zaterdag 31 maart 2012

Yusef Lateef Quartet - The Plum Blossom (1966)




Yusef Lateef Quartet - The Plum Blossom  (1966)

Yusef Lateef (ts, fl, bamboo fl, ob) Barry Harris (p) Ernie Farrow (b, rabat) Lex Humphries (d)
Rudy Van Gelder Studio, Englewood Cliffs, NJ, September 5, 1961

Op Eastern Sounds. Gespeeld op een Xun (Chinese porseleinen fluit waarop maar vijf noten kunnen gespeeld worden).




 
Uit de liner notes van de Cat Stevens Box : I Love My Dog.

Yusuf Islam: "My buddy Jimmy Mitchell had all these jazz records — Nina Simone and Roland Kirk — and he had an obscure one, Eastern Sounds by Yusef Lateef. The song "Plum Blossom" just had this great melody, and one day I wrote words to it. And I developed it. It became an important song for me. And later, after I became Muslim, I realized I had to own up and correct that, so I told Yusef Lateef about it, gave him a big cheque and in fact started paying him royalties."




 
Yusef Lateef Quartet - The Plum Blossom



Cat Stevens - I love my dog




Walter Van Brunt - My Melancholy Baby (1915)




Walter Van Brunt - My Melancholy Baby (1915)
(George Norton/Ernie Burnett)


Original : Walter Van Brunt (1915) (Edison Amberol)

Walter Van Brunt was de favoriete tenor van Thomas A. Edison. Door ragtime publicist Theron C. Bennet voor het eerst gezongen als Melancholy (op tekst van Maybelle Watson, vrouw van Ernie Burnett) in zijn club in Denver, CO (er bestaat bladmuziek sedert 1911).

De titel veranderde in My Melancholy Baby in 1914. Burnett raakte zwaar gewond in Frankrijk tijdens WO I, wist niet meer wie hij was en was al als vermist opgegeven door zijn eenheid toen een pianist die de gewonde troepen kwam opvrolijken dit lied aankondigde met de mededeling dat de schrijver helaas zopas aan het front was omgekomen. Waarop de aanwezige Burnett op slag zijn verstand terugvond en uitriep: "Ik ben die schrijver".

Covers : Gene Austin (1928) , Teddy Wilson (1936) [met Ella Fitzgerald als stand-in voor Billie Holiday], Bing Crosby (1939) , Sam Donohue (1947) , Judy Garland (1954) [in film A Star Is Born], Tommy Edwards (1959) , Ella Fitzgerald (1960) , Marcels (1962) , Nino Tempo & April Stevens (1964) , Chas & Dave (1983) , enz


Walter Van Brunt - My Melancholy Baby

vrijdag 30 maart 2012

Waring’s Pennsylvanians – Love for sale (1930)




Waring’s Pennsylvanians – Love for sale (1930)
(Cole Porter)

label: Victor

Vocal: The Three Waring Girls, waaronder Kathryn Crawford, als hoertjes in de Cole Porter musical “The New Yorkers”. Deze song werd verboden op de radio.

“Love for Sale” werd oorspronkelijk beschouwd als zijnde van slechte smaak, zelfs schandalig. In de eerste Broadway-productie, werd de song gezongen door Kathryn Crawford, een straatmeid, met drie vriendinnen (Waring’s Three Girl Friends) als back-up zangeressen, Zij stonden voor Rueben’s, een populair restaurant van die tijd.

Als reactie op de kritiek, werd het lied overgebracht van de blanke Crawford naar de Afro-Amerikaanse zangeres Elisabeth Welch, die de song vertolkte met back-up zangeressen voor de Cotton Club in Harlem.

Ondanks het feit dat het lied werd verbannen van de radio, of misschien wel net daarom (!) werd het een hit, met Libby Holman’s versie gaat op # 5 en de “Fred Waring’s Pennsylvania” versie op # 14, beide in 1931.






Kathryn Crawford

Covers : Libby Holman (1931) [bijgenaamd The Dark Purple Menace; niet geheel onbesproken musical-vamp, ook al om deze rol], Hal Kemp (1939) , Spike Jones (1942) , Lionel Hampton (1942) , Benny Carter (1943) , Sidney Bechet (1947) , Artie Shaw (1949) , Tommy Dorsey (1950) , Charlie Parker (1950) , Billie Holiday (1952) [met Oscar Peterson op piano], Stan Kenton (1953) , Charlie Parker (1954) , Ella Fitzgerald (1957) , Miles Davis (1958) , Mose Allison (1959) , Stanley Turrentine (1961) , Julie London (1961) , Jackie Wilson (1962) , Shirley Horn (1963) , Arthur Lyman (1963) , Annie Ross (1963) , Astrud Gilberto (1964) , Eartha Kitt (1965) , Aretha Franklin (1965) , George Benson (1973) , Jane Birkin (1975) , Chet Baker (1977) , Boney M (1977) , Manhattan Transfer (1977) , Elvis Costello (1981) , Simply Red (1985) , Dr. John (1989) , Fine Young Cannibals (1990) [op Cole Porter-tribute Red Hot + Blue], Mary Coughlan (1993) , Harry Connick Jr. (1999) , Helen Schneider (2001) , Vivian Green (2004) [in film De-Lovely], Jacqui Naylor (2006)


Waring’s Pennsylvanians



Libby Holman




Jim Jackson – Old Dog Blue (1928)



Jim Jackson – Old Dog Blue (1928)

Nog een song van op die fameuze “Anthology of American Folk Music”. Jim Jackson was een Medicine Show performer (1890-1937) uit Hernando, MS, die verder ook bij Gus Cannon, Will Shade en Furry Lewis heeft gespeeld.

Wij kennen de song vooral van de Byrds.

Covers : Odetta (1954) , Pete Seeger (1955) , Sonny Terry (1950s) [als Old Blue], Guy Carawan (1959) [idem], Cisco Houston (1959) [idem], Burl Ives (1960) , Furry Lewis (1961) , Joan Baez (1961) , Tom Rush (1962) , Byrds (1969) , Dave Van Ronk (1980) [als Old Blue], J.J. Cale (1996) , Lonnie Pitchford (1997) [op The Harry Smith Connection], David Johansen & The Harry Smiths (2000) [alle als Old Blue].

Old Dog Blue

Bruce Bruno – Venus in Blue Jeans (1962)



Bruce Bruno – Venus in Blue Jeans (1962)
(Jack Keller/Howard Greenfield)

Originele opname van Bruce Bruno (1962)

Roulette 4427

Barry Manns demo (opgenomen in ’61) staat op zijn triple cd Inside The Brill Building – Complete Recordings 1959-1964.

Covers : Jimmy Clanton (1962) [hit US], Mark Wynter (1962) [hit UK], Champions (1962) [als Vénus en blue-jeans], Claude François (1962) [idem].

Bruce Bruno



Demo van Barry Mann



 Bruce Bruno

Los Kjarkas – Llorando se fue (1982)




Los Kjarkas – Llorando se fue (1982)
(Gonzalo Hermoza/Ulysses Hermoza)

We blijven even in Zuid Amerka voor wat de driehonderdste post wordt.

De grootste hit van ’89, de best verkochte single in Europa in de jaren tachtig, de grootste dans-rage sinds de Twist, maar gejat van deze Bolivianen.

Lambada mag dan nog een Braziliaans dans ritme zijn, de melodie en de teksten van deze smash hit zijn Boliviaans, Spaans in plaats van Portugees. “Llorando Se Fue” betekent “Wenend ging ze weg”, gecomponeerd door Gonzalo & Ulysses Hermoza, twee broers van de band Los Kjarkas, een Boliviaanse Groep. Beiden runden een school in Cotiabamba, hoog in de Andes, leerden traditionele Andes muziek, hielden een folk-archief, maakten hun eigen traditionele muziekinstrumenten en probeerden de traditie intact te houden.

Uitgerekend die respectabele broers zagen zich tekst en melodie ontfutseld door twee gewiekste producers: Olivier Lorsac (een Fransman) en Jean Karakos (een Griek) ‘kochten’ in Brazilië 400 bestaande Zuidamerikaanse melodietjes, huurden in de Nordeste de studiogroep Kaoma, joegen Llorando in tanga de dansvloer op en lieten auteursrechten binnenrollen onder de fictieve naam Chico de Oliveira. Dat was al een hele tijd aan de gang eer de Hermozas in de verre Andes wakker schoten en nog een hele tijd ging daar overheen eer er van daaruit gerechtelijke stappen werden ondernomen. Proces dat aansleepte tot de grootste verkoopgolf al voorbij was, maar uiteindelijk toch gewonnen werd door de twee Hermozas.

Na de succesvolle rechtszaak kwam er een eerder symbolische schadevergoeding, een rechtzetting op de volgende plaat van Kaoma, blokkering van de auteursrechten, een levensverzekering op naam van hun echtgenoten en – belangrijk – het terugwinnen van hun Boliviaans eergevoel.

Kjarkas richtte twee scholen op en concentreerde zich op de volksmuziek uit de Andes: de muziekscholen van Kjarkas (Lima, Peru) en La Fundacion Kjarkas (Ecuador). De groep toerde door Japan, Europa en Scandinavië, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika.

De leider van de band was zanger, gitarist en songwriter Gonzalo Hermosa Gonzalez. Hij richtte de band op, samen met zijn broers Elmer Hermosa Gonzalez en Ulises Hermosa Gonzalez. Gaston Guardia Bilboa en Ramiro de la Zerda vervolledigden de groep. De La Zerda verliet later de groep. Ulises Hermosa stierf aan kanker. Zij werden vervangen door Eduardo Yanez Loayza, Rolando Malpartida Porcel en Jose Luis Morales Rodriguez.

Llorando se fue



Simon Diaz – Caballo Viejo (1980)



Simon Diaz – Caballo Viejo (1980)
(Simon Diaz)

“Caballo Viejo ‘is een Venezolaanse folksong geschreven door Simón Díaz. Het staat op zijn album uit 1980 “Caballo Viejo”.

Het is uitgegroeid tot een van de meest belangrijke volksliederen uit Zuid Amerika. De vertaling van Caballo Viejo is “oud paard”.

Dit lied is vertaald in 12 verschillende talen, en werd opgenomen door zangers zoals Celia Cruz, Papo Lucca y la Sonora Ponceña, María Dolores Pradera, Julio Iglesias, Gilberto Santa Rosa, Jose Luis Rodríguez “El Puma”, Polo Montañes, Freddy López, Oscar D’León, Celso Piña, Ruben Blades, Roberto Torres, en Plácido Domingo.

The Gipsy Kings hadden een wereldwijde hit met hun versie van het lied opgenomen onder de titel “Bamboleo”.

Dit is de originele opname van Simon Diaz.


Carlos LYRA – Maria Ninguem (1959)




MARIA NINGUEM 1959
(Carlos Lyra)

Origininele opname van de auteur, Carlos Lyra uit 1959. Uitgebracht in 1960.

Een van de mooiste Bossas die ik ken.

Covers zijn o.m. : Carlos Lyra (1959) [auteur], Zoot Sims (1962) , Cliff Richard (1963) [als Maria No Mas, Top 5 B], Brigitte Bardot (1964) [als Maria Ninguem (Maria L'Amour), keurig in het Portugees], Julio Iglesias (1989)

CARLOS LYRA



JOAO GILBERTO



BRIGITTE BARDOT



CLIFF RICHARD (Maria No Mas)




Rex Griffin – The Last Letter (1937)




Wanneer we het over trieste songs hebben dan moet Rex Griffin’s “The Last Letter” misschien wel de triestigste song zijn die ik ken. Geschreven en opgenomen door Griffin in 1937. De song werd bijna onmiddellijk gecovered. Het is een van de meest aangrijpende zelfmoord songs die er bestaan.

Het is een afscheidsbrief op muziek gezet. Enkel hij en zijn gitaar.

Hoewel Rex Griffin nog andere “hits” had (vb. “Everybody’s trying to be my baby” een hit voor Carl Perkins en later The Beatles) is het die ene song waar men hem steeds weer te voorschijn haalt.

De song werd geschreven nadat zijn vrouw Margaret hem verliet en Rex zelfmoord overwoog.

De Carter Family zongen die song op de radio.

Bob Dylan kende zeker de song. Weeral is het een geval van osmose. Hij stal of “leende” de song om er “To Ramona” van te maken. Bij Dylan verwijst de song ongetwijfeld naar Joan Baez, met wie hij rond die tijd een relatie had.

Waylon Jennings dan van zijn kant gebruikte Dylan’s “To Ramona” om “Anita You’re Dreaming” (1966) te schrijven.

Rex Griffin – Last Letter



The Carter Family – Last Letter



Bob Dylan – To Ramona




Waylon Jennings – Anita you’re dreaming 


Paul Clayton – Who’s goin’ to buy you ribbons when I’m gone (1960)




Paul Clayton – Who’s goin’ to buy you ribbons when I’m gone (1960)

Deze song was de inspiratie voor een van Bob Dylan’s grootste successen. (!)

Dylan zegt dat “Don’t think twice, it’s all right” is gebaseerd op Paul Clayton’s song “Who’ll Buy You Ribbons When I’m Gone”.

Paul Clayton (1931 – 1967) zelf baseerde zijn lied op “Scarlet Ribbons For Her Hair”, een traditional. Het zou kunnen dat Dylan weeral een eigen brouwsel maakte van de twee.

Wat er ook van zij, Paul Clayton begon een rechtzaak tegen Dylan, die een minnelijke schikking trof. (No Direction Home van Robert Shelton, p.156).

Barry Kornfeld (een folksinger uit NY) vertelt : “I was with Paul one day, and Dylan wanders by and says, ‘Hey, man, that’s a great song. I’m going to use that song.’ And he wrote a far better song, a much more interesting song – ‘Don’t Think Twice, It’s All Right’”.

Dylan introduceerde “Don’t Think Twice, It’s All Right” vaak als “a statement that maybe you can say to make yourself feel better… as if you were talking to yourself.”

Het lied werd geschreven rond de tijd dat Suze Rotolo voor onbepaalde tijd haar verblijf in Italië verlengde, waar ze studeerde aan de Universiteit van Perugia..

Naast de melodie nam Dylan ook een paar zinnen over van Paul Clayton : “T’ain’t no use to sit and wonder why, darlin’” en “So I’m walkin’ down that long, lonesome road.”

Peter, Paul and Mary namen de song op kort na Bob Dylan in 1963.

Paul Clayton – Who’s Gonna Buy You Ribbons



The Browns – Who’s Gonna Buy You Ribbons




Henry Thomas – Honey, Won’t You Allow Me One More Chance (1927)



“Honey, Just Allow Me One More Chance” was first heard by Dylan from a recording by a now-dead Texas blues singer. Dylan can only remember that his first name was Henry. “What especially stayed with me,” says Dylan, “was the plea in the title.” Here Dylan distills the buoyant expectancy of the love search.” (Nat Hentoff, liner notes Freewheelin’)

“Honey Just Allow Me One More Chance” is een bewerking van, of beter gezegd een “herschrijven van“ een oude pre-war blues van Henry Thomas.

Op “The Freewheelin’ Bob Dylan”, wordt de song foutief toegeschreven aan Dylan en Thomas. Er is iets voor te zeggen want de tekst verschilt nogal wat van het origineel en is waarschijnlijk door Dylan zelf geschreven

Henry Thomas werd geboren in 1874 of 75 (hij stierf waarschijnlijk rond 1950).

“Ragtime Texas”  Thomas is waarschijnlijk het meest gekend voor zijn versie van “Fishing Blues” die op de fameuze “Anthology of American Folk Music” staat. Dylan kende die.

Henry Thomas was meer dan 50 wanneer hij deze nummers opnam (geboren in 1874-5) en dus is hij meer dan ooit de link tussen de oude blues(van voor de plaatopnames) en de zgn. Pre-war blues ( van de jaren 20 – 30).

Dylan was in elk geval zeer leergierig op dat moment en wilde echt klinken alsof hij een purist was. In een zekere zin was hij dat ook omdat hij probeerde terug te gaan naar het begin, en als het even kon naar een “Library of Congress” opname.

Ik denk niet dat “Honey Just Allow Me One More Chance” op “Freewheelin’ “ een vullertje is. Ik denk dat Dylan echt zo’n oude blues wilde opnemen, al moest hij dan de tekst herschrijven en de melodie eventjes aanpassen aan wat hij zelf kon brengen.

Henry Thomas “Ragtime Texas” nam “Honey, Won’t You Allow Me One More Chance?”/”Run, Mollie, Run” op in Chicago op 7 Oktober 1927.

De plaat werd uitgebracht door Vocalion (nr. 1141)  in hetzelfde jaar.


Henry Thomas – Honey, Won’t You Allow Me One More Chance





Moishe Oysher And Sholom Segunda – Dona Dona (1940)




Moishe Oysher And Sholom Segunda – Dona Dona

Donna Donna of “Dana Dana”, ook gekend onder de naam “Dos Kelbl” (Het Kalf) is een Yiddische song uit de theaterwereld. Het gaat over een kalf dat  naar de slachtbank wordt geleid, als metafoor voor de Holocaust.

Dana Dana werd geschreven voor de Esterke (1940-41) van Aaron Zeitlin. De muziek was van Sholom Secunda.

Sholom Secunda vertaalde Dana Dana in het Engels (waar Dana Dona werd) maar deze versie werd niks. Sholom Secunda is ook de auteur van “Bei mir bist du Schön” (The Andrews Sisters)

Opnieuw werd de Yiddische tekst vertaald in de jaren vijftig door Arthur Kevess en Teddi Schwartz. Het is deze versie die uiteindelijk bekend zou raken in folkkringen.

Joan Baez nam het op in 1960 en Donovan in 1965.

Covers zijn : Moyshe Oysher & Sholom Secunda (1940s) [als Dona Dona], Theodore Bikel (1958) [idem], Joan Baez (1960) [als Donna Donna; Engelse tekst: Arthur Kevess & Teddi Schwartz], Everly Brothers (1961) [idem], Claude François (1964) [idem; hit Fr], Chad & Jeremy (1965) , Donovan (1965) , Esther & Abi Ofarim (1966) [alle als Donna Donna], Leo Fuld (1969) [als Dona Dona Dona], Hanna Sofer (1999) [als Dos Kelbl (het kalfje)], enz..

Moishe Oysher And Sholom Segunda – Dona Dona





donderdag 29 maart 2012

Léo Ferré - La Solitude (1972)





Je suis d’un autre pays que le vôtre, d’une autre quartier, d’une autre solitude.
Je m’invente aujourd’hui des chemins de traverse. Je ne suis plus de chez vous. J’attends des mutants.
Biologiquement, je m’arrange avec l’idée que je me fais de la biologie : je pisse, j’éjacule, je pleure.
Il est de toute première instance que nous façonnions nos idées comme s’il s’agissait d’objets manufacturés.
Je suis prêt à vous procurer les moules. Mais...
La solitude...
La solitude...

Les moules sont d’une texture nouvelle, je vous avertis. Ils ont été coulés demain matin.
Si vous n’avez pas, dès ce jour, le sentiment relatif de votre durée, il est inutile de vous transmettre, il est inutile de regarder devant vous car devant c’est derrière, la nuit c’est le jour. Et...
La solitude...
La solitude...
La solitude...

Il est de toute première instance que les laveries automatiques, au coin des rues, soient aussi imperturbables que les feux d’arrêt ou de voie libre.
Les flics du détersif vous indiqueront la case où il vous sera loisible de laver ce que vous croyez être votre conscience et qui n’est qu’une dépendance de l’ordinateur neurophile qui vous sert de cerveau. Et pourtant...
La solitude...
La solitude!

Le désespoir est une forme supérieure de la critique. Pour le moment, nous l’appellerons "bonheur", les mots que vous employez n’étant plus "les mots" mais une sorte de conduit à travers lequel les analphabètes se font bonne conscience. Mais...
La solitude...
La solitude...
La solitude, la solitude, la solitude...
La solitude!

Le Code Civil, nous en parlerons plus tard. Pour le moment, je voudrais codifier l’incodifiable. Je voudrais mesurer vos danaïdes démocraties. Je voudrais m’insérer dans le vide absolu et devenir le non-dit, le non-avenu, le non-vierge par manque de lucidité.
La lucidité se tient dans mon froc!
Dans mon froc!

Nat Shilkret And The Victor Orchestra - I Apologize (1931)




Dit was zonder enige twijfel DE hit voor PJ Proby in 1965

De song was toen al dertig jaar oud. Net als voor "Hold Me" was PJ in de jaren dertig gaan zoeken naar een opvolger.

De jaren dertig... dat betekent direct Bing Crosby. Geen wonder dus dat deze hit uit 1931 na 35 jaar opnieuw tot leven kwam. 


Bing Crosby nam het op 19-08-1931 op (Brunswick 6179)

Maar Ben Bernie nam het voor hetzelfde label NET iets eerder op.
Namelijk op 04-08-1931 (Brunswick 6175)

De winnaar op punten is toch Nat Shilkret, die het al op 29-07-1931 opnam (Victor 22781)

Zelfs Elvis Presley heeft dit eens gezongen: hij kende het waarschijnlijk van Billy Eckstine, net als PJ Proby trouwens.



Nat Shilkret And The Victor Orchestra (1931)



Bing Crosby (1931)



Phil Spitalny (1931)



Billy Eckstine  (1963)




The Velvets - Lana (1961)




The Velvets - Lana  (1961)
(Orbison/Melson)

In 1960 kwam de groep in het vizier van de Texaan Roy Orbison.  Hij raadde de groep aan bij zijn vriend en eigenaar ven Monument Records, Fred Foster.Deze had zopas “Only the Lonely” geproduced voor Roy in Nashville. 

Foster noemde de groep “Virgil Johnson and the Velvets” wat al snel “The Velvets “ werd

De groep nam een aantal singles op zoals “That Lucky Old Sun "/" Time And Again " en" Tonight (Could be the Night) "/" Spring Fever ".  Roy Orbison had de twee B-kanten geschreven.

De volgende release was  "Lana" / "Laugh”, beide geschreven door Orbison en Joe Melson.
Roy Orbison zou het nummer pas vijf jaar later opnemen, met de Velvets als backing groep.

Monument nam in totaal negen singles op met de groep.




woensdag 28 maart 2012

Bob Gibson & Bob Camp – Well, Well, Well (1960)


BOB GIBSON & BOB CAMP at Newport.


Bob Gibson & Bob Camp – Well, Well, Well (1960)

Samengebracht door Albert Grossman, een meester in het ontdekken van talenten (Bob Dylan, Gordon Lightfoot, Peter, Paul and Mary, Ian and Sylvia).

Hij zorgde ervoor dat Bob Gibson en de in Engeland geboren Hamilton Camp, die toen als “Bob” door het leven ging, in zijn “stal” zaten op hetzelfde tijdstip.
Hamilton trad voor het eerst op met Bob Gibson op het 1960 Newport Folk Festival, en daarna zetten ze hun duo verder o.m. in de “Gate Of Horn”, een folk club in Chicago.




 
Hier nam het duo een van de meest invloedrijke folkalbums van het begin van de jaren zestig op : “Bob Gibson and Bob Camp at the Gate of Horn”, opgenomen in April, 1961.

Hun song “You Can Tell The World” staat op Simon and Garfunkel’s eerste album “Wednesday Morning, 3AM”.

“Well, Well, Well” werd opgenomen door Peter, Paul and Mary en Ian and Sylvia. Het werd een echte folkstandard.

Later nog nam Bob Gibson zelf een versie op, net als ontelbare anderen.

BOB GIBSON & BOB CAMP at Newport



BOB GIBSON







Vaughn De Leath - Ukulele Lady



In de loop van deze geschiedenis heb ik het al verschillene keren gehad over Vaugh De Leath. Ze was een van de "darlings of the twenties".


Leonore Vonderlieth, artiestennaam Vaughn De Leath, (Mount Pulaski, 26 september 1894 - Buffalo, 28 mei 1943) was een Amerikaanse zangeres die populair was in Amerika in de jaren twintig. Ze was mogelijk de eerste vocalist die croonde en ook de eerste die live zong op de radio. Een van haar hits was "Are You Lonesome Tonight?", later onsterfelijk gemaakt door Elvis Presley. Tegenwoordig is ze zo goed als vergeten.


In 1921 begon ze te zingen voor WJZ en rond die tijd begon tevens haar platencarrière. Ze nam in de jaren twintig op voor zo'n beetje alle platenlabels van die tijd: Edison, Columbia, Okeh, Gennett, Victor en Brunswick. Haar platen werden uitgebracht onder haar artiestennaam, maar ook onder andere namen, zoals Gloria Geer, Mamie Lee, Sadie Green, Betty Brown, Nancy Foster en Marion Ross. Onder de musici die haar bij de opnames begeleidden waren enkele topmuzikanten uit de vroege jazz, zoals trompettist Red Nichols, trombonist Miff Mole, de gitaristen Dick McDonough en Eddie Lang, Frankie Trumbauer, cornettist Bix Beiderbecke en orkestleider Paul Whiteman (bijvoorbeeld "The Man I Love").

In 1923 werd ze ook een executive officer in de radiowereld, de eerste vrouwelijke: ze gaf in de jaren tot 1925 leiding aan verschillende radiostations. In 1925 ging ze echterweer fulltime zingen. In 1928 trad ze op in experimentele televisieuitzendingen. Ze was de gast in de eerste uitzending van de Voice of Firestone Radio Hour en een van de eerste Amerikaanse entertainers die optraden in een transatlantische radiouitzending naar Europa.

In 1931 maakte ze haar laatste opnames, voor Crown Records en in die tijd trad ze ook op in haar laatste nationale netwerk-uitzendingen: hierna was ze alleen nog actief voor lokale radiozenders in New York.

In de jaren voor haar overlijden had ze een drankprobleem en financiële problemen.

Dit is een van haar grootste hits

UKULELE LADY





Helen Kane – I wanna be loved by you (1928)



Helen Kane – I wanna be loved by you (1928)
(Bert Kalmar/Harry Ruby/Herbert Stothart)

We gaan terug naar de roaring twenties, waar mijn hart ligt.

Originele Opname : Helen Kane (opgenomen 20 September 1928)

De song werd geschreven voor de musical “Good Boy”.

Wij kennen de song vooral door de versie van Marilyn Monroe in Billy Wilder’s classic “Some Like It Hot”.

De song werd zodanig geidentificeerd met Helen Kane dat ze met de Oo-poo-pa-doo daaruit later model stond voor de Max & Dave Fleischer cartoonfiguur Betty Boop. Zij patenteerden hun karikatuurtje met een voice-over van Mae Questal, ooit winnares van een Helen Kane look-alike contest. Kane sleepte de Fleischers en Paramount Studios voor de rechter, maar daar bleek dat ze zelf haar catchphrase geleend had (bij hetzij Baby Esther, hetzij Edith Griffith). Helen gebruikte “oo-poo-pa-doo” voor het eerst in risqué tune That’s My Weakness Now, B-kant van haar eerste Victor opname Get Out And Get Under The Moon (1928). Aangemoedigd door reacties gebruikte ze diezelfde gimmick nadien ook in Button Up Your Overcoat.

 

Annette Hanshaw

Covers : Annette Hanshaw (1928) , Ben Selvin (1929) , Rose Murphy (1950) , Debbie Reynolds (1950) [als Helen Kane, gedubd door de echte Helen Kane in Astaire-film Three Little Words], Marilyn Monroe (1959) [in film Some Like It Hot], Techno Twins (1982) [in medley met In The Mood], Sinéad O’Connor (1992) , enz….

 

Vaughn Deleath

Hier zijn de “darlings of the twenties” , allemaal uit 1928 :

1. HELEN KANE



2. ANNETTE HANSHAW



3. VAUGHN DELEATH



Audrey Hepburn – Moon River (1961)




Audrey Hepburn – Moon River (1961)
(Johnny Mercer/Henry Mancini)

De song wordt origineel gezongen door Audrey Hepburn in de rol van Holly Golightly in film “Breakfast At Tiffany’s”, gebaseerd op gelijknamige roman van Truman Capote. De instrumentale versie (door het orkest van de auteur) werd ook een hit

Moon river, wider than a mile
I’m crossing you in style some day
Oh dream maker, you heart breaker
Wherever you’re goin’, I’m goin’ your way
Two drifters, off to see the world
There’s such a lot of world to see
We’re after the same rainbow’s end
Waitin’ ’round the bend
My huckleberry friend
Moon River and me


De song werd vooral bekend in de versie van Andy Williams.


Covers zijn : Mantovani (1961) , Danny Williams (1961) [n°1 UK], Jerry Butler (1961) , Grant Green (1961) , Art Blakey (1961) , Eddie Harris (1961) , Nico Fidenco (1961) [hit It], Hollyridge Strings (1961) [hit It], Danielle Darrieux (1961) [als Le Jardin aux souvenirs], Andy Williams (1962) , Duane Eddy (1962) , Sarah Vaughan (1963) , Paul Anka (1963) , Frank Sinatra (1964) , Frankie Avalon (1964) , Jim Reeves (1964) , Brook Benton (1966) , Roger Williams (1969) , Greyhound (1972) , Liberace (1972) , Herb Alpert (1973) , Stanley Jordan (1986) , Mary Black (1987) , Ben E. King (1988) , Willie Nelson (1988) , Barbra Streisand (1991) , José Carreras (1991) , Morrissey (1994) , Neil Diamond (1998) , Victoria Williams (2002) , Dr. John (2006) , Helmut Lotti (2006) [op The Crooners], Clay Aiken (2010) ,

MOON RIVER







Rev. Robert Wilkins – That’s no way to get along (1929)




Originele Opname is van Rev. Robert Wilkins (1929) – Brunswick

Bluesgitarist met Cherokeebloed. Opgenomen in de Peabody Hotel in Memphis op 23 september 1929 voor Brunswick 7125.

Songgegeven gebaseerd op de Bijbelse hymne The Prodigal Son (Chisholm/Stebbins) uit 1921. Banjospeler Dock Boggs nam daar een versie van op in ’63.

Robert Timothy Wilkins was van Afrikaanse en Cherokee afstamming. Hij werd geboren op 16 Januari 1896 in Hernando, Mississippi, en stierf op 28 Mei 1987.

Wilkins nam zijn blues gebaseerd op gospel later effectief ook als gospel op. Volgens Lane Wilkins (Robert’s kleindochter) verruilde haar grootvader zijn devil’s music in church music in 1942 toen zijn vrouw Ida Mae ernstig ziek werd. Ook andere herontdekte oude bluesmen deden zo’n belofte aan God ergens tussen hun prille opnamen (’20s, ’30s) en hun revival-opnamen (’60s). De Prodigal Son is de verloren zoon die terugkeert naar huis na slechte ervaringen met lowdown women. Het is die spiritual die door de Rolling Stones werd overgenomen op hun Beggars Banquet-lp.

Je zou verwachten dat Wilkins daar toen voor een stuk beter van werd maar niets is minder waar. Robert zag geen cent van die Stones-cover; waarna die zich voor de tweede keer gedesillusioneerd terugtrok uit de muziek. Hij concentreerde zich vanaf toen op zijn gezin en zijn kerkelijke bezigheden en leefde nog 20 jaar in relatieve gezondheid verder. Hij stierf in ’87 op gezegende leeftijd.

Covers : The Rolling Stones (Prodigal Son) in 1968 MET Ry Cooder als slide gitarist, Sonny Landreth (1973), Michelle Shocked (92), etc.

THAT’S NO WAY TO GET ALONG 1929



The Pace Jubilee Singers – Oh Death (1927)




The Pace Jubilee Singers – Oh Death ( 1927)
(trad.)

Originele Opname : The Pace Jubilee Singers (1927) – Victor

Charles Henry Pace werd geboren in Atlanta op 4 augustus 1886, en stierf in Pittsburgh op 16 december 1963. In 1925 vormde hij de Pace Jubilee Singers (foto boven), een vroege traditionele gospel groep, die songs opnamen van Pace, Tindley, en anderen voor Victor en Brunswick.

Pace verhuisde naar Pittsburgh in 1936 en richtte kort daarna de Pace Gospel choral Union op, een 25 koppig koor dat soms werd uitgebreid tot maar liefst 300 zangers en zangeressen voor speciale vieringen. Hun repertoire bestond uit gospel liederen en spirituals.

Covers : Rev. W. Mosley (1930) [als Oh Death, (Won't You) Spare Me Over For Another Year?], Charley Patton (1934) [met zijn vrouw Bertha Lee], Charlie Monroe’s Boys (1939) , Bessie Jones (1959) [Lomax opname op de Georgia Sea Islands], Dock Boggs (1963) [on Vanguard comp. Song Catcher II: The Tradition That Inspired The Movie Oh Brother Where Art Thou], Stanley Brothers (1964) , Stefan Grossman (1972) , Camper Van Beethoven (1988) , Ralph Stanley (2000) [in film O Brother, Where Art Thou?], David Johansen (2000).

OH DEATH

Arthur Smith and Don Reno – Feudin’ Banjos (1955)



 
Arthur Smith and Don Reno – Feudin’ Banjos (1955)

Het is al meer dan een halve eeuw geleden dat Arthur “Guitar Boogie” Smith en Don Reno deze melodie speelden tijdens een opnamesessie in Charlotte, North Carolina.

Een dialoog tussen twee five-strings (banjo’s) was het origineel, de titel was “Feudin’ banjos”.

Toen de melodie opdook in de populaire film “Deliverance” in 1973, toegeschreven aan een sombere onbekende ging Arthur Smith in het verweer. Deze tune was gewoon gejat van hem.
Don Reno was de banjovirtuoos die Earl Scruggs verving bij Bill Monroe.

Vermoedelijk afkomstig uit een 17e eeuwse dance tune die teruggaat op Praetorius (17e eeuws Duits componist).

Covers : Lester Flatt (1956) , Carl Stary & Brewister Brothers (1957) [als Mocking Banjos], Dillards (1963) [eersten als Dueling Banjos voor Elektra], Eric Weissberg & Steve Mandell (1972) [idem, maar met banjo en gitaar; thema van film Deliverance, crediting Don Reno; auteur Smith sued en won], Arthur Smith (1973) [auteur, nu ook als Dueling Banjos (Monument)], Martin Mull (1974) [als Dueling Tubas], Toy Dolls (1993) [als Drooling Banjos], Hayseed Dixie (2005) , enz.

Arthur Smith and Don Reno – Feudin’ Banjos



The  Dillards -  “Duelin” Banjo’s”

Ozzie Nelson & his Orchestra – Dream a Little Dream of Me (1931)




Ozzie Nelson & his orchestra – Dream a Little Dream of Me (1931)

“Dream a Little Dream of Me” is een lied met muziek van Fabian Andre en Wilbur Schwandt en teksten van Gus Kahn.

“Dream a Little Dream of Me” werd opgenomen door Ozzie Nelson en zijn orkest, met zang door Nelson zelf op 16 februari 1931 voor Brunswick Records. Op 18 februari, dus twee dagen later,  nam Wayne King en zijn orkest (met vocals door Ernie Birchill) dezelfde song op voor Victor Records.

Er volgden talrijke andere covers, o.m. door Frankie Laine, Doris Day, Louis Armstrong en Ella Fitzgerald, Barbara Carroll, het Nat King Cole trio, Bing Crosby, Ella Fitzgerald, Dean Martin, Vaughn Monroe, Jack Owens, en Dinah Shore.


“Dream a Little Dream” werd ook opgenomen door de Mama’s & Papas in april 1968 voor het album “The Papas & The Mamas”. De groep had de song al vaak voor de fun gezongen.

“Mama” Cass Elliot stelde voor om deze song op te nemen.John Phillips vond het lied wat flauwtjes. Mama Cass zei tegen Melody Maker : “I tried to sing it like it was 1943 and somebody had just come in and said, ‘Here’s a new song.’ I tried to sing it as if it were the first time.”

Tegen de tijd dat het album klaar was hing de split van de groep in de lucht. De laatste single “Safe in My Garden” was een flop geweest.

Dunhill wenste echter een van de leden van de groep te promoten omdat ze wel zagen dat de groep op zijn laatste benen liep. Dat werd Mama Cass. Daarom werd de opname uitgebracht als “Mama Cass with the Mamas & the Papas”.

Covers : Wayne King (1931) [twee dagen later voor Victor; zang: Ernie Burchill.], King Cole Trio (1947) , Frankie Laine (1950) , Louis Armstrong & Ella Fitzgerald (1950) , Ella Fitzgerald & Count Basie (1957) , Ella Mae Morse (1957) , Dean Martin (1959) , Mamas And Papas (1968) [in feite enkel Mama Cass], Anita Harris (1968) , Pasadena Roof Orchestra (1985) , Laura Fygi (1991) , Chicago (1995) , Beautiful South (1995) [in film French Kiss; ook als Les Yeux ouverts], Terry Hall & Salad (1995) , Flying Pickets (1996) , Candye Kane (1999) , Marie Laure Béraud (2004) [als Les Yeux ouverts], Eddie Vedder (2011) , enz

Hier is dat de allereerste opname door Ozzie Nelson & zijn orkest. Ozzie Nelson was Eric (Ricky), Nelson’s vader.

DREAM A LITTLE DREAM OF ME





The Changin’ Times – The Pied Piper (1965)





The Changin’ Times – The Pied Piper (1965)

The Pied Piper was een Britse Pop/rocksong geschreven door het duo Steve Duboff en Artie Kornfeld uit de Brill Building. Zij namen de song als eerste op onder de naam “The Changin’ Times”. Het leek een soort Dylan parodie.

Het was echter de Britse popsinger Crispian St. Peters die er een hit van maakte, een jaar later in de zomer van 1966.

De song refereert naar de rattenvanger van Hamelen.

Covers : Jets (1966) [Nederlandse groep; ook voor Crispian St. Peters], Crispian St. Peters (1966) [n°2 NL & B], Rita Marley (1966) , Cher (1966) , Ventures (1966) , Gianni Pettenati (1966) [als Bandiera Gialla; hit It], Sultants (1966) [als Apprends à vivre], Patti Pravo (1966) , Del Shannon (1967) , Bob & Marcia (1971) , enz.

Dit is de originele versie : THE PIED PIPER