woensdag 8 mei 2013

Robert Johnson (1911 – 1938)





Robert Leroy Johnson (Hazlehurst (Mississippi), 8 mei 1911 – Three Forks (Mississippi), 16 augustus 1938) is één van de invloedrijkste Amerikaanse bluesartiesten aller tijden. 


Hoewel hij slechts 27 werd, maar twee opnamesessies heeft gedaan en maar een twintigtal songs naliet, is hij hét voorbeeld voor veel blueszangers en -gitaristen.

Robert Leroy Johnson woonde het eerste deel van zijn leven op een plantage bij Hazelhusrt waar hij zichzelf leerde bluesharp spelen, maar het was zijn wens om de gitaar te leren beheersen. Binnen zeer korte tijd lukte het hem, met behulp van onder meer de al even mysterieuze Ike Zinneman, om het instrument meer dan voldoende te beheersen.

Deze prestatie bracht de fabel in de wereld dat Johnson zijn ziel had verkocht aan de duiver. Hij zou op een nacht naar een kruispunt zijn gegaan om daar gitaar te gaan spelen. Om middernacht zou hij benaderd zijn door een grote, donkere man (de duivel), die hem zijn instrument afpakte, het voor hem stemde, en het, in ruil voor zijn ziel, aan hem teruggaf,  waarna hij het perfect zou kunnen bespelen.

Hazelhurst ligt dicht bij Crystal Springs, Mississippi, waar de populaire Delta gitarist Tommy Johnson (geen familie) woonde en werkte. Robert Johnson trouwde hier en oefende ondertussen zijn picking. Hij leerde nieuwe liedjes van grammofoonplaten.

Het is hier dat hij in de ban raakte van de mysterieuze gitarist Ike Zinnerman, een man waarvan de lokale bevolking beweert dat Johnson hem perfect kon nabootsen.

Dan steekt Robert Johnson opnieuw de kop op in Robinsonville vele maanden later zonder zijn vrouw, maar met een verpletterende gitaartechniek en een groot aantal nieuwe nummers. Die klinken verdacht veel als Lonnie Johnson (geen familie), Skip James, Peetie Wheatstraw, Scrapper Blackwell, en Kokomo Arnold.

Hier komt de fabel boven van de ontmoeting met de duivel op de “crossroads”. Hoewel Johnson’s nummers werden afgeleid van andere musici, hebben zij een zeer persoonlijke benadering van bekende thema’s als verlies, isolement en paranoia.

Johnson speelde overal, van de Kitty Cat Club in Helena, Arkansas tot de straten van Friars Point aan de voorkant van Drugstore Hirsberg’s. Zijn reislust nam hem mee naar steenkoolmijnen, speakeasies, dijk kampen, en tavernes in de Midwest, aan de oostkust, en zelfs in Canada. Maar het waren die weinige opnamen van hem die de grootste impact zouden hebben.

Robert Johnson nam tweemaal op, eerst in San Antonio, Texas, in november 1936 en opnieuw in Dallas, Texas, in juni 1937. De negenentwintig liedjes die hij opgenomen heeft tijdens deze twee sessies zijn de hoekstenen van de delta blues.

Na een van zijn optredens kreeg hij vergiftigde whiskey – waarschijnlijk een actie van een jaloerse echtgenoot van een van zijn scharrels. Hij werd overgebracht naar Greenwood, waar hij het gif binnen enkele dagen door ziekte wist uit te zweten. Hij liep hierbij echter wel een longontsteking op die hem uiteindelijk fataal werd.

Er bestaan slechts drie foto’s van de man. Over de autheticiteit van de tweede en de derde (onderaan met sigaret en portret) wordt nog getwijfeld.


Terraplane Blues



Love in Vain



Crossroads Blues




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen