donderdag 31 mei 2012

Rory Storm and the Hurricanes



Rory Storm was een tragische figuur. Hij die als eerste in The Cavern in Liverpool speelde, zag onder meer ene Harry Webb als Cliff Richard hoge ogen gooien en The Beatles de wereld veroveren.

Rory Storm (7 januari 1938 - 28 september 1972) was de leider van Rory Storm and The Hurricanes, een populaire Engelse band opgericht in het begin van de jaren '60. Achteraf bezien is drummer Ringo Starr (echte naam Richard Starkey, geb. 7 juli 1940) de bekendste persoon in de band.

De Hurricanes waren een van de meest populaire acts van Liverpool  en even later ook in Hamburg. Opnames schijnen minder gelukt te zijn. Al bij al nam de groep twee singeltjes op, o.m. een versie van het West Side Story nummer "America", geproduceerd door Brian Epstein.

Rory Storms echte naam was Alan Caldwell.


Ze waren tijdgenoten van The Beatles. Beide bands waren afkomstig uit Liverpool en beide bands traden veel op in Liverpool en in Hamburg. In Hamburg trokken ze veel met elkaar op. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat Ringo Starr in 1962 zou overstappen van The Hurricanes naar The Beatles ter vervanging van Pete Best. De legendarische 'fab-four' was tot stand gekomen.




 

De band kwam pas toe aan het uitbrengen van singles nadat The Beatles de weg hadden vrijgemaakt voor bands uit Liverpool. Slechts twee singles werden uitgebracht met weinig succes.

Op 28 september 1972 overleed Rory onder verdachte omstandigheden samen met zijn moeder. Beiden werden gevonden in haar huis. Rory, die regelmatig slaappillen nam, was niet overleden aan een overdosis, bleek uit onderzoek.




Het hele verhaal vindt je op mijn andere blog, hier.





Van Rory Storm en zijn Hurricanes zijn er slechts zes songs op plaat verschenen. 
Twee singles en twee los staande songs op verzamelaars.

De singles :

Uit 1963 : Dr. Feelgood / I Can tell

Dr. Feelgood



I can tell






Uit 1964 : America / Since you broke my heart


America



Since you broke my heart






Beautiful Dreamer



Lend me your Comb



woensdag 30 mei 2012

Otis Redding - Shout Bamalama/Fat Gal (King 45-6149) (1960)




Otis Redding (Dawson (Georgia), 9 september 1941 – Madison (Wisconsin), 10 december 1967) was een Amerikaans soulzanger die bekend stond om zijn gepassioneerde manier van zingen. Zijn grote hit was "(Sittin' On) The Dock of the Bay".

Twee jaar voor de "ontdekking van het jaar" van STAX nam Otis Redding (ja het gaat over hem) twee singles op met zijn groep "The Pinetoppers voor het KING label.

Het ging om Rock and Roll in de stijl van Little Richard.

Dit is de eerste single :

Shout Bamalama



Fat Girl



The Incredible String Band




The Incredible String Band (ISB) is een Schotse folk/rockband uit de jaren zestig, die onder leiding stond van Mike Heron (Glasgow, 12 december 1942) en Robin Williamson (Glasgow, 24 november 1943). Muzikaal was de groep een combinatie van psychedelica, underground, Keltische en folkmuziek.

De Incredible String Band werd opgericht in 1965, door de Schotse folkmuzikant Robin Williamson en de excentrieke Engelsman Clive Palmer. Het duo werd al snel uitgebreid met de Schot Mike Heron, mede door het feit dat trio's op dat moment 'hip' waren - zoals Peter, Paul & Mary.

De band werd 'gespot' door de Amerikaan Joe Boyd, die voor de Engelse divisie van platenlabel Elektra op zoek was naar nieuwe acts. De ISB ging voor Joe Boyds Witchseason label de studio in om daar in een paar dagen de gelijknamige debuut-elpee op te nemen. Niet erg overtuigd van mogelijk succes viel de band daarop meteen uit elkaar, waarbij Palmer met het verdiende geld op de Hippie Trail naar Afghanistan ging en Williamson met vriendin Licorice (Likky) McKechnie naar Marokko trok, alwaar hij zichzelf volpakte met exotische instrumenten, waaronder de gimbri.

Na zijn terugkeer nam Williamson weer contact op met Mike Heron, die in Schotland was gebleven, en samen namen zij het baanbrekende album 'The 5000 Spirits or the Layers of the Onion' op, met een cover van het Nederlandse The Fool. Deze lp, in de pers lovend 'The Sgt. Pepper's of folk' genoemd, bood zicht op een geheel nieuw muzikaal werkterrein (vaak aangeduid met 'psychedelische folk') en was een combinatie van Britse folkmuziek, psychedelische hippieballads, Keltische muziek en Oosterse elementen. Met name de Williamson song 'First girl I loved' kreeg veel airplay.

De Incredible String Band, die gaandeweg hun vriendinnen Rose Simpson en Licorice McKechnie betrokken bij concerten en plaatopnamen, bereikte het artistieke en commerciële hoogtepunt met het derde album 'The Hangman's Beautiful Daughter', waarna een consolidatie volgde met het dubbelalbum 'Wee Tam and the Big Huge'. In 1969 speelde de band op het hippiefestival Woodstock. In 1970 gaf de band een memorabel, theatraal concert in de Londense Roundhouse.

Het begin van de jaren '70 liet een dalende creativiteit en oorspronkelijkheid zien, mede beïnvloed door de vele personeelswisselingen en de toenemende irritatie en verschillen van mening met betrekking tot de muzikale koers tussen de twee hoofdrolspelers Williamson en Heron. In 1974 viel de band uit elkaar. Mike Heron zette zijn carrière voort met solo-elpees in het rock-idioom die slechts in eerste instantie redelijk succesvol waren. Robin Williamson herpakte zich in creatieve zin in Californië en heeft daarna een grote reputatie opgebouwd als 'moderne bard' met een buitengewoon divers en uitgebreid oeuvre.


"Painting box" uit "5000 spirits or the layers of the onion"



"The Circle is unbroken" uit "Wee tam and the big huge"



"Time" uit "U"




Doc Watson (1923 - 2012)




Gisteren is Doc Watson gestorven

Arthel Lane Watson of Doc Watson (Deep Gap, North Carolina, 3 maart 1923- 29 mei 2012) was een gitaarspeler, liedjesschrijver en zanger van bluegrass-, folk-, country- en gospelmuziek.

Door een ooginfectie verloor Watson zijn gezichtsvermogen al voor zijn eerste verjaardag.

Arthel Lane Watson leerde op jonge leeftijd banjo spelen. Daarna legde hij zich toe op de gitaar. Als Doc Watson maakte hij in de jaren 60 furore met muziek die diep geworteld is in de bluegrass, country, blues en gospel.

Hij trad vaak op samen met zijn zoon (Eddy) Merle Watson die in 1985 op 36-jarige leeftijd om het leven kwam door een tractorongeluk op zijn boerderij. Na het ongeval van Merle werd Doc begeleid door Jack Lawrence (gitarist), later ook door Richard Watson, de zoon van Merle.

Hij stond bekend om de snelheid waarmee hij zijn snaren tokkelde en collega-muzikanten verbluft deed staan. Watson bespeelde ook andere instrumenten, zoals de mondharmonica, maar wist op de gitaar boven zichzelf uit te stijgen. Zijn spel werd door bewonderaar Bob Dylan eens omschreven als 'stromend water'.

Watson werd pas in 1960 ontdekt, opvallend laat voor iemand die naderhand bekend zou worden om de authenticiteit die zijn spel aankleefde. Op de golven van de heropleving van het folkgenre steeg zijn ster.Hij werd bekend door zijn optreden op het Newport Folk Festiva van 1963. Zijn eerste plaat volgde het jaar nadien.Zijn naam werd in één adem genoemd met die van Bill Monroe, grondlegger van de bluegrass, en de onlangs overleden banjovirtuoos Earl Scruggs.

Hij bespeelt zijn gitaar zowel met plectrum (flatpicking) als met de vingers (fingerpicking) maar is meest bekend voor zijn flatpick-werk. Het was vooral het solerend spelen van de old-time fiddle tunes, wat hij eigenlijk als eerste deed, wat hem deed doorbreken. Zijn virtuositeit, gecombineerd met zijn authenticiteit als mountain musician, maakte hem tot een zeer invloedrijk figuur in de folkmuziek van de vroege jaren zestig. Zijn snelle en flitsende bluegrass-gitaarstijl werd overgenomen door anderen als Clarence White en Tony Rice.

Zijn kenmerkende, iets nasale, zangstijl ontwikkelde hij via zijn repertoire van bergballades die hij oppikte in zijn 'thuisland' in Deep Gap, North Carolina.

Ik heb Doc Watson leren kennen via zijn eerste plaat uit 1964, die ik ontdekte een paar jaren later. Zijn "Deep River Blues" was een van de eerste nummers die ik leerde spelen.



Doc's Guitar



Sitting on top of the world








dinsdag 29 mei 2012

Bob Dylan zingt Reverend Gary Davis (1961)




Bob Dylan zingt Reverend Gary Davis (1961)

In Mei 1961 is Bob Dylan in Minnesota, bij Bonnie Beecher. In haar appartement maakt hij een opname op band, een zgn. “Hotel Party” tape

Speciaal zijn de twee Reverend Gary Davis songs die hij dan opneemt. Zij zullen nooit op een van zijn platen komen.

Dylan was een van de vele "students" van de Reverend. Hij was regelmatig de gast bij diens thuisoptredens waar hij preekte en gitaarles gaf. Andere (later) bekende "studenten" waren o.m. Stefan Grossman, John Sebastian.

Grappig is hoe hij bij het begin van “Death don’t have no mercy” voor zichzelf de akkoorden opzegt.

Candy Man



Death don't have no mercy in this land




De Golden Earrings - Niet te vinden ???



Dit had de tweede single van de Golden Earrings moeten zijn.

De A kant "Lonely everyday" staat ook op LP en zelfs op CD, maar "Not to find" is echt zeldzaam, overigens een leuke titel voor een zeldzaam plaatje (Niet te vinden zeker ?)

Het verhaal gaat dat de plaat uit de handel werd genomen vanwege het erbarmelijk slechte Earrings-Engels (het had "Not to be found"  moeten zijn)..

Op een gegeven moment kwam de platenmaatschappij erachter dat de b-zijde foutief Engels taalgebruik is. Ondertussen was de single voor een klein gedeelte al gedistribueerd.

De bulk wat nog in het magazijn lag en de reeds gedistribueerde single die teruggehaald zijn zijn vernietigd.

Uiteraard hebben niet alle platenzaken alles teruggegeven en er zijn nog maar een klein aantal in de wereld aanwezig.

De prijs zou astronomisch zijn geworden, zo'n 2300 dollar (!)


Lonely Everyday



Not to find





maandag 28 mei 2012

Billy Preston - That's the way God planned it (1969)




"That's the way God planned it" was  single nr. 12 op het Beatles APPLE label.

Muzikanten :

Billy Preston – vocals, piano, orgel, backing vocals
George Harrison – electrische en acoustische gitaar
Eric Clapton – electrische gitaar
Keith Richards – bas
Ginger Baker – drums, tambourine
Doris Troy – backing vocals
Madeline Bell – backing vocals


Uit de liner notes van Derek Taylor :

"Billy Preston is the best thing to happen to Apple this year. He’s young and beautiful and kind and he sings and plays like the son of God."

Billy Preston :

"Music is my life and every day I live it, and it’s a good life to everything I want to say through music it gets to you. I may not be the best around but I’m surely not the worst. I learned to play and sing since the age of three, you don’t know how glad I am God laid his hands on me. Apple is the Company for all people that know where it’s at and love love peace love joy and all mankind. I am very grateful to be a part of it. It won’t be long before we change the whole system that holds and keeps the artist’s mind messed up. All thanks must be given to the fab Beatles. People should realize that what they have gone through has not been in vain and they are using it to the best of their ability."


That's the way God planned it



What about you ?





zaterdag 26 mei 2012

The Beatles - Dear Prudence



Dear Prudence is een lied van The Beatles, geschreven door John Lennon, maar staat op naam (zoals gebruikelijk bij The Beatles) van het schrijversduo Lennon-McCartney. Het is het tweede nummer van het album The Beatles.

Het lied gaat over Prudence Farrow, zuster van actrice Mia Farrow. Zij reisde in 1967 met The Beatles mee tijdens hun bezoek aan de goeroe Maharishi Mahesh Yogi in India. Prudence zonderde zich van de rest van het gezelschap af en ging geheel op in transcendente meditatie (TM). Zij was het trouwens die haar zus Mia had overhaald om mee te gaan naar Indië. 


Lennon maakte zich zorgen, en schreef toen Dear Prudence met onder andere de tekst “Would you come out to play”.

Toen de Beatles huiswaarts keerden bleef Prudence achter, samen met o.a. Mike Love (The Beach Boys). Dat gezelschap verdiepte zich verder in TM en Prudence is daarmee tot op de dag van vandaag bezig.

De drums op het liedje werden, net als bij Back in the U.S.S.R., verzorgd door Paul McCartney. Drummer Ringo Starr had daags tevoren de studio verlaten na kritische opmerkingen van McCartney op zijn drumstijl.

Dear Prudence werd opgenomen in de Trident Studios op 28, 29 en 30 augustus 1968.

• John Lennon – zang, gitaar, basgitaar, drums, handgeklap, percussie
• Paul McCartney – achtergrondzang, basgitaar, gitaar, drums, handgeklap, percussie
• George Harrison – achtergrondzang, gitaar, basgitaar, drums, handgeklap, percussie
• Mal Evans – achtergrondzang, handgeklap
• Jackie Lomax – achtergrondzang, handgeklap
• John McCartney – achtergrondzang, handgeklap


Dear Prudence



Dear Prudence  (Take 1)



Annet Hesterman




In een vorige post had ik het over het debuut van Shocking Blue. Toen de groep in 1969 overstapte naar het pas opgerichte Pink Elephant-label van Dureco werd er gezocht naar een vervanger voor de zanger die halverwege 1968 een oproep kreeg voor militaire dienst.

Robbie Van Leeuwen besloot dat hij zijn groep wilde vervolledigen met een zangeres. Hij vroeg het aan Annet Hesterman. 




 



Wie is dat ?

Annet Hesterman nam al op jonge leeftijd deel aan kindermusicals en talentenjachten.

Op 17-jarige leeftijd zong ze al het nummer 'Draag schoenen om te lopen' (of 'These boots are made for walking').  Op 19-jarige leeftijd nam ze deel aan het Nationale Songfestival van 1969. Later dat jaar jaar sloeg ze een aanbod af om lid te worden van de groep Shocking Blue.

Ze werd in plaats daarvan (kortstondig) lid van The Rodys met wie ze een single opnam.

Al snel verliet ze de groep om de vrouwelijke helft van het duo Sasha & Paul te worden, in de jaren tachtig gevolgd door Phill & Company (samen met Eddy Cornard). Waarmee ze een nummer 1 hit scoorde in Scandinavie. Ze maakt nog steeds muziek, met haar man Cees Cools.


'Draag schoenen om te lopen'




De single met The Ro-D-Ys.

1. Winter Woman


2. Looking for Something Better



Nanci Griffith – Boots of Spanish Leather (1993)




Nanci Griffith (Austin (Texas), 6 juli 1953) is een Amerikaanse zangeres, gitariste en songwriter.

Zij begon met optreden toen zij veertien jaar oud was. De songwriter Tom Russell hoorde haar zingen bij een kampvuur op het Kerrville Folk Festival. Haar loopbaan begon eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Later in Nashville vond men haar een unieke zangeres.

Ze werd door veel mensen aanbeden waaronder Bob Dylan en zij ontving in 1994 de Grammy Award For Best Contemporary Folk Album. Haar band The Blue Moon Orchestra speelt al met haar sedert 1986.

Als speciale gast trad Nanci Griffith op bij een drietal albums van de befaamde Ierse Band The Chieftains; op het album A Chieftans Celebration (1989) zingt Nanci The Wexford Carol, een traditionele Christmas Carol. Dezelfde song komt voor op The Chieftains — The Bells of Dublin (1991) en dan bij het live concert The Chieftains — An Irish Evening (1992), zingt zij: Little Love Affairs, Red is the Rose en Ford Econoline.

“Boots of Spanish Leather“  komt uit haar album “Other Voices, Other Rooms” (1993)



vrijdag 25 mei 2012

Shocking Blue - Love is in the Air (1968)




De Nederlandse popgroep Shocking Blue maakte zich aan het einde van de jaren zestig onsterfelijk door als eerste Nederlandse groep de eerste plaats van de Amerikaanse hitparade te bereiken met het nummer "Venus". "Venus" werd gezongen door zangeres Mariska Veres.

Shocking Blue werd in 1967 opgericht door Robbie van Leeuwen, die naar eigen zeggen bij The Motions aan zijn plafond was gekomen en een groep in de steigers wilde zetten waarmee hij internationaal meer kansen zag.

Robbie Van Leeuwen rekruteerde de groepsleden uit diverse hoeken van de Haagse beatscene en koos in eerste instantie voor een zanger, Barry Hay, die net The Haigs had verlaten. Hay paste echter en van Leeuwen sprak de historische woorden: "Hier zul je nog spijt van krijgen" (citaat van Barry Hay op NCRV-televisie).
Uiteindelijk werd Fred de Wilde de zanger en werd er een lp voor Polydor opgenomen. Het album scoorde net als de eerste single "Love is in the air" matig.

Een jaar later stapte Shocking Blue over naar het pas opgerichte Pink Elephant-label van Dureco. De eerste plaat die op dat label uitkwam, was Lucy Brown is back in town. De single deed het aardig in de Top 40. Toen De Wilde halverwege 1968 een oproep kreeg voor militaire dienst, besloot Van Leeuwen dat hij zijn groep wilde vervolledigen met een zangeres.

In eerste instantie werd gedacht aan Annet Hesterman, maar zij bleek net een contract met een manager te zijn aangegaan en bedankte. Later was ze nog korte tijd de zangeres van de Groningse Ro-d-ys. In Loosdrecht stuitten Van Leeuwen en manager Cees van Leeuwen op Mariska Veres, die daar optrad met The Motowns tijdens een feestje van de Golden Earring. Via haar moeder werd het contact gelegd, en de rest is geschiedenis.


Love is in the Air



woensdag 23 mei 2012

Doug Sahm & Band - Is anybody going to San Antone" (1973)




In 1973 bracht Jerry Wexler van Atlantic Records Doug Sahm in contact met Dylan. Hij producete zijn solo debuut "Doug Sahm and Band". Doug had gevraagd om Dylan erbij te hebben. Dus Dylan kwam, en met hem Dr John, David Bromberg en Flaco Jimenez.

Dylan kende Doug Sahm van in the sixties en was altijd al een fan geweest van het Sir Douglas Quintet.

Tijdens deze sessies namen ze een aantal songs op waarop Dylan gitaar speelde. Op "Is anybody going to San Antone" zong Dylan lead naast Sahm. "Wallflower" werd ook gedaan door de groep met Dylan en Doug Sahm als leadzangers. 



 
Nog iets : "Is anybody going to San Antone" is een song van Bake Turner uit 1970. Bake Turner was Football speler bij de New York Jets.

In die band zaten Dylan en Dr.John terwijl Jerry Wexler toen achter de knoppen zat.

Een flardje uit Wexler’s autobiografie Rhythm And The Blues: "Wat Dr. John is voor New Orleans, is Doug voor Texas. Van western swing tot de Houston blues van Lightnin’ Hopkins, van T-Bone Walker tot Bob Wills, van TexMex tot polka, Doug integreerde het allemaal en verwerkte dat voorbeeldig. Zijn eigen gitaargeluid, zijn eigen stem, zijn eigen songs".





 
Geen woord van gelogen, alleen dat die lofrede intussen in de verleden tijd moet gelezen worden sinds Doug er niet meer is. Hij ging een gezondheidskuur volgen en het moet zijn dat hij vond dat het hoognodig was want hij overleed op weg daar naartoe: in een hotel in Taos, New Mexico. Of hoe die plaatsnaam via een grafsteen met San Antonio zal worden gelinkt en straks misschien even synoniem wordt aan Doug Sahm zelf.

Hoewel, San Antone hoort muzikaal net zo goed Charley Pride toe, de hitman van "Is Anybody Going To San Antone" en aan Bake Turner, de eerste die het opnam.


Doug Sahm and Band - Is Anybody Going To San Antone



Doug Sahm and Band - Don't turn around



Doug Sahm and Band - Wallflower



En het origineel van "Is anybody going to San Antone" van Bake Turner 





Mike Sheridan and the Nightriders




Mike Tyler begon zijn muzikale carrière op jonge leeftijd. Hij speelde piano in een pub in Kings Heath. Na een lokale talentenjacht werd hij gevraagd om bij Billy King en de Nightriders te komen spelen. Hij veranderde zijn artiestennaam in Mike Sheridan.

De groep had plaatselijk heel wat succes maar geraakte niet van de grond. Na heel wat personelswisselingen werd Sheridan de zanger en frontman.  In Birmingham waren zij “Bigger than the Beatles”

In juni 1963 kwam Norie Paramor naar Birminghma. Paramor was de producer van o.m.  Cliff Richard & Shadows. Hij organiseerde een auditie voor de plaatselijke groepen. Mike Sherdan en zijn groep kregen een contract bij Columbia Records.
  


De eerste plaat kwam er al gauw, “Tell me what you’re gonna do” eind 1963. De volgende single werd opgenomen in de befaamde Abbey Road studio’s in Londen, het werd ‘Please Mr. Postman” (opgenomen op 22 november 1963 - op dezelfde dag president Kennedy werd vermoord) en hoewel de single niet in de charts kwam was het een massal succes, plaatselijk in Birmingham alweer.

De gitarist van de Nightriders,  Big Al Johnson, verliet de band in 1964 en een nieuwe jonge gitarist deed zijn intrede in de groep, Roy Wood.

 


Roy Wood (links op de bovenstaande foto) werd geboren in Birmingham op 8 november 1947. Hij begon met drummen en harmonica te spelen op jonge leeftijd maar bekeerde zich al gauw tot de gitaar.
 

Hij kwam van de Avengers, een groep waarin ook o.m. de toekomstige Moody Blues drummer Graeme Edge speelde.

Met Roy Wood werden er nog een drietalm singles opgenomen, met steeds weer hetzelfde verhaal. Goeie verkoop maar geen nationaal succes.

Mike Sheridan hield het voor bekeken in 1966. Hij stapte uit zijn groep die uiteenviel in verschillende groepen. The Nightriders was er een van en in deze groep zou al gauw een jonge Jeff Lynne spelen.


Tell me what you're gonna do



No other guy



Please Mr. Postman




 Met Little Richard in 1963.


Met Joe Brown (1963)



dinsdag 22 mei 2012

The Fantastic Expedition of Dillard and Clark (1968)




Nadat  Gene Clark de Byrds verlaat wil zijn eerste album maar niet van de grond komen. Hij komt voor korte tijd terug naar de Byrds.

Maar dan loopt hij in het voorjaar van 1968 Douglas Dillard, banjospeler-extraordinaire in The Dillards, tegen het lijf, het klikt meteen. Ze komen beiden uit Missouri en blijken gelijkgestemde geesten met een drankprobleem.



Overdag rijden Clark en Dillard op hun Triumph motorfietsen door Hollywood, ’s avonds drinken ze wodka, roken marihuana en maken ze muziek in Dillards huis in Beechwood Canyon.

In dat huis logeert ook ene Bernie Leadon. Met z’n drieën spelen ze akoestische bluegrass; met twee banjo’s een akoestische gitaar en harmonie zang. Bluegrass en traditionele country: hoe is dat mogelijk. En toch hier begint alles, de hele countryrock geschiedenis. En Gene Clark en Doug Dillard staan aan de wieg ervan.

In een zeer relaxte sfeer – zingend en spelend, blowend en drinkend – ontstaan de folksongs die we vanaf nu “country roch” zullen noemen.  Om de band te completeren wordt David Jackson – net als Leadon afkomstig uit Hearts And Flowers – bassist.

Op 13 juni 1968 beginnen ze aan hun eerste album voor A&M. Chris Hillman speelt mandoline, Don Beck mandoline en dobro, en Andy Belling klavecimbel.

De plaat is een mijlpaal in de geschiedenis van de country rock. Kanjers als ‘In The Plan’, ‘With Care From Someone’ en vooral ‘Train Leaves Here This Mornin’ worden spontaan uit de mouw geschud.

Eind september zijn er acht volledig akoestische liedjes opgenomen. Het is een weergaloze combinatie van Dillards en Leadons fenomenale banjospel en de mystieke, buitenaardse schoonheid van Clarks stem en composities.

Uiteindelijk wordt ook een drummer toegevoegd, Joe Larson en een organist Jim Horn. 






 

In november 1968 verschijnt “The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark”.  Hun eerste optreden is in de Troubadour. Gene Clarks plankenkoorts en overmatig drankgebruik torpedeert het hele verhaal. Dillard & Clark gaan af als een gieter ondanks het meesterwerk dat ze zopas hebben afgeleverd.

Maar “Country Rock” bestaat echt. Het genre dat gedefinieerd wordt door The Byrds’ Sweetheart Of The Rodeo, The Flying Burrito Brothers’ The Gilded Palace Of Sin en Dillard & Clarks The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark.

Er volgt nog een plaat en dan is het gedaan. Bernie Leadon trekt naar de Eagles en op de eerste plaat van de Eagles verschijnt een versie van “Train leaves here this morning”.

Op 16 mei 2012 is Douglas Flint "Doug" Dillard gestorven.

Zijn buitenaards mooie en klare banjospel zal voor altijd zwijgen.

Train leaves here this morning



In the Plan



Don't let me down




maandag 21 mei 2012

Bob Dylan - Who killed Davey Moore ? (1963)



Who killed Davey Moore – Bob Dylan (1963)

Who killed Davey Moore
Why an’ what’s the reason for?

“Not I,” says the referee
“Don’t point your finger at me
I could’ve stopped it in the eighth
An’ maybe kept him from his fate
But the crowd would’ve booed, I’m sure
At not gettin’ their money’s worth
It’s too bad he had to go
But there was a pressure on me too, you know
It wasn’t me that made him fall
No, you can’t blame me at all”

Who killed Davey Moore
Why an’ what’s the reason for?

“Not us,” says the angry crowd
Whose screams filled the arena loud
“It’s too bad he died that night

But we just like to see a fight
We didn’t mean for him t’ meet his death
We just meant to see some sweat
There ain’t nothing wrong in that
It wasn’t us that made him fall
No, you can’t blame us at all”

Who killed Davey Moore
Why an’ what’s the reason for?

“Not me,” says his manager
Puffing on a big cigar
“It’s hard to say, it’s hard to tell
I always thought that he was well
It’s too bad for his wife an’ kids he’s dead
But if he was sick, he should’ve said
It wasn’t me that made him fall
No, you can’t blame me at all”

Who killed Davey Moore
Why an’ what’s the reason for?

“Not me,” says the gambling man

With his ticket stub still in his hand
“It wasn’t me that knocked him down
My hands never touched him none
I didn’t commit no ugly sin
Anyway, I put money on him to win
It wasn’t me that made him fall
No, you can’t blame me at all”

Who killed Davey Moore
Why an’ what’s the reason for?

“Not me,” says the boxing writer
Pounding print on his old typewriter
Sayin’, “Boxing ain’t to blame
There’s just as much danger in a football game”
Sayin’, “Fistfighting is here to stay
It’s just the old American way
It wasn’t me that made him fall
No, you can’t blame me at all”

Who killed Davey Moore
Why an’ what’s the reason for?

“Not me,” says the man whose fists
Laid him low in a cloud of mist
Who came here from Cuba’s door

Where boxing ain’t allowed no more
“I hit him, yes, it’s true
But that’s what I am paid to do
Don’t say ‘murder,’ don’t say ‘kill’
It was destiny, it was God’s will”

Who killed Davey Moore
Why an’ what’s the reason for?


David S. “Davey” Moore ( 1November  1933 –  25 Maart 1963) was een Amerikaans bokser.

Hij stierf op 25 Maart 1963 als gevolg van de verwondingen die hij opliep tijdens de kamp tegen  Sugar Ramos.

Het gevecht tegen de Mexicaan Sugar Ramos was eerst gepland in juli 1962 in het Dodger Stadium, maar een hevige tyfoon-achtige regenbui over LA. Besliste er anders over. Het gevecht werd uitgesteld naar 21 Maart 1963.

De kamp werd uitgezonden op de nationale televisie. De sfeer in het stadion was elektrisch, het geluid van de conga drums vulden de atmosfeer en de algemene houding tegenover Davey Moore was vijandig. De vele Latinos kozen de zijde van Sugar Ramos.



 
In de tiende ronde belandde een krachtige rechtse tegen het hoofd van Moore die achterover viel.  Hij viel op het onderste touw dat waarschijnlijk zijn hersenstam beschadigde. Hij verloor het gevecht op Knock-out, maar was toch nog in staat om een helder interview te geven voordat hij de ring verliet.

In de kleedkamer viel hij in coma. Hij zou er nooit meer uit ontwaken.

Bob Dylan schreef “Who killed Davey Moore”  over deze gebeurtenis. Ook Phil Ochs schreef een “topical song” over hetzelfde feit.

De inspiratie voor Dylan’s song komt uit de folk traditie.




Hij “ontleent” de gedachte en de struktuur vande song aan “”Who Killed Cock Robin” ( Roud Folk Song Index nummer  494).

“Who Killed Cock Robin” is een zgn “children’s song” die terug gaat op eeuwenoude traditie. De oorsprong van de song gaat terug tot in 1508, Het aftelrijmpje wordt als archetype gebruikt in vele “murderballads” .

Dylan kende het waarschijnlijk in de uitvoering van John Jacob Niles die het opnam in 1962.

Ik voeg er ook de versie van Peggy Seeger bij, ook uit 1962.

Dylan’s song werd pas officieel uitgebracht op “The Bootleg Series Volumes 1–3 (Rare & Unreleased) 1961–1991″  in 1991.

Ter vergelijking is hier Phil Ochs’ song.

Davey Moore – Phil Ochs

It was out to California young Davey Moore did go,
to meet with Sugar Ramos and trade him blow for blow
He left his home in Springfield, his wife and children five;
the spring was fast approaching, it was good to be alive.
His wife, she begged and pleaded, “You have to leave this game.
Is it worth the bloodshed and is it worth the pain?”
But Davey could not hear above the cheering crowd
He was a champion, and champions are proud.

Hang his gloves upon the wall, shine his trophies bright clear,
another man will fall before we dry our tears
For the fighters must destroy as the poets must sing,
as the hungry crowd must gather for the blood upon the ring.

And thousands gave a roar when Davey Moore walked in,
Another man to beat, another purse to win
And all along the ringside, a sight beyond compare
the money-chasing vultures were waiting for their share,
He stood there in his corner and he waited for the bell;
the signal of the struggle of two men facin’ hell;
and when the bell was sounded, the blows began to rain,
And blows will lead to hate — hate drives men insane.

Hang his gloves upon the wall, shine his trophies bright clear,
another man will fall before we dry our tears
For the fighters must destroy as the poets must sing,
as the hungry crowd must gather for the blood upon the ring.

The fists were flying fast and hard, the sweat was pouring down,
And Davey Moore grew weaker with ev’ry passin’ round.
His legs began to wobble and his arms began to strain,
He fell upon the canvas floor, a fog around his brain.
At last the fight was over, young Davey fought no more,
He lost the final battle behind a doctor’s door.
And back at the arena, the screaming crowd is gone,
and death is waiting ringside, for the next fight to come on.

Hang his gloves upon the wall, shine his trophies bright clear,
another man will fall before we dry our tears
For the fighters must destroy as the poets must sing,
as the hungry crowd must gather for the blood upon the ring.


Hier zijn dus :

John Jacob Niles – Who killed Cock Robin ?



Peggy Seeger – Who killed Cock Robin ?



Bob Dylan – Who killed Davey Moore ?



Phil Ochs - Davey Moore



Het verhaal van Cock Robin door Walt Disney :