woensdag 7 november 2012

L'air des Bijoux uit Faust (Gounod) (1859)



L'air des bijoux (« Ah ! je ris de me voir si belle en ce miroir ») is een opera-aria voor sopraan uit  1859.

De aria komt uit Faust van Gounod. Ze wordt gezongen in het derde bedrijf door Marguerite.

Een van de bekendste uitvoeringen is van Maria Callas.

Deze aria is een van de meest bekende opera-aria's.

Een groot deel van haar bekendheid dankt ze aan Herge's avonturen van Kuifje: dit is inderdaad de favoriete aria van de zangeres  Bianca Castafiore.

De eerste uitvoering door Marie Miolan-Carvalho, in de rol van Marguerite in de derde acte van Gounods opera Faust tijdens de première in het Parijse Théatre Lyrique. Faust was ook de allereerste opera ooit opgevoerd in de New York Met. "Ah! Je ris de me voir si belle en ce miroir. Est-ce toi Marguerite? Réponds moi. Réponds vite".

Maria Callas (1961)



Ah ! je ris de me voir
Si belle en ce miroir !
Est-ce toi, Marguerite ?
Réponds-moi, réponds vite !
Non ! non ! – ce n'est plus toi !
Non ! non ! – ce n'est plus ton visage !
C'est la fille d'un roi,
Qu'on salue au passage ! –
Ah, s'il était ici !...
S'il me voyait ainsi !
Comme une demoiselle,
Il me trouverait belle.

Achevons la métamorphose !
Il me tarde encore d'essayer
Le bracelet et le collier !

Dieu ! c'est comme une main qui sur mon bras se pose !
Ah! je ris de me voir
Si belle en ce miroir !
Est-ce toi, Marguerite ?
Réponds-moi, réponds vite !
Ah, s'il était ici !...
S'il me voyait ainsi !
Comme une demoiselle,
Il me trouverait belle.
Marguerite, ce n'est plus toi,
Ce n'est plus ton visage,
Non ! c'est la fille d'un roi,
Qu'on salue au passage.






"les" Searchers chantent en Français (1964)




The Searchers is een band uit Liverpool die - parallel aan bands als bijvoorbeeld The Beatles en Gerry & the Pacemakers - de muziek ontwikkelde die uiteindelijk als Merseybeat (ook wel Liverpoolsound) de wereld zou veroveren.

Specifiek aan het geluid van The Searchers zijn de sound van de 12-snarige Rickenbacker, het veelvuldig gebruik van tremolo-effecten en de toepassing van tweestemmige harmonieën.


 


De bandleden waren voordien al sinds 1957 actief in allerlei (skiffle)-bandjes. Na diverse samenstellingen ontstond in 1961 de bezetting van The Searchers zoals die in 1963 wereldwijd zou doorbreken. Ofschoon The Beatles in feite de voorlopers waren van de Liverpoolbands, waren het The Searchers die als eerste van die lichting doorbraken op het continent met “Sweets for my Sweet”.

Al met al brachten The Searchers in hun succes-periode (1963 t/m 1968) 22 singles en 5 lp's uit op het platenlabel PYE. Na die periode stapten ze over naar het RCA-label dat voornamelijk op de Amerikaanse markt was gericht en dat in Nederland nauwelijks nog tot successen leidde.

 


Gedurende de topjaren kenden The Searchers drie samenstellingen. De oorspronkelijke samenstelling gedurende de jaren 1961 tot augustus 1964 met Tony Jackson als leadzanger/bassist, Mike Pender en John McNally op gitaren en Chris Curtis als drummer. Ze zongen alle vier. Deze periode is vooral bekend door rocky hitsongs als “Sweets for my Sweet”, ”Sugar and Spice” en “Love Potion nr. 9”.

Na het vertrek van leadzanger Tony Jackson - die werd vervangen door Frank Allen - werden de zangpartijen voornamelijk ingevuld door Mike Pender en Chris Curtis. Die periode is voornamelijk bekend door de tweestemmigheid van Pender en Curtis in melodieuze songs als “Needles and Pins”, “Don't throw your love away” en “Goodbye my Love”.

En dan nog de periode na het vertrek van Chris Curtis in maart 1966 - als drummer vervangen door John Blunt - met songs als “Take it or leave it”, “Have you ever loved somebody” en “Western Union”.

 


In mei 1964 waren the Searchers in Frankrijk en traden er op  in de beroemde Olympia. Hun platenfirma  Vogue vroeg hen om een aantal van hun nummers op te nemen in het Frans.

The Searchers gingen akkoord en zongen een paar nummers in in het Frans maar op de originele backing-tracks.

Zo ontstond deze franse EP, een formaat dat in Frankrijk erg populair was (de zogenaamde Super 45 Tours).

Van de verkoopcijfers werd niet veel verwacht en dus werd eEP op niet al te veel exemplaten gemaakt. Dit maakt van deze EP een van de meest gezochte EP’s  - moeilijk te vinden en erg duur.

Dit is ze :

C’est Arrive Comme Ca = Don’t Throw Your Love Away
C’est De Notre Age = Sugar And Spice
Mais C’etait Un Reve = It’s All Been A Dream
Ils La Chantaient Il Y A Longtemps = Saints And Searchers 






maandag 5 november 2012

Ian and Sylvia - Someday Soon (1964)



"Someday Soon" is de titel van een song van de Canadese singer songwriter Ian Tyson. Hij nam de song op met zijn toenmalige vrouw Sylvia Tyson als het duo Ian & Sylvia in 1964 op hun album "Northern Journey".

Hoewel deze versie niet op single werd uitgebracht was het een zeer invloedrijk lied. 




Gecoverd door o.m. Judy Collins op haar album "Who knows where the time goes", door Bonnie Dobson en door Suzy Bogguss die er op nr. een van de country charts mee geraakte.

Hier zijn

1. Ian and Sylvia
2. Bonnie Dobson
3. Judy Collins
4. Suzy Bogguss





Suzy Bogguss


zondag 4 november 2012

Bob Dylan - NY - Carnegie Hall 4 November 1961




Tijdens het concert van Bob Dylan op 4 November 1961 in de Carnegie Chapter Hall in New York zitten er niet meer dan 50 mensen in de zaal. Het publiek bestaat voor een groot deel uit vrienden van de folkzanger die naar dit debuut-optreden zijn komen kijken.

1.Pretty Peggy-O (trad.)
2.In The Pines (Huddie "Leadbelly" Leadbetter)
3.Gospel Plow (trad.)
4.1913 Massacre (Woody Guthrie)
5.Backwater Blues (Bessie Smith)
6.A Long Time A-Growin' (trad.)
7.Fixin' To Die (Bukka White)
8.San Francisco Bay Blues (Jesse Fuller)
9.Car Song (Woody Guthrie)
10.Talking Bear Mountain Picnic Massacre Blues
11.Man On The Street
12.Sally Gal
13.This Land Is Your Land (Woody Guthrie)
14.Talking Merchant Marine (Woody Guthrie)
15.Black Cross (Lord Buckley)
16.He Was A Friend Of Mine
17.Pretty Polly (trad.)
18.House Of The Risin' Sun (trad.)
19.The Cuckoo Is A Pretty Bird (trad.)
20.Freight Train Blues (John Lair)
21.Song To Woody
22.Talkin' New York


Uit het optreden :

"Thank you. Kind of got lost coming up here tonight. Took a subway. Got off somewhere on 156th Street started walking back. I got hung up in a Cadillac store an …, So I'm not here on time. Almost run over by a bus, so I took another subway. On to 34th street an I walked up here. Come pretty prepared tonight I got a list on my guitar. This is a new list. I used to have one on my guitar about a month ago, that was no good. Figured I'd get a good list. So I went around an put the list on first. Then I went around to other guitar players an I sort of looked at their list, copied down songs on mine. Some of these I don't know so good. Well. Let's see here. Here's a (need to leave the stage (off mike)) that's fine. Here I go. This is story about a little girl running all over, finding out about life. She's going out at night coming home keeping late hours. Finding out just what makes up life, 11 years old." (na Pretty Peggy-O)

"First came here. I used to spend a lot of time with Woody Guthrie. February last February. This is one of Woodys songs. I'll sing a couple more. This is one, one of a group of two". (voor 1913 Massacre).

"Thanks. Here's a song I guess just about everybody knows. Leadbelly used to sing this". (voor Backwater Blues).

"Here's a …, here's a. I must admit before I came I learned plenty folk songs in New York. I learned about, … well since I been here now since …, February, last February. I've learned about oh, 4 or 5 new songs I never heard about before. An one I never heard about was this one. There's this Irishman. Lian, … Liam Clancy. Sings this one. Err, This is err a straight copy. Straight imitation. I don't imitate the voice much, I can't get that accent quite good enough. This is an Irish one though. Very sad song. Maybe this the American version of the Irish version of Liam Clancys version. Heard Liam sing this in the Whitehorse Bar, Irish bar". (voor A Long Time A-Growing).


 

Dit is een ouwe bootleg van mij waarop grote stukken uit het concert stonden. 

Ondertussen zijn sommige songs gereleased op the Bootleg series vol 7 - No direction home.




zaterdag 3 november 2012

Mort Shuman (1936 - 1991)



Een en twintig jaren geleden stierf Mort Shuman.

Mortimer Shuman of Mort Shuman (New York City, 12 november 1936 - Londen, 3 november 1991) was een Amerikaans componist, tekstschrijver en zanger. Zijn familie was afkomstig uit Polen. Samen met Doc Pomus, die de teksten leverde, schreef hij een aantal wereldhits zoals "A Teenager in Love" (Dion), "Turn Me Loose"(Fabian), "This Magic Moment", "Save The Last Dance For Me"(The Drifters), "Little Sister"(Elvis), "Can't Get Used to Losing You"(Andy Williams), "(Marie's the Name) His Latest Flame", "Viva Las Vegas" (weer Elvis) en "Sweets for My Sweet" (The Drifters).

Shuman vestigde zich daarna in Europa, eerst in Londen. Hij werd bevriend met Jacques Brel, vertaalde Brels chansons in het Engels, en schreef ook een musical over hem: "Jacques Brel is alive and well and living in Paris", waarin Shuman zelf de hoofdrol zong.

Dankzij zijn succes in Frankrijk ging hij in 1970 in Parijs wonen en schreef en zong van dan af ook liedjes in het Frans; zijn grootste Franse succes is wellicht Le lac majeur.

Shuman stierf in 1991 aan de gevolgen van een leveroperatie.

Hier zijn :

zijn demo voor '"Turn me loose" van Fabian
zijn demo voor "His latest Flame" voor Elvis
zijn eerste versie van wat later "Teenager in love" zou worden, "It's great to be young and in love"
en "Le Lac Majeur" zijn grootste Franse hit





Met Doc Pomus in 1959

vrijdag 2 november 2012

Jack Sels (1922 - 1970)



Jean-Jacques Louis Sels (°1922, Berchem) werd op z'n zestiende wees, maar erfde het vermogen van zijn vader, die reder was. Als puber verzamelde hij jazzplaten. Hij bracht het tot 10.000 stuks, die in de oorlog vernield werden in een bombardement.

De jonge Sels leerde op eigen houtje tenorsax spelen, gefascineerd door vernieuwers als Dizzy Gillespie en Charlie Parker. Jean-Jacques werd Jack , die het erg vond dat hij geen zwarte was en daarom een witte neger wilde zijn.

Met gitarist Freddy Sunder blikte hij enkele rock-'n-roll-plaatjes in. Toen er van zijn erfenis niet veel meer overbleef, stopte hij met spelen en ging hij varen.

In 1948 keerde Jack Sels terug naar de jazz en naar Antwerpen om er in feite nooit meer weg te gaan. De stad was voor hem meer dan groot genoeg. Het is die houding die volgens jazzkenners zijn carrière fnuikte.

 


Vanaf 1958 begon hij voor de Belgische Radio te werken. Hij maakte er het programma Levende jazz en was geregeld te gast in de studio's aan het Flageyplein, waar hij opnamen maakte met The Clouds, Saxorama, zijn trio en allerlei studioformaties.

Jack Sels speelde nog aan de zijde van Lucky Thompson en Dizzy Gillespie. In 1958 werd een televisie-opname gemaakt van zijn optreden met Lester Young. Maar in tegenstelling tot tijdgenoten als Toots Thielemans, Bobby Jaspar en René Thomas kon hij niet doorbreken in het buitenland.

Voor de dienst Volksontwikkeling van het ministerie van Cultuur tourde hij langs de parochiezalen om zo de jazz in Vlaanderen te introduceren. Jazz had toen een kwalijke reputatie van ordinaire Amerikaanse barmuziek, maar Jack Sels wierp zich op als propagandist van de nieuwe muziekvorm.

Hij componeerde vijf symfonieën en schreef de - nu verdwenen - soundtrack van de Vlaamse nouvelle vague-film "Meeuwen sterven in de haven" (1955) van Roland Verhavert.

In 1964 besloot Jack Sels de BRT geen noot meer te gunnen en alleen nog op z'n honger te spelen. Waarom vertelde hij nooit. Liever dan commerciële toegevingen te doen verkoos de jazzpionier in de haven te gaan werken als marqueur onder de dokwerkers. Zijn laatste belangrijke optreden was op de openingsdag van het inmiddels legendarische Jazz Bilzen in 1966, waar ik hem zag spelen met Rita Reys.

Journalist Hugo Camps maakte zich daar kort voor Sels' dood nog erg boos over: ,,Het feit dat het muzikaal onderontwikkelde België van Jack Sels een proletariër maakt - die wel door de Antwerpse dokkers op de handen wordt gedragen - is voldoende om een aantal missionarissen naar hier te halen.''

"Indien Sels minder gebonden was geweest aan zijn geboortegrond, had hij zeker een leidinggevend jazzmusicus op wereldniveau kunnen worden", schreef wijlen Juul Anthonissen.

Jack Sels stierf op de eerste lentedag van 1970 aan een hartaanval, in zijn woning aan de volkse Hoogstraat in Antwerpen. Aan zijn oude piano, vol verbittering voor België en liefde voor Antwerpen.

Deze plaat op het onooglijke IBC label heeft mij ooit 99 frank gekost. Het is een pareltje van de jazzmuziek, met een jonge Philippe Catherine op gitaar. Prachtig gewoon.










Dragonfly - 4 Celestial Songs (1968)



DRAGONFLY uit Vlissingen bestond uit :

John de Caljouw - Zang
Rudy de Queljoe - Gitaar
Tonny de Queljoe - Bas
Huib Pouwer - Drums


Dichter Hans Verhagen geldt als ontdekker van de popgroep Dragonfly. Hij zag de band eind 1967 in Vlissingen spelen, introduceerde de groep in de Amsterdamse 'sien' en produceerde hun eerste single. Dragonfly is een waar fenomeen: één van de weinige echt psychedelische groepen uit Nederland.

De grote ster was Marcus Rudy de Queljoe (geboren in Soerabaya 1947) beter bekend als Rudy de Queljoe ,van Molukse afkomst. Hij zou later Jan Akkerman vervangen bij Brainbox en ook bij Masada spelen.


 
Het Zeeuwse kwartet is vooral bekend geworden doordat ze regelmatig met beschminkte gezichten speelden. Het was een idee van de Zeeuwse beeldend kunstenaar Bert Quite, ook wel het vijfde bandlid genoemd. Volgens Sijnke is het 'evident' dat de Amerikaanse hardrockband Kiss, die later ook met beschilderde gezichten op het podium stond, weet moet hebben gehad van Dragonfly. 


 


Dragonfly trad veel op, onder meer in februari 1968 tweemaal in het voorprogramma van de toen nog niet zo bekende band Pink Floyd, in Vlissingen en Terneuzen.

De groep heeft niet veel langer dan een jaar bestaan, bracht alleen twee singletjes uit, had weinig commercieel succes en trad maar een beperkt aantal keren in het buitenland op.

Deze EP, die de singeltjes groepeert, vond ik gisteren op mijn zolder.