vrijdag 1 februari 2013

Léo Ferré - Monsieur Tout-Blanc (1949)




In 1949 schrijft Léo Ferré, een jonge cabaretier « Monsieur Tout-Blanc » , een chanson dat al gauw wordt verboden door het « Comité d’écoute de la radiodiffusion française ».

Waarom ?

Léo Ferré heeft het over het zwijgen van paus Pius  XII tijdens de tweede wereldoorlog. Zelfs wanneer hij op de hoogte wordt gebracht – in detail – van de holocaust en de afschuwelijke gevolgen voor de Joden, zwijgt  Pius XII.


 


Waarom protesteerden de kerk, Pacelli en later Pius XII niet tegen de boycot van de joodse winkeliers op 1 april 1933, tegen de rassenwetten van Neurenberg in 1935, tegen de mishandeling van de joden bij de Anschluss in 1938, tegen de gruweldaden tegen de joden na Kristalnacht in 1938?

In maart 1937 publiceert Pius XI de encykliek « Mit brennender Sorge »  (met een brandende bezordheid) . Het nazisme wordt niet met naam genoemd maar wel de heidense mystiek waarop het berust. De raciale theorien van Hitler worden als dusdanig ook niet aangeklaagd maar wel zegt deze encykliek dat “hij die ras, natie en beleid boven de menselijke waardigheid stelt dwaalt”.

Een tweede encykliek volgt “Divini redemptoris » die het communisme veroordeelt.

De paus sterft op 10 februari 1939. Zijn opvolger : Kardinaal Eugenio Pacelli , volgt hem op als Pius XII. Hij was lange tijd de pauselijke nuntius in Duitsland, o.m. onder Hitler. 

 


Zijn eerste daad als paus is de Osservatore Romano (het dagblad gepubliceerd door de officiële informatiedienst van het Vaticaan) aan te manen om ten alle prijze een controverse met Duitsland te voorkomen.

Terwijl de internationale spanningen wijzen naar een komend conflict, zet de Paus al zijn energie in om de vrede te bewaren.

Zodra de vijandelijkheden beginnen in september 1939, wordt Pius XII op de hoogte gebracht van de nazimethodes (moorden op intellectuelen in Polen, speciale behandelingen voorbehouden aan Joden). De paus wordt geconfronteerd met een dilemma: moet publiekelijk veroordelen dergelijke misdrijven?

Wat volgt is Stilte.

 



Toch wordt hij in de zomer van 1941 door verschillende bisschoppen gebrieft over de systematische moord op de gehandicapten en geesteszieken. De Paus zwijgt.

Wanneer vervolging toeneemt tot een systematische uitroeiing gaat de stilte van de paus verder.

Met de lancering van Operatie Barbarossa (de aanval op de Sovjet-Unie door het derde Reich), op 22 juni 1941, blijft de Paus op het standpunt van zijn voorganger : het communisme is "grote vijand van het christendom en de christelijke beschaving." De ontmanteling van de Orthodoxe Kerk in de Sovjet-Unie, de slachtpartijen van de priesters tijdens de Spaanse Burgeroorlog (die hij toegeschreven aan de anti-christelijke haat tegen communisten), versterken de paus in zijn overtuiging.

Zelfs de grote razzia in 1943 te Rome waar meer dan duizend Romeinse joden werden aangehouden in Rome (16 oktober 1943), doet de Paus niet uit zijn reserve komen. Kardinaal Maglione weet vertrouwelijk te zeggen dat de Paus niet wilde gedwongen worden om zijn afkeuring uit te drukken"(!)

En verder

Waarom liet de katholieke kerk toe dat haar priesters de nazi's inzage gaven in hun geboorte- en huwelijksregisters, zodat de nazi"s konden nagaan wie joods was en wie niet?

Waarom protesteerde ze niet tegen de deportaties van de joden? Waarom verhief de paus zijn stem niet toen op 23 oktober 1943 meer dan duizend joden in Rome werden opgepakt en afgevoerd?

Waarom kwam Pius XII niet openlijk tussenbeide toen priester-president Tiso van Slowakije de nazi's zelfs betaalde om "zijn" joden te deporteren?

Waarom verleende hij privéaudiëntie aan Anté Pavelic, de leider van de Ustasabeweging van Kroatië, die talloze joden en orthodoxe Serviërs liet vermoorden?

Waarom heeft hij nooit één hooggeplaatste nazi geëxcommuniceerd?

Waarom liet hij Mein Kampf niet op de index van de verboden boeken plaatsen, ook niet in 1948, toen de kerk nog de Méditations van Descartes, de Lettres persanes van Montesquieu en Le rouge et le noir van Stendhal op haar zwarte lijst zette?


Monsieur Tout-Blanc

 

Monsieur Tout-Blanc
Vous enseignez la charité
Bien ordonnée
Dans vos châteaux en Italie
Monsieur Tout-Blanc
La charité, c´est très gentil
Mais qu´est-ce que c´est?
Expliquez-moi

Pendant c´temps-là moi j´vis à Aubervilliers
C´est un p´tit coin perdu au bout d´la misère
Où l´on n´a pas tell´ment d´questions à s´poser
Pour briffer faut bosser mon p´tit père

Monsieur Tout-Blanc
L´oiseau blessé que chaque jour
Vous consommez
Etait d´une race maudite
Monsieur Tout-Blanc
Entre nous dites, rappelez-vous
Y a pas longtemps
Vous vous taisiez

Pendant c´temps-là moi j´vivais à Aubervilliers
Ça n´était pas l´époque à dir´ des rosaires
Y avait des tas d´questions qu´il fallait s´poser
Pour durer faut lutter mon p´tit père

Monsieur Tout-Blanc
Si vous partez un beau matin
Les pieds devant
Pour vos châteaux en paradis
Monsieur Tout-Blanc
Le paradis, c´est p´t-êt´ joli
Priez pour moi
Moi j´ai pas l´temps

Car je vivrai toujours à Aubervilliers
Avec deux bras noués autour d´ma misère
On n´aura plus tell´ment d´questions à s´poser
Dans la vie faut s´aimer mon p´tit père

Monsieur Tout-Blanc
Si j´enseignais la charité
Bien ordonnée
Dans mes châteaux d´Aubervilliers
Monsieur Tout-Blanc
Ça n´est pas vous qu´j´irais trouver
Pour m´indiquer
C´qu´il faut donner



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen