woensdag 28 maart 2012

Arthur Smith and Don Reno – Feudin’ Banjos (1955)



 
Arthur Smith and Don Reno – Feudin’ Banjos (1955)

Het is al meer dan een halve eeuw geleden dat Arthur “Guitar Boogie” Smith en Don Reno deze melodie speelden tijdens een opnamesessie in Charlotte, North Carolina.

Een dialoog tussen twee five-strings (banjo’s) was het origineel, de titel was “Feudin’ banjos”.

Toen de melodie opdook in de populaire film “Deliverance” in 1973, toegeschreven aan een sombere onbekende ging Arthur Smith in het verweer. Deze tune was gewoon gejat van hem.
Don Reno was de banjovirtuoos die Earl Scruggs verving bij Bill Monroe.

Vermoedelijk afkomstig uit een 17e eeuwse dance tune die teruggaat op Praetorius (17e eeuws Duits componist).

Covers : Lester Flatt (1956) , Carl Stary & Brewister Brothers (1957) [als Mocking Banjos], Dillards (1963) [eersten als Dueling Banjos voor Elektra], Eric Weissberg & Steve Mandell (1972) [idem, maar met banjo en gitaar; thema van film Deliverance, crediting Don Reno; auteur Smith sued en won], Arthur Smith (1973) [auteur, nu ook als Dueling Banjos (Monument)], Martin Mull (1974) [als Dueling Tubas], Toy Dolls (1993) [als Drooling Banjos], Hayseed Dixie (2005) , enz.

Arthur Smith and Don Reno – Feudin’ Banjos



The  Dillards -  “Duelin” Banjo’s”

Ozzie Nelson & his Orchestra – Dream a Little Dream of Me (1931)




Ozzie Nelson & his orchestra – Dream a Little Dream of Me (1931)

“Dream a Little Dream of Me” is een lied met muziek van Fabian Andre en Wilbur Schwandt en teksten van Gus Kahn.

“Dream a Little Dream of Me” werd opgenomen door Ozzie Nelson en zijn orkest, met zang door Nelson zelf op 16 februari 1931 voor Brunswick Records. Op 18 februari, dus twee dagen later,  nam Wayne King en zijn orkest (met vocals door Ernie Birchill) dezelfde song op voor Victor Records.

Er volgden talrijke andere covers, o.m. door Frankie Laine, Doris Day, Louis Armstrong en Ella Fitzgerald, Barbara Carroll, het Nat King Cole trio, Bing Crosby, Ella Fitzgerald, Dean Martin, Vaughn Monroe, Jack Owens, en Dinah Shore.


“Dream a Little Dream” werd ook opgenomen door de Mama’s & Papas in april 1968 voor het album “The Papas & The Mamas”. De groep had de song al vaak voor de fun gezongen.

“Mama” Cass Elliot stelde voor om deze song op te nemen.John Phillips vond het lied wat flauwtjes. Mama Cass zei tegen Melody Maker : “I tried to sing it like it was 1943 and somebody had just come in and said, ‘Here’s a new song.’ I tried to sing it as if it were the first time.”

Tegen de tijd dat het album klaar was hing de split van de groep in de lucht. De laatste single “Safe in My Garden” was een flop geweest.

Dunhill wenste echter een van de leden van de groep te promoten omdat ze wel zagen dat de groep op zijn laatste benen liep. Dat werd Mama Cass. Daarom werd de opname uitgebracht als “Mama Cass with the Mamas & the Papas”.

Covers : Wayne King (1931) [twee dagen later voor Victor; zang: Ernie Burchill.], King Cole Trio (1947) , Frankie Laine (1950) , Louis Armstrong & Ella Fitzgerald (1950) , Ella Fitzgerald & Count Basie (1957) , Ella Mae Morse (1957) , Dean Martin (1959) , Mamas And Papas (1968) [in feite enkel Mama Cass], Anita Harris (1968) , Pasadena Roof Orchestra (1985) , Laura Fygi (1991) , Chicago (1995) , Beautiful South (1995) [in film French Kiss; ook als Les Yeux ouverts], Terry Hall & Salad (1995) , Flying Pickets (1996) , Candye Kane (1999) , Marie Laure Béraud (2004) [als Les Yeux ouverts], Eddie Vedder (2011) , enz

Hier is dat de allereerste opname door Ozzie Nelson & zijn orkest. Ozzie Nelson was Eric (Ricky), Nelson’s vader.

DREAM A LITTLE DREAM OF ME





The Changin’ Times – The Pied Piper (1965)





The Changin’ Times – The Pied Piper (1965)

The Pied Piper was een Britse Pop/rocksong geschreven door het duo Steve Duboff en Artie Kornfeld uit de Brill Building. Zij namen de song als eerste op onder de naam “The Changin’ Times”. Het leek een soort Dylan parodie.

Het was echter de Britse popsinger Crispian St. Peters die er een hit van maakte, een jaar later in de zomer van 1966.

De song refereert naar de rattenvanger van Hamelen.

Covers : Jets (1966) [Nederlandse groep; ook voor Crispian St. Peters], Crispian St. Peters (1966) [n°2 NL & B], Rita Marley (1966) , Cher (1966) , Ventures (1966) , Gianni Pettenati (1966) [als Bandiera Gialla; hit It], Sultants (1966) [als Apprends à vivre], Patti Pravo (1966) , Del Shannon (1967) , Bob & Marcia (1971) , enz.

Dit is de originele versie : THE PIED PIPER





Deacon Leon Davis – Didn’t it rain (1926)




Deacon Leon Davis – Didn’t it rain (1926)

Originele Opname op het the Okeh label (Document)

Covers : Norfolk Jubilee Quartet (1930s) , Bryant’s Jubilee Quartet (1931) , Heavenly Gospel Singers (1935) , Golden Gate Quartet (1941) , Sister Rosetta Tharpe (1946) , Mahalia Jackson (1954) , Louis Armstrong (1958) , LaVern Baker (1959) [op Precious Memories], Pat Boone (1959) , Harry Belafonte (1960) , Dave Van Ronk (1964) , Band (1973) [op Moondog Matinee], Zion Harmonizers (1974) , Nana Mouskouri (1990) , Jordanaires (1994) , Five Blind Boys Of Alabama (1995) , Campbell Brothers (2001) , John Boutté (2001) , Jim Byrnes (2006) [in medley met Of Whom Shall I Be Afraid], enz

I voeg er ook de geweldige, fantastische en adembenemende versie bij van Evelyn Freeman (1962) (ik had geen andere superlatieven meer)

Deacon Leon Davis



Evelyn Freeman



Norfolk Jubilee Quartet

dinsdag 27 maart 2012

Jan Akkerman speelt Luit




Jan Akkerman (Amsterdam, 24 december 1946) is een Nederlands gitarist. Hij vormde in de jaren zeventig samen met Thijs van Leer de kern van de Nederlandse progressieve rockgroep Focus en werd in 1973 door lezers van het Engelse muziektijdschrift Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld.

Wat weinigen weten is dat Jan ook een zeer voortreffelijk luitspeler is.

Hier zijn een paar van zijn luit opnames.


A Gaillard (Dowland)



A Gaillard (Holborne)



A Pavan (Morley)

FORT HOLLAND CALYPSO SONG (SHAME & SORROW) (1943)



FORT HOLLAND CALYPSO SONG (SHAME & SORROW)
(Lancelot Pinard/Ardel Wray)

Originele Opname : Sir Lancelot (1943)

We blijven in de calypso steken met deze original.

De song komt origineel voor in de RKO-film “I Walked With A Zombie” waarin hij zelf optrad. Sir Lancelot zingt daarin “Shame and sorrow for the family”. De song gaat over een vrouw die het met haar broer doet, vervloekt wordt en als zombie eindigt. Sir Lancelot heeft in wel 15 Hollywoodfilms geacteerd; zijn carrière verliep dan ook meer in de VS dan op Trinidad. In film I Walked With A Zombie refereert men naar dit liedje als de Fort Holland Calypso Song, naar de filmlocatie van deze scene. Coauteur Ardel Wray werkte daarin mee als scenarioschrijver en dus mag men aannemen dat het liedje speciaal voor deze film is gecomponeerd.



Covers  :Sir Lancelot with Gerald Clark’s Calypso Serenaders (1946) [op Keynote als Scandal In The Family; toch zingt hij ook hier weer "Shame and sorrow"; zowel de filmversie als de plaatversie hebben dezelfde tekst; heruit op Mercury in '53 en toen volgden covers snel na elkaar], Odetta (1956) [als Shame And Scandal op lp Sings Ballads And Blues, alsof het hier om een oudere folksong gaat], Burl Ives (1956) [als The Harlem Man], Maya Angelou (1957) [als Scandal In The Family], Gateway Singers (1961) , Lord Melody (1962) [invloedrijke versie als Wau Wau, waarbij een zoon tot twee maal toe thuiskomt met een meisje waar hij zogezegd niet mag mee trouwen, omdat zij volgens zijn vader zijn zuster is, maar waarbij de moeder de uiteindelijke fiat geeft omdat zijn vader zijn vader niet is], Shawn Elliott (1964) [n°1 B als Shame And Scandal In The Family toegeschreven aan twee obscure calypsonians Huon Donaldson en Slim Henry Brown], Hiltonaires (1964) , Kingston Trio (1964) [als Ah Woe, Ah Me], Lance Percifal (1965) [idem], Cocktail Trio (1965) [als Groot Schandaal In De Familie], Mounties (1965) [idem], Derrick Harriott (1965) , Sacha Distel (1965) [als Scandale dans la famille], Surfs (1965) [idem], Peter Tosh & The Wailers (1965) , Don Drummond & The Skatalites (1965) , Maskers (1965) [als Potverdrie, Groot Schandaal in onze Familie], Blues Busters (1966) , Horace Faith (1970) , Johnny Chester & Jigsaw (1971) [hit Aus.], Clint Eastwood & General Saint (1982) , Freddie McGregor (1994) , Africando (2000) [als Scandalo], R.L. Burnside (2002) [als He Ain't Your Daddy; mop op live-cd Burnside On Burnside, precies het verhaal zoals in de Lord Melody versie], David Lindley & Wally Ingram (2003) , Relator (2003) , Madness (2005) [meeste als Shame & Scandal],

Hier zijn

Sir Lancelot in de film “I walked with a Zombie”



Sir Lancelot (Keytone Records)




DAY DAH LIGHT (Banana Loader’s Song) (1952)




DAY DAH LIGHT (Banana Loader’s Song) (1952)
(traditional)

Originele Opname : Edric Connor & The Carribeans (1952)    op het Argo label.

Connor is een Trinidadian die in ’48 naar Engeland emigreerde en daar Song For Jamaica opnam. De etnograaf van de traditionele Caribische muziek. Deze worksong werd op Trinidad gezongen door de havenarbeiders die ‘s avonds de bananenboten begonnen te laden en daar pas de volgende ochtend mee klaar waren. Daglicht stond gelijk met (misschien) betaald worden en naar huis gaan: “Daylight come and me wanna go home”. Vandaar ook thematisch verwant aan Pay Me My Money Down (zie daar).

Covers : Louise Bennett (1954) , Sarah Vaughan (1956) , Fontane Sisters (1956) , Harry Belafonte (1956) [als Day-O, opener van Calypso album, een wereldhit in '57 als Banana Boat Song], Tarriers (1956) [zonder Vince Martin; scoorde hoger dan Belafonte's versie; n°4 US], Laurel Aitken (1957) [als Mas Charlie, mento-variant die dichter aanleunt bij de geest van het oorspronkelijke], Stan Freberg (1957) [als parodie], Shirley Bassey (1957) , Bobbejaan Schoepen (1957) [als Theo (Bananenboer)], Brothers Four (1964) [als Day-O], Blue Diamonds (1964) , Kinks (1972) [als Bananaboat Song; Ray Davies roept de woorden "Day-o, day-o" tijdens elk optreden wel een paar keer om de stemming te peilen], André Van Duin (1972) [als Het Bananenlied, karnavalshit NL], Taj Mahal (1972) , Freddy Cash (1972) , Gary U.S. Bonds (1981) , Demis Roussos (1981) [beide als Day-O], George Clinton (1989) , Jason Derulo (2011) [als (Day O) Don't Wanna Go Home],


De Tarriers wisten niet dat Harry Belafonte ook een Banana Boat Song had opgenomen (zelfs een jaar eerder dan zij). Toen hun versie een hit werd, bracht RCA ook zijn versie op single uit. Naast elkaar gelegd lijken het twee verschillende songs afgeleid van dezelfde bron. De Tarriers hadden de grootste hit, maar die van Belafonte bleef het langste bij. Zelfs volgens Eric Darling van de Tarriers was zijn versie trouwens interessanter.

Hier zijn

EDRIC CONNOR AND THE CARIBBEANS



THE TARRIERS