woensdag 16 mei 2012

The House of the Rising Sun



The House of the Rising Sun, een zoektocht naar de oorsprong.

De song dateert waarschijnlijk uit de 18e eeuw Amerikaanse folk-traditie, maar op 15 september 1937 nam folklorist Alan Lomax een 16-jarige Miner's Dochter, Georgia Turner op. Zij zong de song in Middlesborough, Kentucky. Ze kreeg  117  $.




 
De oudst gekende opname is deze van Tom Clarence Ashley & Gwen Foster als “The Rising Sun Blues” uit 1934 op het Vocalion label.

Tom Clarence Ashley & Gwen Foster als The Rising Sun Blues, gezongen vanuit een mannelijk standpunt, met een Jimmie Rodgers-achtige yodelgitaar aan het begin (die toen trouwens nog maar net een paar maanden dood was) en geheel in het midden latend of het hier om een bordeel dan wel om een nor gaat ("...to spend the rest of my weary life beneath that rising sun"). Tom zat in dezelfde Medicine show als Roy Acuff (Doc Hauer's) en leerde hem die song. Zelf beweerde Tom het van zijn grootmoeder (Enoch Ashley) te hebben geleerd. Eigenlijk is het een song om effectief door vrouwen gezongen te worden. Het Library of Congress had notie van die song sedert 1925, zij het toen zonder enige verwijzing naar New Orleans. Nooit gepubliceerde maar wel (onder mijnwerkers) oraal overgeleverde vuile versies uit de Ozark Mountains (Arkansas) reveleren onmiskenbaar een bordeelachtergrond (in Baxter Springs, ginder net over de grens met Kansas) en terug te voeren tot minstens 1905.

 


De melodie is verwant aan Lord Barnard And Lady Musgrove, een song uit Suffolk, Engeland. De melodie vertoont ook enige gelijkenis met die van Engelse ballade Matty Groves (1600s).
Alan Lomax noteerde ooit volgende zin in een song van folkzanger Harry Cox (uit Norfolk): "If you go to Lowestoft and ask for the Rising Sun, there you'll find two old whores, and my old woman's one". Er heeft ooit inderdaad een Rising Sun pub bestaan in dat vissersdorp, ook al omdat die plaats zo ver in het oosten van Engeland ligt (The Town Of The Rising Sun). Niet voor niets is er een boek verschenen uitsluitend over dit lied: Chasing The Rising Sun van Ted Anthony (Simon & Schuster).



 
Roy Acuff nam het nummer op op 3 november 1938. Hij kan het geleerd hebben van Smoky Mountain artiesten als Clarence Ashley of de Callahan Brothers, een invloedrijke duet uit de jaren '30 en '40. In 1941 nam Woody Guthrie er een versie van op.  In het najaar van 1948 nam Lead Belly een versie op met de naam "In New Orleans" in de sessies die later bekend werden als Lead Belly's Last Sessions (1994, Smithsonian Folkways.


 
Covers zijn : Homer Callahan (1935) [als Rounder's Luck; een van de Callahan Brothers, een broederpaar uit North Carolina, grootgebracht op een dieet van traditionele ballads en gospels], Georgia Turner (1937) [als The Rising Sun Blues; opname van Alan Lomax in Middlesboro, Kentucky, eindelijk uit op Lomax's Popular Songbook cd ('03); hoewel dit de versie was die binnen New Yorkse folk revival-kringen circuleerde, vingen de erven Turner hier amper $117.50 voor], Roy Acuff (1938) , Almanac Singers (1941) [Alan Lomax opname], Woody Guthrie (1941) [samen met Lead Belly, Cisco Houston, Sonny Terry en Bess Hawes op Folkways], Josh White (1942) [eerst solo, later als begeleider van Libby Holman; hij zwart, zij blank, hun gezamenlijke optredens waren toen niet evident; op toernee bracht dat een storm van verontwaardiging teweeg; banned by the BBC], Libby Holman (1942) [goed geplaatst om zoiets triest te zingen: haar eerste man werd vermoord, een minnaar overleed in een vliegtuigongeluk, haar tweede echtgenoot pleegde zelfmoord, haar zoon overleed tijdens een bergtocht en ze pleegde zelfmoord door de motor te laten draaien van haar eigen Rolls Royce], Lead Belly (1948) , Weavers (1949) [zang: Ronnie Gilbert], Hally Wood (1953) [op album O' Lovely Appearance Of Death; leerde het van de Georgia Turner opname], Glenn Yarbrough (1957) , Lonnie Donegan (1959) , Charlie Byrd (1960) , Nina Simone (1961) [Live At The Village Gate; dus voor Dylan en The Animals, zelfs voor Dave Van Ronk], Carolyn Hester (1961) , Doc Watson (1962) [samen met de originele Tom Clarence Ashley], Sundowners (1962) [eerste Engelse band met een versie; geboycot door BBC], Bob Dylan (1962) [die het van Dave Van Ronk leerde; nam na de Animals-versie gehoord te hebben een elektrische versie op, achteraf terechtgekomen op zijn cd-rom Highway 61 Interactive], Rambling Jack Elliott (1963) , Marie Laforet (1963) [in het Engels, voor The Animals en Johnny Hallyday], Animals (1964) [n°1 UK & US; kenden het van Josh White (die nochtans gebannen was op de BBC!) en wellcht ook van Nina Simone; versie die Dylan over de streep trok om zelf voluit ook elektrisch te gaan], Dave Van Ronk (1964) [leerde het van de Hally Wood versie], Johnny Hallyday (1964) [als Le Penitencier], Marianne Faithfull (1964) , Donald Byrd (1964) , Ventures (1964) , Tracy Nelson (1965) , Joan Baez (1965) , Marcellos Ferial (1965) [als La Casa Del Sole], Duane Eddy (1966) , Gil Bateman (1966) [als Daddy Walked In Darkness; tekst: Hoyt Axton], Everly Brothers (1967) , Tim Hardin (1967) , Chambers Brothers (1969) , Frijid Pink (1970) , Jody Miller (1973) , Santa Esmeralda (1978) , Barbarians (1979) , Dolly Parton (1981) , Buster Poindexter (1987) , Frank Tovey (1989) , Tracy Chapman (1990) , Rage (1993) , Walkabouts (1994) , Mac Benford & The Woodshed All-Stars (1996) , Wyclef Jean (1997) [melodie in Sang Fezi], Snakefarm (1999) [met Anna Domino als Rising Sun], EverEve (2000) , Blind Boys Of Alabama (2001) [als Amazing Grace op de melodie van House Of The Rising Sun], Coco Jr. & Vibes Alive (2001) , Toto (2002) , Muse (2002) , Be Good Tanyas (2003) , Helmut Lotti (2003) , Roxy Perry (2005) , Moaners (2005) [als Paradise Club], Brendan Croker & Bruno Deneckere (2010) .



                                          New Orleans Parish Prison
 

Het Huis.

Hoewel de uitdrukking "House of the Rising Sun"  vaak wordt gezien als een eufemisme voor een bordeel ( het is echter niet bekend of het huis dat wordt beschreven een echte of een fictieve plaats is), vertelt het oorspronkelijke nummer het verhaal van een jonge vrouw, een dochter die haar vader heeft vermoord, die een alcoholist en gokker was die zijn vtouw sloeg.

Daarom lijkt het erop dat “het Huis van de rijzende zon” eerder een gevangenis is,  van waaruit de zanger de zonsopgang ziet vanwege de Oost-locatie, in Louisiana.



 
"There is a house in New Orleans..." Volgens songarchivaris Alan Lomax kenden heel wat jazzmuzikanten uit New Orleans de song al van voor W.O. 1 en geen wonder: het stikte ginder van de échte Houses of the Rising Sun in en om de French Quarter: er was een Rising Sun Coffee House op nr 9, Old Levee Street (tegenwoordig nr 115, Decatur Street), er was het Rising Sun Hotel in Conti Street (afgebrand in 1822 en waar laatst door archeologen opvallend veel potjes lipstick en poederdozen werden opgegraven) en er was het bordello van Madame Marianne Du Soleil Levant op nr 826-830, St. Louis Street, waar je niet alleen terecht kon voor wereldlijke geneugden maar waar ook spirituele ceremonieën werden gehouden, getuige twee oude rituele voodoo-altaren die daar nu nog staan.

Het huis waarover sprake in de song is daarom misschien onmiskenbaar een bordeel, maar het oorspronkelijke House was dat daarom niet noodzakelijk. Zoals café Onder De Toren naar de nabijgelegen kerk verwijst, zo verwijst het ball & chain-vers in de laatste strofe en de Franse vertaling van Johnny Hallyday (Le Pénitencier) net zo goed in de richting van een nor. 


 
Dave Van Ronk, de man van wie Dylan dit nummer leerde, beweerde ooit een foto te hebben gezien van de Parish Prison van New Orleans (afgebroken in 1895) met in een rond raam pal boven de ingang tot de vrouwenafdeling, een opgaande zon motief zoals in de vlag van Japan (het land van de rijzende zon). Wat het - nog altijd volgens Van Ronk - volkomen aannemelijk maakt dat toen hele bevolkingslagen best wel zullen geweten hebben welk huis men bedoelde als van iemand in New Orleans werd gezegd: "He/she's in the House of the Rising Sun". 


                                                Clarence Ashley



1. Ashley and Foster - The Rising Sun Blues (1934)



2. Homer Callahan - Rounder's Luck(1935)



3. Georgia Turner - Rising Sun Blues (1937)



4. Roy Acuff - The Rising Sun (1938)



5. The Almanac Singers - The House of the Rising Sun (1941)



6. Woody Guthrie - The House of the Rising Sun (1941)



7. Josh White - The House of the Rising Sun (1942)



8. Libby Holman - The House of the Rising Sun (1942)



9. Leadbelly - In New Orleans (1948)



10. Hally Wood - The House of the Rising Sun (1953)



11.Nina Simone - The House of the Rising Sun (1961)



12. Doc Watson - The House of the Rising Sun (1962)



13. Dave Van Ronk - The House of the Rising Sun (1962)



14.  Bob Dylan - The House of the Rising Sun (1962)



15. The Animals - The House of the Rising Sun (1964) 



16. Bob Dylan - The House of the Rising Sun (Electric) (1964)






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen