Posts tonen met het label Vandaag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vandaag. Alle posts tonen

vrijdag 20 september 2013

Jim Croce (1943 - 1973)



Veertig jaar geleden stierf Jim Croce. Hij was dertig.

James Joseph (Jim) Croce (Zuid-Philadelphia, 10 januari 1943 – Natchitoches, 20 september 1973) was een Amerikaanse singer-songwriter. Hij brak door bij het grote publiek na zijn vroegtijdig overlijden. Jim Croce heeft zes studioalbums en elf singles uitgebracht. Jim Croce is vooral bekend geworden met melodieuze, gevoelige liedjes zoals I got a name en Time in a bottle.

Met zijn vrouw trad Jim Croce tot 1970 op, waarbij ze veel covers speelden, maar ook hun eigen nummers schreven. In 1968 verhuisden Jim en Ingrid naar New York om daar hun eerste album bij Capitol Records op te nemen. Na het opnemen hebben ze 2 jaar lang door de VS gereisd. Ze traden op in cafés en kleine clubs om hun album, Jim & Ingrid Croce, the promoten.

Nadat ze zich niet meer thuis voelden in New York en de muziekindustrie (later vertolkt in het nummer 'New York's Not My Home'), vertrokken ze naar het platteland van Pennsylvania. Jim nam hier een baan om de huur te kunnen betalen, terwijl hij liedjes bleef schrijven. Veel van zijn liedjes gaan over mensen die hij ontmoette, of gebeurtenissen die hij daar meemaakte. Jim heeft nog een serie andere baantjes gehad, in het leger en bij de radio, voordat hij succes zou krijgen.

In 1970 ontmoette Croce de pianist/gitarist Maury Muehleisen, via producer Joe Salviuolo die Croce nog kende van school. In het begin speelde Croce op de achtergrond met Muehleisen mee, maar in de loop der tijd wisselde dit. Maury Muehleisen speelde nu gitaar bij de folkmuziek van Croce.

In 1972 kon Croce een record deal krijgen bij ABC Records. Nog in hetzelfde jaar bracht hij daar twee LP's uit: "You Don't Mess Around With Jim" en "Life & Times".

De singles "You Don't Mess Around With Jim", "Operator (That's Not The Way It Feels)" en "Time In A Bottle" (wat geschreven was voor zijn nog niet geboren zoon, A. J. Croce) waren alle drie op de radio te horen. Met "Bad, Bad Leroy Brown" kwam Croce op #1 te staan in de Amerikaanse hitlijsten in juli 1973.

In 1973, toen hij eindelijk succes had, kwam Jim Croce (30 jaar) samen met Maury Muehleisen (24 jaar) om in een vliegtuigongeluk. Op 20 september 1973 stortte het vliegtuig met Croce, Muehleisen en 4 andere inzittenden neer, één dag voor zijn nieuwe single "I Got A Name" zou uitkomen. Croce had net een succesvol optreden in Natchitoches, Louisiana gehad, en was op weg naar Sherman, Texas voor zijn volgende optreden.

Volgens onderzoekers steeg het vliegtuig niet snel genoeg op, en raakte het de enige boom op de landingsbaan. Er zijn speculaties geweest over de piloot, die ziek was en misschien een hartaanval had gehad, maar in het uiteindelijke rapport wordt de crash toegeschreven aan een fout van de piloot. Croce is begraven in Pennsylvania, Muehleisen in Trenton.

Dit betekende het voortijdige einde van de carrière van een artiest, die er in zijn luistermuziek met menselijke teksten op verfrissende wijze in is geslaagd folk- met popmuziek te vermengen.


I'll have to say I love you in a song




vrijdag 16 augustus 2013

36 jaar geleden overleed Elvis Presley



Elvis Aaron Presley (Tupelo (Mississippi), 8 januari 1935 – Memphis (Tennessee), 16 augustus 1977).

vrijdag 28 juni 2013

The Who : Under my thumb / The Last Time (1967)



Op 28 juni 1967 komt Mick Jagger voor de rechter in Chichester (graafschap Essex). Hij wordt beschuldigd van het bezit van peppillen. Na de getuigenverhoren wordt hij naar de cel afgevoerd waar hij de nacht doorbrengt.

De dag daarna is het de beurt aan Keith Richards.

Mick krijgt drie maanden en Keith 1 jaar gevangenisstraf plus een fikse geldboete. Deze straf zal in hoger beroep tot een voorwaardelijke straf worden omgevormd. Mick krijgt uiteindelijk 12 maanden voorwaardelijk en Keith wordt vrijgesproken.

Om hun vrienden Mick Jagger en Keith Richards, die opgepakt zijn wegens vermeend drugsbezit, een hart onder de riem te steken, nemen Pete Townshend, Roger Daltrey en Keith Moon op 28 Juni 1967 in De Lane Tea de Stones nummers The Last Time en Under My Thumb op.

Pete Townshend speelt behalve gitaar en toetsen, ook basgitaar vanwege het feit dat John Entwhistle die op 23 Juni 1967 met Alison Wise is getrouwd, nog op huwelijksreis is. 



 
The Who gaan nog verder om Mick Jagger en Keith Richards te steunen. In een advertentie op 30 Juni 1967, betaald door Track Records (de platenmaatschappij van The Who), in de Evening Standard staat te lezen: "The Who consider Mick Jagger and Keith Richards have been treated as scapegoats for the drugproblem and as a protest against the savage sentences imposed on them at Chichester yesterday, The Who are issuing today the first of a serie Jagger/Richards songs to keep their work before the public until they are free again to record themselves". The Last Time/Under My Thumb komt tot een 44ste plaats in de Engelse hitlijst.

Kit Lambert over de single: "It was just a simple gesture, and we are not trying to cash in at all. All royalties will go to charity"

De Stones zullen even later “We love you” opnemen, een bedankje aan de fans om hen te blijven steunen. De song begint met het toeslaan van een gevangenisdeur, het trauma van Mick Jagger die een nacht in de nor doorbracht.


The Who - Under my thumb



The Who - The Last Time
 


The Rolling Stones - We love you
 




donderdag 23 mei 2013

Georges Moustaki is overleden.



Georges Moustaki is vandaag overleden.

Giuseppe (Yussef) Mustacchi (Alexandrië, 3 mei 1934 - Nice, 23 mei 2013), beter bekend als Georges Moustaki (Grieks: Ζορζ Μουστακί), was een Franse zanger en componist van Grieks-Joodse afkomst. Hij verwierf internationale bekendheid in 1968 met zijn lied "Le Métèque".

Moustaki's ouders Nessem en Sarah kwamen oorspronkelijk van het eiland Korfoe in Griekenland, maar vestigden zich voor Yussefs geboorte in Alexandrië, alwaar ze een boekwinkel openden in een multiculturele wijk, waar Arabisch, Italiaans, Hebreeuws en Grieks werden gesproken. Omdat Nessem en Sarah een speciale belangstelling hadden voor de Franse cultuur, werd Yussef op een Franse school gezet. Op deze manier kwam Yussef ook in contact met het Franse chanson.

In 1951 trok Yussef Mustacchi naar Parijs, waar hij in eerste instantie werkte als journalist en barkeeper. 


In deze tijd veranderde hij zijn naam in Georges Moustaki. De nieuwe voornaam was een hommage aan Georges Brassens, die Moustaki stimuleerde. De jonge Griek begon chansons te schrijven voor grootheden als Barbara en Yves Montand. Voor de veel oudere Édith Piaf, met wie hij korte tijd een verhouding had, schreef hij in 1959 "Milord". Andere bekende nummers zijn "Ma liberté", "Ma solitude" en "La dame brune".

In 1968 breekt Georges Moustaki zelf internationaal door als zanger met het door hemzelf geschreven "Le Métèque".

Sindsdien heeft Moustaki veel bekende liederen opgenomen, vooral in het Frans, maar ook in het Italiaans, Hebreeuws, Grieks, Engels, Spaans en Jiddisch. In januari 1970 geeft hij zijn eerste grote concert in Bobino. Talloze optredens in vele landen zijn daarna gevolgd. Moustaki heeft een dochter (Pia, geboren in 1956).


Le Métèque





zondag 24 februari 2013

Darrell Banks ( (25 Juli 1937 – 24 Februari 1970)



Op 24 Februari 1970 wordt soul zanger Darrell Banks op de LaSalle Boulevard in Detroit, dood geschoten door politieman Aaron Bullock. Volgens getuigen is het zelfverdediging.

Naar verluid valt Banks zijn ex-vriendin Marjorie Bozeman lastig, wanneer die door Bullock bij haar woning wordt afgezet. Darrell Banks trekt een wapen wanneer Bullock tussen beiden tracht te komen. De politieman schiet daarop gericht op Banks, die fataal in zijn nek en borstkast wordt geraakt. Het nieuws over de schietpartij en het overlijden van Darrell Banks wordt pas een week later bekend gemaakt. Op dat moment is de zanger inmiddels al begraven in een ongemarkeerd graf op de Detroit Memorial Park begraafplaats in Warren, Michigan.

Darrell Banks is op 25 Juli 1937 in Mansfield, Ohio geboren als Darrell Eubanks. Pas in juni 2004 krijgt zijn laatste rustplaats alsnog een grafsteen, na een inzamelingsaktie op het internet onder zijn Northern Soul fans. Darell Banks is 33 jaar geworden.

Darrell later groeide op in Buffalo in New York. Hij was de onwettige zoon van een 27-jarige inwoner van Kentucky en een 17-jarige tiener.

Darrell Banks wordt het best herinnerd voor zijn 1966 single release, "Open The Door To Your Heart"/"Our Love (Is In The Pocket)", die is uitgegroeid tot een van de anthems op de Northern Soul scene. De song geraakte tot nr. 2 in de R&B charts.


Open The Door To Your Heart




woensdag 26 september 2012

Marc Moulin




Vier jaar geleden stierf Marc Moulin.

Marc Moulin (Elsene (Brussel), 16 augustus 1942 – aldaar, 26 september 2008) was een Belgisch muzikant. Hij begon als jazzmuzikant, schreef en produceerde talrijke succesnummers van het Franse chanson en was ook radio- en televisiepresentator, kroniekschrijver en auteur van boeken en toneelstukken.

Marc Moulin was de zoon van professor Léo Moulin en van de dichteres Jeanine Moulin.

Als licentiaat politieke en economische wetenschappen van de ULB begon Marc Moulin zijn muzikale carrière als pianist in jazzkroegen en op festivals. Hij richtte eind jaren zestig samen met gitarist Philip Catherine een jazzrock-groep op, won diverse prijzen en begon in het begin van de jaren zeventig zijn eigen groep, Placebo (niet te verwarren met de huidige rockgroep Placebo). De groep kreeg zeer snel internationale bekendheid met de platen “Ball of eyes”, “1973" en “Placebo”. In 1976 gaf de groep een laatste concert. In 1977 was Moulin korte tijd lid van de avant-garde rockgroep Aksak Maboul. Hij is ook te horen op hun eerste album.


 
 Marc Moulin met Placebo


Met Telex, een andere groep die hij eind jaren zeventig oprichtte, zorgde Moulin voor sensatie in de elektro-pop en aanverwante genres. Sindsdien bracht hij meerdere albums uit onder zijn naam: “Sam Suffy”, “Picnic”, “Maessage”, “Top Secret”, “Entertainment” en in 2007 “I am you”.

Daarnaast was Moulin ook producer en componist. Hij werkte onder meer met Lio (“Banana Split”, “Amoureux solitaires”, “Mona Lisa” en “Les brunes ne comptent pas pour des prunes”), Jacques Duvall (“Comme la romaine”, “Je déçois”), Alec Mansion, Anna Domino, Kid Montana, Viktor Lazlo en meer recent Alain Chamfort.

Hij werd geregeld gevraagd om filmmuziek te schrijven voor de televisie en de bioscoop. Parallel met zijn muzikale carrière maakte Moulin ook naam als mediafiguur. Sinds 1967 verzorgde hij voor RTBF diverse uitzendingen: “Cap de nuit”, “King Kong”, en andere jazzprogramma’s. Vooral met “Radio Cité”, de ook in Nederlandstalig België populaire weekenduitzendingen van “Radio 21? tussen 1978 en 1986, verwierf hij bekendheid bij een groter publiek. Hij werkte ook mee aan de magazines van France Musique (Radio France). Moulin componeerde de tunes van “Cap de nuit” (1967), “Dimanche musique” (1969), “Cargo de nuit européen” (1989) en van het televisiejournaal (1990). Hij zetelde ook in het team van “Le jeu des dictionnaires” en “La semaine infernale”.

Vanaf 1997 verzorgde Moulin de rubriek “Humoeurs” van het tijdschrift Télémoustique. Hij schreef voorts toneelstukken: “Les aventures du docteur Martin” (opgevoerd in 1997), en “l’Ascenseur” (opgevoerd in 2000), en twee boeken: “La surenchère (l’homme médiatique)” en “A la recherche du bémol”.

Moulin was een stevig roker. Hij overleed op 66-jarige leeftijd aan de gevolgen van keelkanker en werd op 30 september 2008 begraven te Elsene.

Ik leerde Marc Moulin kennen toen hij werkte voor “Cap de Nuit”(RTBF). Hij was een zeer minzaam man, gedreven en geconcentreed op wat hij deed. Maar steeds met die kleine monkellach die hem eigen was.
Bij radio ciyé hoorde ik voor het eerst de nieuwe Miles “In a silent way”, huiveringwekkend mooi.

De  “Placebo” albums zijn zeer gezocht, geen enkele ervan bestaat op CD.


Hier zijn : 

01 Marc Moulin - Into The Dark.
02 Placebo - Temse.
03 Placebo - Dag Madam Merci.
04 Placebo - S.U.S..
05 Marc Moulin - Le Saule. (Uit Sam Suffy)
06 Marc Moulin - Misterioso. (Uit Sam Suffy)
07 Marc Moulin - In My Room.
08 Hooverphonic - The World Is Mine (Remix By Marc Moulin).





donderdag 6 september 2012

Joe South (1940 - 2012)



Gisteren was een droeve dag voor het Zuiden van de US. Joe South is overleden.

Na een lange carrière als sessiemuzikant en af en toe als songwriter, werd Joe South in de internationale schijnwerpers geworpen als solo-artiest aan het einde van de jaren 1960.

"Games People Play" geschreven en gezongen door Joe South werd bijna het anthem van die tijd.

Schrijver, uitvoerder en gitarist Joe South is vrijwel vooral bekend als schrijver van composities voor anderen. Bijvoorbeeld met 'Hush', een jaren zestig hit voor Billy Joe Royal en Deep Purple en in de jaren negentig ook nog voor Kula Shaker. Ook schreef hij 'Walk a mile in my shoes', uitgevoerd door Elvis en 'Down in the boondocks', die andere hit van Billy Joe Royal. Bij ons is 'Rose Garden' zijn bekendste werk, gecoverd door Lyn Anderson..

Joe South kon alles. Hij speelde zeer voortreffelijk gitaar en zou ook op Simon & Garfunkel’s hit “Sounds of Silence “ te horen zijn.

Hij was een onrustig mens en verdween zoals hij gekomen was, terug naar de studio’s.

Gisteren is hij overleden. Hij werd 72.

Dit is mijn single uit 1968.


Hush



Rose Garden



en het onvergetelijke "Games people play"




maandag 20 augustus 2012

Scott McKenzie (1939 - 2012)




Scott McKenzie, de zanger van "San Francisco" (be sure to wear flowers in your hair) uit 1967, is zaterdag op 73-jarige leeftijd overleden. Dat melden zijn Australische vrienden Gary en Ralene Hartman op de officiële website van McKenzie, die ze in zijn naam beheren.

McKenzie werd op 10 januari 1939 in Jacksonville, Florida geboren als Philip Blondheim. Hij groeide op in Virginia en raakte bevriend met de zoon van één van zijn moeders vrienden, John Phillips. Aan het eind van de jaren '50 vormde hij met Phillips een doo wop band, The Smoothies. 


 



Met de opkomst van de folk revival begin jaren zestig vormen de vrienden een folkgroep, "The Journeymen".

Na het opdoeken van the Journeymen begon John Phillips met The Mamas and the Papas met Michelle Gilliam, Denny Doherty en Cass Elliot. McKenzie wilde liever solo optreden, terwijl Phillips de groep vormde en uiteindelijk naar Californië verhuisde.

Een korte tijd later volgde McKenzie hem vanuit New York City en hij tekende een contract bij Lou Adlers label Ode. Phillips schreef en produceerde "San Francisco" voor McKenzie en het werd uitgebracht in 1967. Phillips speelde in dit nummer gitaar en Cass Elliot bespeelde de bellen. "San Fransisco" werd het hippie anthem bij uitstek. Scott zong het nummer op het Moneterey Festival in 1967 begeleid door the Mama's and the Papa's.

Na deze single werd "Like an old time movie" uitgebracht, wederom geschreven en geproduceerd door Phillips, maar veel minder succesvol dan zijn voorganger. McKenzie bracht twee albums uit: "The Voice of Scott McKenzie" en "Stained Glass Morning". Aan het eind van de jaren '60 stopte hij met opnemen en hij ging voor korte tijd in een woestijn en Virginia Beach wonen.

In 1986 ging hij in een nieuwe versie van The Mamas and the Papas zingen en in 1988 schreef hij samen met Phillips de Beach Boys hit "Kokomo". Scott McKenzie leed sinds 2010 aan het syndroom van Guillain-Barré, een perifere zenuwaandoening, en leefde alleen. Hij woonde en overleed in Los Angeles..

Dit is mijn EPtje uit die tijd.

Opmerkelijk is ook de vertaling van een frans nummer van Michel Polnareff "La poupée qui fait non", bij Scott simpelweg "No no no no"








maandag 13 augustus 2012

14 augustus 1967 - the day the music died.




Op 14 Augustus 1967, om 15.00 uur, staakt de populaire Britse zeezender Radio London (“Big L”) haar uitzendingen.

Het station zond uit op 266 meter van de middengolf vanaf het schip “Galaxy” (een vroegere mijnenveger van de Amerikaanse marine) dat 3½ mijl uit de kust van Frinton-on-Sea, ten noorden van de Theems-monding voor anker was gegaan.

Radio London begon na testuitzendingen op 23 december 1964 met geregelde programma’s. Het schip had een zendmast van bijna 70 meter hoog en de zender had een vermogen van 75 kW. Het station introduceerde als eerste in Europa de befaamde Amerikaanse radiojingles van de firma PAMS (“Wonderful Radio London!”) uit Dallas en had daardoor een zeer herkenbaar geluid. Het Amerikaanse Top 40-muziekformaat viel zeer in de smaak bij het publiek en daardoor was de zender heel populair. Radio London had naar schatting 12 miljoen luisteraars in Groot-Brittannië en 4 miljoen op het vasteland.

De volgende dag wordt in Engeland de Marine Broadcasting Offences Act van kracht. Deze wet maakt iedere vorm van medewerking aan de activiteiten van de zeezenders strafbaar.

Bruce Johnston van The Beach Boys is aan boord van het zendschip Galaxy (een vroegere mijnenveger van de Amerikaanse marine) om de laatste uitzending van Radio London mee te maken.

Alle andere Britse zeezenders, waaronder Radio 2-7-0 en Radio Scotland, volgen het voorbeeld.


Twee zenders gaan door : Radio Caroline North en Radio Caroline South. Het zou echter maar voor een paar maanden zijn, want in Maart 1968 worden zijn schepen voor rekening van een Nederlandse schuldeiser op open zee in beslag genomen.


Hier is dat allerlaatste uur van "the BIG L".





zondag 12 augustus 2012

Kyu Sakamoto - Sukiyaki (1963)



Op 12 augustus 1985 kwam Kyu Sakamoto bij een vliegtuig ongeluk om het leven.

Sakamoto werd geboren in Kawasaki, hij was de jongste telg in een gezin van negen kinderen. Zijn roepnaam is Kyū (九), wat Japans is voor 'negen'. Sakamoto is een neef van de freejazz-saxofonist Kaoru Abe. Sakamoto begon te zingen op de middelbare school en werd al snel populair. In 1958 werd hij zanger in de Japanse popband 'The Drifters'.

Een van zijn bekendste en meest geliefde nummers was Ashita ga aru sa (Er is altijd morgen nog). Het lied werd gecoverd door de Japanse band Ulfuls in 2001. Sakamoto was nauw betrokken bij het welzijn van ouderen, jongeren en gehandicapten in Japan. Zijn lied Ashita ga aru sa was dan ook het themalied van de Paralympische Zomer Spelen in 1964 die in Tokio werden gehouden.

In 1963 had Sakamoto een internationale hit met het lied "Ue o muite arukō", dat wereldwijd bekend is geworden onder de titel: 'Sukiyaki'.

Op 12 augustus 1985 kwam Kyū Sakamoto om het leven in een vliegtuigongeluk waarbij zijn vlucht 123 van Japan Airlines crashte toen het de bergkam van de Takamagahara raakte in de prefectuur Gunma, circa 100 kilometer buiten Tokio. Voordat het vliegtuig neerstortte heeft Sakamoto nog een afscheidsbriefje kunnen schrijven aan zijn vrouw, Yukiko Kashiwagi, met wie hij zijn twee dochters Hanako en Maiko had. Kyū Sakamoto is 43 jaar oud geworden.

Zijn populairste lied, Sukiyaki, dat eigenlijk Ue o muite arukō heet, bezorgde Sakamoto internationale faam. Het lied stond in 1963 in de hitlijsten in zowel Japan als de Verenigde Staten. In de Verenigde Staten stond Sukiyaki drie weken lang boven aan de Billboard Hot 100 lijst en was daarmee tevens het eerste en enige volledig Japanstalige lied dat die notering ooit behaalde. De liedtekst is geschreven door Rokusuke Ei en de muziek is gecomponeerd door Hachidai Nakamura. De liedtekst verhaalt over een man die opkijkt terwijl hij loopt om zo te voorkomen dat zijn tranen vallen in elk seizoen van het jaar.

Het lied wordt officieus Sukiyaki genoemd omdat men de originele Japanse titel té complex achtte voor het Amerikaanse publiek. Daarom werd een bekend woord gekozen dat mensen zouden associëren met Japan; ook al heeft het woord Sukiyaki als zodanig totaal geen verband met het verhaal dat wordt verteld in het lied. Een columnist van het tijdschrift Newsweek merkte op dat de hertiteling vergelijkbaar zou zijn met het uitbrengen van het lied Moon River in Japan onder de titel: Beef Stew (rundstoofpot). Naar alle waarschijnlijkheid werd deze associatie met eten gemaakt omdat Sukiyaki een populair Japans eenpansgerecht is. Ondanks dit gegeven werd het lied alsnog succesvol bij het buitenlandse publiek.


Sukiyaki ("Ue o muite arukō")



vrijdag 10 augustus 2012

Helen Shapiro - You don't know (1961)



Helen Shapiro komt op 10 Augustus 1961 op de eerste plaats van de Engelse hitlijst met het nummer "You Don't Know". Met haar 14 jaar is Helen Shapiro de jongste artiest ooit, die een nummer 1 hit scoort in Engeland.

Helen Shapiro groeide op in Hackney in Londen. Haar grootouders waren joodse immigranten uit Rusland. Ze groeide op in een arm gezin, waar geen geld was voor een platenspeler. Muziek werd echter wel gestimuleerd in het gezin. Zo leerde Shapiro als kind banjo spelen en zong ze soms mee met haar broer Ron in een jazzgroepje. Als jong meisje had ze al een lage stem, wat haar de bijnaam Foghorn (misthoorn) opleverde. Eind jaren 50 zong ze in het groepje Susie & The Hula-Hoops, waar ook de latere T-Rex-zanger Marc Bolan deel van uit maakte.

Shapiro overtuigde haar ouders om zanglessen voor haar te betalen en kwam zo terecht bij Maurice Berman's Singing Academy. Daar werd ze in 1961 op 14-jarige leeftijd ontdekt door John Schroeder, die erg enthousiast was over haar stem. Hij maakte een opname en liet het aan zijn baas, de producer Norrie Paramor horen, die in eerste instantie dacht dat de stem van een jongen was.

Shapiro kreeg een contract en mocht direct haar eerste singletje opnemen. Schroeder zocht naar een liedje dat goed bij haar leeftijd paste en schreef met Mike Hawler voor haar "Don't treat me like a child". Het was direkt raak. Ze schoot naar de derde plaats in de UK Charts.

Als opvolger wilde Schroeder niet in hetzelfde thema blijven hangen en schreef "You don't know". Met dat nummer had ze haar eerste nummer 1-hit en werd daarmee de jongste zangeres met een nummer 1-hit in het Verenigd Koninkrijk.

Haar grootste hit had ze echter met haar derde single: "Walkin' back to happiness".

Ondanks dat ze met dit nummer weer een Britse nummer 1-hit scoorde, het nummer ook in de Verenigde Staten werd uitgebracht en ze het mocht zingen in de populaire Ed Sullivan Show, kwam het daar niet verder dan één week op de honderdste plaats in de Billboard Hot 100. Bij ons was het echter een monsterhit. Shapiro zelf had dit succes niet verwacht, omdat ze het nummer nogal oubollig vond.

Begin 1962 had Shapiro haar laatste grote successen met "Tell me what he said" en haar debuutalbum "'Tops' with me". 


             The Beatles, Helen, Dusty Springfield en Billy J. Kramer
 

In Engeland bleef ze gedurende de jaren 60 ook doorgaan met het uitbrengen van nieuwe nummers, maar kon daarmee het succes van 1961 niet meer evenaren. Na "Tell me what he said" had Shapiro nog zeven hits, waarvan de nummer 8-hit "Little Miss Lonely" uit 1962 de grootste was. Hoewel haar platen minder goed verkochten bleef ze begin jaren 60 erg populair.

In 1963 toerde ze samen met The Beatles door Engeland, waarbij The Beatles onder haar naam op de affiches stonden. Op 4 oktober 1963 traden Helen Shapiro en The Beatles allebei op in het televisieprogramma Ready Steady Go!. Shapiro zong daar haar nummer "Look who it is". In het clipje zingt ze John Lennon, George Harrison en Ringo Starr toe. Gedurende de tournee door Engeland werden de Beatles populairder en werden zij de hoofdact. John Lennon en Paul McCartney schreven voor haar het nummer "Misery", maar Shapiro's producer Paramor koos ervoor het nummer "Queen for tonight", een cover van Johnny Hallydays "King for tonight" uit te brengen. "Queen for tonight" werd een bescheiden hitje en The Beatles namen "Misery" later zelf op voor hun album "Please Please Me".

 


Nadat met The Beatles de beatmuziek populair werd, ging de populariteit van Helen Shapiro achteruit. In 1964 had ze haar laatste Britse hit met "Fever". Daarna ging ze tot 1969 door met het opnemen van singles, maar deze kregen nauwelijks bekendheid.

Dit is haar eerste EP, met daarop de haar eerste twee sngles, uit 1961.








woensdag 8 augustus 2012

Ferre Grignard - Drunken Sailor (1966)




Vandaag, dertig jaar geleden stierf Ferre Grignard, na een lange strijd tegen keelkanker.

Hij wordt op 13 Maart 1939 in Antwerpen geboren. In 1966 heeft hij zijn eerste hit met "Ring Ring (I've Got To Sing)".

Hierna volgen ondermeer "Drunken Sailor" en "Yellow You Yellow Me".

Hoogtepunt was een optreden in Olympia in Parijs. Kort daarop klaagde hij de Franse vedette Johnny Hallyday aan, die een bewerking had gemaakt van zijn tweede hit "My crucified Jesus". Het plagiaat zelf kon hem niet zoveel schelen, wel het feit dat Halliday er een tekst op had gemaakt, die beledigend was tegenover hippies in het algemeen en Grignard in het bijzonder.

Grignard leefde overeenkomstig zijn imago: wild en nonchalant. Dat deed zijn carrière geen goed. De fans waren hem snel vergeten en Grignard werd weer cafézanger. Vlak voordat hij in 1982 aan keelkanker zou overlijden, probeerde hij een comeback te maken, "met beklemmend werk, indringend als een lange doodskreet".


 Met Wannes in de Muze


Ferre Grignard’s carrière demareerde als een raket, voor hem veel te snel. Van de ene op de andere dag was hij rijk. Hij gaat wonen in het geboortehuis van Peter Benoit. Hij omringt er zich met een aantal kameraden met wie hij schildert,maar vooral feestjes bouwt en zich letterlijk te pletter drinkt.

Hij wilde de nonchalante zanger blijven waarvoor men hem aanzag en bewonderde. Zijn inkomsten interesseren hem niet, zijn boekhouding evenmin. Belastingen wil hij niet betalen... tot de fiscus beslag legt op zijn royalties.

Hij krijgt het in de loop van de jaren zeventig ook eens aan de stok met z’n platenfirma Philips. Zijn manager, Louis de Vries, verkoopt hem letterlijk aan Barclay, de franse gigant. Ferre probeert nog een elpee te maken, maar dat lukt nauwelijks. Zij twee “Barclay albums” zijn ondermaats.  In 1969 brengt Barclay nog de elpee  ‘Captain disaster’ uit . Nu weten we dat dat de start was van zijn ondergang .

 

 
En dan staat Ferre terug waar hij begon. Op straat.
 
Hij gaat opnieuw heel bescheiden wonen. Gelukkig is er nog zijn moeder en een tante  die hem bevoorraden en zorgen dat hij toch wat geld heeft om rond te komen. Hij geraakt opnieuw in zijn oude biotoop, De Muze,  verzeild. Het roken en de drank maken zich almaar meer meester van hem.

Ferre Grignard is 43 jaar geworden.








zondag 5 augustus 2012

The Isley Brothers - Shout ! (1959)



In New York nemen The Isley Brothers op 5 Augustus 1959 het zelfgeschreven nummer “Shout” op. De single wordt op 21 September 1959 uitgebracht. Hij haalt een bescheiden 47-ste plaats in de Amerikaanse hitparade.

Het nummer is bijna per toeval ontstaan in de zomer van 1959, tijdens een concert in Washington DC. 

The Isley Brothers zongen “Lonely Teardrops” van Jackie Wilson. Plots roept zanger Ronald Isley: " Weeeellllllllll... you know you make me want to SHOUT". De broers Rudolph en O' Kelly Isley beginnen direkt te improviseren. Het publiek gaat compleet uit zijn dak.

Prompt stelt RCA baas Howard Bloom voor om dit als eerste single op RCA uit te brengen.

The Isley Brothers geraakten niet verder dan #47 met de song in de Billnboard Charts.
“Shout” wordt wel een Top 10-hit in Amerika in de uitvoering van Joey Dee And The Starlighters (1962).

In Europa wordt Shout in 1964 een hit in de uitvoering van de Engelse Lulu. The Trammps halen met hun versie van Shout in 1975 de vijfde plaats in de Nederlandse Top 40.
De volgende vier singles van The Isley Brothers floppen. Pas in 1962 met Twist And Shout heeft de groep weer een hit.

Covers zijn : Johnny O'Keefe (1960) , Joey Dee & The Starliters (1962) , Dion (1962) , Johnny Hallyday (1962) , Danyel Gerard (1962) [als Improvisez le shout], Beatles (1964) , Lulu & The Luvvers (1964) , Kingsmen (1965) , Question Mark & The Mysterians (1966) , Chambers Brothers (1969) , Trammps (1975) , Joan Jett (1981) , Garland Jeffreys (1983) , Louchie Lou & Michie One (1993) [vrouwelijk rapduo; hit UK], Championettes (1993) [Loes Van den Heuvel in medley].


The Isley Brothers - Shout (parts 1 & 2)



maandag 14 mei 2012

Donald "Duck" Dunn (Memphis, 24 november 1941 – Tokio, 13 mei 2012)




Donald "Duck" Dunn is gisteren overleden. Donald "Duck" Dunn speelde in de legendarische rockband Booker T. & the M.G.'s. en trad op met onder meer Neil Young, Eric Clapton, Bob Dylan, Tom Petty en Rod Stewart. De jongsten kenden hem als de bassist van de Blues Brothers.

Dunn werd geboren in Memphis, Tennessee, en kreeg de bijnaam "Duck" toen hij als kind naar Disney-films keek. Hij raakte bevriend met gitarist Steve Cropper, die later één van de oprichters van Booker T. & the M.G.'s was. Hij bleef zijn leven lang met Cropper bevriend.

Dunn was tevens de bassist van de Blues Brothers Band. Hij speelde in die hoedanigheid zichzelf in de gelijknamige film over de band uit 1980. De 70-jarige bassist overleed tijdens de nacht van zaterdag op zondag, na een optreden in Tokio. Over de doodsoorzaak is nog niets bekend.

Booker T. and the MG's - Green Onions





Keith Relf (22 maart 1943 - 14 mei 1976)




Op 14 Mei 1976 wordt Keith Relf, de mede-oprichter en voormalige zanger van The Yardbirds in zijn woning in Londen geelektrocuteerd, als hij een slecht geaarde elektrische gitaar probeert te stemmen. Op het internet doet een hardnekkig gerucht de ronde dat hij gitaar aan het spelen was in zijn badkuip, maar dat wordt door Relf's nabestaanden tegengesproken. Keith's acht jarige zoontje vindt hem namelijk in de opnamestudio die hij in de kelder van zijn huis had laten bouwen.

William Keith Relf wordt op 22 Maart 1943 geboren in Richmond, Londen en richt in 1963 samen met Chris Dreja, Paul Samwell-Smith en Jim McCarty) de groep The Yardbirds op. Voordat de groep platen maakt wordt het vijfde lid, de jeugdige gitarist Anthony Topham, vervangen door Eric Clapton (ex-Roosters). The Yardbirds worden de opvolgers van de Stones, die door hun succes te groot zijn geworden voor het Londense clubcircuit. Als singles worden "I Ain't Got You" en "For Your Love" uitgebracht. Nadat laatstgenoemde zeer succesvolle single is verschenen, verlaat Clapton de groep, omdat hij het niet eens is met de experimentele richting die de groep wil inslaan. In 1965 voegt hij zich bij The Bluesbreakers, en wordt vervangen door Jeff Beck.

Beck is één van de eerste gitaristen die experimenteren met geluidseffecten en feedback. Deze bezetting maakt ondermeer de klassiekers "Heart Full Of Soul", "Evil Hearted You", "Still I'm Sad" en "Shapes Of Things". In Juni 1966 verlaat Samwell-Smith de groep om producer te worden; hij wordt vervangen door Jimmy Page. Als Beck ziek wordt, stapt Dreja over op basgitaar en gaat Page gitaar spelen. Nadat Beck is hersteld, blijft Page gitaar spelen en werkt men enige tijd met twee sologitaristen. Deze bezetting maakt alleen de single "Happenings Ten Years Time Ago", daarna verlaat Beck in December 1966 The Yardbirds om The Jeff Beck Group op te richten.

Na een mislukte poging om in de Verenigde Staten alsnog door te breken met de door Mickie Most geproduceerde singles "Ten Little Indians" en "Ha Ha Said The Clown" wordt de groep in de zomer van 1968 door Keith Relf ontbonden. Relf richt daarna Renaissance op, die hij na één elpee weer verlaat. Een tweede poging, met Armageddon, mislukt eveneens. Keith Relf is 33 jaar geworden.

Dit was de laatste Yardbirds single

Ha Ha said the Clown



Tinker, Tailor, Soldier, Sailor



 The Yardbirds met Keith Relf in het midden, naast Jimmy Page en Jeff Beck (uiterst rechts)

zaterdag 21 april 2012

Sandy Denny (1947 - 1978)




Op 21 April 1978 overlijdt, in Londen, de zangeres Sandy Denny  aan een hersenbloeding nadat ze in het huis van een vriend van de trap is gevallen.

Sandy Denny wordt op 6 Juni 1947 in Wimbledon, London geboren als Alexandra Elene McLean Denny.  Denny studeerde voor verpleegster maar ging zich serieus met muziek bezighouden na een ontmoeting met de toen nog onbekende Simon and Garfunkel.

Denny trad voor het eerst op voor de BBC op 2 December 1966 in een folk programma in the Folk Song Cellar, waar ze twee traditionals zong : “Fhir a Bhata” en “Green Grow the Laurels”. Paul Simon zat in hetzelfde programma.

Een paar maanden later maakte ze haar eerste album met akoestische nummers. Het zou pas in 1978 verschijnen.

In 1967 werd ze lid van de band The Strawbs waarvan hetzelfde jaar het album Sandy Denny & the Strawbs verscheen. Een nummer van dit album, Who Knows Where the Time Goes?, werd in 1968 in de uitvoering van Judy Collins een grote hit. Denny’s verblijf bij The Strawbs was van korte duur, want al in 1968 werd ze gevraagd Judy Dyble te vervangen in Fairport Convention. 


Haar komst veranderde het geluid van de band in belangrijke mate. De voorheen sterk op de Amerikaanse folk gerichte groep sloeg nu een meer Brits/keltisch klinkende richting in.



 

Op de albums What we did on our holidays, Unhalfbricking en Liege and Lief, alle uit 1969, speelde Denny een grote rol als zangeres, terwijl enkele van de beste nummers ook door haar werden geschreven.

Reeds in 1970 verliet ze Fairport Convention and richtte ze de band Fotheringay op, waarmee een album werd opgenomen. In Fotheringay speelde ook haar toekomstige echtgenoot Trevor Lucas.

Een tweede album werd niet voltooid. In de jaren zeventig nam Denny een aantal soloalbums uit van wisselende kwaliteit. Ook zong zij een duet met Robert Plant op het Led Zeppelin IV-album uit 1971, The Battle of Evermore, dat heel nadrukkelijk de ‘folk-kant’ van Led Zeppelin belicht. In 1973 keerde ze terug bij Fairport Convention en ging met de band op wereldtournee, resulterend in het live album Live Convention. In 1975 volgde het album Rising for the Moon, waarna ze de band weer verliet.

Sandy’s laatste album, het wat overgeproduceerde Rendezvous, verscheen in 1977 en was een weinig succesvolle poging een groter publiek te bereiken. In juli van dat jaar werd ze moeder. Korte tijd daarna begon ze met haar man plannen te maken om naar Amerika te verhuizen. Zo ver kwam het niet.

Sandy Denny overlijdt op 21 april 1978 aan hersenletsel. Dit heeft zij opgelopen nadat zij thuis in Londen dronken van een trap is gevallen. Haar leven is een chaos. Sandy Denny deelt het bed met o.a. Keith Moon van The Who en Lowell George van Little Feat. Zij trouwt met de Australische zanger/producer Trevor Lucas. Zij kan niet van de fles afblijven. Dronken valt Sandy Denny eind 1977 van een trap. Hierna negeert zij de verwondingen aan haar hoofd. Trevor Lucas heeft haar inmiddels verlaten. Met hun negen maanden oude dochter Georgia is hij naar Australië vertrokken. Sandy Denny stort op 21 april 1978 opnieuw dronken van een trap. Interne bloedingen worden haar fataal.

Na haar dood verschijnen nog enkele cassettes en platen met niet eerder uitgebrachte opnamen, waaronder Gold Dust, een live album van haar allerlaatste optreden op 27 November 1977. Sandy Denny is 37 jaar geworden.


Hierbij een aantal "zeldzaamheden", niet uit haar Fairport verleden, maar solo, zowel voor de Fairports als daarna.

Pretty Polly



The 3:10  to Yuma 



Like an old fashioned Waltz



vrijdag 20 april 2012

Levon Helm (1940 - 2012)




Levon Helm is gestorven.

De sympathieke, gebaarde Levon Helm met het typisch zuiderse accent gaat de geschiedenis in als de zingende drummer van een van beste groepen uit de jaren ’60 en ‘70, ‘The Band’. Die werd bekend als begeleidingsgroep van Bob Dylan.

Van de originele bezetting van ‘The Band’ zijn nu enkel nog zanger-gitarist Robbie Robertson en toetsenman en wonderboy Garth Hudson in leven. Richard Manuel (keyboards en zang) en Rick Danko (bas en zang) stierven respectievelijk in 1986 en 1999. Alle leden waren Canadezen, behalve Levon Helm.

Met hun eigen Americana-, folk- en rockmuziek creërt ‘The Band’ al snel een geheel unieke sound die ze voor het eerst op plaat konden vastleggen bij het album “Music From Big Pink” in 1968, genoemd naar de plaats waar de groepsleden samen woonden. In totaal bracht ‘The Band’ zeven albums uit die tot het historische muziekarchief van Amerika zijn gaan behoren.

Helm zong naast ‘The Night’ ook ‘Up on Cripple Creek’, 'Rag Mama Rag'  en ‘The Weight’.

Mark Lavon Helm werd geboren op 26 mei 1940 in Elaine, Arkansas als het tweede van vier kinderen in een gezin van katoenboeren én muziekliefhebbers. Met zijn zus Linda won hij al op jonge leeftijd muziekwedstrijdjes. Zijn echte muzikale carrière begon toen hij bij Ronnie Hawkins drums ging spelen.

Daar leerde hij ook de andere leden kennen van wat later ‘The Band’ zou worden. Hun eerste album ‘Music from Big Pink’, kwam uit in 1968, een jaar later hun meest geliefde plaat ‘The Band’. Dat de groep een unieke plaats bekleed in de moderne Amerikaanse muziekgeschiedenis bewees de aanwezigheid van grootheden als Van Morisson, Neil Young, Bob Dylan, Eric Clapton, Muddy Waters en Doctor John op hun afscheidsconcert van 1978.

Met Levon Helm gaat een deel van het levend geheugen van de Amerikaanse Roots heen.

"Anna Lee" uit "Dirt Farmer" met zijn dochter Amy (van Ollabelle)



"You'll never again be mine" uit "The Lost Notebooks of Hank Williams"