dinsdag 25 december 2012

Dylan’s Christmas in the heart (2009)




Kerstmis. Voor een Dylanfan is de volgende post evident, hoewel.

Vier jaren geleden verblijdde his Bobness ons met een “Kerstplaat”, Hallelujah. Niet een echte Bob Dylan plaat, geen Americana, niks speciaals, gewoon een Kerstplaat. Op zich was het een niemendalletje, aangenaam voor de tijd van het jaar, maar meer niet.

Dylan speelde hier een plaat vol met kerstliederen. Ik ging op zoek naar de oudste opnamen ervan.

Dit zijn die originelen :

01 – Here Comes Santa Clause – Gene Autry
02 – Do you Hear What I Hear – Harry Simeone Chorale
03 – Winter Wonderland – Richard Himber & His Orchestra
04 – Hark! the Herald Angels Sing – Henry Burr (geschreven door  Felix Mendelssohn Bartholdy)
05 – I’ll Be Home For Christmas (If Only in my Dreams) – Bing Crosby
06 – Carol of the Drum – Trapp Family
07 – The Christmas Blues – Jo Stafford
08 – O’ Come all Ye Faithful (Adeste Fideles) – Unknown Player
Dit is echt de oudste opname van  “O’ Come all Ye Faithful (Adeste Fideles)”  uit  1899.
09 – Have Yourself a Merry Little Christmas – Judy Garland
10 – Must Be Santa – Mitch Miller
11 – Silver Bells – Bob Hope & Marilyn Maxwell
12 – The First Noel – The Invincible Male Quartet
13 – Christmas Island – Andrews Sisters and Guy Lombardo and His Royal
14 – The Christmas Song – Nat King Cole
15 – Oh, Little Town of Bethlehem – Trinity Choir






zondag 23 december 2012

Deep Purple's Black Night - de Riff



"Black Night" staat op die fantastische Deep Purple elpee "In Rock" De song drijft op een fantastische riff gespeeld door gitarist Ritchie Blackmore .

Waar komt dat vandaan ?

Welnu, riff en intro zijn een getrouwe kopie van de basriff van Summertime van Rick Nelson ('62). Dat zegt Ritchie Blackmore in een BBC documentaire, en hij kan het weten.

Rick Nelson - Summertime




Deep Purple - Black Night.





donderdag 20 december 2012

Patti Witten, een verre vriend



Singer songwriter Patti Witten groeide op in een muzikale familie. Ze leerde natuurlijker wijze (klassieke) muziek spelen.

Toen ze negen was begon ze met viool en fluit lessen. In haar vrije tijd leerde ze ook gitaar.

Patti Witten begon professioneel aan het einde van de jaren '70. Ze deed haar eerste echte optreden als fluitiste in een jazz ensemble. Ze speelde mee in een aantal pop en folk bands en zelfs een R & B dance band.

In 1988 ging ze “serieus” werken, Witten werd grafisch ontwerper.  Ze illustreerde kinderboeken.

In 1997 kwam ze terug tot haar oude liefde, de muziek. Ze had zich ingeschreven voor een workshop muziek en gitaar, gegeven door Roseanne Cash (dochter van). Deze workshop was zo begeesterend en Roseanne Cash moedigde haar zo aan dat Patti besloot om nu serieus  muziek te gaan maken.

Daarna leek er geen houden meer aan. 



 

In 1999 nog won Patti Witten een aantal wedstrijden, waaronder het Great American Songfestival, en het 16e Mid-Atlantische Songfestival.

Dat zelfde jaar bracht ze in eigen beheer haar prachtige solo debuutalbum, “Land of Souvenirs” uit.

Al gauw volgden een nieuw album, ditmaal wel bij een gevestigde uitgever, “Prairie Doll”.

Haar beste album tot nog toe is nu al zes jaren oud “Sycamore Tryst” met het pachtige “Black Butterfly.

Ik leerde haar een tiental jaren geleden kennen en ben nog steeds een fan.

Hi Patti !






Black Butterfly



Tell the Wind



Encircled (voor Joni Mitchell)




zaterdag 15 december 2012

David Ackles - Road to Cairo (1968)




David Thomas Ackles (27 februari 1937 - 02 maart 1999) was een Amerikaanse singer-songwriter. Hij nam  tussen 1968 en 1973 vier albums op.

Ackels was volstrekt uniek, geen rockster, helemaal apart.

Geen wonder dus dat hij nooit echt commerciëel succes kende. En toch..

Mensen als  de Britse singer-songwriters,  Elvis Costello, Elton John en Phil Collins zeggen allemaal door hem te zijn beïnvloed.  Na Ackles dood zei Costello: "Het is mij een raadsel waarom zijn prachtige songs niet meer bekend zijn"

Ackles begon zijn opname carrière als staf songwriter voor Jac Holzman bij Elektra Records. Geen van de nummers die hij schreef waren goed genoeg voor een van Elektra's artiesten en Holzman suggereerde dan maar dat David Ackles zijn werk zelf zou opnemen. 

 


Zijn eerste album, “David Ackles” (1968) was een steengoed album, maar commercieel succes was er niet. Zelfs wanneer het in 1971 werd heruitgegeven bleef het succes weg.

De follow-up uit 1969, “Subway to the Country”,  bevatte nummers die sterk theatrale invloeden versmolten met piano-based rock. Zijn liedjes weerspiegelden de zelfkant van het leven, maatschappelijke verschoppelingen. Op deze manier liep hij vooruit op de songs van Bruce Springsteen en Steve Earle.




Zijn “hit album” “American Gothic”, uitgebracht in 1972, werd geproduceerd door Elton John's tekstschrijver Bernie Taupin. Het album deed het niet slecht maar buiten de loftrompet van collega’s werd het eigenlijk de derde flop op een rij. Elektra zag geen  commerciële vooruitzichten meer in de man en liet hem na dit album vallen.

Hij maakte nog een album voor CBS maar daarbij bleef het.

David Ackles ging lesgeven in muziek tot aan zijn vroegtijdige dood in 1999.




“Road To Cairo”  uit zijn eerste album werd gecoverd door Brian Auger & Julie Driscoll in 1968.

David Ackles nam er toen ook een franse versie van op “La Route a Chicago”








vrijdag 14 december 2012

The Who - Ready Steady Who (1966)




“Ready Steady Who”  is een (neen …de) EP van The Who.

Het was hun enige UK EP en werd gereleased op 11 november 1966. De titel verwijst naar “Ready Steady Go!”, het TV programma waar de groep pas had opgetreden.

De EP bevat verschillende opnames van wat werd uitgevoerd op tijdens die tv-show.

Het gaat om

- twee originele nummers van Pete Townshend, en
- covers van het thema van de Batman tv-serie en Jan en Dean's "Bucket T".
- en een cover van The Regents '"Barbara Ann", een song waarvoor the Who zich inspireerden op het arrangement van de Beach Boys.







dinsdag 11 december 2012

Chuck Berry - Nadine (EP "Eddy Mitchell présente..." (1964)




Charles Edward Anderson Berry werd geboren te St. Louis, Missouri op 18 oktober 1926.

Chuck Berry is misschien wel de meest invloedrijkste gitarist uit de moderne muziek en wordt ook wel als 'de vader van de rock and roll' bestempeld. Weliswaar was hij het niet die de rock and roll introduceerde, maar zijn gitaarwerk inspireerde vele gitaristen, van the Beach Boys tot Jimi Hendrix, van Stevie Ray Vaughan tot Eddie van Halen. Maar ook Jimmy Page, Keith Richards, Duane Allman, John Lennon, George Harrison en anderen. Elke muzikant kent de impact die Chuck Berry op de populaire muziek heeft gehad en nog heeft.

Of zoals Eric Clapton zei : “Er is geen andere manier om rock 'n roll te spelen.“

Zelf werd Chuck beïnvloed door gitaristen als Muddy Waters, Charlie Christian, Elmore James (king of the slide guitar), Carl Hogan en Chester Arthur Burnett (Howlin' Wolf).

Berry was een zanger-songwriter en vooral gitarist die inhaakte op de nieuwe ontwikkelingen van de muziek in de jaren vijftig. Chuck's muziek stijl was simpel maar erg effectief op de manier als het klonk. Een mengsel van country music en blues gespeeld in uptempo.

Dit is mijn eerste franse EP (geïntroduceerd door Eddy Mitchell in de reeks “les Rois du Rock”) van Chuck Berry. Uit 1964.

Pure magie en nostalgie !


Chuck Berry - Nadine (EP "Eddy Mitchell présente..."  (1964)






vrijdag 7 december 2012

Georgie Fame - Rhythm and Blues at the Flamingo (UK EP 1964)



De EP met de titel "Rhythm & Blues at the Flamingo", werd uitgebracht in november 1964, precies twee maanden voor zijn "Yeh Yeh" single Georgie Fame naar de nr. 1 in de UK charts stuwde.

De EP bevatte vier nummers van de LP opgenomen in een bezwete nacht op het podium voor een kokend publiek in de Flamingo Club Londen.

De EP opent met James Brown's "Night Train" (ook de LP's opener). Direct hoor je wat voor een echte band hier speelt. Een goeie sterke blazerssectie en het Hammond Orgel van Fame. En niet te vergeten de conga's van Speedy Acquaye.

Het tweede nummer si een onderkoelde weergave van Mose Allison's "Parchman Farm" (doorspekt met wat opgewonden kreten door de bende van Georgie). Niemand in het Verenigd Koninkrijk deed Allison's songs zo goed als Georgie Fame.

Side Twee opent met Oscar Brown Jr interpretatie van Nat Adderley's "Work Song" vol enthousiasme.

Mose Allison's "Baby Please Do not go" sluit de EP af, een cover van Big Bill Broonzy.

Alle vier de nummers zijn goed uitgevoerd, de opnamekwaliteit klinkt een beetje dof (niet zo scherp als The Big Three's live-EP van de Cavern een jaar eerder) waarschijnlijk te wijten aan de opstelling van de microfoons tijdens de opname.

Ondanks alles is dit een document van de Britse R & B geschiedenis uit die schitterende beginjaren zestig.






Franscesco `Ciccio' Scarpelli - Tarantella guappa



Franscesco `Ciccio' Scarpelli alias Fred Scotti was een van de enigen die in de jaren zestig met deze gevaarlijke liederen van de mafia naar buiten trad.

Hij werd in 1971 werd doodgeschoten toen hij aanpapte met de vriendin van een mafioso.

Ciccio Scarpelli, aka Fred, was in de jaren zeventig een ware afgod. Hij zong op bruiloften of om aan eten te komen. De mafioso hadden tranen in hun ogen.

Hij stierf als een "held" van zijn liedjes, gedood op een avond in april 1971. Hij keek te veel naar de vrouw van een mafiabaas.

Op zijn grafsteen staat geschreven "A Ciccio, gedood door wrede hand."

Francis Scarpelli was een inwoner van Cosenza, en zong de zogenaamde "Canta di Malavita". Het was een echte kunstvorm. Hij zong onder de naam "Fred Scotti". Enkele van zijn opnames vinden we terug op de controversiële cd reeks gewijd aan "Muziek van de 'Ndrangheta' en de Mafia van een paar jaar geleden.

"Tarantella Guappa" is er zo een .
 Een donkere Tarantella vol met bedekte bedreigingen en dubbelzinnige implicaties.



 
Tarantella guappa

Comu ballanu belli ssi figghjoli!
Chi la Madonna li, chi la Madonna là,
chi la Madonna li pozz'aiutari!

Minatevi ssi corpi chianu chianu,
'ca sugnu distinati a ben muriri,
'ca sugnu distinati, bella, a ben muriri.

Si lu curteddu miu s'avìa lu tagghju,
carogna io ti sfreggiu e t'anzaccagnu,
carogna io ti sfreggiu e t'anzaccagnu.

E pe' piscà stu cefalu
ci misi 'na simana,
ca lu piscai di sulu
e stu cefalu capitù,
ca lu piscai di sira
e stu cefalu chi mi tira.
Tiritinguli e tiritunguli,
cucuzze e cucuzzuni,
lu spassu di li fimmini
su' l'omini 'ncudinuli!

Comu ballanu belli ssi figghjoli!
Chi Sant'Antoni li, chi Sant'Antoni là,
chi Sant'Antoni li pozz'aiutari!

Scinni Maredda mia, cunza lu lettu,
avìa li carni sua com'a lu lattu,
avìa li carni sua, bella, com'a lu lattu.

Abballati, abballati,
fimmini schjetti e maritati,
e si nun ballati bonu
nun vi cantu e nun vi sonu,
e si nun ballati pulitu
nci lu dico a lu vostru zitu.
Sciù sciù sciù,
quanti fimmini ca ci su'!
Sciù sciù sciù,
quanti fimmini ca ci su'!

Vorrìa mu moru, vorrìa mu moru,
cu' zuccaro e cafè mu m'imbalenu,
cu' zuccaro e cafè, bella, mu m'imbalenu.

E lu previti 'i Roccaforti
s'a fujiu c'a parmisana,
malanova ca jivanu forti
comu lu ventu di tramuntana,
malanova ca jivanu forti
comu lu ventu di tramuntana.

E lu punti di Petraci
fu la ruvina mia,
manijandu petra e caci
si nda jiu la vita mia,
manijandu petra e caci
si nda jiu la vita mia.

Faciti rota, faciti rota,
stamu morendu di la purvarata,
stamu morendu, bella, di la purvarata!

Vurria mu mi maritu a 'Ntonimina,
mu mi la levu 'n'antoniminara,
e nun m'importa no ch'è piccirina
basta che 'ndavi la dota di lana.







woensdag 5 december 2012

Tony Murena et son Ensemble Swing - Indifférence (1942)



Tony Murena et son Ensemble Swing - Indifférence (1942)
(Joseph Colombo/Tony Murena)

Originele opname: (Odeon) 1942

Tony Murena, is een accordeonist geboren in Italië in 1917. Hij overleed in Frankrijk in 1970. Geboren in Borgo dal di Taro, in de provincie Parma.

Hij was een Musette Accordeonist. Zijn werk is ongeveer het beste wat de Musette heeft voortgebracht.  Hij speelt met een bijna onvoorstelbare virtuositeit .

Zijn beroemdste composities zijn 'Indifférence' en 'Passion', twee manouche walsen, maar Tony Murena componeerde ook veel Paso-dobles, java, Tangos, en zelfs een paar echte  Be Bop walsen.

Op "Indifférence" wordt hij begeleid - zoals steeds - door de linkshandige gitarist Didi Duprat.


 



Covers zijn : Marcel Azzola (1950s) [chauffe Marcel!], Rum (1974) [als Muzette op Rum 2; eigenlijk Dirk Van Esbroeck solo die speelt op wat hij noemt "een tenor gitaar"....

En verder .... ja iedereen die wat accordeon kan spelen hé.


Tony Murena et son Ensemble Swing



Rum



dinsdag 4 december 2012

Frank Zappa (1940 - 1993)



19 jaren geleden stierf Frank Zappa.

Frank Vincent Zappa (Baltimore (Maryland), 21 december 1940 – Laurel Canyon (Californië), 4 december 1993) was in de eerste plaats een Amerikaans componist, die ook deel uitmaakte van of de leiding had over verschillende rockgroepen (zoals The Mothers Of Invention); daarnaast was hij een gerespecteerd musicus. Zappa mengde op geheel eigen wijze rockmuziek met psychedelica, jazz, experimentele muziek en eigentijdse klassieke muziek gecombineerd met een grote dosis zelfspot, humor en performance-art.

Zappa begon begin jaren zestig met het maken van muziek. In de beginperiode werkte hij veel samen met Captain Beefheart. Zijn eerste professionele opnamen werden gemaakt voor soundtracks, namelijk de films The World's Greatest Sinner en Run Home Slow. Hij maakte deze opnamen in Studio Z, in Rancho Cucamonga.

Medio jaren zestig werd Zappa lid van The Soul Giants. Hij werd de gitarist van de band. Niet lang daarna werd hij de 'leider', en hernoemde hij de band The Mothers. Ze werden opgemerkt door verschillende platen producers en tekenden bij Verve Records. Ze moesten wel de naam van de band veranderen van The Mothers, naar The Mothers of Invention, omdat mother een afkorting van motherfucker was (in die tijd werden goede muzikanten in het milieu motherfuckers genoemd). In 1966 kwam het eerste album van de band, Freak Out!, uit.




 
Na 1966, het jaar waarin hij met zijn Mothers of Invention Freak Out! uitbracht, de eerste dubbel-lp in de popgeschiedenis, is Frank Vincent Zappa in een paar jaar tijd berucht en beroemd geworden als popmuzikant, film- en theatermaker, componist, gitarist, maatschappijcriticus en cabaretier – niet noodzakelijkerwijs in die volgorde. Wat hij de wereld te vertellen had is in de eerste plaats vastgelegd op meer dan vijftig cd's, een stroom van releases waaraan hij, ook toen hij ziek was, is blijven werken en waarvan het einde ook nu nog niet in zicht is. Naast een aantal nog niet uitgebrachte albums moeten er in het kelder-archief in Los Angeles – Zappa bewaarde alles – nog stapels banden en partituren liggen.

Zappa was naast rockmuzikant ook een eigentijds klassiek componist. Wat zijn vroege werk betreft kwam dit naar voren in Lumpy Gravy (1967). Daarna bewoog hij zich een aantal jaren meer op jazz- resp. rockterrein, maar Orchestral Favorites (1979) en zijn beide platen met het London Symphony Orchestra (Vol. 1 (1983) en Vol. 2 (1987)) waren weer duidelijk modern-klassieke werken. In 1984 verscheen The Perfect Stranger, waarop Pierre Boulez met zijn Ensemble InterContemporain composities van Zappa uitvoerde.

Naast zijn interesse voor onder anderen Karlheinz Stockhausen, Igor Stravinsky en Anton Webern, is Zappa ook bekend om zijn idolatrie van Edgard Varèse, een modern componist. Zappa was een man van precisie, zeer kritisch voor zichzelf. Hij voerde steeds vernieuwingen door. Hij was de tweede in de popgeschiedenis die een dubbel-lp uitbracht (de eerste was Bob Dylan met Blonde on blonde). Hij produceerde, behalve zijn twee eerste platen, alles zelf, en was een van de eerste muzikanten die op een 4-track opnam, die hij dan nog zelf in elkaar geknutseld had. Zijn muziek laat zich bestempelen als avant-garde. De muzikant was vaak politiek en maatschappijkritisch in zijn teksten, die gekenmerkt worden door hun ironie. Zappa ageerde tegen oorlog, het fundamentalistische geloof en kleinburgerlijkheid, maar ook de popcultuur (hippies, discomuziek enzovoort) bleef niet gespaard. Vooral de media moeten het ontgelden in zijn nummers. Televisie, zo meende hij, is een gevaarlijke propagandamachine. Dit is te horen in zijn nummer I'm the slime uit 1973.

Naarmate hij ouder werd legde hij zich steeds meer op het componeren toe. Tot een van zijn klassiek-moderne hoogtepunten kan "The Yellow Shark" (1993) gerekend worden, de laatste cd die hij bij zijn leven maakte, waarop het Duitse Ensemble Modern werk van hem speelt, door hemzelf gedirigeerd. Een jaar later werd Civilization, Phaze III uitgebracht, waarmee hij tot zijn dood in 1993 bezig was.





Ik heb Zappa een aantal keren gezien. Eerst in de toen nog "Beaux-Arts" te Brussel met een wonderlijke uitvoering van "Louie Louie" door Ian Underwood op het grote orgel van de zaal Leboeuf.

Een jaar later (1969) zag ik Frank  jammen met Pink Floyd op het Festival te Amougies (bij Kluisbergen), een memorabele avond.

Uiteindelijk nog eens in 1972 met de Mothers aangevuld met het fantastische Duo, "The Phlorescent Leech & Eddie" of Mark Volman en Howard Kaylan, de twee leadzangers van de Turtles die een wonderlijke "Happy Together" brachten met the Mothers. Ik zat op de eerste rij. Overweldigend.

Tenslotte om de man even te herdenken een kleinigheidje uit Frankrijk (hier alleen uitgebracht), nl de single "Big Leg Emma / Son of Suzy Creemcheese"


Big Leg Emma



Son of Suzy Creemcheese




maandag 3 december 2012

Patti Page - Old Cape Cod (1957)




"Old Cape Cod" is een song uit 1957, geschreven door Claire Rothrock, Milton Yakus, en Allan Jeffrey.

De originele opname van Patti Page werd uitgebracht door Mercury Records met catalogus nummer 71101 met op de B Kant “Wondering”.

De song  piekte in de Disk Jockey charts op # 3, en geraakte tot  # 7 in de Billboard Hot 100.



 

Een sample van de opname Patti Page’s song vormde de basis voor Groove Armada’  Britse hit "At the River” uit 1997.

De tekst  "If you're fond of sand dunes and salty air, Quaint little villages here and there..."  (Als je houdt van duinen en zilte lucht, schilderachtige dorpjes hier en daar)  gezongen in Page's multi-tracked close-harmony, worden steeds maar weer herhaald met toevoeging van synthesizer bas, vertraagde drums en een bluesy trombone solo. 


Het geheel wordt een wonderlijke chill out track, een hit voor Groove Armada.




Hier zijn

Patti  Page – Old Cape Cod



Groove Armada – At the River



donderdag 29 november 2012

The Small Faces - I feel much better (1967)




"Tin Soldier" is een liedje van de Britse rockgroep Small Faces. Het verscheen oorspronkelijk op de Amerikaanse versie van hun tweede studioalbum, getiteld There Are But Four Small Faces, en werd op 2 december 1967 door Immediate Records als single uitgegeven. Het was daarmee de elfde single van de Small Faces en hun derde op het Immediate-label.

Marriott schreef het liedje aanvankelijk voor P.P. Arnold, maar besloot het zelf op te nemen. Arnold zong wel mee op deze plaat. In 1981 nam Marriot "Tin Soldier" opnieuw op met de band Humble Pie voor het album "Go for the Throat". Het liedje gaat over Jenny Rylands, met wie Marriott later trouwde.

Op de b-kant stond het door Steve Marriott, Ronnie Lane en Ian McLagan geschreven "I Feel Much Better".

Een niemendalletje waar the Faces vrolijk van "shoop shoop doowaddy waddy" en "shanga langa lang" geven.Voortgestuwd door de machtige bas van Ronnie Lane.

Heerlijk !






maandag 26 november 2012

Georgie Fame & the Blue Flames - Rhythm and Blue Beat (1964)



Georgie Fame is beïnvloed door jazz, blues en ska muziek. Hij leerde al piano spelen op zijn zevende. Op zijn zestiende tekende hij bij Larry Parnes, die hem zijn artiesten naam Georgie Fame gaf. Jarenlang tourde hij door de UK met artiesten als Joe Brown, Gene Vincent en Eddie Cochran. Hij speelde in de band van Billy Fury genaamd: The Blue Flames.

Hij leerde piano en orgel spelen in de kerk, werd ooit tweede bij een talentenjacht die Ringo Starr won, maar hij was als 16 jarige toch ontdekt. Hij ging mee op tournee met Eddie Cochran (die na het slotconcert verongelukte) en koos daarna voor een solo carriere.

In 1961 besloot Fury verder te gaan zonder de band en veranderde de band naam in Georgie Fame and the Blue Flames. 

 


Vanaf maart ‘62 stond ik met mijn eigen band The Blue Flames drie jaar lang elke avond in de Flamingo club in Soho, Londen. Daar kwamen Amerikaanse GI’s, muzikanten, beroemde en hippe mensen. De tijd in de Flamingo was voor mij een ongelofelijke muzikale ervaring.

Dit was het begin van een zeer succesvolle carriere met het spelen van rhythm and blues nummers.  Halverwege de jaren 60 waren zij de enige band uit de UK die werd uitgenodigd om te spelen in The Tamla Motown Package Show. Dit was een show met artiesten als Stevie Wonder en The Surpremes. Dit was de eerste keer dat de Motown show naar Engeland kwam.

 



In de zomer van ’65 verdrong Fame Help van de Beatles van de nr positie in de charts met zijn hit Yeh Yeh. “Ik had het nummer gehoord op een LP van Jon Hendricks en ik was meteen verkocht. Ik bracht het uit en kreeg na het bereiken van de nr 1 positie een telegram van de Beatles om mij te feliciteren. Zo ging dat in die tijd, er was geen rivaliteit tussen bands. Ik heb het telegram nog steeds ergens op mijn zolder.” Hendricks was en is altijd van grote invloed geweest op Fame. ‘Hij was mijn mentor, net zoals Mose Allison .” Nadien volgden nog enkele grote successen, zoals The Ballad of Bonnie & Clyde en Get Away, oorspronkelijk geschreven voor een benzinemerk. “Mijn pensioenplan,” grapt Fame.

Dit is Georgie's eerste EP uit de UK. (1964)








woensdag 21 november 2012

Het tragische verhaal van Tom Dula




Een van de meest bekende Amerikaanse folksongs is “Tom Dooley”.

Geschreven door ene Thomas Land, diep in de negentiende eeuw, maar het was het Kingston Trio dat het liedje in 1958 zes miljoen keer wist te verkopen, een succes dat volgens velen de aanzet vormde tot de ‘folk boom’ in de jaren erna.

Hang your head, Tom Dooley. 





 

Maar wat is eigenlijk het verhaal achter song ?

Dit is het verhaal van een jonge soldaat van de zuiderse confederatie, Tom Dula, wiens naam in het plaatselijke dialect als ‘dooley’ werd uitgesproken. Tom Dooley, die naar zijn huis terugkeerde in Happy Valley op de Yadkin Rivier in Wilkes County, North Carolina na de Burgeroorlog.

Tom had in de Amerikaanse burgeroorlog meegestreden, had de slag bij Gettysburg overleefd en was nogal graag gezien bij de vrouwen in Wilkes County, North Carolina, waar Dula op 22 juni 1845 ter wereld kwam.

Hij was de jongste van drie zonen. Op school kwam hij waarschijnlijk de nichtjes Ann en Laura Foster tegen. Hij werd verliefd op Ann, maar drie maanden voor zijn achttiende verjaardag, op 15 maart 1862, meldde hij zich aan bij het 42ste North Carolina Infantry Regiment. Toen hij drie jaar later afzwaaide, was Ann - in de veronderstelling dat ze haar Tom nooit meer terug zou zien - inmiddels getrouwd met een oude boer, James Melton.


Tom Dula was een “ladies man”. Ann Foster was getrouwd, ok dan neem ik haar nichtje, Laura. En zo gebeurde het.  Binnen de kortste keren was Laura  zwanger, iets wat in het puriteinse Wilkes bepaald niet door de beugel kon. Ze besloten er samen vandoor te gaan.

Kort daarna werd het lichaam van Laura gevonden. Ze was meerdere keren gestoken met een groot mes. Door het gruwelijke karakter van de moord én door de omstandigheid dat Laura zwanger was, kreeg de zaak landelijke aandacht.


 
Bob Grayson

Tom had afspraken gemaakt met Laura om weg te lopen en te trouwen. In de nacht nam ze wat kleren die ze kon dragen en vertrok te paard voor haar rendez-vous met Tom.

Ze verdwenen. Laura was achttien op het moment. Haar familie zocht haar, maar het mocht niet baten. Naarmate de tijd verstreek vermoedden ze wel dat Laura was weggelopen met Tom Dooley. Een drietal weken nadat Laura er vandoor was gegaan kwam haar paard terug...alleen.

Het lichaam van Laura Foster werd egvonden. Haar benen waren gebroken en wat leek op een steekwond werd gevonden in haar borst. Ook werd een kleine zak met de kleren van Laura gevonden. Er was geen twijfel, het was Laura.

Laura's lichaam werd meegenomen naar de dichtstbijzijnde stad en zij werd begraven op een hoge heuvel sindsdien bekend als "Laura Foster Hill".

De rol van Dula in de slachtpartij is niet duidelijk. Een van de theorieën was dat niet hij, maar Ann de moordenaar was, uit jaloezie omdat ze nog altijd verliefd op Dula was. Hoe dan ook: Dula werd van de moord beschuldigd, en hij sloeg op de vlucht naar Tennessee. Uiteindelijk was het Colonel Grayson, bij wie Dula in dienst was getreden, die Dula aangaf bij de sherrif van Wilkes


Grayson vertelde de toegestroomde menigte dat Tom Dooley Laura had vermoord en dat Ann Foster hem daarbij had geholpen. Tom Dooley, nonchalant als altijd, vroeg of hij geboeid moest worden en begon een deuntje op zijn banjo te spelen. Ann Foster werd snel gearresteerd. Zij en Tom zouden samen worden berecht.


Het proces begon in Statesville, op een afstand van ongeveer dertig mijl van Wilksboro met Judge Ralph Burton als voorzitter. Bewijs werd geleverd dat Tom Dooley en Ann Foster een affaire hadden.

Betsy Scott werd naar het gerecht gevracht om te getuigen dat ze Laura Foster had gesproken die haar zou gezegd hebben dat de dag voordat ze verdween Laura haar vertelde dat ze zou weglopen met Tom Dooley.

Vanaf het allereerste begin hield Tom vol dat hij onschuldig was, maar hij verder niets zeggen. De advocaat probeerde op alle mogelijke manieren om hem te laten spreken maar Tom bleef stom gedurende het hele proces.

Op de eerste dag van mei 1866, werd Tom Dooley door de straten van Statesville gereden in een wagen. Hij zat op zijn doodskist met zijn banjo op zijn knie, grappen maken met de menigte. Hij speelde zijn favoriete ballad op de oude banjo, en glimlachte als de wagen de galg naderde. Toen het touw om zijn nek werd geplaatst maakte hij maakte grapjes met Sheriff WE Watson: "Ik zou mijn nek gewassen hebben als ik had geweten dat je zo'n mooie schone nieuwe koord zou gebruiken".

Gevraagd naar een laatste woord hief Tom zijn rechterhand op en antwoordde:  “Gentlemen, do you see this hand? I didn’t harm a hair on the girl’s head.”

De valdeur sloeg open en Tom was dood.


 
Tom Dula werd begraven op een begraafplaats in Happy Valley langs de kant van de oude North Wilkesboro Road in de buurt Elksville, North Carolina.
.

Ann Melton werd uiteindelijk niet schuldig bevonden, maar het stigma volgde haar overal waar ze ging. Ze liet het echter niet aan haar hart komen en bleef flirten. Uiteindelijk viel ze  een paar jaar later van haar wagen en brak haar nek.





De song.

Deze droevige ballade werd waarschijnlijk voor het eerst kort gezongen na de uitvoering en wordt nog steeds vaak gezongen in North Carolina.

In de documentaire “Appalachian Journey” (1991) van Alan Lomax wordt Frank Proffitt als de "originele bron" voor het nummer genoemd.  Het is onduidelijk wat Lomax hiermee bedoelt, maar aangezien het erop lijkt dat de oorspronkelijke ballade de vroege versie van Frank Proffitt voorafgaat, is het waarschijnlijk dat Lomax bedoelt dat Proffitt's versie degene  is die is uitgegroeid tot meest bekende voor ons, omdat het Kingston Trio hun interpretatie aan Proffitt ontleenden.

Er bestaat echter een eerder bekende opname door Grayson en Whitter uit 1929, ongeveer tien jaar voor Proffit.


GB Grayson en Henry Whitter vormden een duo gedurende drie jaren on de late jaren '20 en vroege jaren '30, maar ze hadden een enorme invloed op de country muziek. Zelfs hedendaagse performers blijven hun nummers voveren :  "Handsome Molly" (opgenomen door Dylan),  "Clock Old Hen," "Tom Dooley", "Rose Conley" en "Lee Highway Blues (Going Down de Lee Highway)."

De blinde fiddler G.B. Grayson is mogelijk een afstammeling van de man uit Tennessee waar de echte Tom Dula bij onderdook en waar hij gearresteerd werd . Henry Whitter was samen met Frank Hutchinson veruit de eerste die gitaar en harmonica tegelijk bespeelde, iets wat later met Woody Guthrie- en vooral met Bob Dylan zou worden geassocieerd.




 
Oudste Opname : G.B. Grayson & Henry Whitter (1929)

Covers : Bascom Lamar Lunsford (1935) , Myra Barnett Miller (1936) [als Tom Dula], J. Frank Bare & Mrs. Lena Bare Turbyfill (1939) , Cleophas Franklin (1939) , Frank Proffitt (1940) [versie die het Kingston Trio hoorde; Anne & Frank Warner opname; Proffitt en Warner spanden samen een proces aan tegen het Kingston Trio en kregen uiteindelijk een deel van de royalties], Frank Warner (1947) [als Hang Down Your Head Tom Dooley; John & Alan Lomax hielpen bij het arrangement], Alan Lomax (1948) [leerde de song van Frank Warner en ging achteraf in de Appalachen de mensen opzoeken waar Frank de song van had geleerd], Folksay Singers (1951) [met Erik Darling], City Ramblers Skiffle Group (1957) , Tarriers (1957) , Kingston Trio (1958) [n°1 US & B; met gesproken intro en in andere toonaard; deze hitversie veroorzaakte een kettingreactie: een hele reeks gelijkaardige saga-songs zorgden nl. voor de aflossing: The Battle Of New Orleans, Long Black Veil, Soldier's Joy, The Great El Tigre (zie telkens daar); er ontstond zowaar een cultus rond al die (al dan niet) historische figuren], Lonnie Donegan (1958) , Philippe Clay (1958) [als Fais ta prière], Bob Davidse (1959) [als Jan Breydel], Bobbejaan Schoepen (1959) [als Tom Doely], Compagnons De La Chanson (1959) , Nielsen Brothers (1959) [n°1 D], Line Renaud (1959) , New Lost City Ramblers (1960) , Troubadour Van Het Heilig Hart (1960s) [Pater Mestdagh; in het Nederlands; coverde ook Island In The Sun als Molokaï, zonder bronvermelding; smeet bovendien zijn kap over de haag], Burl Ives (1962) , Smothers Brothers (1962) [als sketch], Snakefarm (1999) [met Anna Domino], Steve Earle & The Pine Valley Cosmonauts (2002) , Carolina Chocolate Drops (2007) [als Tom Dula], Neil Young & Crazy Horse (2012) ,


Hier zijn

1 Grayson & Whitter - Tom Dooley
2 Frank Proffitt - Tom Dooley
3 Frank Warner & Pete Seeger - Tom Dooley
4 Kingston Trio 1959 - Tom Dooley
5 The New Lost City Ramblers - Tom Dooley
6 Doc Watson - Tom Dooley
7 Lonnie Donegan - Tom Dooley
8 Sweeney's Men - Tom Dooley
9 Carolina Chocolate Drops - Tom Dula
10 Tim Eriksen - Tom Dooley Banjo Fiddle and Voice