Het was Phil Ochs, die zwaar onder de indruk van de jonge songwriter, voorstelde om zijn eerste album voor Folkways te producen.

Na een album met Woody Guthrie liedjes in 1979 (ook in mijn bezit), verdween Sammy Walker van het toneel. Hij nam wel een nieuwe plaat op in 2008

Ik heb die platen van Sammy Walker op het franse label “le chant du monde” die de oude folkways opnames hier verdeelde.





Song for Patty is het eerste album van Sammy Walker. Hij was toen 22.

Song for Patty gaat over Patty Hearst.

Patty Hearst is de kleindochter van miljonair William Randolph Hearst. Op 4 februari 1974 werd zij door een kleine linkse groep die zichzelf de Symbionese Liberation Army noemde uit haar appartement ontvoerd. In ruil voor de vrijheid van Hearst moest de Amerikaanse regering twee SLA-leden vrijlaten, maar dat deed de regering niet. De volgende eis was dat de familie Hearst 70 dollar aan elke arme inwoner van de Bay Area moest geven (ongeveer 400 miljoen dollar). Daarop doneerde haar familie zes miljoen dollar aan eten voor de armen in de Bay Area. Maar na deze donatie weigerde de SLA hun dochter vrij te laten omdat het voedsel volgens de SLA slecht was.

Kort daarna, op 15 april 1974, werd ze gefotografeerd met een M1 Carbine terwijl ze samen met vier andere leden van het SLA de Hibernia bank beroofde op Sunset Avenue. Hierna liet ze weten dat ze haar naam had veranderd naar Tania (naar een medestrijdster van Ernesto "Che" Guevara) en dat ze nu de SLA steunde. Er werd een arrestatiebevel voor haar uitgevaardigd, en ze werd uiteindelijk samen met twee andere leden van de SLA gearresteerd in september 1975. Zes andere oorspronkelijke SLA-leden werden gedood tijdens een belegering door een groep van 500 politieagenten van het huis waarin ze ondergedoken zaten. Vier hiervan stierven aan verwondingen aangedaan door politie, de twee anderen verstikten (de politie had het huis in brand gezet in de hoop dat zij dat zouden verlaten). Dit alles werd rechtstreeks uitgezonden door de media.

Tijdens haar rechtszaak vertelde Hearst dat ze geblinddoekt was opgesloten in een kast, en dat ze lichamelijk en seksueel was misbruikt, en dat ze hierdoor sympathie had ontwikkeld voor de ideologieën van de SLA in een extreem geval van "stockholmsyndroom". De periode van haar ontvoering tot haar arrestatie beleefde ze naar eigen zeggen in een "waas". Haar verdediging bleek niet succesvol, ze werd veroordeeld op 4 februari 1976 (toevallig precies 2 jaar na haar ontvoering) tot 25 jaar cel en in hoger beroep tot 7 jaar cel. Na 22 maanden werd haar gratie verleend door president Jimmy Carter (Hij zette de straf om in voorwaardelijk) en ze kwam uit de gevangenis op 1 februari 1979. President Clinton verleende haar op de laatste dag van zijn presidentschap een algeheel pardon (20 januari 2001).







 


Daarnaast krijgen we enkele prachtige tracks, o.m. Ochs' "Bound For Glory” en Woody Guthrie's " I Aint Got No Home".

Mijn favoriete tracks

Song for Patty



Closing Time



Bound for Glory (met Phil Ochs)




zaterdag 3 augustus 2013

Op de draaitafel : Eric Andersen / 'Bout Changes 'n Things (1966)



Gisteravond genoten van een oude elpee van mij, Eric Andersen’s  “’Bout Changes and Things”.

Singer-songwriter Eric Andersen was niet alleen een van de meest opvallende "gezichten" van de vroeg-tot midden jaren '60 folk scene (zie de album cover met  foto in zijn donkere, goede looks en mod-achtige kledij - Cubaanse hak laarzen, denim jasje, denim jeans a la Bob Dylan), hij was ook een getalenteerde songsmid en een betoverende, introspectieve, performer.

Leonard Cohen : "I'm a poet and I never thought of writing songs; then I heard Violets Of Dawn and I began to write songs."

Een jaar na zijn debuut met “Today is the Highway”, nam Eric deze plaat op, een gevarieerd album dat door de folk-beweging werd gekoesterd.

Deze elpee bevatte niet alleen drie klassiekers onder de zelfgeschreven titels – “Violets of the Dawn”,” Thirsty Boots” (recent uit als B kant van Dylan’s Wigwam)  en “Close the door gently when you go” - maar ook Arthur Crudup's “That's Alright Mama” (via Elvis Presley) en Ewan MacColl's “Champion At Keeping Them Rolling” , via Ramblin 'Jack Elliott, die MacColl tijdens zijn bezoeken aan Engeland had ontmoet.

Ik kan moeilijk een favoriete track kiezen. Misschien dan maar :

Thirsty Boots



Violets of the Dawn





dinsdag 16 juli 2013

Op de draaitafel : Gerry Lockran / Blues Vendetta (1967)



Gerry Lockran – Blues Vendetta (1967)

Gisteren even geen Tour de France...en geen opgefokte renners die de Mont Ventoux opstuiven alsof het niks was.

Tijd dus voor wat nostalgie, en deze keer was het een album dat ik per toeval terug vond, het was namelijk fout geklasseerd.

Gerry Lockran werd als Gerald Loughran geboren op 19 juli 1942, Yeotmal, Central Province, India. Hij overleed op 17 november 1987.

Zijn vader was Iers zijn moeder Indische. Hij verhuisde met zijn familie naar Engeland in 1953. Twee jaar later, hij was toen 13, leerde hij gitaar spelen en ging bij een skiffle band, the Hornets.

Wanneer hij Elvis hoorde veranderde alles. Wanneer even later Big Bill Broonzy in Engeland optrad en Lockran ging kijken gebeurde het onvermijdelijke. Hij werd gegrepen in die maalstroom van blues en gitaar blues.

Big Bill Broonzy en Brownie McGhee. Zij waren zijn grootste invloeden. 



 

Hij speelde regelmatig in clubs in Europa in de jaren '60. Het moet in 1968  geweest zijn dat ik hem zag in Gent, met Michael Chapman in een clubje aan de Kuiperskaai, dat nu verdwenen is om plaats te maken voor “Het Zuid”.

Nadien (begin jaren 70) zou hij nog toeren met o.m. Joe Cocker door de VS.

Hij is echt iemand die nooit is doorgebroken, hoewel in de kringen van folk en blues gitaristen zijn naam klinkt als een bel.

Het zal pure nostalgie geweest zijn dat mij deze plaat nog eens op de draaitafel deed leggen. Ik heb ervan genoten als die eerste dag, in Gent toen ik de plaat kocht na zijn optreden in het zaaltje.

Favoriete tracks heb ik echt niet. Daarom volgen hier lukraak :

1. Get Back (Broonzy)
2. Automechanic Blues (McGhee)
3. Guitar Boogie (Lockran)
4. Careless Love (Traditional)







zondag 23 juni 2013

Op de draaitafel : Tom Rush (1965)



We blijven even bij de folk.

Folkzanger/gitarist Tom Rush wordt in Portsmouth, New Hampshire, geboren. Hoort thuis in het rijtje Fred Neil, Hoyt Axton, Michael Murphey, maar ook John Prine en Steve Goodman.

Als hij studeert aan de Harvard University tekent hij een contract bij Elektra. Maakt vanaf '64 talloze elpees met daarop materiaal van o.a. Joni Mitchell ('Circle Game'), James Taylor ('Something In The Way She Moves') en Jackson Browne ('These Days').

Jesse Winchester en Browne hebben hun bekendheid deels aan Rush te danken, die als eerste gebruik maakt van hun composities.

In '70 tekent Rush een contract bij Cbs, voor welk label hij Tom Rush, Wrong End Of The Rainbow, Merrimack County en het ietwat teleurstellende Ladies Love Outlaws opneemt. Op de laatstgenoemde plaat assisteren o.m. Jeff 'Skunk' Baxter, Elliot Randall en het echtpaar James Taylor Carly Simon.

Dit was zijn eerste plaat voor Elektra.

Een vriend van mij kwam er mee af omdat hij van deze plaat “The Cuckoo” had leren spelen. Vanaf dan is de plaat niet meer weggeweest uit mijn (ons) leven.

Na “the Cuckoo” heb ik mijn vingers kapot geoefend op het prachtige “Panama Ltd” van Bukka White, maar wist ik toen veel wie dat was.

En dan is er ook “Poor Man” de melodie en de gitaar lick. Dylan heeft hem gebruikt voor “the Ballad of Hollis Brown”


The Cuckoo



Poor Man



The Panama Ltd.




zaterdag 22 juni 2013

Op de draaitafel : Dave Van Ronk - Gambler's Blues (1965)



Deze namiddag heb ik nog eens een ouwe Dave Van Ronk uit mijn platenkast genomen. 

Dave Van Ronk (Brooklyn (New York), 30 juni 1936 – New York City, 10 februari 2002) was een Amerikaanse folksinger.

Hij werd geboren in Brooklyn, maar verhuisde later naar Greenwich Village, New York. Zijn bijnaam was "Mayor of  MacDougal Street", "Burgemeester van MacDougal Street".

Hij is het meest bekend als pionier van de akoestische blues, maar zijn werk bevat ook veel Engelse ballads, rock, New Orleans Jazz en swing. Tevens was hij een pionier op het gebied van de instrumentale ragtime gitaar. Hij was één van de grote inspirators voor Bob Dylan, Tom Paxton, Patrick Sky, Phil Ochs en Joni Mitchell.

Dave Van Ronk heeft een grote invloed gehad op de muziekscene van New York in de jaren '60.

Zijn muzikale carrière begon toen hij van Brooklyn naar Queens verhuisde in 1951.

Van Ronk overleed in 2002 aan kanker.

"Gambler's Blues" was de 1965 heruitgave van de 1959 release "Dave Van Ronk Sings Ballads, Blues And A Spiritual", Van Ronk's eerste plaat. 



Twelve Gates to the City



Careless Love



How long





donderdag 30 mei 2013

Joe Dassin - Het prille begin




Dassin werd geboren in New York als zoon van Jules Dassin, een joodse filmregisseur, en Béatrice Launer. Hij groeide op in New York en Los Angeles. Later verhuisde Dassin met zijn ouders naar Europa.

Na het afsluiten van zijn studies aan het internaat Institut Le Rosey in Zwitserland verhuisde Joe Dassin terug naar de Verenigde Staten om aan de University of Michigan te studeren. Na het behalen van zijn diploma verhuisde Dassin weer, ditmaal naar Frankrijk. Hier vond hij een baan bij een radiostation, waardoor hij de eerste contacten in de muziekwereld kon leggen.

Maryse Massiera, de vriendin van Joe Dassin, is een kennis van Catherine Regnier, secretaresse bij CBS Records, een bedrijf dat onlangs is verhuisd naar Frankrijk, met het oog op het promoten van Amerikaanse sterren.

Maryse geeft haar vriendin een tape waarop Joe Dassin een Amerikaans volksliedje, “Freight Train” zingt. Haar bedoeling is om voor Joe een verjaardagsgeschenk in de vorm van een plaatje met hemzelf erop te laten maken.

De mensen van CBS vinden het echter zo goed dat ze onmiddellijk een plaat willen opnemen en ze verdelen.

Joe Dassins eerste EP is een feit.

In juni 1965 brengt hij een nieuwe EP uit met het titelnummer “Je vais mon chemin”. Het wordt een flop.

Zijn derde EP komt er snel aan tegen eidn 1965. Deze keer is het raak met “Bip Vip” een vertaling van John Loudermilks “Road Hog”.

De carrière van Joe Dassin is nu gelanceerd.

Zijn bekendste hits worden « Aux Champs-Élysées », « L'été indien », « Salut les Amoureux » en « Ça va pas changer le monde ».

Dassin stierf ten gevolge van een hartaanval tijdens een vakantie op Tahiti in augustus 1980.

Hij werd begraven in het Hollywood Forever Cemetery in Hollywood.

Dit zijn de eerste drie EP’s van Joe Dassin

Face A1 : Je change un peu de vent (traditionnel / Jean-Michel Rivat) (Freight Train)
Face A2 : Il a plu (Cooper - Hazel Wood - Jean-Michel Rivat)
Face B1 : Dis-moi, dis-lui (Jean-Michel Rivat - Jean Renard)
Face B2 : Ça n’est pas une fille (B. Hilliard - L. Pockriss - Jean-Michel Rivat) (Wanted man)

Face A1 : Je vais mon chemin (H. Ledbetter - Jean-Michel Rivat)
Face A2 : Isabelle, prends mon chapeau (T. Paxton - Jean-Michel Rivat - Maurice Fanon) (Ramblin' Boy)
Face B1 : Mache ta chique (B. Gibson - Jean-Michel Rivat - Maurice Fanon) (Whiskey in the jar)
Face B2 : Les jours s’en vont pareils (Jean-Michel Rivat - Joe Dassin)

Face A1 : Bip-bip (Gwen - J.-D. Loudermilk - Erasmo Carlos - J.-M. Rivat) (Road Hog)
Face A2 : Guantanamera (Tradiotionnel - J. Marti - H. Angulo - P. Seeger - J.-M. Rivat)
Face B1 : Je n’ai que que mes mains "Poor man’s son" (J. Jackson - B. Hamilton - R. Savoy - J.-M. Rivat)
Face B2 : Pas sentimental "Not the lovin’ kind" (L. Hazelwood - P. Delanoë)









maandag 29 april 2013

Peter, Paul and Mary – Le Déserteur (EP WEP 1439) 1964



Peter, Paul and Mary – Le Déserteur (EP WEP 1439) 1964

Deze (franse) EP komt uit het dubbel album “Peter, Paul and Mary In Concert”

De eerste song is Boris Vian’s “Le Déserteur” geschreven uit protest tegen de oorlog in Algerije.

Dan komt een solo van Mary Travers “Single Girl”

“If I had my way” is een Blind Willie Johnson – Reverend Gary Davis song, met Bijbelse verzen uit het Boek van de Rechters 13-16

Eindelijk komt dan “The times they are a Changin’” de openingstrack van het dubbelalbum. Dit zou de titel worden van het nieuwe Dylan album.

Natuurlijk zingt niemand Dylan zoals Dylan zelf. Maar door teveel te luisteren naar die ijzersterke tekst gaan de wonderlijke harmonieën van Peter, Paul en Mary een beetje de mist in.

Probeer eens NIET naar de tekst te luisteren…..