maandag 29 april 2013

Op de draaitafel : Phyllis Hyman / Interpretations (1977)



Phyllis Hyman ((6 Juli 1949 – 30 Juni  1995)  werd geboren in Philadelphia, Pennsylvania, en groeide op in St. Clair Village, ten zuiden van Pittsburgh. Zij was de oudste van zeven kinderen.

Na highschool sloot ze zich in 1971 aan bij een groepje, “The New Direction”. Rond die tijd kreeg ze een klein rolletje in de film “Lenny”(1974).

Hyman verhuisde naar New York om te werken aan haar carrière. Ze zong achtergrond vocals en werkte in clubs. Het was tijdens een van deze optredens dat ze werd gespot door Norman Connors, die haar een plaatsje aanbood als een zanger op zijn album “You Are My Starship” (1976). Het duo scoorde op de R & B charts met een remake van The Stylistics “Betcha door Golly Wow!”.

Hyman, die muzikaal erg veelzijdig was, zong met Pharoah Sanders en de Fatback Band terwijl ze ondertussen werkte aan haar eerste album. “Phyllis Hyman” werd uitgebracht in 1977 op het  Buddah Records label.





 

Wanneer Arista Records Buddah kocht gaat Phyllis mee.

“Somewhere in my lifetime”, haar eerste album voor Arista, werd uitgebracht in 1978. Het  titelnummer werd geproduceerd door haar toenmalige labelmate Barry Manilow.

De volgende plaat (“You know how to love me”) werd een succes in de R&B charts. Hyman trouwt met haar manager (een oud verhaal) die haar evenaans cocaïne leert kennen.
Het gevolg was een levenslange afhankelijkheid en een financiële puinhoop.

Haar echte eerste hit was “Can’t we fall in love again” uit 1981, een duet met Michael Henderson. Het lied werd opgenomen toen ze optrad in de Broadway musical “Sophisticated Ladies”, een eerbetoon aan Duke Ellington. Ze vertolkte die rol bijna twee jaar en kreeg een Tony Award nominatie voor Beste Support Actress in een Musical.

Problemen tussen Hyman en haar label, Arista, veroorzaakten  een pauze in haar carrière.

Ze gebruikte die tijd om te verschijnen op soundtracks van films, tv-commercials en gastoptredens met Chuck Mangione, The Whispers en The Four Tops. Hyman zong ook op drie tracks op “Looking Out” van  jazz pianist McCoy Tyner (1982). Zij toerde vaak en gaf lezingen.

In 1985 verliet ze Arista na een tumutueus geschil over de rechten op “Never say never again” een song die dezelfde titel had als de James Bond film. De echte aanleiding was echter dat Arista een nieuwe ster had ontdekt, Whitney Houston.

Vrij van Arista in 1985 bracht ze het album “Living All Alone” op Kenny Gamble en Leon Huff’s Philadelphia International label uit. Het volgende album was raak “Prime of my life” bevatte eindelijk haar eerste R&B hit :  “Don’t want to change the world”.

Volgden dan nog een aantal hitjes zoals “Living in Confusion” en”When You Get Right Down to It”.

Met Phyllis gaat het nu weer bergaf en ze brengt een laatste plaat uit “I refuse to be lonely”. Dat was ze ook.

In de namiddag van 30 juni 1995 pleegt ze zelfmoord met een overdosis pentobarbital en secobarbital in haar appartement in New York City.  Zij werd gevonden door haar assistent die beorgd was omdat ze niet kwam opdagen voor een voorstelling in het Apollo Theater.

Haar afscheidsbrief was :
“”I’m tired of singing. I’m tired of living. Those of you that I love know who you are. May God bless you.”

Ze was 45.

Ze was een wonderlijk getalenteerde vrouw die zeer slecht is behandeld door haar platenmaatschappij Arista. Ze werd hier lompweg aan de deur gezet omdat Arista wedde op een nieuwe ster Whitney Houston.

Diana Ross zei over haar “Sweet Phyllis was a bomb, but she didn’t know it”.

Ik heb zes albums van Phyllis die ik stuk voor stuk als schatten beschouw. Ze is zowat tussen R&B en Smooth Jazz, heerlijk.

Dit is haar debuut uit 1977 op Buddah Records. Volgens mij waarschijnlijk het allerbeste dat ze ooit heeft gemaakt.


Loving You, Losing You



No one can love you more




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen