vrijdag 13 april 2012

Bourvil - La Tendresse (1963)



Bourvil, pseudoniem van André Raimbourg (Prétot-Vicquemare, 27 juli 1917 – Parijs, 23 september 1970) was een van de grootste Franse acteurs en zanger.

Zijn acteursnaam is afgeleid van het dorp Bourville in Normandië, waar hij zijn kindertijd doorbracht.

Hoewel Bourvil ook dramatische rollen speelde, zal hij bij het grote publiek bekend blijven voor zijn rollen in komische films. Vaak waren de personages die hij vertolkte zachtaardig en naïef, zoals in de succesfilm van Gérard Oury, “Le corniaud” , waarin hij het perfecte contrast vormde met zijn tegenspeler Louis de Funès. Later schitterde het duo nogmaals in de kaskraker “La Grande Vadrouille”, ook van Oury. Een andere grote rol had Bourvil ook nog in “Le Cerveau”, naast Jean-Paul Belmondo, Eli Wallach en David Niven. Bourvil vertolkte ook een bijrol in “The Longest Day”, waarin hij een Franse burgemeester speelde.

 



Ik wil het vandaag niet eens over het “Monstre Sacré” van de Franse Film hebben, maar over de zanger André Bourvil.

Bourvil nam een driehonderdtal liedjes op, voornamelijk in de hem kenmerkende naïef-humoristische stijl.

Iedereen kende hem als acteur maar zijn immens talent als chansonnier was heel wat minder gekend. Toch heeft Bourvil  een groot aantal chansons geschreven. De bekendste zijn… Les Crayons, La Ballade Irlandaise, Au Petit Bal Perdu, Ma P´tite Chanson, La Tendresse … ik noem er maar een paar.

Geboren in Pretot-Vicquemare (1917) heeft de kleine André zijn in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde vader nooit gekend. Na afloop van de oorlog verhuisde de familie naar het Normandische dorp Bourville. André was daar op het dorpsschooltje een uitblinkertje, maar met een neiging tot speelsheid en hij hield van grappige streken.

Op zijn 15e gaat de kleine André werken als banketbakkersknecht. Van kindsbeen af blonk hij uit in het vertellen van grappige verhaaltjes en het zingen van vermakelijke liedjes, waarbij hij zichzelf begeleidde op de mondharmonica.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt hij gemobiliseerd en direct geselecteerd als trompettist. Naar de Franse theatermode van die dagen koos hij een artiestennaam. Als bewonderaar van de Fernandel lag de te kiezen naam voor de hand: Andrel.

Na de demobilisatie trekt André Raimbourg – als zovelen – op zoek naar roem en geluk. “Il monte à Paris”.  Een periode van vreemde baantjes en rare klusjes volgde: accordeonist, bakker, loodgieter. Nog jaren later vertelde de toen beroemde Bourvil sterke verhalen over die moeilijke tijden. Met smaak beweerde hij steeds als loodgieter meer waterschade te hebben veroorzaakt dan de grote en verwoestende overstromingen van 1910. Vier lange jaren duurde die moeilijke periode. Steeds bleef hij voor een klein publiek in nachtclubjes chansons zingen en leerde de stiel. Ook nam hij een gloednieuwe artiestennaam aan,  Bourvil.

In 1944 slaagde hij er in te worden geëngageerd als vervanger van de toen bekende komiek Paulin. Het bleek een succes, vooral door de creatie van zijn later ook steeds weer terugkerende personage, de naïeve onhandige boerenknecht. Al snel bleek het succes zo groot en het contractje voor één week werd uitgebreid naar een jaar. Optredens op de populaire zender Radio Luxemburg volgden.

In 1946 was Bourvil een begrip geworden in Frankrijk, hij was een ster. Hij nam zijn eerste 78-toerenplaten op en kreeg zijn eerste filmrollen. Aanvankelijk nog met variaties op zijn favoriete karakter, de boerenslimme licht onbenullige plattelandsjongen, met het sullige naar voren vallende haar, het iets te nauwe pak met de te korte broekspijpen.







Het zou het begin zijn van een lange reeks van maar liefst 62 films. Het typetje van het wereldvreemde boertje bleef daarbij niet gehandhaafd. In “Fortunat” speelt hij deze rol als geen ander. In “La Traversée de Paris” schittert Bourvil naast de legendarische Jean Gabin, en krijgt Louis de Funes een van zijn eerste rollen, het begin van een jarenlange vriendschap. Het grote publiek zag en ziet hem vooral als de tegenspeler van Louis de Funès in kassakrakers als “La Grande Vadrouille” en “Le Corniaud”.

Bourvil overleed op 23 september 1970 aan de gevolgen van een vorm van beenmergkanker. Zijn laatste film Jean-Pierre Melville´s onvergetelijke Le Cercle Rouge (Montand, Delon, Gian Maria Volonté) werd enige maanden na zijn dood uitgebracht.


La tendresse (het origineel, voor hem geschreven voor de film “Un air de Jeunesse”)



De cover van Marie Laforêt




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen