dinsdag 10 juli 2012

Fats Domino - the Originals




Antoine “Fats” Domino werd op 26 februari 1928 geboren in New Orleans (Louisiana) als een van de negen kinderen van het gezin. Toen hij 7 jaar oud was leerde hij piano spelen van zijn twintig jaar oudere zwager, Harrison Verrett, die zelf muzikant was. Naast het spelen op de piano zong hij er ook bij. Omdat hij in het Franse kwartier van New Orleans woonde was de eerste taal die hij leerde spreken Frans.

Toen hij 10 jaar oud was trad hij voor het eerst op voor publiek. Op 14-jarige leeftijd verliet hij de school om te gaan werken als fabrieksarbeider, zodat hij daarnaast kon optreden in locale nachtclubs, zoals de Hideaway. Het was ook in die club dat bandleider Dave Bartholomew en Lew Chudd van Imperial Records hem zagen optreden. Halverwege de jaren veertig ging Fats bij de band van Dave Bartholomew spelen. Samen met Bartholomew zou hij de volgende 20 jaar vele van zijn hits schrijven.

Op 6 augustus 1948 trouwde hij met Rosemary Hall. Tot op heden is hij met haar getrouwd. Ze kregen samen acht kinderen.

Zijn carrière begon in 1949 met “The Fat Man”, een van de eerste rock-’n-rollplaten en de reden voor zijn wereldberoemde bijnaam. Dit nummer en de vele hits die daarna volgden schreef hij samen met Dave Bartholomew, een bandleider en producent van vele rhythm-and-bluesartiesten uit New Orleans. De nummers werden tijdens de vijftiger jaren allen opgenomen in de studio van Cossimo Matassa in New Orleans en uitgebracht op het Imperial Label. The Fat Man werd met meer dan een miljoen verkochte exemplaren een grote hit. Dave Bartholomew is ook de schrijver van de wereldhits “I hear you Knockin’” en “One Night”.



 
Na een aantal kleine hits brak Domino in 1955 definitief door bij het grote publiek met “Ain’t That a Shame”, dat in de Verenigde Staten de top tien haalde. Vervolgens maakte Domino 35 nummers die de Nederlandse Top 40 haalden, waaronder “Whole Lotta Loving”, “Blue Monday” en “Blueberry Hill”. Ook speelde Domino in de films Shake, Rattle & Rock! en The Girl Can’t Help It. Gedurende de zeventiger jaren was Domino nog steeds actief, maar niet zo succesvol als in de vijftiger en zestiger jaren. In 1980 trad hij voor het eerst op bij het North Sea Jazz Festival.

Nadat in 2005 de orkaan Katrina over zijn geboorteplaats was getrokken, werd Fats Domino korte tijd vermist, totdat zijn dochter hem herkende op foto’s van geëvacueerden. Door deze natuurramp mist hij sindsdien wel 12 van zijn 22 gouden platen, maar hij is erg gelukkig met het feit dat hij nog wel de foto nog heeft waar hij samen met Elvis Presley op staat afgebeeld.

Zijn laatste optreden vond plaats op 19 mei 2006 bij Tipitinas, de bekende jazz- en bluesclub in New Orleans. Dit optreden is opgenomen op de recent verschenen documentaire “Walking Back to New Orleans”.



 

Fats heeft heel wat platen gemaakt en vooral heel wat songs gecovered. Ik heb zijn voornaamste op een rijtje gezet

Sammy Kaye Orch – Blueberry Hill
The Original Dixieland Jazz Band – Margie
The California Ramblers - The Sheik Of Araby (1921)
Big Bill Broonzy -   All By Myself (1941)
Bobby Mitchell – I’m gonna be a wheel someday (1957)
Dave Bartholomew – Let The Four Winds Blow (1955)
Don Gibson – Who Cares (1959)
Hank Cochran – Sally Was a Good Old Girl (1962)
Harlan Leonard & His Rockets – I Don’t Want To Set The World On Fire (1940)
Smiley Lewis – I Hear You Knocking  (1955)
Champion Jack Dupree – Junker’s Blues  (Fats ‘ The Fat Man) (1941)
Lew Stone (vocals  Joe Ferrie)  – Red sails in the sunset (1935)
Smiley Lewis – Blue Monday (1954)
Ted Daffans Texans  – I’m A Fool To Care (1940)








maandag 9 juli 2012

Freddy Sunder



Freddy Sunder werd geboren te Antwerpen als Fritz Sundermann op 4/06/1931.

Hij vatte reeds op vierjarige leeftijd muzikale studies aan. Na een onderbreking tijdens de 2de wereldoorlog vervolgde hij met 4 jaar vioolstudies.

Hij begon zijn muzikale carrière op 14-jarige leeftijd als orkestzanger op met lokale bigbands.

Op 17 jarige leeftijd volgde hij gitaarlessen bij de Belgische grootmeester Marcel Bossu.

Reeds 2 jaar voordien begon hij als zanger bij vele lokale big-bands en combo’s.

Hij volgde harmonieleer (klassiek ) bij Hugo Michielsen en de Jazzarranging Berklee School of Music (U S A) per correspon-dentie. Vervolgens verdiepte hij zich in de Seriële muziek bij Johny Scott ( Londen) en Seriële compositie bij André Laporte in het Conservatorium in Brussel

 


In 1953 zorgde Freddy Sunder dankzij het platenlabel Ronnex van Albert van Hoogten met nummers als "Kaw Liga Boogie", "Rio Rita Boogie" en "Rock-A-Bye-Boogie" voor de geboorte van de rock-’n-roll in België, nog voordat het woord bestond en voor iemand van Bill Haley of Elvis gehoord had. Freddy had een versnelde jazz gitaaropleiding gehad van Marcel Bossu en raakte zo het bruisende Antwerpse jazz milieu binnen.

Tijdens een ‘crochet’ (muziekwedstrijd) in Brussel in 1952 werd hij ontdekt door de gebroeders Van Hoogten en die lanceerden hem als de Amerikaanse zanger Freddy Sunder op het pas gelanceerde Ronnex label. "Kaw Liga" was een uptempo country nummer van Hank Williams, dankzij de boogie-injektie van Freddy Sunder klonk het al een beetje rock-a-billy achtig.

In 1958 werd hij vaste gitarist in het orkest van Francis Bay en was hij tevens actief als studiogitarist. Hij werkte mee aan enorm veel platen voor budgetlabels als Expo en zat in diverse studioacts samen met de Antwerpse saxofonist Jack Sels. Vrijwel zeker was hij verantwoordelijk voor die zeer imponerende gitaarsound op de platen van The Cousins. 

Zeer uniek was zijn gitaarwerk voor The Tramps (Antwerpen) in 1961. Gelukkig maakte hij ook een aantal rock instrumentals met een groepje studiomuzikanten onder de naam Freddy & The Fender Boys.



In 1961 nam Freddy Sunder ook enkele instro-rock singles op in de stijl van de gitaargroepen. Freddy & The Fender Boys was een clubje studiomuzikanten. Freddy Sunder speelde destijds op een Fender Jazzmaster gitaar.

De eerste single kwam in 1961 uit op het Polydor label. Op de A-kant stond Spanish Fleet, het was een pittige bewerking van het bekende Nederlandse volksliedje van Piet Hein en de Zilvervloot. De tekst van dit 19e eeuwse lied, Een triomfantelijk lied van de Zilvervloot is in 1844 geschreven door Jan Pieter Heye; de melodie uit 1856 is van Johannes Josephus Viotta. Het is gebaseerd op 17e-eeuwse vermeldingen van een soortgelijk lied dat ook “Hein” op “klein” rijmde en “vloot” op “groot”.

De tweede single Bonanza verscheen eveneens in 1961 op het Frankie label en werd in Nederland uitgebracht op CNR (F 234). “Bonanza” was in die priode een zeer populaire western serie op de Vlaamse TV. Naast het origineel van Al Caiola was er ook een versie van The Bonanzas (Merksem/Antwerpen) op de platenmarkt verkrijgbaar.

In 1962 werd het nummer Zumba (Augustin Lara) door het orkest van Francis Bay opgenomen. Quincy Jones was bij de produktie als music director in de Brusselse Philips studio betrokken. In dit nummer was een hoofdrol weggelegd voor de gitarist van de band: Freddy Saunder (weer een ander alias voor Fritz Sundermann alias Freddy Sunder). Je hoort hier een uniek ‘zwiep’ effect door hem gemaakt op zijn gitaar via zijn echo-box.

Op 5 januari 1981 werd hij – na examen – benoemd tot dirigent van de BRT Big-Band. Met dit orkest maakte hij heel wat toernees doorheen Afrika w.o. Senegal, Tunesie, Marokko en Congo.

Met het orkest van Caravelli maakte hij viermaal een toernee doorheen Japan.

Hij trad op met de “groten des aarde” w.o.: Peggy Lee, Billy Eckstein, Sammy Davis jr., Shirley Bassey, Nathalie Cole, M. Murphy, Carmel Jones, Nathan Davis, Phil Woods, Toots Thielemans en zovele anderen.

In 1990 volgde een collectief ontslag van de bigband.

Na het ontbinden van de BRT-Bigband is hij enkele jaren docent geweest aan het Muziekconservatorium van Gent en zorgde voor een nieuwe generatie jazzarrangeurs waaronder Robert Verhelst en Peter Verhaeghen.

Buiten zijn hoofdzakelijke bezigheid als dirigent hield hij zich ook bezig met compositie, arrangementen en met optredens (vooral in kwartetvorm) in binnen- en buitenland.

Hier is het begin van de Belgische Rock and Roll : Freddy Sunder

01. Freddy Sunder – Kaw Liga Rock
02. Freddy Sunder – Be Bop Alula
03. Freddy Sunder – Kaw Liga Boogie
04. Freddy Sunder – Mama, I wanna make rhythm
05. Freddy Sunder – The flat floot floogie
06. Freddy Sunder – Calling car boogie
07. Freddy Sunder – Rio Rita Boogie
08. Freddy Sunder – That old black magic
09. Freddy Sunder – Jeepers Creepers
10. Freddy Sunder – Cucaracha Boogie
11. Freddy Sunder – Tell me that you love me
12. Freddy Sunder – The Japanese sandman
13. Freddy Sunder – Rock-A-Bye-Boogie
14. Freddy Sunder – Marcheta


15. Francis Bay & his Orch. (feat. Freddy Sunder) - Zumba

16. Freddy & The Fender Boys - Bonanza
17. Freddy & The Fender Boys - Horse's Neck
18. Freddy & The Fender Boys - Roll wagon roll
19. Freddy & The Fender Boys - Spanish Fleet
 








vrijdag 6 juli 2012

The Journeymen (Capitol EP EAP 4 1629) 1961



The Journeymen  (Capitol EP EAP 4 1629) 1961

The Journeymen waren Scott McKenzie, John Phillips and Dick Weissman, een folktrio uit het begin van de jaren zestig. 

The Journeymen werden beschouwd als een van de meest veel belovende nieuwe folkgroepen op dat ogenblik.

De leider was John Phillips, hij was erantwoordelijk voor de keuze van de songs en schreef er ook zelf.  Scott McKenzie, was de lead tenor..




 
Dit is mijn EP uit 1961. Zij bevat ook de eerste opname van “500 Miles” van Hedy West. Hedy West nam de song zelf twee jaren later op.

De Journeymen maakten hun debuut in 1961 in Folk Gerde's City, New York, en kort daarna tekenden ze een kontrakt bij Capitol Records.

De populariteit van het trio was echter van korte duur. De leden gingen hun eigen weg. 




Phillips probeerde het nog eens met een trio “The New Journeymen” met zijn vrouw Michelle Phillips en Marshall Brickman. Na weer een jaartje aanmodderen vormde hij met twee ex Mugwumps leden (Denny Doherty en Mama Cass Elliott) een nieuwe groep, “The Mama’s and the Papa’s”.

Hij schreef voor zijn vriend Scott McKenzie “San Fransisco (be sure to wear flowers in your hair)”, een wereldhit in de summer of love.








donderdag 5 juli 2012

Dan Ellery & the Tigers - Polydor 21.872 (1961 FR)



Dan Ellery and the Tigers (Polydor – 21 872) 1961

Dan Ellery (Jacky van Poecke) werd geboren te Gent in 1943.

In 1959 begon hij met zijn vriend Jef de Visscheraan een groepje. Samen met Jozef Flement (drums) deed hij mee aan de “Grote Variétéprijs”, georganiseerd door Volkswagen en Radio Luxemburg. Het gevalg was een platencontract, althans voor een enkele plaat, bij Phlips. Ze noemden zich “The Rockin’ Boys”

Algauw noemden ze zich wat meer Rock and Roll, “The Tigers”.

In 1961 kregen The Tigers de mogelijkheid om in Parijs een EP op te neme. Voorwaarde: het moesten Franstalige nummers zijn. De EP had een redelijk succes in het Franse Yé Yé landschap.

Een jaar later echter moest Dan naar het leger en lag de groep stil.

Na zijn demobilisatie begon Ellery opnieuw, onderaan de ladder.Een nieuwe demo werd grandioos afgewezen door Philips. In 1965 echter kwam het succes met “Bop-a-lena” een cover van een nummer van Ronnie Self.

Tot een goed stukl in de zestiger jaren was Dan Ellery aktief. Niet meer als soloartiest maar als begeleider van o.m. Jimmy Frey, Marva, en zelfs De Strangers.

In 1973 maakte hij nog maar eens een come-back met een LP op Cardinal. Burt Blanca op gitaar.

Hier is die Franse EP uit 1961.

Vinyl 7” EP – 1961 Polydor – 21 872 (Frankrijk)

Dan Ellery (gitaar, zang)
Eric Duprez (drums)
Noël Fisher (gitaar)
Onbekend (basgitaar, saxofoon)
Rudy Blondeel (orgel)






5 Juli 1954 - Elvis in de SUN studios




Een jaar tevoren had Elvis Presley in de Sun-studio in Memphis een plaatje voor zijn moeder opgenomen. De acetaat opnamen van augustus 1953 waren : "My Happiness" en "That's When Your Heartaches Begin").

Op 5 juli 1954 staat Elvis onverhoopd opnieuw in de Sun Studios om zijn eerste plaat op te nemen voor SUN. 

Onder leiding van Sam Phillips neemt Elvis Presley de liedjes “That’s All Right Mama”, “I Love You Because” en “Blue Moon Of Kentucky” op.

Hij wordt begeleid door gitarist Scotty Moore, bassist Bill Black en drummer Johnny Bernero.

Sam Phillips heeft de zanger eigenlijk naar de studio gehaald om een demo van het nummer “Without You”  in te zingen. Omdat Phillips niet tevreden is over het resultaat van de opname, laat hij Elvis zelf een paar nummers kiezen die beter geschikt zijn voor zijn stem.

Omdat eigenlijk niets wil vlotten, en om wat stoom af te blazen morrelen Elvis en de begeleiders maar wat aan. Voor de grap eigenlijk begint Elvis een zwarte bluessong op een hillbilly manier te zingen. De begeleidingsgroep valt in en “That’s all right Mama”  van Arthur Crudup rolt de studio binnen.

Sam Phillips weet het onmiddellijk. 




“That’s All Right Mama” was van Arthur ‘Big Boy’ Crudup, en zwarte bluesman die de song op 6 september 1946 in Chicago had opgenomen. De oorspronkelijke titel was “That’s all right”.

“Blue Moon of Kentucky” was van Bill Monroe, de bluegrass superster. Ook uit 1946. Bill Monroe nam de song op met zijn fameuze Bluegrass Boys, waar op dat moment Lester Flatt en Earl Scruggs deel van uitmaakten.

“I love you because” was van Leon Payne, uit 1949. Pure Country. 

“That’s All Right Mama” wordt op 7 juli 1954 voor het eerst op WHBQ in Memphis gedraaid door de diskjockey Dewey Phillips (geen familie van Sam Phillips).

Meteen staat de telefoon roodgloeiend. 

 


Op 19 juli 1954 wordt “That’s All Right Mama”, met op de B-kant “Blue Moon Of Kentucky”, op single (SUN 209) uitgebracht. Er werden 20.000 ecemplaren van verkocht. Niet genoeg voor de nationale Hitparade, wel genoeg om onderaan de lokale Charts te staan.  De rest is geschiedenis......

Dit zijn de opnames van 5 juli 1954

That’s All Right Mama



I love you because



Blue Moon Of Kentucky



Sunny and the Sunglows - Talk to me (1963)



Sunny and the Sunglows (later ook bekend als Sunny en de Sunliners) kwamen uit San Antonio, Texas.

De groepsleden waren allen chicanos met uitzondering van Amos Johnson Jr, en hun stijl was een mix van rhythm and blues, Tejano, blues, en mariachi.

Hun eerste opnames waren voor een eigen label, Sunglow. Okeh Records pikte hun eerste single op ("Golly Gee") en zorgde voor nationale distributie. 




 

Met Huey P Meaux, een producent uit Louisiana en eigenaar van Tear Drop Records, namen ze in 1963 deze ongelooflijke versie van Little Willie John’s “Talk to me” op.  De single "Talk to Me" "Every Week, Every Month, Every Year"  werd uitgebracht op Tear Drop Records (# 3014) en steeg naar # 4 op de Adult Contemporary chart, # 12 op de Amerikaanse Black Singles Charts en # 11 in de Billboard Hot 100 in het najaar 1963.

Er volgden nog een aantal andere covers -. 'Rags to Riches' (Tony Bennett) / "Not Even Judgment Day", "Out of Sight- Out of Mind "(The Five Keys)/w " No One Else Will Do ", en" La Cacahuata "(The Peanuts) /" Happy Hippo "

Dit is die single uit 1963.

Talk to me



Every Week, Every Month, Every Year





woensdag 4 juli 2012

Bob Dylan - “Rainy Day Women #12 & 35″ (CBS EP 5660 – France), Mei 1966.




“Rainy Day Women #12 & 35″ (CBS EP 5660 – France), Mei 1966.

Deze Ep volgde op ““Can You Please Crawl Out Your Window?” – CBS EP 6265 (France), Januari 1966

De twee tracks op kant 1 zijn ingekort voor de Franse Markt.

A1 Rainy Day Women #12 & 35 : 2:26, album versie is 4:38.
A2 Pledging My Time : 2:06, album versie is 3:48.

B  One Of Us Must Know (Sooner Or Later) komt uit “Blonde on Blonde”

In Frankrijk was Dylan nu HOT. Op 24 en 25 Mei was Dylan in Parijs.

De oorspronkelijke werktitel voor “Rainy Day Women” was “A Long Haired Mule And A Porcupine”.

Waarover gaat het ?

Daar hebben we het raden naar. In elk geval werdde song verbannen door BBC en op de US Radio wegens de “drug”-paranoia.

Ik hou nogal van Tom‘s beschrijving :

“Wanneer de naald zich door de aanloopgroef heeft gemaaid is het carnaval, een dronkenmansfeest dat al dagen aanhoudt en waar de luisteraar – na het heimelijk luisteren, met het oor op de deur – wordt binnengehaald als de paashaas met Pasen.

Rainy day women # 12 & 35 is een gieren-lachen-brullen-stamper en niet de drug-song waar het meestal voor wordt versleten. De song heeft alle schijn tegen: de hoempa-blazers net uit de maat, het lallende zingen en natuurlijk het overbekende refrein Everybody must get stoned. Maar schijn bedriegt en dat lijkt nou net de opzet van Dylan, de luisteraar op het verkeerde been zetten”

Mooi gezegd Tom, en dat is het ook helemaal.

Dit is mijn EP uit 1966